Willem heeft me deze keer een mail gestuurd. Misschien dat de afgelopen keer mijn dromerige verlangens naar magie en happy endings hem een beetje op de zenuwen gewerkt hebben. En hij nu dus opteert voor een veiliger manier van communicatie. Met minder risico op blootstelling aan mijne zever. Maar de mail zelf mag er wezen. Hij zegt mij niets meer of minder dan dat op basis van de PET-scan gisteren afgenomen het gezwel aan mijn oog volgens hem primair is. En dat er dus totaal geen uitzaaiingen zichtbaar zijn. Heel waarschijnlijk is het een zeer zeldzame primaire tumor van de traanklier. Mijn perfide geest vraagt zich onmiddellijk af of ik misschien niet genoeg geweend heb in mijn leven? Nochtans zo plezant was het allemaal niet tot nu toe. Maar als de kansen op prostaatkanker serieus afnemen als je maar genoeg klaar komt, geldt misschien hetzelfde voor traanklierkanker? Des te meer je weent, des te minder kans op vervelende tumoren daar? En, jammer genoeg voor mij, vice versa? Ik denk dat ik sowieso al te veel gelachen heb in mijn leven. Als ik bezie wat voor een onnozelaars er niet bestaan. Het is dat of psychopaat worden. Geef me dan maar het lachen.
Maar om het goed te maken, tegenover moeder natuur en misschien ook tegenover de onnozelaars die zich aangesproken voelen door dit schrijven, of gewoon als boetedoening voor al mijn arrogantie, zit ik nu aan de keukentafel te huilen als een klein kind. De tranen rollen over mijn wangen. Zoals in de film. En ik moet er geen enkele moeite voor doen. Het komt allemaal vanzelf. Gewoon van de opluchting. Omdat het ding voorlopig alleen nog maar daar zit. En hopelijk nooit ergens anders gaat komen. Dat er überhaupt nog hoop is. Dat mijn lichaam nog geen opeenstapeling van gezwellen is, rechtgehouden door een skelet en voorzien van een lekkere bloedsomloop om verdere verspreiding nog wat verder te vergemakkelijken. Dat we er misschien nog net op tijd bij zijn. Dat we het misschien nog kunnen oplossen met een operatie. Een goed uitgevoerde, welgemikte en accurate operatie door iemand met kennis van zaken.
Tin betrapt me beneden aan de keukentafel. Ik had gehoopt dat ze nog wat langer was blijven slapen. Lang genoeg toch tot dat de tranen gestopt waren met rollen of misschien zelfs opgedroogd op mijn gezicht. Maar neen dus, plots staat ze achter mijn rug en nog voor ik iets kan doen om mijn gezicht te verbergen, heeft ze de tranen al opgemerkt. Eerst verschiet ze even, maar als ze dan te weten komt dat het eigenlijk tranen van hoop zijn, zie ik ook bij haar de opluchting in haar ogen. De opluchting ook dat ik niet stiekem achter haar rug zit te wenen met mijn nieuwe situatie als kankerpatiënt, maar dat het wel degelijk veroorzaakt is door een mail die ik net ontvangen heb en dat het dan ook nog eens goed nieuws betreft.
En nu zitten we al samen aan de keukentafel te huilen. “Heeft hij nog iets anders gezegd, Willem?,” vraagt Tin nu. “Ja, hij zegt dat ‘de behandeling gaat bestaan uit een combinatie van radiotherapie (bestraling), operatie en eventueel chemotherapie’”. “Ja, maar dat is goed hein Patrick, dat er nog een behandeling gewoon mogelijk is.” “Ge gaat mij niet horen klagen,” reageer ik. En hop, nu rollen de tranen al over de keukentafel. We hadden onderling al eerder afgesproken om het pas dit weekend te vertellen aan Sam en Ella. Maar nu met dit nieuwe bericht heeft het al helemaal geen zin meer om nog langer te wachten. “Ik stel voor dat we het straks vertellen aan Sam en Ella, ok Tin? Direct als ze wakker zijn. Ik ga het niet langer kunnen verzwijgen nu. Bovendien hebben we nu ook goed nieuws te vertellen. Het eerst verdict is dat het toch nog behandelbaar zou zijn. Ok, het is voorlopig nog in de voorwaardelijke wijs, maar dat is toch ook al iets. Beter iets dan niets op dit moment, hein sjoe?” Nu breekt de zondvloed helemaal los en terwijl we wachten op Sam en Ella om op te staan, zitten we samen hand in hand aan de keukentafel te wenen.
