Wanneer ik in zijn bureau binnen kom, zit hij opnieuw met zijn rug naar mij toegekeerd naar zijn computerscherm te kijken. Misschien is dit zijn favoriete manier om mensen te ontvangen? Zodat de spits afgebeten wordt door een rug in een paar hemdsmouwen? Maar zodra ik ga zitten in de consultatiezetel schiet hij toch in gang. Hij zegt: “Dag Mijnheer Hoskens, ik vrees dat die weefselvorming bij u er toch iets anders uitziet dan bij die andere man het geval was. Komt u even kijken.” En hij nodigt mij uit om ook naar zijn computerscherm te komen kijken. “Kijk, ziet u? Bij die andere man, die Turk, weet u nog?, daar zat ook veel littekenweefsel, maar dat bevondt zich enkel aan de oppervlakte waar het litteken zich ook bevond. Bij u gaat het weefsel ook in de diepte. En het is al een serieuse bobbel, zoals u kunt zien, bijna net zo groot als uw oog. Ziet u?” Ja, ik zie alles op de CT-scan: in spiegelbeeld, een grote, witte bobbel een beetje rechtsonder van mijn linker oog dat dus op zijn beurt ook rechts staat. En zijn uitleg klinkt wederom superlogisch en zo rustig dat het allemaal bijna vanzelfsprekend lijkt. Maar in mijn onderbuik voel ik toch wel weer enige onrust opkomen want wat betekent dit nu weer voor mij en mijn behandeling? Dus vraag ik het hem.
“Wel,” antwoordt hij, “ik had jou verleden keer gezegd dat we, afhankelijk van de resultaten van de CT-scan, misschien wat bijkomend onderzoek gingen moeten doen, niet?” Dat kan ik alleen maar beamen. “Wel, mijnheer Hoskens, ik vrees dat dit nu het geval is. Als het ok is voor u, zou ik eigenlijk twee dingen willen doen nu: een kijkoperatie doen, om zelf eens te kunnen zien hoe dat er binnen uitziet en tegelijkertijd een biopsie te laten uitvoeren om het weefsel zelf een keer grondig te onderzoeken. Is dat ok voor u?” Ik voel dat we al terug aan het dansen zijn. Maar het voelt wel nog niet aan als een wals. Of we blokkeren voorlopig nog na stap 1. Ik overweeg vlug even mijn opties en stel vast dat ik er eigenlijk geen meer heb. Terug gaan naar die Professor Mombaerts of zelfs dat gedrocht Gasthuisberg is totaal onaanvaardbaar. En hier heb ik tenminste het gevoel dat ze weten wat ze aan het doen zijn. Dus antwoord ik: “Als u denkt dat dat nodig is, dan moet dat maar, dokter Decock. Zegt u maar wat u van mij verwacht.” “Wel, mijnheer Hoskens, de eerste vraag is hoe dat we deze kijkoperatie gaan doen. In principe kunnen we dat enkel met lokale verdoving doen, maar ik weet niet of u dat ziet zitten?” Ik antwoord dat ik niet zo’n held ben als het gaat over snijden in mijn lichaam, dat ik misschien toch liever algemene verdoving zou hebben, indien mogelijk. “Dat is geen probleem, mijnheer Hoskens, dan doen we het onder algemene verdoving. Volgende vraag wordt wanneer?” Het lijkt alsof hij alles al voorzien heeft want in een adem gaat hij door: “Zou eventueel nu vrijdagavond voor u gaan? U moet dan hier zijn tegen een uur of 3 om u in te schrijven en zo. De operatie zelf zou dan om 5 uur kunnen plaats vinden.” Ik vind het voorstel wel grappig want net die vrijdag in de ochtend heb ik mijn al geplande opvolgingsafspraak met Hartenkoningin. Dat betekent niet alleen twee ziekenhuisbezoeken voor mijn eigen persoon op 1 dag, een unicum in een mensenleven lijkt mij, maar vooral ook dat ik die arrogante ijskoningin eens goed op haar plaats ga kunnen zetten na maanden van wachten op enige constructieve bijdrage van haar aan mijn leven. “Ah, stelt u nu voor om iets te doen? Laat maar, ik heb al iemand anders gevonden om het te doen. EN die weet tenminste ook wat hij doet. Dat is lekker meegenomen, vindt u niet?” Zoiets zie ik me al zeggen tegen haar.
Maar de idee van weer onder het mes te moeten, stoot me wel af. Al gaat het maar om een kleine kijkoperatie. Dus vraag ik aan Dokter Decock of hijzelf de operatie gaat uitvoeren. “Ja, natuurlijk,” antwoordt hij. En hoe lang ze gaat duren. “Een uurtje maximum.” En of ik moet blijven slapen in het ziekenhuis dan. “Best wel, denk ik. Als de operatie vroeger op de dag kon plaats vinden, was dat misschien niet nodig geweest. Maar nu, als we de operatie om 5 uur ‘s avonds doen, gaat u denk ik toch iets te groggy zijn om diezelfde avond nog terug naar huis te gaan. En u gaat pas ergens of ten vroegste rond een uur of zeven terug uit de verdoving komen, denk ik. Begrijpt u?” Dat begrijp ik. Dus beslis ik er op advies van de dokter een kijkoperatie met overnachting van te maken. Dan komt die blauwe pyjama, die we samen met heel de familie waren gaan kopen in den Inno van Leuven in september, enkele dagen voor de operatie van Professor Mombaerts, toch nog van pas. Toen had ik uiteindelijk de ganse dag en nacht doorgebracht in het bebloede operatiekleedje met de onmogelijke knopjes. En had ik zelfs de kans niet gekregen hem aan te trekken. Hier gaat dat misschien wel lukken.
