31 december 2018 – Tristan en Isolde

Het is weer zover. Weer loopt een jaar op zijn einde. En omdat we niet in Boedapest zitten, hebben we aan Tim en Isa gevraagd of we bij hen oudejaar mogen komen vieren. De afgelopen jaren, als we dan toch een keer niet het land verlaten hadden, ik schat dat het nu de derde keer is op bijna twaalf jaar tijd, waren zij telkens het ideale Plan B voor ons. En wij ook voor hen, denk ik. Ideaal omwille van, zoals zo vaak bij die jonge gezinnen, de kinderen: zij hebben d’r twee en wij hebben d’r twee, van ongeveer dezelfde leeftijd en alle vier zijn het lieve, zorgzame en fantasierijke kinderen. Geen opgefokte kinderen die absoluut hun superioriteit willen bewijzen door dingen kapot te maken. Met gedoogsteun van de trotse ouders. Neen, vier kinderen die kunnen communiceren en heel goed met elkaar kunnen opschieten. Ideaal ook omwille van de afstand. Zij wonen in Schaarbeek, wij in Kortenberg. Ik schat, in vogelvlucht, op maximum 10 kilometer afstand van mekaar. Met zo’n korte afstand behoort enige alcoholconsumptie tot de mogelijkheden. En zeg nu zelf, hoe oudejaar vieren zonder alcohol? Zeker als de gastheer ook nog eens over een fantastische wijnkelder beschikt. Want ideaal ook omwille van de locatie. Oudejaar vieren we altijd bij Tim en Isa thuis. In hun prachtig herenhuis. Niet dat ons huis niet mooi is. Maar dat van hun past toch iets beter bij de feestelijke aangelegenheid die oudejaarsavond toch is. In ruil, dat is door de jaren zo’n beetje stilzwijgend overeengekomen, organiseren wij minstens één keer per jaar een fantastische barbecue bij ons thuis. Want wij hebben misschien geen herenhuis maar wel een prachtige tuin in de zomer, daar bij ons op den verre boerenbuiten. 

Ideaal ook omwille van de kookkunsten van Tim en Isa. Tim is een getalenteerd amateur-kok die zelf ook graag veel en lekker eet. Zo een van die mensen ook die zo veel mag eten als hij wilt, hij blijft even slank. Maar vooral, vooral, vooral, is Isa van Italiaanse afkomst. En niet zomaar van Italiaanse afkomst, maar afkomstig van de mooiste stad van la mia Italia: Siena! Wat betekent dat ze minstens de primo piatto voor eigen rekening neemt en dat tegen dat het hoofdgerecht op tafel verschijnt ik al in de zevende hemel zit. Het toeval wilt dat Tim – alhoewel is dat wel toeval? Ik denk het niet. Ik denk dat dat pure lotsbestemming is – afkomstig is van de mooiste stad van België: Brugge. Of neen, correctie, eigenlijk is hij afkomstig van Nieuwpoort, maar hij is naar de middelbare school gegaan in Brugge en zoals bijna alle West-Vlamingen beschouwt hij Brugge toch als zijn referentiestad. Een beetje zoals Tin en ik met Antwerpen van Ongs doen. En dat Isa net van Siena komt en Wim net van Brugge, dat moet dus echt het fatum zijn. Want beide steden zijn niet alleen de mooiste van hun land, ze zijn ook van alle steden in hun land min of meer de naam waardig, het meest verstard in de tijd. Waar dat je in Brugge elk moment een jonkvrouwe met zo’n middeleeuwse punthoed op verwacht in een bootje op de reien vergezeld van enkele zwanen, verwacht je in Siena elk moment zo’n ridder of een condottiero op een paard die met kletterende hoefijzers en wapperende banier door de straten dendert op zoek naar de zoveelste veldslag met Firenze. 

Bovendien is er geen volk waarmee wij, Vlamingen, meer gemeenschappelijk hebben, dan met de Italianen. Wij delen dezelfde aandoenlijke naïviteit, dezelfde openheid naar de rest van de wereld toe, houden beiden ontzettend veel van lekker eten en verafschuwen chi chi maniertjes, stammen allemaal af van boeren want de nobelen zijn al lang verdwenen met de noorderzon, en zijn meer bezig met de verschillen en conflicten tussen onze eigen steden en regio’s dan met die ene allesoverkoepelende staat die ons allemaal niet zoveel zegt, behalve als het voetbal is. En dit allemaal geldt des te meer voor de fiere Toscanen en West-Vlamingen. Bovendien gaan deze twee bevolkingsgroepen dan ook nog eens beide gebukt onder dezelfde zware historisch-culturele verantwoordelijkheden, zoals, om er maar één te noemen, de geboortewieg zijn van hun respectievelijk taalgebied. Het officiële Italiaans zijnde oorspronkelijk het Toscaans en wij Vlamingen en vooral de Nederlanders, die zonder verloren zouden zijn, kunnen enkel God en misschien ook Brabant danken dat de gutturale keelklanken, de g en vooral de h, toch behouden gebleven zijn in het Nederlands ondanks dingen als de ‘Geilige Heest.’ 

Van leden van zo’n trotse volkeren kun je niet verwachten dat bescheidenheid hun grootste troef is. Wat op zijn beurt dan weer leidt tot de nodige, af en toe rumoerige conflicten. Voeg daar nog een stevige scheut koppigheid aan toe en ik kan jullie verzekeren dat een mens zich bij Tim en Isa nooit verveelt. De meest hoogoplopende discussies gaan natuurlijk net over al die dingen die hen zo na aan het hart liggen. Vergelijkingen tussen Brugge en Siena zijn dan ook uit den boze. En het onderwerp koken wordt liefst ook vermeden. Hetgeen niet zo eenvoudig is aan zo’n rijkelijk gevulde feesttafel. Maar in tegenstelling tot hun twee oerhelden – als echte Wagnerfanaten, tot en met bezoekjes aan zijn muziektempel te Bayreuth, inclusief het Bayreuthfestival zelf – Tristan und Isolde, hebben Tim en Isa tot nu toe alle interculturele spanningen overleefd. Waarvoor iedereen die hen kent de schikgodinnen dankbaar is.

Tim en ik hebben elkaar leren kennen bij het opstartende Telenet toen we daar samen werkten op de marketingafdeling rond de eeuwwisseling. Zelfs de euro bestond nog niet. Zo ver gaan wij terug in de tijd. Lange tijd was hij een van de bergwandelaars ook. Maar sinds zijn knie begint op te zwellen voor niets is hij afgehaakt.  Liever dat dan naar de dokter gaan, zegt hij zonder woorden. Dat hij een goede vriend ging worden was echter vanaf het begin duidelijk. We houden beiden van intellectuele uitdagingen, zoals een stevige discussie over een boeiend onderwerp op tijd en stond, aangevuld met een scheut intermenselijke lichaamswarmte, liefst zonder elkaar aan te raken. Wat niet wilt zeggen dat er geen verschillen zijn. Zo zit hij tijdens het werk altijd piekfijn in het maatpak. Terwijl ik al eens in een t-shirt durf te verschijnen op kantoor. En waar dat de Hoskensen allemaal dezelfde boerenstam hebben die terug gaat tot in Retie of Corsendonk, stamt hij rechtstreeks af van een lange rij notabele tandartsen. 

Maar onze vriendschap is een wetenschappelijk bewijs dat inhoud belangrijker is dan vorm. En alhoewel de discussies tussen ons soms best pittig kunnen worden, blijft een gevoel van mateloze liefde altijd overheersen. Soms sluipt er wel enige twijfel in onze relatie. Omdat wij elkaar ook niet zo vaak zien. Drukkertje druk dat we zijn. Maar als ik hem en zijn brede lach dan terug zie, vooral die opgeblazen breedsmoelkikkerlach van hem waarmee hij aangeeft iets belachelijk te vinden, wakkert mijn liefde telkens weer op en heb ik alleen maar zin om hem te knuffelen. En anders zijn er onze bezigheden wel die ons telkens weer op een of andere manier doen samen vallen. Zo was zijn laatste exploot op zich al voldoende reden voor mij om hem te blijven koesteren: zeg nu zelf, iemand die een Japans kunstboek over de psychologische impact van kleuren begint te lezen met de hulp van Google Translate, aan een tempo van één pagina per dag, die moet toch al even zot zijn als ikzelf? 

Wat Tim en Isa als koppel vooral uitzonderlijk maakt is de warmte die ze samen uitstralen. Hier, in dit huis, wordt niemand veroordeeld of zelfs beoordeeld. Tenzij het een klootzak of een trut is. Dan moeten ze niet meer terug komen. Maar voor de rest: alles kan en alles mag want we zijn allen mensen, zwak en lief tegelijkertijd. Wat voor Tin, en dus ook voor mij, ontzettend belangrijk is. Want hierdoor gebeuren er in die mooie stadswoning geen lelijke dingen, zoals een kind dat net iets te grof op zijn plaats gezet wordt of gewoon straal genegeerd wordt terwijl het om aandacht schreeuwt, of een vuile opmerking langs de neus weg gelanceerd wordt maar toch met de bedoeling om goed te raken in de onderbuik, hetgeen bij Tin, hypersensitief als ze is, enorm uitvergroot wordt alsof ze een gevoelsversterker heeft zitten in haar hoofd. In die mate zelfs dat ze er zelf van kapot is. Ook als het allemaal gericht is aan een hamster die in een hoek van de kamer in haar rad onverschillig wat staat rond te draaien. 

Ook nu weer klikt het bijzonder goed tussen ons allemaal. De kinderen vallen na een half uurtje aperitieven al niet meer te bekennen en Tim en Isa zijn weer zo lief en warm dat we ons al direct lekker thuis voelen. Natuurlijk komt mijn ziekte ter sprake en vooral wat er allemaal misgelopen is in Gasthuisberg, maar Isa weet me al direct met grote stelligheid te zeggen dat kanker in de regio van het oog goed te genezen valt omdat om een of andere reden er minder snel een metastase van komt. Dixit haar moeder toch. Zelf geloof ik er niet veel van en zeg dat ook, zeg dat alles wat er misgelopen is bij Gasthuisberg misschien wel mijn leven gaat kosten, een jaar tijdverlies plus de verkeerde operatie is toch meer dan genoeg voor een meer ingewikkelde vorm van metastase of niet soms, maar ik ben haar gewoon dankbaar voor de woorden van hoop. Het eten is zoals altijd weer superlekker en de wijn nog beter. Rond een uur of elf is er een optreden van hun zoontje van 8 jaar die viool leert. Het blijft verbazen met wat voor een sérieux hij het instrument onder zijn kin stopt en dan een gans stuk te berde brengt zonder te stoppen. Een kind van acht jaar. Zou dat aangeboren zijn, zo’n gedisciplineerd inlevingsvermogen? En om twaalf uur volgt natuurlijk de grote apotheose. Sinds de verbouwingen aan hun huis hebben ze een groot dakterras van waar je zicht hebt op de Brusiliatoren en dus het vuurwerk boven het Josaphatpark kunt aanschouwen. Zoals steeds worden de kinderen hyperenthousiast wanneer we aan het aftellen beginnen. En wanneer het vuurwerk dan eindelijk losbarst, vliegen ook de kusjes en de wensen in het rond. Het is hier dat ik even het masker van de avond moet los laten en even uit mijn rol val. Want terwijl Tim en Isa hun uiterste best doen om vrolijk en met de champagne in het hand het Nieuwe Jaar welkom te heten, kan ik het niet laten om me de vraag te stellen of dit niet het laatste Nieuwjaarsvuurwerk gaat zijn voor mij? Of ik er volgend jaar nog wel bij zal zijn, bij deze vrolijke feestbende? En wat gaat dit nieuwe jaar voor mij allemaal niet in petto hebben? ‘Een Gelukkig Nieuwjaar’ lijkt mij in ieder geval in deze omstandigheden een vreemd ding om te wensen. Maar ze zouden Tim en Isa niet zijn als ze zichzelf die vraag ook niet zouden stellen. Ik zie en voel ze kijken in het donker naar mij, met behoedzame ogen, hun gelaat half opgelicht door het vele vuurwerk. Kijken of het wel lukt en of het wel past nu al dat gevier en al die toasts. Tin, die, die ziet zelfs zonder te kijken dat ik het even moeilijk heb.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie