30 december 2018 – De langste nacht

Goed, ik weet dat er mensen op aan het werken zijn. En dat we nog altijd maar de eerste week van de Kerstvakantie zijn. Maar ik heb nog altijd niets van hen gehoord. En zolang ik niets van hen gehoord heb, weet ik toch ook niet zeker of ze mij wel echt gaan kunnen helpen? Is die joekel van een gezwel naast mijn linkeroog bijvoorbeeld nog wel ‘behandelbaar’? Zelfs zonder uitzaaiingen? Want het is niet omdat het ding primair is dat er plots geen probleem meer zou zijn, of wel soms? Ze kunnen in ieder geval moeilijk mijn kop afzagen om zo verdere verspreiding te voorkomen. En zelfs als er nu nog geen uitzaaiingen zijn, hoe zit dat met die microschilfers? Die onnoemelijk kleine kankercelletjes die op de duur los komen van het moederschip en zich daarna verspreiden door het lichaam via het lymfestelsel of de bloedvaten? Of hoe zit het met die fase tussen één gezwel op één plaats en vele gezwellen op verschillende plaatsen? God zij dank heb ik blijkbaar nu nog geen gezwellen op andere plaatsen, maar misschien zit mijn lichaam op dit moment al vol met van die schilfers, op zoek naar een nieuwe locatie om zich te nestelen en zich nadien lekker tegoed te doen aan mijn organisme. Zot ben ik aan het worden van al deze vragen en angsten in mijn hoofd. 

Ettelijke keren sta ik op het punt om te mailen, of nog erger, te bellen naar Yvo of Willem. Maar telkens geneer ik me dood. Ze hebben al zoveel gedaan voor mij en ook voor hen is het nu Kerstvakantie. Wat ga ik dan wat beginnen mailen of bellen en hen lastig vallen omdat het allemaal niet snel genoeg zou gaan? Omdat ik geen tijd meer zou hebben om te wachten? Waarom zouden zij in de Kerstvakantie de rommel snel snel moeten opkuisen die die incompetente en arrogante Ilse Mombaerts en dat Gasthuisberg van mijn kloten, dat monster van een medisch instituut van de KU Leuven boven op de berg, veroorzaakt hebben? Die hun werk eerst al niet goed gedaan hebben en daarna alles gewoon hebben laten aanmodderen?

Hetgeen het helemaal ondraaglijk maakt, is dat er sinds kort weer een nieuwe gewaarwording bijgekomen is. Sinds een dag of drie ervaar ik ter hoogte van mijn wenkbrauw zo van die elektrische zenuwspasmen. Alsof er zich daar een kikker bevindt die gevivisecteerd is en waar men nu met elektrische schokken probeert te checken of een van die kikkerbillen zich nog samentrekt zoals het hoort. En soms wordt het nog erger want dan heb ik het gevoel dat het niet gewoon in de wenkbrauw zit maar nog dieper; in de sinus al of zo. En is die kanker zich al een weg aan het banen richting hersenen. Of zich al minstens in het bot van de oogkas aan het ingraven. En hoe doen ze dat, een oogkas wegzagen? Hoe maak je een gat in een holte? Waarschijnlijk maken ze het gat gewoon groter. Met de laser, zoals in Star Wars. Bot of geen bot, zelfs titanium gaat dat ding lossendoor. En valt er dan soms niets uit? Een stuk van de hersenen? Het stuk met mijn taalknobbels? En is het gedaan met mijn polyglot gekoketteer? Of nog erger, mijn kritisch vermogen? En word ik voor een jaar of twee nog een kwijlend debieltje? Voor zover ik dat al niet ben.

Gelukkig zijn Tin en de kinderen er om mij wat af te leiden. Ook thuis. Want je kan niet elke dag een stad bezoeken. Het is vreemd hoe dat zelfs maar half uitgesproken zinnen of half uitgevoerde huishoudelijke taken zo veel rust kunnen brengen. Gewoon omdat ze door jezelf of je huisgenoten geopperd of uitgevoerd worden. Gewoon de wetenschap dat dit allemaal gebeurt en dat je daaraan participeert, al is het maar door aanwezig te zijn, geeft zin aan het leven. Meer hoeft dat niet te zijn dat leven. Al die grote dromen stellen niets voor in vergelijking met dat vuil bestek in die afwasbak en dat stuk taart dat daar staat uit te drogen. De stomste huishoudelijke taak geeft meer zin aan dit leven dan Eerste Minister zijn of CEO van om het even welk bedrijf. Ik heb eigenlijk altijd al geweten dat die huisvrouwen stiekem gelijk hadden. Thuis is waar het te doen is. Al de rest is opvulling. Het is daar dat ons leven zin en structuur krijgt, bepaalt wordt wie of wat we zijn. Maar ik heb tot nu toe wel nooit beseft dat ik tot op zo’n microniveau bepaald word door mijn directe omgeving. Die idee dat we allemaal los staan van elkaar, eilandjes zijn voor elkaar, klopt dus maar gedeeltelijk. Ja, het klopt als het gaat over onze diepste verlangens. We weten zelf al niet zo goed wat we allemaal wel willen. Laat staan dat we zouden kunnen controleren wat er allemaal in ons omgaat. Wie zou er dan in staat zijn om, in deze omstandigheden, zijn of haar zielenroerselen op tafel te leggen en even voor te leggen aan al die dierbaren? Kwade tongen beweren steevast dat we niet durven. Maar het is geen kwestie van durf. Het is een kwestie van onmacht. We delen wat we kunnen maar veel is het niet. En uiteindelijk doen we allemaal toch gewoon onze goesting. Maar dat van die eilandjes klopt dus niet als het gaat over onze identiteit, over wie of wat we zijn, over waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Zonder de anderen zijn we een vat chaos, vol angsten en dromen. Het zijn zij die zeggen wie we zijn. Zelf lullen we er maar wat op los.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie