In de auto, op de terugweg naar huis, geraken Tin en ik er maar niet over uit wat voor een onzin we deze ochtend allemaal te horen hebben gekregen. En dan ook nog eens de manier waarop. Als een van die de laatste tijd gehypete hypersensitievelingen is het bij Tin vooral het totaal empathieloze karakter van Hartenkoningin dat als een rode lap op een stier werkt. Zelf geraak ik er niet meer aan uit dat ik mij door die vrouw heb laten behandelen. Maar in mijn hoofd stond als jongste kind van praktizerende, katholieke ouders en zelf alumnus van de KUL het volgende godsoordeel gebeiteld: een Professor van UZ Leuven of Gasthuisberg is TOP, beter kun je niet zitten of treffen. Niet dus.
Op dat moment, in de auto, beslis ik dat er niemand nog ooit aan mijn lijf gaat komen als ik daar geen goed gevoel bij heb. Maar ik besef dat dit gemakkelijker gezegd is dan gedaan. Verander zo maar eens van oogchirurg begin juni, een maand voor de grote vakantie, als je al vier maanden op zoek bent naar een oplossing. Ik denk dat Tin weer voelt dat ik niet meer hier ben maar ergens ver weg de demonen aan het bevechten ben. Ze zegt heel lief: “Je hebt dat wel goed gedaan sjoe. Ik heb bijna niets gezegd omdat je het zelf allemaal zo duidelijk stelde voor die vreselijke Professor Mombaerts. Ik ben echt trots op u.” Ik voel de tranen in mijn ogen opwellen en dank Tin van toch meegegaan te zijn. Ik zeg: “Stel je voor Tin, dat jij niet was meegegaan. En ik zou nadien verteld hebben aan anderen wat er allemaal gebeurd was. Niemand zou mij dan toch geloofd hebben???! Niemand! Alleen daarvoor is het keibelangrijk dat je mee gegaan bent Tin. Dat er een getuige is van dit hallucinant gesprek. En dat het daardoor vanaf nu niet langer gewoon woord tegen woord is.”
Eenmaal thuis beslis ik nog vlug even die etymologische oorsprong van patiënt volgens de Hartenkoningin te checken. Dat het woord dus uit het Engels afkomstig zou zijn en oorspronkelijk zoiets als ‘geduld hebben’ zou betekend hebben. Ik geloof daar namelijk geen kloten van. Alsof dat men in de oudheid of, als het iets recenter is van oorsprong, de middeleeuwen of zelfs de Nieuwe Tijd, d’r mee bezig was dat patiënten geduldig waren. Die mensen waren al blij als ze geholpen werden volgens mij. Eigenlijk net zoals ik nu, na mijn catastrofale passage aan dat zo gereputeerde Gasthuisberg.
Dus neem ik thuis even mijn etymologisch woordenboek ter hand. En zie, het is dus inderdaad regelrechte onzin: patiënt is een afgeleide van ‘patiens’, het tegenwoordig deelwoord van het Latijnse werkwoord ‘pati’, wat lijden betekent. Om zeker te zijn, dubbelcheck ik nog even op het internet of deze oorsprong van het woord daar bevestigd wordt. Aanvankelijk is dat ook zo, maar dan stoot ik plots op een site en dan nog één waar, tot mijn verrassing, blijkt dat er toch nog een grond van waarheid zat in wat ze me vertelde. Zoals vele van onze meer geleerde woorden is het woord patiënt niet rechtstreeks uit het Oude Latijn tot ons gekomen maar via het Middel-Frans en daar heeft het blijkbaar wel de connotatie gekregen van ‘met geduld lijden’. Maar de oorsprong van het woord is dus helemaal niet het Engels. Het is het Engelse ‘patient’ dat dezelfde Middel-Franse stam heeft als ons Nederlandse ‘patiënt’, in plaats van andersom. Alleen heeft het Engels onderweg de connotatie van het lijden laten vallen om zo bij geduld uit te komen. Terwijl in onze continentale talen, de nadruk op het lijden zelf bleef liggen.
Uiteindelijk is dat toch ook de kern van de zaak, niet? Mij lijkt althans het lijden in deze toch nog net iets belangrijker te zijn. Maar ja, dit aspect van de oorspronkelijke betekenis van het woord komt die IJskoningin natuurlijk veel slechter uit. Want dan moet je dat lijden natuurlijk wel erkennen. En laat dat nu net hetgeen zijn dat die afschuwelijke goden niet doen. Tenzij vanuit die ijzingwekkende hoogte. Beter die lijdzame overgave aan het lot of moeder natuur wat benadrukken. De stille overgave waarmee die arme zieken verondersteld worden haar liefdevolle zorgen in ontvangst te nemen. Zonder tegenspraak haar woord dankbaar voor waar aannemen. En al zeker zonder te klagen. Onnozele trut.
