1 juni 2018 – Alice in Wonderland

Zoals altijd is het vinden van een parkeerplaats hier niet evident. Alles staat vol. Ik moet al drie rijen naar beneden rijden om in een verre hoek van de bovengrondse parking nog een plaats te vinden. Ik parkeer mijn auto en ga snel naar binnen. Ik heb zo lang moeten wachten op deze eerste consultatie dat te laat komen het laatste is dat ik wil. 

Langs het mottige overdekte voetgangerspad uit de jaren ‘80 kom ik aan in de grote hal. Ik ga naar de elektronische inschrijvingsapparaten, steek mijn identiteitskaart erin, bevestig wie ik ben en wat ik kom doen, scan vlug mijn parkeerticket zodat ik als klant van dit gigantische bedrijf minder dan een ordinaire bezoeker moet betalen om mijn auto hier te mogen parkeren. Gezien het aantal auto’s dat daar staat denk ik dat dat een leuk extraatje moet zijn voor het management. Misschien net genoeg om de kuisploegen mee te betalen. Wat ik ook nog krijg van de automaat is een plannetje met daarop de weg die ik moet nemen om te geraken daar waar ik moet zijn. Heel nuttig in een reuzekliniek als Gasthuisberg, waar meer dan 10,000 mensen werken en die eigenlijk bestaat uit 30 of zo verschillende gebouwen onderling verbonden door een ingewikkeld gangenstelsel.

Ik moet in een van de nieuwe gebouwen zijn die de afgelopen jaren bijgebouwd zijn. Als je ‘s nachts passeert, is het al een aantal jaar alsof je in Dubai aangekomen bent. Zo veel hijskranen staan er te flikkeren om de vliegtuigen van en naar Zaventem te verwittigen. Onderweg naar het nieuwe gebouw passeer ik een hostess die enkel als functie heeft de mensen in de juiste richting te sturen. Piekfijn in een blauw uniform uitgedost met een roos foulardke rond de nek geknoopt. Ze lijkt wel gedropt door een van de vele vliegtuigen boven ons.

Ik moet op de derde verdieping zijn. Eenmaal daar ga ik op zoek naar de dienst oftalmologie en vind een beetje verder een grote groep mensen die in afgescheiden hokjes aan de zijkant, het lijken wel treincoupés, of op kleine stoeltjes naast kleine tafeltjes met tijdschriften op, dat lijkt dan weer een kapsalon, aan het wachten zijn terwijl er grote videoschermen boven hun hoofd hangen met vage, zwart-wit foto’s van andere mensen op; mensen die al aan de beurt zijn en dus al bediend worden, terwijl zij allemaal nog aan het wachten zijn. Ik zie bij elke foto wel een nummer staan en besef plots dat ikzelf nog geen nummer heb. Ik schuif aan bij een van de verpleegsters (in tegenstelling tot die hostess van daarstraks toch volledig in het wit gekleed), die aan een van de verschillende, over het plateau verspreid staande, hulppunten druk staat te praten met een oud koppel. Als ik eindelijk aan de beurt kom, vertelt ze me fijntjes dat ik bij haar niet moet zijn voor een nummertje maar bij nog een andere automaat die vlak bij de lift staat. Dus ik ga terug naar de lift en inderdaad, bingo, mijn winnend nummer van de dag is 381.

Op de weg terug naar de vestibule, ontdek ik dat er een deur op uit komt met daarachter een lange gang met tal van deuren links en rechts. Het lijkt wel een enorme konijnenpijp. Het is daar dat de wachtenden op regelmatige basis in verdwijnen. Ik vraag me af of ze ook een drankje moeten drinken of een cake eten om door een van de vele deuren te geraken. Of zouden ze, net zoals Alice, enkel gered kunnen worden door de vele tranen die uit al die zieke ogen vloeien in dit tranendal?

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie