“Hallo? Met de dienst oftalmologie van Gasthuisberg?”
“Dag Mevrouw, u spreekt met Patrick Hoskens. Ik ben onlangs, een tweetal weken geleden, geopereerd door uw diensten in Sint-Pieter aan een ontstoken traanzakje. Maar het probleem is dat ik het gevoel heb dat de wonde niet juist evolueert. Zo heb ik de indruk dat ze eerder dikker wordt dan dunner. En dat kan toch niet de bedoeling zijn, of wel soms?”
“Wanneer bent u juist geopereerd, mijnheer Hoskens?”
“Op 26 september.”
“En wie was uw behandelende arts? Ik probeer uw dossier hier terug te vinden.”
“Professor Ilse Mombaerts.”
“Dank u… Wacht, mijnheer Hoskens, ik stel voor dat ik een keer check met de dokter van wacht wat we het beste doen. Hebt u even tijd?”
“Ja hoor, ik wacht wel.”
“Ik ben zo terug. Ok?”
“Ok.”
…
“Mijnheer Hoskens, ik ben terug. Ik heb net even overlegd met de dokter en ze vraagt of die verdikking waarover u spreekt rood ziet.”
“Neen, ik denk het niet, neen. Allez, ik vind toch van niet.”
“En doet het pijn?”
“Neen, helemaal niet. En trouwens nu u dat vraagt, dat vind ik ook bizar aan die wonde sinds die operatie. Die heeft dus op geen enkel moment pijn gedaan. Ik heb dus helemaal niets gevoeld van die operatie. Kan het zijn dat die wondlijm die u gebruikt hebt, pijnstillende eigenschappen heeft?”
“Dat weet ik zo niet, mijnheer Hoskens. Maar u zegt dus dat u op dit moment totaal geen pijn hebt aan die wonde?”
“Ja, totaal niet, ik voel helemaal niets daar.”
“Ok. Belt u dan een keer terug wanneer het pijn doet.”
“Sorry?”
“De dokter zegt dat zolang het niet rood ziet of pijn doet er volgens haar niets aan de hand is. Dus laat ons iets weten wanneer het wel pijn begint te doen.”
“Dus ik moet wachten tot dat het pijn doet. Is het dat wat u zegt?”
“We denken dat er niet echt een probleem is, mijnheer Hoskens. Maar als het pijn begint te doen, kunt u ons zeker terug contacteren. Ok?”
“Tja, dat zal dan wel moeten zeker?”
“Dag mijnheer Hoskens.”
“Dag mevrouw.”
Rambo, Iron Man, ze zouden de boel doen ontploffen. Letterlijk.
