26 september 2018 1.3 – de Koddige Kolderkat

Ik begin net weg te doezelen als er terug op de deur geklopt wordt. Deze keer is het geen verpleegster, maar een heuse jonge hipsterdokter, te herkennen aan zijn witte doktersjas en het piekende snorhaar boven op zijn natte bovenlip. Eerst denk ik dat hij een beetje verlegen is, maar dan zie ik dat hij zijn gezicht wat afwendt om een uitbundige grimas te verbergen. Net wanneer ik die toch wel heel brede lach opmerk, debiteert hij op een plechtige manier tegen de muur naast mij maar nog altijd met die lach op of, accurater gezegd, om zijn gezicht: “Dag, mijnheer Hoskens, bent u nog steeds van plan de operatie te laten uitvoeren?” Totaal perplex antwoord ik: “Waarom zou ik de operatie niet meer laten uitvoeren?” “Ik weet het niet. Het kan toch zijn dat u van gedachten veranderd bent?” Ik wil al vragen waarom ik van gedachten veranderd zou zijn, of er soms redenen zijn om van gedacht te veranderen, of de operaties hier in dit half verlaten gebouw misschien op geen kloten trekken en of dat hij soms deel uitmaakt van een geheime verzetsgroep tegen Hartenkoningin, als hij mij met zijn vreemde lach onderbreekt: “Ik check gewoon even of de operatie met uw instemming plaats vindt.” Nog steeds stomverbaasd antwoord ik: “Ja natuurlijk, anders zou ik hier toch niet zijn? Ziet u hier soms mensen staan die mij hier tegen mijn wil vast houden?” “Zolang dat dan maar duidelijk is, hein Mijnheer Hoskens,” antwoordt hij met trillende snorharen. 

Voor ik terug kan reageren, vraagt hij nu: “En aan welk oog wilt u juist geopereerd worden?” Opnieuw kijk ik verbaasd op. Lezen die hun medische dossiers niet of zo? Of hebben ze daar geen toegang toe? “Ziet u dat dan niet? Dat oog met het bobbeltje ernaast. Die verdikking daar?,” en ik wijs op mijn linkeroog. “Wilt u uw bril even afzetten, mijnheer?” Ik hoop dat er dan toch nog een onderzoek gaat plaats vinden, neem mijn bril voorzichtig af en plaats hem op het nachtkastje naast mijn bed. Maar wanneer ik mijn hoofd terug ophef staat de Kolderkat plots daar met een stift hoog opgeheven in zijn rechterhand. Zonder veel plichtplegingen, laat staan het vragen van een toestemming, tekent hij een overdreven grote pijl op mijn voorhoofd, boven mijn linkeroog. Wanneer ik hem erover aanspreek, antwoordt hij met, wat ik veronderstel, een knipoog onder goede verstaanders moet zijn: “We zouden niet willen dat ze zich van oog vergissen hein.” Opnieuw verschijnt die brede grimas op zijn gezicht en terwijl ik gebiologeerd toekijk, gaat het door mijn hoofd dat het inderdaad geruststellend is dat ze door die pijl zich niet meer gaan kunnen vergissen van oog, maar dat door die pijl mij net zo goed het gevoel besluipt van straks ergens op een lopende band te liggen. Misschien dat ik daarom zo lang heb moeten wachten of dat er nog een bijkomend uitstel is geweest? Ze hebben misschien beslist om die vijf ontstoken traanzakjes van deze contreien samen aan te pakken? En volgen er na mij nog drie patienten met een pijl boven hun rechteroog en nog ene met een pijl boven zijn linkeroog, zoals ik? De Koddige Kolderkat gaat ondertussen achterwaarts terug naar de deur. Ik overweeg nog even hem te vragen wat er nu juist gaat gebeuren tijdens de operatie maar bedenk me dat wat er ook uit die lachende mond komt, het nooit au serieux genomen kan worden. Hij ziet de twijfel in mijn ogen en besluit dat de moment gekomen is om mij aan te moedigen. “Ik wens u nog een goede operatie mijnheer Hoskens!”, roept hij luid met twee opgestoken duimen en verdwijnt dan breed grijnzend in het deurgat. 

Ik bekijk me nog eens goed in de spiegel van de badkamer. Met een beetje goede wil kan die belachelijk grote pijl dan toch gezien worden als een concreet bewijs dat ik hier wel in goede handen ben; ze hebben zelfs al truukjes bedacht om te vermijden dat ze zich van oog vergissen. Daarom beslis ik om vlug een foto te nemen van mijn gezicht met pijl en al om hem naar Tin en de kinderen te sturen en hen zo gerust te stellen. Zelf ben ik er blijkbaar nog altijd niet helemaal gerust in want als ik mijn ogen terug sluit om even verder te rusten, zie ik voortdurend die bizarre, wijde lach van de Kolderkat voor mijn ogen zwemmen. 

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie