13 November 2018 – Teamvergadering

Het doet nog altijd geen pijn. Maar we zijn dinsdagnamiddag en dat wil zeggen dat we  nu onze wekelijkse teamvergadering hebben. Tot nu toe zijn mijn collega’s enorm supportief geweest, maar zelf begin ik me enorm te schamen voor mijn nieuwe Quasimodo-look. Vooral het woord ‘klantenbezoek’ begint me langzaamaan de stuipen op het lijf te jagen. Dan zit je daar te presenteren in kostuum bij een bank en probeer je verkrampt zo weinig mogelijk het woord ‘oog’ of aanverwante begrippen te gebruiken (wat niet zo eenvoudig is als het lijkt) en de aandacht af te leiden van alles dat gelaat is. Zo worden mijn powerpointpresentaties flashier en flashier. De animaties die ik erin steek doen bijna pijn aan de ogen (lap!). De hoop is dat ze op deze manier die vervelende aandacht van het publiek captiveren en vast houden. Zolang ze maar niet naar mijn gezicht kijken. Dat is mijn nieuwe moto.

Maar nu is het Fabiano, het werkpaard van het team, die aan het presenteren is en we zitten allen, acht man sterk, rond de grote tafel die op zich alleen al zo’n 80% van de vergaderruimte in beslag neemt. Zoals zo vaak bij presentaties van Brabantse trekpaarden, excelleren die van Fabiano net niet op het vlak van de visuals. Catchy statements, pictogrammen, leuke lay-outs, het is allemaal niet aan hem besteed. Meestal zijn het ellenlange excelsheets met projecten, actiepunten, owners en deadlines op. Zodat het risicoschuw management het gevoel heeft dat 1) er heel veel werk verzet wordt en 2), nog veel belangrijker, alles onder controle is. Dat de rest van de organisatie zich ondertussen verloren voelt bij zoveel opgelijste ijver is van ondergeschikt belang. Maar deze keer is het behandelde onderwerp zelf wel belangrijk en dus probeer ik, met de nadruk op probeer, te volgen. Enige bijkomende probleem: ondanks het feit dat ik helemaal niet zo ver zit van het scherm, kan ik niet zien wat erop staat. 

Zoals ik de afgelopen weken geleerd heb, probeer ik op een nogal ridicule en opzichtelijke (lap 2!) manier met de duim en wijsvinger van mijn linkerhand mijn ooghoek wat open te sperren zodat het traanvocht toch nog een weg naar buiten vindt. Om op die manier mijn zicht (lap 3!) wat te verbeteren. Maar zelfs dan lukt het niet meer zo goed. Ik vraag aan Fabiano om de zichtbaarheid (lap 4!) te verhogen door een beetje in te zoomen. “Hoe? Kun jij dat niet zien?,” hoor ik hem verbaasd reageren. Fabiano heeft echter als fanatiek jogger ook een getraind hart van goud en ondanks al zijn ongeloof probeert hij te doen wat ik vraag. Maar zelfs nadat hij de projectieresolutie ook nog eens verhoogd heeft, blijft het beeld flou voor mij. Ik sta al op het punt om het op te geven als ik merk dat drie stoelen verder nog een plaats vrij is. Als ik daar ga zitten, zit ik nog wat dichter bij het scherm en misschien lukt het dan wel, klinkt een vertwijfeld stemmetje in mij. Onder het voorwendsel nog een koekje te willen nemen uit de doos die Alexia, de half-Griekse keukenprinses van het team, een beetje verderop op tafel heeft gezet, probeer ik zo onopvallend mogelijk van plaats te veranderen. Opgelucht stel ik vast dat het daar inderdaad nog wel lukt, weliswaar met de hulp van mijn linkerduim en -wijsvinger.

Fabiano is net terug van jetje aan het geven. Jammer genoeg is het onderwerp dat mij interesseerde al achter de rug want hij gaat zoals altijd in een hels tempo door zijn gevreesde excelfile. Overgeleverd aan de lijst van overige actiepunten vraag ik me gepijnigd af of zo’n oogklemmen (lap 5!) zoals Alex, het hoofdpersonage van ‘A Clockwork Orange’, opgezet kreeg, om hem te dwingen te kijken naar de expliciete seksscenes afgewisseld met wat goede oude ultraviolence, of die ergens te koop zouden zijn? Als ik die zou kunnen vinden, op Bol.com of zo, kan ik misschien nog die 21 december halen.

Op weg naar huis passeer ik voor de eerste keer in zeven weken, zo lang heb ik plichtsgetrouw gewacht, zoals aanbevolen door mijn ‘specialiste’, langs het zwembad. Enkel om vast te stellen dat de druk van mijn zwembrilletje op het bolletje in mijn oogkas alleen nog maar meer pijn doet dan voor de operatie. Tegen dat ik thuis ben, ben ik zo gedegouteerd van mijn situatie, de toestand waarin mijn oog zich bevindt na eerst maanden wachten op een operatie en dan weken wachten na de operatie, dat ik de kwaadheid in mij nauwelijks nog de baas kan. Kortom, het wordt tijd voor retributie. Een oog voor een oog (lap 6&7!!!!) zou overdreven zijn en, god zij dank, niet nodig. Maar het scheelt niet veel, lijkt mij.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie