14 juni 2018 – Sant’Eufemia a Maiella

Het is tijd voor ons jaarlijks mannenevenement: met een groepje van vier a vijf man, maximum zes, anders wordt het te veel, de bergen ingaan, afzien als een beest tijdens de dag (zelfkastijding in het jaar des Heren 2018), Compeed blarenpleisters in de aanslag of toch in de rugzak, stinkend naar het zweet en uitgeput slapen in berghutten ‘s nachts, lekker eten zo veel als dat en wanneer we maar kunnen zonder dat onze levensstijl een gespreksthema aan tafel wordt en ‘s avonds, voor het slapen gaan, het feestelijke alcoholdrinken, want waarvoor doen we het anders allemaal? Slechts één gulden regel dient bij dit alles absoluut gerespecteerd te worden: vrouwen niet toegelaten. Mannen komen van Mars en moeten dus minstens één keer per jaar op retraite kunnen gaan boven op een berg om wat te bekomen van al dat vrouwelijk geweld rondom en in ons, amen.

Vroeger ging ik met een groep ex-Telenet-collega’s, maar aangezien er een zijn knie al begint op te zwellen bij het afdalen van een trap en hij dan nog weigert naar een dokter te gaan, een ander boven aangekomen op een berg er telkens weer uitziet alsof hij elk moment een hartaanval kan krijgen terwijl hij met een boze en dreigende blik naar dat hotel met verwarmd zwembad en ayurvedische massage vraagt, nog een ander , verraad o verraad, plots liever met zijn vriendin ging fietsen en een vierde zich onlangs geout heeft als iemand die homosexualiteit toch wel als iets tegennatuurlijks beschouwt, is het groepje een beetje uit elkaar gevallen. Althans wat bergwandelingen betreft. 

Gelukkig voor mij is er The Ghent Connection dankzij dewelke er zich al snel organisch een ander groepje heeft gevormd bestaande uit de leader of the pack die als Gentse ex-Telenet-collega nog steeds dezelfde is gebleven, twee oncologische chirurgen van UZ Gent waarvan de ene, Willem, indien uitgedaagd, in staat is om ter plekke een openhartoperatie uit te voeren met zijn zakmes terwijl de andere, Yvo, zo’n vat van liefde en warmte is dat je overal waar hij staat de neiging hebt om potjes en pannetjes op de grond te zetten om toch zoveel als mogelijk van het kostbare goed op te vangen, en dan is er ook nog een docent scheikunde van de campus Kortrijk van de Universiteit Gent die je tijdens bergwandelingen op een bizarre manier van ver herkent omdat hij zelfs in de zomer wandelt alsof hij aan het langlaufen is, inclusief benen die niet buigen maar vooruitglijden tussen de wandelstokken door, zelfs als het bergop gaat. 

Deze keer bevinden we ons in het Maiella natuurpark in de Abruzzen. Gisterenavond laat zijn we met een vlucht van Ryanair aangekomen in Pescara en dan met een gehuurde bestelwagen helemaal doorgereden naar Sant’Eufemia a Maiella, het kleine bergdorpje met zicht op de Monte Amaro, de hoogste berg van de regio, na il Gran Sasso de tweede hoogste van de Abruzzen, en waar we van plan zijn morgenavond, na twee dagen trekken, op te overnachten in een vrijstaande berghut van de CAI, de Club Alpino Italiano. We hebben net overnacht in het gastenverblijf van de kleine camping waar ik met mijn gezin twee jaar geleden drie weken vertoefd heb tijdens de grote vakantie. Onze gastheren, Felice en Licia, hebben ons op zijn Italiaans gisterennacht benvenuti geheten en hebben net gevraagd of we bij het ontbijt de croissants het liefst warm hebben of niet.

We zitten op de kleine patio tussen de huisjes in te wachten op het eten als, zoals zo vaak bij de aanvang van een trip, we het even hebben over het fascinerende beroep van Willem en Yvo. Het is alsof we collectief dit gegeven opnieuw moeten verwerken om de volgende dagen terug onnozel kinderen te kunnen zijn. Zo vaak kom je gewoon niet mensen tegen die andere mensen open snijden en daarin morrelen al is het dan met een goed doel. Ik profiteer van de gelegenheid om aan te kondigen dat ik binnenkort ook ga moeten geopereerd worden. “Is het echt?,” vraagt Willem, “Aan wat dan?” “Aan een ontstoken traanzakje.” Chirurgen oncologie kennen misschien veel, maar ontstoken traanzakjes doen ook bij hen duidelijk geen belletjes rinkelen. Met mijn dankzij google superieur, nieuw verworven inzicht leg ik uit wat er juist aan de hand is. “En waar zit dat traanzakje dan juist?,” vraagt Yvo nu. Hij staat al voor me en is met zijn ogen aan het priemen naar mijn ooghoek. Ik verwacht al dat hij net als al die oogartsen, als een soort van beroepsmisvorming, gaat beginnen duwen op het bobbeltje, maar zo ver wilt hij de privé-consultatie niet laten gaan blijkbaar. Gelukkig voor mij is er Joachim, de langlaufer, nog die out of the blue zegt: “Ik ben daar zelf ook aan geopereerd geweest, Patrick. Ik was een jaar of zes of zo. Maar ik heb wel tot een aantal jaren nadien scheel gekeken.” De opluchting van eindelijk, na al die maanden zoektocht, iemand tegen te komen die ook ooit last gehad heeft van een ontstoken traanzakje maakt al snel plaats voor een nieuwe zorg: scheel gekeken? Waarschijnlijk is dat oog scheef getrokken door de genezende wonde? Misschien is die operatie langs buiten laten doen dan toch geen goed idee? De twijfel slaat weer toe. Maar dan vraagt Willem waar ik de operatie ga laten doen. Ik antwoord: “Gasthuisberg.” “Goed,” zegt hij, “ik zou ook eerder zo’n type ziekenhuis kiezen. Je bent daar in goede handen. Of die weten toch tenminste wat ze doen.”

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie