Rond een uur of één vallen ze binnen. Het is woensdagmiddag en dus hebben ze deze namiddag, op die belachelijk vele hobby’s na, vrij. Onderweg hebben ze broodjes gekocht in een broodjeszaak die er goed uitzag. Ze hadden gedacht voor mij ook een broodje mee te brengen maar god zij dank hebben ze het niet gedaan want ik heb zelfs al een middagmaal gekregen en opgegeten. Het smaakte me want al dat nuchter blijven is niet mijn sterkste kant.
Maar ook de honger van Tin en de kinderen blijkt van korte duur te zijn, want wanneer ze binnen komen verschieten ze zich letterlijk dood. Ze dachten hier een vader/partner aan te treffen zonder enige merkbare impact van een kleine routineoperatie maar in de plaats daarvan zien ze voor zich een dik opgezwollen en kaduuk staande ooghoek. Daarnaast is er het bloed dat zich blijkbaar nog steeds bevindt op mijn wang, zijkant hoofd en hals. Ook mijn haar zit vol met aangekoekt bloed, zelfs op het hoofdkussen ligt er nog opgedroogd bloed. Tin is in alle staten. Ze vindt dat dat allemaal op niets trekt. “Kunnen ze dat niet een keer opkuisen na zo’n operatie?,” vraagt ze gechoqueerd. Ook Sam en Ella vinden het allemaal maar niets. Hun sterke papa zo, door onbekenden geveld en overduidelijk gewond, aantreffen in een bed, daar hadden ze duidelijk niet op gerekend. Tin, zoals altijd daadkrachtig, begint al met de hulp van Sam en Ella, mij proper te maken. De kinderen maken papieren zakdoeken nat in de badkamer en Tin schuurt en schrobt met de natte proppen om al het bloed weg te krijgen.
Zelf ben ik volledig overdonderd. Ik was nog niet uit mijn bed geraakt en had dus nog niets gemerkt of gezien van bloed of zwelling of wat dan ook. Integendeel, ik had fantastisch nieuws voor mijn gezin dacht ik, want ik had niets van pijn gevoeld en zelfs nu nog, nu de verdoving grotendeels uitgewerkt was, voelde ik nog altijd niets van die wonde. En ik had zelfs nog geen pijnstiller moeten bijvragen! Mij leek dit tot op dat moment de beste operatie ooit. Maar plots ongerust door hun reactie begin ik me nu toch eens even goed te onderzoeken. In het bed wel nog altijd. Recht staan en wandelen wil ik nog even uitstellen tot die studentenrestaurantworst met boontjes en puree wat gezakt is. Allemaal samen betekent dit mijn ooghoek voorzichtig wat aftasten. Ik voel eerst de lijm. Op de tast lijkt die d’r inderdaad goed dik op te liggen. Dat zal die verdikking wel zijn zeker? Ik tast verder. En dan, ja, dan is er een serieuze schok, het bobbeltje ter hoogte van mijn oogkas zit er nog steeds. Ik voel het als voordien parmantig zijn kop opsteken onder de huid. Eerste gedachte: “Wat is me dat nu weer voor ne zever?” Tweede gedachte, nog erger: “Ze hebben zich misschien niet van oog vergist, maar wel van plaats?” En beide gedachten verhogen alleen maar de onrust. Dus begin ik erover tegen Tin. “Allez, Patrick, dat meent ge toch niet? Waarvoor hebben ze jou dan geopereerd?” “Voor een ontstoken traanzakje.” “Ja, maar hoe kan het dat die bobbel er dan nog altijd zit?” “Ja, dat weet ik ook niet.” “Heb je de dokter al gezien?” “Neen, maar normaliter komt die langs in de loop van dag.” “Die Professor Mombaerts? Die die operatie gedaan heeft?” “Dat weet ik niet. Ik hoop het. Nu ben ik toch ongerust moet ik zeggen.” “Vraagt maar eens goed wat er aan de hand is. En zegt ook maar dat het een schande is hoe je d’r hier bij ligt. Met al dat bloed en zo. En los daarvan ziet dat oog er toch ook wat raar uit.” In zo’n dingen heeft ze altijd gelijk mijn hartendiefje.
De broodjes vallen ondertussen tegen. Ze zijn niet zo krokant als ze leken. En ook de verse groentjes proeven niet zo vers. Ter compensatie stel ik Tin voor dat ze de broodpudding van mijn middagmaal opeet. Als zoetebek van de familie laat ze zich dat geen twee keer vertellen. Nadat we afgesproken hebben dat Tin mij de volgende dag rond een uur of negen ‘s ochtends komt afhalen, eenmaal wanneer die verplichte ene dag en nacht ziekenhuisopname achter de rug is, vertrekt ze terug met de kinderen. Ella moet naar haar les drama om 3 uur en Sam naar de muziekschool om 4. Die jeugd van tegenwoordig gaat nog een burn-out op hobby’s krijgen als ze niet oppassen. Maar eerst krijg ik nog een dikke kus en knuffel van alle drie.
| ReplyForward |
