Ongelooflijk. Het verschil met Gasthuisberg blijft me verbijsteren. De vrouw van het verplichte elektrocardiogram, de man van de echografie van mijn hart, het administratief en verplegend personeel richting kijkoperatie, allen, zijn de vriendelijkheid zelve. En, toch even zeggen, niet in die fake american flashy teeth style kind of way. Het zijn telkens gewoon mensen, die goed of te weinig geslapen hebben, kinderen of hobby’s hebben of beiden, zoals wij allen. Wat een verschil met die wandelende en pratende machines van Gasthuisberg. En als zelfs de verpleegster hier zich persoonlijk komt voorstellen voor de operatie valt mijn mond helemaal open. In Gasthuisberg stelt niemand zich voor. Vragen ze je gewoon om op de tafel te gaan liggen. Enkel als je zelf moeilijk begint te doen en wat vragen begint te stellen, gaan zij ook een keer moeite doen. En de situatie van het verplegend personeel in Gasthuisberg is nog erger. Die mogen hun mond zelfs niet open trekken in aanwezigheid van al die geleerde mensen. Dat zijn idealiter neutrino’s, die alomtegenwoordig zijn en als een zwarte, anonieme massa tussen al die overbelichte atomen doorheen glijden, liefst zonder dat iemand er last van heeft.
Decock zelf zie ik voor én na de operatie. Die hooghartige en zelfvoldane professor Mombaerts heb ik bij de operatie in Sint-Pieter geen enkele keer te zien gekregen. Ik blijf me zelfs afvragen of zijzelf die verkeerde operatie wel degelijk uitgevoerd heeft. Misschien had ze het uitbesteed aan een van hare vele assistentes en heeft ze gewoon niet het lef om het toe te geven. Of vindt ze dat het niet mijn zaken zijn. Ik zou het alvast niet kunnen zeggen want ik heb haar gewoon niet gezien. Dit alles betekent dat de eindscore Decock-Mombaerts enkel en alleen al op het vlak van communicatie tijdens een operatie 2-0 wordt. Voor de operatie kwam Decock langs om te kijken of alles goed ging. Toegegeven, eigenlijk dus om mij gerust te stellen. Maar waarvoor dank. Na de operatie kwam hij terug langs. Ditmaal om te zeggen dat de operatie goed verlopen was. Ik herinner me vaag dat ik nog vanuit mijn slaap vroeg of “het er goed uitzag daar binnen?” En dat hij antwoordde “Ja, ik denk het wel. Het ziet er in ieder geval uit als een witte, consistente massa.” Maar hij kwam dus opnieuw langs. Waarvoor opnieuw dank.
Ok, die wachtkamer voor de operatie (in Gasthuisberg was dat tegen de muur van een gang), die alles weg heeft van een sjieke kapsalon, inclusief lederen zetels waarvan de beensteunen omhoogklappen als je achterover leunt, is er misschien een beetje over. Zelfs de boekskes liggen klaar op de rand van de kleine bijzettafeltjes. Het doet bij mij in ieder geval de vraag rijzen, en sorry als het een beetje kleinerend klinkt, of er hier soms veel plastische chirurgie of van die vermageringsoperaties enzo plaats vinden.
Deze keer is het van de specialisten de anesthesist die de meeste indruk op mij weet te maken. Hier is het geen waterpijprokende groene rups, maar een viriele veertiger met een donkere baritonstem. Zo’n stem waarvan je als je lang genoeg ernaar luistert in slaap kunt vallen. Niet omdat het allemaal maar wat saai is wat hij weet te vertellen, maar gewoon door het timbre en het ritme waarmee hij spreekt. Deze anesthesist heeft eigenlijk geen verdovingsmiddelen nodig. Die stem alleen al is voldoende voor mij. Bovendien straalt hij ook nog eens enorm veel warmte uit. Hij lijkt oprecht begaan met mij en gaat, denk ik, zeker mee kijken met dokter Decock. Niets gaat aan zijn aandacht ontsnappen. Bijna hadden we onze poëzieboeken uitgewisseld. Het was alleen niet zo praktisch om te doen op die steriele operatietafel.
Als ik op zaterdag terug wakker word in de ochtend, blijkt dat ik een prachtig zicht heb vanuit mijn kamer op een parkje met dennenbomen naast het ziekenhuis. Terwijl de daken van het ziekenhuis zelf dan weer grasvelden lijken te zijn, op hun beurt volledig geïntegreerd in de natuur. Alleen de verpleger waarvan ik ‘s ochtends bij mijn vertrek afscheid neem, heeft diezelfde vreemde blik in zijn ogen als de krullenbol van radiologie. Bij hem is blijkbaar het zicht van mijn gezwollen oog alleen al voldoende om die op te roepen.
