Het thema dat volgens de boekskes iedereen bezig houdt die de diagnose ‘kanker’ te horen krijgt, houdt mij in deze Kerstperiode ook bezig: waar komt die kanker in godsnaam vandaan? Naast de allesverterende wanhoop en de zich opstapelende haatgevoelens naar een zekere Ilse Mombaerts (‘Professor’ is ze niet langer waardig genoemd te worden, vind ik) en het arrogante Gasthuisberg toe, is het mijn belangrijkste tijdverdrijf op dit moment. Niet dat ik daar constant mee bezig ben. Integendeel zelfs. Er is maar één ding dat constant is en dat is de wanhoop. Die is altijd aanwezig. Dan, op de tweede plaats, komt de haat en de kwaadheid. Die slaagt er zelfs in om af en toe de wanhoop te doorbreken. En pas daarna, op de laatste plaats, komen de mogelijke oorzaken van de kanker. Die springen telkens weer als individuele feitjes onverwacht in mijn hoofd. Begeleid door de vraag: “Zou het dat soms kunnen zijn?” Het duurt dan een minuut of twee om het ding te overwegen, te bekijken langs alle mogelijke kanten en dan te catalogeren als totaal irrelevant want die kanker zit daar toch al aan mijn oog. De wanhoop terug toe te laten en alles te laten overspoelen als de tsunami dat dat monster telkens weer is. Bijkomend probleem bij dit alles: de lijst van mogelijke oorzaken die eindeloos is en dus niet afgewerkt geraakt. Bovendien blijft alles terugkomen. Dingen die je op een bepaald moment afschrijft als onzin komen even later dan toch weer terug als absolute zekerheden. En zo gaat het maar door.
Ik wil jullie echter de belangrijkste van deze bespiegelingen niet onthouden. Als het iets aantoont is het hoe belachelijk een mens wel niet kan zijn en dat is toch een les die we altijd en onder alle omstandigheden moeten blijven onthouden. Daarom, de theorieën die opgeld doen tijdens deze langste nacht, zijn de volgende:
- Zou het van het zwemmen kunnen komen? Zoals eerder gezegd heb ik door het zwemmen, door mijn spannend Speedo Merit zwembrilletje, het gezwel voor het eerst ontdekt, begin dit jaar al. Bij het afzetten van dat brilletje was er plots die pijnlijke bobbel. Zou het kunnen dat al die brilletjes, die ik ooit versleten heb, te hard spanden en een of andere smeerlapperij klem gezet hebben in een traankanaal? Iets dat daar zo ambetant van werd dat het op de duur geopteerd heeft voor het opstarten van een goede oude kankercelproductie? Iedereen die ooit gezwommen heeft met een zwembrilletje, weet wat ik bedoel, met de rode randen van het zwembrilletje die afgedrukt staan op je gezicht rond je pijnlijke oogballen. Of zat er soms vuiligheid in het zwembad en werd dat samengedrukt in mijn traanzakje aan de linkerkant? Een tijdje geleden is mijn favoriet zwembad in ieder geval een tijdje gesloten geweest omdat het valse plafond begon in te storten. En dat daar rommel in kan zitten zoals asbest is algemeen geweten.
- Of zou het kunnen dat het van de vakantie in Corsica komt, twee jaar geleden? Van die laatste dag aan de zee? Zoals zo vaak gingen we d’r nog eens één keer, de laatste keer, voor een goei bruin coucheke op het strand en ik herinner me alsof het gisteren was dat net op het moment dat we terug op weg naar onze tent vertrokken hoog in de bergen, we zaten net in de wagen, ik een hele korte, maar heel intense pijn voelde aan de zijkant van mijn neus, de linkerzijkant bovendien. Zo intens alvast dat ik ernaar greep met mijn hand en dat ik erover begon te praten tegen Tin. Het was alsof er plots een naald in de zijkant van mijn neus werd gestoken. Even snel als hij gekomen was, was hij echter weer weg en sindsdien heb ik er totaal niet meer aan gedacht. Tot nu.
- Of zou het nog verder terug gaan in de tijd en van mijn vader komen die als belangrijkste hobby zijn konijnen in zijn konijnenkot had? En die die lustig inspoot met alles wat hij dacht dat ze nodig hadden? Tegen de konijnenziekte enzovoort? In die gloriejaren van de pharmaindustrie, de jaren ‘60 en ‘70? En elke zondagmiddag aten wij konijn aan de grote eettafel. Superlekker, maar god weet wat er allemaal in zat. Ik heb in ieder geval nooit bij ons thuis een dierenarts gezien.
- Of zou het van Tsjernobyl komen? Toen ik in de nacht van 1 Mei 1986, aan het begin van dat verlengd weekend, in de gietende regen terug naar huis fietste aan de Kastelein, lichtjes aangeschoten wel? Om dan pas de dag nadien op de radio te horen dat er die nacht een radioactieve wolk over ons land getrokken was, afkomstig uit de steppen van de Sovjet-Unie. Niet langer ernstig radioactief, werd er in één adem aan toegevoegd, maar toch verzwegen tot dan door de Europese en nationale bewindvoerders. Waarom mensen ongerust maken als het niet nodig is, niet?
- Of komt het van het snutten? Ik hoor nu al iedereen denken: het snutten? Maar sinds een jaar of twee al probeer ik, wanneer ik met de fiets naar het werk ga of terug, te leren snutten zoals mijn grootvader zaliger dat deed; zo met de duim van een hand het ene neusgat toeknijpen en dan zo hard als mogelijk blazen door het andere gat. Zodat je de snot lekker weg ziet vliegen. Alleen moet je je hand op tijd weg trekken of ze hangt zelf helemaal vol met slijm. En dat is niet de bedoeling. Alhoewel. Als ik het echt zoals Vaderhoskens wilde doen had ik de snot misschien net wel moeten opvangen. Want hij deed dat onder andere wanneer hij een groot stuk grond moest omschuppen en de geruchten gaan dat hij dan zijn snot gebruikte om de grip van zijn handen stevig te houden. De volgende generatie, die tufte gewoon in zijn handen, om hetzelfde doel te bereiken. En mijn generatie vind dat allemaal, snutten én tuffen, nu al veel te vies. Jakkes, wat al die boeren voor ons allemaal niet deden. Zo snel gaat dat. Maar ik heb het dus nooit echt goed gekunnen, zo vliegend snot snutten. Rechts ging het wel. Daar lukte het me al een tijdje om er een stevige snottebel door te jagen. Maar links is het nog altijd alsof die riolering in mijn neus niet goed in mekaar steekt. Dat er ergens een obstakel zit dat alles blokkeert. En misschien is dat wel dat gezwel en heb ik dat gewoon wakker geschud met al mijn gesnut?
- Of komt het soms van die ene keer dat ik wat centen nodig had en, zonder enige kennis of ervaring, de houten vloeren van een burgerwoning uit de jaren vijftig heb zitten proper maken met een schuurmachine? Omdat daar een zwarte smurrie ophing die vroeger diende om de linoleum perfect te doen aansluiten? Allemaal in het zwart natuurlijk, maar deze halsdaad is ondertussen zeker verjaard, dus ik mag dat hier rustig bekennen. Allez, als op ontwijking van de belastingen tot in de miljoenen of zelfs miljarden euros een verjaringstermijn van slechts enkele jaren staat, zal zo’n student die wat bijverdient zich geen zorgen moeten maken, veronderstel ik. En dan zeker een student zonder enige ervaring. Want het was pas nadat de dochter van de nieuwe huiseigenaars even was langs gekomen dat ik plots een mondmasker en een stofbril kreeg aangeboden.
- Of zou het dan toch nog van mijn roken komen? Tot bijna 20 jaar geleden was ik een verstokte roker. Net zoals alle mannelijke en de meeste vrouwelijke leden van de familie. Maar toen, in 1999, na een jaar of twee verminderen, had ik er plots helemaal genoeg van. En iets wat ik nooit voor mogelijk gehouden had, gebeurde dan toch: ik stopte met roken. Volledig. Maar hier vraag me nu af of ik daar wel goed aan gedaan heb. Mijn vader en mijn oudere broer zijn ook dikwijls gestopt. Maar altijd terug begonnen. Zij hebben echter geen kanker gekregen. Misschien is roken ook wel ergens goed tegen kanker? Is dat hoesten ‘s morgens, alsof je ter plekke ofwel gaat stikken in je slijmen ofwel een hartaanval gaat krijgen terwijl je probeert hen open te rijten met lucht, eigenlijk gezond? Kwestie van de luchtwegen eens goed open te zetten en leeg te blazen? Een beetje zoals met die nieuwe Dyson stofzuigers tegenwoordig? Daar heb je ook geen stofzakken meer nodig.
En zo blijven alle mogelijke oorzaken maar malen door mijn hoofd. Steeds weer opnieuw. Enkel de theorie van ‘het niet genoeg geweend hebben’, heb ik ondertussen kunnen laten varen. Wat dat is pas echt totale onzin. Alsof ik niet genoeg afgezien zou hebben in dit met chemische spul alom vervuild, slijkerig tranendal. Daar zal ik eens goed mee lachen, zie.
