Ik ben opnieuw in Italië. Tweemaal op een jaar in mijn absoluut droomland, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Deze keer ben ik er met heel het gezin voor de grote vakantie. Twee volle weken lekker eten, lekker drinken, genieten van het goede weer (waaronder af en toe wat deugddoende regen), de prachtige natuur en vooral de zalige mensen. Want nergens anders kom je mensen tegen die zo open zijn. Ok, er lopen natuurlijk ook klootzakken rond, zoals overal, maar de gemiddelde Italiaan is zo open naar andere mensen toe dat het een verademing is na al die introverte boreaalse volkeren die je moet doorkruisen met de auto om er te geraken. Vooral als je zelf een beetje Italiaans spreekt, hoef je maar even een babbeltje te slaan op straat of je wordt al uitgenodigd in huis voor een espressootje of iets straffers. Naar mijn gevoel is het gewoon het meest open volk van heel Europa. Open voor contacten van mens tot mens, discussie en warmte. De andere kant van de medaille is natuurlijk wel dat, als het niet goed gaat, als er totaal geen klik is, je het ook snel zult merken. En dit kan gaan van niet-gespeelde koelheid tot luidop uitschelden op het strand. Probleem is dat die gereserveerde Europeanen dan hun kop in kas trekken en inwendig zitten te vloeken hoe onbeleefd die Italianen wel niet kunnen zijn. Terwijl je gewoon moet terugschelden. Of de koelte gewoon aanvaarden als een feit en verder gaan.
Het is midden in dit prachtig land dat ik plots een telefoon ontvang uit het verre België. We zijn net terug op weg met de auto naar onze camping op de Monte Amiata in de Maremma. Wanneer de telefoon binnenkomt, zie ik dat het een 016-nummer is. En doordat ik vlak voor de vakantie nog gecontacteerd ben geweest door een recruteringsbureau uit het Leuvense, denk ik dat het opnieuw dezelfde headhunter is. Ik heb echter geen zin de komende dagen nog meer van die mystery calls te ontvangen en dus beslis ik toch even op te nemen en duidelijk te maken dat het nu niet past. “Hallo, met Patrick?,” antwoord ik. “Dag Mijnheer Hoskens.” Vreemd, het is een vrouwenstem die door mijn wagen klinkt en de vorige keren was dat telkens een man, die headhunter. Maar ik tolereer eigenlijk geen enkele vorm van inbreuk op mijn heilige grote vakantie en dus roep ik, een beetje belachelijk, naar de microfoon: “Ik ben wel op vakantie hoor!” “Op vakantie, mijnheer Hoskens?” “Ja!” “Ja, maar dit gaat wel over uw gezondheid hoor.” Mijn gezondheid? Gaat die vrouw misschien pillen of zo proberen te verkopen aan mij? Of een cursus zentherapie? “Wat bedoelt u met ‘mijn gezondheid?,” vraag ik beleefd. “U bent Patrick Hoskens? Uit de Kruisstraat, te Kortenberg?” ‘Lap,’ denk ik, ‘ik zit daar weer in een of ander gehacked klantenbestand.’ “Ja?” “U spreekt met Dokter Nelissen van Gasthuisberg. Ik werk voor Professor Mombaerts. Ik bel u om te zeggen dat we de operatie een beetje gaan moeten uitstellen.” “Uitstellen?” “Ja, we zouden willen voorstellen om de operatie te laten plaats vinden op 26 september ipv 10 september.” Misschien is het de warmte waardoor die bobbel precies maar blijft groeien, of anders is het omdat andere mensen, zoals Koen, het beginnen te zien, maar ik zie verder uitstel totaal niet zitten en zeg dat ook. “Ja maar, mijnheer Hoskens, het kan niet anders hoor. En uiteindelijk gaat het maar over een week of twee. Dat zal het verschil niet maken zeker?” Ja, als je het zo stelt, bedenk ik me, stelt dat natuurlijk niet veel voor, twee weken extra wachten, ik ben al meer dan vier maanden aan het wachten. Ik wil echter niet gewoon zeggen dat het voor mij allemaal goed is en dus reageer ik: “Kan ik ervan uitgaan dat er dan geen verder uitstel meer zal zijn?” “Ja, mijnheer Hoskens. Natuurlijk, mijnheer Hoskens. De operatie gaat dan door op 26 september. Zonder fout.” “Allez, het is goed dan,” antwoord ik. Tegelijk bedenk ik me dat als het niet goed zou zijn, ik sowieso ver achter die 26 september zou terecht komen. Vind maar eens een nieuwe oogarts die bereid zou zijn een operatie uit te voeren. En dan zou de operatie nog moeten ingepland worden ook nog. En we zijn zelf pas rond 19 augustus terug in België. Hopeloos. “Ok, tot 26 september dan.” “Tot 26 september, mijnheer Hoskens.”
