16 april 2018 – Mijn tweede afspraak met Dokter Veys

Dokter Veys waggelt richting kantoor. Ze staat op springen. Ik vraag me af of het haar eerste kindje zou zijn. En of het een jongen of een meisje zal zijn. Ze vraagt me hoe mijn oog geëvolueerd is. Ik zeg dat de zalf niet veel geholpen heeft, om niet te zeggen niets. In één adem vraag ik een beetje bezorgd dat het dan waarschijnlijk toch een operatie zal worden? Ze antwoordt dat ze eerst nog eens het bobbeltje wilt onderzoeken. Dus begint ze opnieuw te duwen op mijn gezicht. Ze vraagt of het ondertussen groter geworden is. Ik antwoord van niet. Het voelt althans nog altijd even groot aan. “En,” zeg ik, “als ik ga zwemmen, dan is het bobbeltje na het zwemmen precies zelfs wat kleiner.” Ik voeg er onmiddellijk aan toe: “Ik dacht zelfs dat het misschien, door de chloor in het water van het zwembad, zou kunnen genezen. Maar dat blijkt toch niet te lukken. Allez, ik bedoel, het bobbeltje zit er nog steeds en is uiteindelijk nog altijd even groot precies. Alsof de chloor maar even helpt.” Dokter Veys blijft ondertussen verder duwen op het bobbeltje. “Wat ook wel raar is, is dat het bobbeltje dan precies wat kleiner is, maar het voelt dan ook een beetje gevoellozer aan.” Hier stopt ze even met duwen. “Gevoellozer?” “Ja, of als ik daar dan op duw, heb ik daar zo’n dof, voos gevoel.” Het is toch vreemd om iemand zo intens naar je oog te zien staren en toch geen oogcontact te hebben. Zelfs wanneer ik naar haar ogen kijk, zie ik haar geconcentreerd in het ijle kijken. Na nog wat verder duwen vraagt ze hoe het met het tranen van het oog zit. Ik antwoord dat dat precies toch wel wat erger geworden is, dat ik toch wel wat meer dan voorheen mijn oog moet deppen. Ze stelt voor om opnieuw de traanbuisjes te checken. Het bovenste traanbuisje lukt onmiddellijk, maar het onderste niet. Hoe zeer ze ook probeert, ze krijgt de vloeistof er niet meer door. Zelf word ik meer en meer gespannen van dat spuitje in de buurt van mijn oog. Uiteindelijk geeft ze het op en zegt: “Ik ga jou moeten doorverwijzen naar een specialist van Gasthuisberg.” Ze raadt me aan om Professor Ilse Mombaerts te contacteren. Ondertussen maakt ze een doorverwijzingsbrief klaar voor haar. Ze geeft hem mee en zegt dat ik hem aan haar moet overhandigen bij de consultatie. Ik vraag nog: “Dan is die Professor Mombaerts diegene die de operatie zal uitvoeren? In Gasthuisberg?” “Ja, normaal wel,” antwoordt ze. Gasthuisberg. Daar ben ik nog nooit geopereerd geweest, bedenk ik me. Tot nu toe ben ik, in mijn korte leven, nog maar een keer geopereerd geweest. In 1991, aan een volledige weggerotte tandzenuw, veroorzaakt door het verkeerde type plombeersel te dicht bij de zenuw gebruikt door mijn toenmalige tandarts ergens begin jaren ‘80 in Turnhout, mijn geboortestad. Maar die operatie was toen in Sint-Raphael, in het centrum van Leuven. En dat is niet hetzelfde als Gasthuisberg. Er zijn alvast veel ergere plaatsen om geopereerd te worden, spreek ik mezelf moed in. In afwachting krijg ik van Dokter Veys nog oogdruppels mee. Al in de wagen, terug op weg naar het werk, bel ik naar het nummer van de diensten van Professor Mombaerts. Zoals verwacht is de agenda van de specialiste zo goed als vol. Ik neem het eerst beschikbare slot. De afspraak gaat door op 1 Juni.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie