Met al dat werken is het alweer een tijdje geleden, maar we gaan nog eens lekker eten en nadien een pint of twee drinken. We, zijn Koenie en ik. Koenie, vriend des huizes, in datzelfde huis wereldberoemd betonnen-tuinbank-maker, ex-amateur-badmintonner, danspartner in vervlogen tijden, Adonis in nog langer vervlogen tijden, maar nog altijd even aantrekkelijk qua stijlvolle verschijning, ogen en stemtimbre. We gaan straks nog lekker pikant gaan eten bij de Thai in de Brusselsestraat, maar hebben eerst afgesproken op het terras aan de Metropole op de Oude Markt. Het is een doordeweekse weekdag en dus lopen we weinig risico op plaatselijke gewelddadige ontmoetingen of the third kind met dronken niet-studenten uit het Vlaamse achterland of zatte Nederlanders. Ik ben erin geslaagd een van mijn favoriete plaatsjes te bemachtigen: de tafel naast de grote zij-ingang vlak voor het grote raam is nog vrij. Koenie is zoals zo vaak de laatste tijd te laat. Het is alsof de rollen tegenwoordig omgekeerd zijn. Vroeger was ik diegene die altijd te laat kwam, maar ik snak tegenwoordig zo naar een vrij leefmoment dat ik niet kan wachten om eraan te beginnen. Plots zie ik een sms-bericht verschijnen op mijn smartphone: ‘Bijna daar.’ Omdat ik net op het punt sta om zelf iets te bestellen, bel ik even en vraag hem wat hij wilt drinken. Hij kiest een witte wijn. Nog een teken van ouderdom: vroeger dronken we geheid gewoon een pint. Nu gaat hij voor een witte wijn want het is gewoon lekkerder, je moet er minder van drinken om toch al een beetje effect te hebben plus het is beter voor de lijn zo wordt gezegd. Zelf ga ik voor een Duvel. Niet zo goed voor de lijn maar twee Duvels is het nieuwe maximum, meer is voor fysiek overdreven fitte pubers die over geen tijdsbesef beschikken vermits nog een eeuwig leven voor hen.
Als Koen aankomt, zie ik hem echter raar opkijken. “Wat heb jij aan je oog, Patrick?” Ik probeer mijn verbazing te verbergen want het is de eerste keer dat iemand anders het bobbeltje aan mijn oog opmerkt. Ik antwoord luchtig dat het een ontstoken traanzakje is. “Een traanzakje? Nooit van gehoord. Wat is dat?” Ik zeg: “Ik tot enkele maanden geleden ook niet,” en leg uit dat het zich bevindt in het oogweefsel aan de zijkant van de neus, ergens tussen de twee traanbuisjes in. Dankzij google ben ik dan ook een halve oogarts geworden. Koen daarentegen is nog steeds niet mee. “Twee traanbuisjes?,” vraagt ie. “Ja, blijkbaar hebben we er twee. Eentje vanonder en eentje vanboven. En als de traanbuizen er niet in slagen om de tranen af te voeren, is er nog altijd een traanzakje om de tranen op te vangen. Allez, zo heb ik het toch begrepen.” “En dat is ontstoken?” “Blijkbaar. Maar er is al een operatie gepland begin september. Dus je moet je geen zorgen maken.” “Ok, maar het ziet er niet zo mooi uit. Je hebt geluk dat je een bril draagt. Door hem valt het niet zo op. Anders zou je nogal bekijks hebben.”
