Mijn twee engelbewaarders zijn terug in actie geschoten. Op 31 december al, aan de vooravond van oudejaar, stuurt Yvo me een mail met de vraag of ik al iets gehoord heb van het facial team. Onder de indruk van zijn timing vraag ik me deze keer af of hij bewust zo’n communicaties doet op een moment als dit. Zodat op zijn minst toch al die feestavonden al minstens gedeeltelijk gered worden. Stel je voor dat die ongelukkige ineens begint te wenen aan de feesttafel. Eén simpele vraag, één klein zinnetje in een mail en dat gevaar is geweken voor die beklagenswaardige disgenoten. En een klein beetje hoop is weer geplant in het hoofd van die patiënt en kan daar rustig zijn werk doen. In mijn geval: ik kan weer lachen voor een uur of twaalf. Ik antwoord van niet en laat hem terloops weten dat ik op 3 januari terug bij de oncoloog van AZ Middelares moet zijn. En dat het inderdaad misschien toch wel handig zou zijn om voordien al iets te vernemen van het facial team. Zodat ik op zijn minst weet wat daar de voorgestelde volgende stappen zijn.
Op 2 januari in de ochtend dan, er zijn nog mensen zat naar huis aan het gaan na meerdere dagen feesten, vraagt Willem me via mail of ik al iets gehoord heb van het facial team. Alsof hij en Yvo onderling afgesproken hebben om mij afwisselend te ondersteunen, de ene op oudejaar, de andere op tweede nieuwjaarsdag. De lieverds. Ik antwoord dankbaar van niet. Dankbaar ook omdat hij, in navolging van Yvo, er zelf over begint. Na een week twijfelen weet ik nog altijd niet hoe ik er zelf over moet beginnen tegenover hen, na alles wat ze al gedaan hebben voor mij. Ook opgelucht omdat ik nu morgen al mijn opvolgingsafspraak heb met de oncoloog van het AZ Middelares en ik dus totaal geen idee heb wat ik tegen die man ga kunnen of moeten zeggen over de UZ Gent piste. Willem antwoordt dat hij persoonlijk eens gaat checken wat er juist aan de hand is en mij zo snel mogelijk iets gaat laten weten.
Dan, rond de middag diezelfde dag nog, stuurt Yvo mij het verlossende bericht dat Nicolas Dhooghe, de plastisch chirurg, die namiddag nog mij gaat contacteren. En inderdaad rond half vijf begint mijn iPhone de begintune van ‘Gimme shelter’ van de Rolling Stones af te spelen, mijn al meer dan 10 jaar geleden zelfgekozen dial tone. Nicolas Dhooghe stelt zich kort voor en vraagt of ik op maandag 7 januari om 11u30 kan langskomen om samen met het facial team het behandelingsplan te bespreken. Hij excuseert zich ook dat het even geduurd heeft maar zegt dat er ondertussen ook wel al hard gewerkt is op mijn casus. Dat alle nodige informatie verzameld is geweest en dat de eerste overlegrondes binnen de verschillende teams opgestart zijn. Bij elk woord van hem gaat er een golf van opluchting door mijn lichaam. Er wordt écht gewerkt op mijn casus! Het was helemaal geen droom! Er zijn mensen dé facto mee bezig! En ik mag volgende week maandag al langs komen om te bespreken wat er gedaan moet worden. Onmiddellijk na het telefonisch gesprek stuur ik een nieuwe mail naar Yvo en Willem om hen opnieuw uitvoerig te bedanken en aan mijn opluchting deelachtig te maken. Ze is zo groot dat ik even overweeg om mijn dankbaarheid in natura vorm te geven maar bedenk me dan dat heteroseksuele mannen onderling best niet zo’n dingen doen.
Maar het ene probleem is nog niet opgelost of het andere duikt al weer op. Nu vraag ik me weer af of, als ik op 7 januari naar het facial team moet, het dan nog zin heeft om morgen, op 3 januari, naar die oncoloog van het AZ Maria Middelares te gaan? Bovendien, flitst er plots door mijn hoofd, hoe gaan die mensen wel niet reageren als ze te weten komen dat ik ondertussen ook in het UZ Gent opgevolgd word? Gaan die niet een beetje ambetant zijn? In de wereld waar ik vandaan kom, die harde bedrijfswereld met de vrije markten, zou zo’n ontwikkeling alvast een hevige discussie over de eigendom van de klant opleveren. Met op zijn minst een eis voor schadeloosstelling van misgelopen inkomsten. Willem antwoordt echter dat ik me daar totaal geen zorgen over moet maken. Of nog straffer, dat zowel Decock als de oncoloog van het AZ Middelares al hebben aangegeven dat ze akkoord gaan met een ingreep van Professor Vermeersch. Wat betreft de tweede vraag, of het nu nog de moeite loont om naar de opvolgingsafspraak te gaan met de oncoloog, stelt hij echter even kordaat van ja. Misschien dat ik nog wat extra informatie kan krijgen van de biopsie of zo, zegt hij. Bovendien is het niet omdat de chirurgische ingreep, als alles goed verloopt, door Professor Vermeersch zal uitgevoerd worden dat misschien de eventuele nabehandeling, indien zoiets aangewezen is, niet in het AZ Middelares kan gebeuren. Of al is het maar uit erkentelijkheid voor alles wat ze tot nu toe voor mij gedaan hebben. “Want ze hebben jou toch snel geholpen, niet Patrick?,” besluit hij. Ik ga onmiddellijk akkoord en antwoord terug via mail: “Amai nog niet, snel én adequaat geholpen. Heel professioneel ook. In die mate dat ik het zelfs jammer vind dat ik niet in het AZ Middelares zelf geopereerd kan worden. Dus ik zal daar zeker naartoe gaan! Bedankt voor de feedback weer Willem! Maar op de duur weet een mens het niet meer. Ik denk vooral dat wij, patiënten, nog altijd te veel jullie geneesheren als eilandjes zien. Wij beseffen niet dat tussen ziekenhuizen en specialisten zulke contacten rond specifieke medische dossiers plaats vinden. En dat doorverwijzingen tussen ziekenhuizen zo vlot kunnen verlopen is pas echt toppie! Daar kan Gasthuisberg precies ook al een puntje aan zuigen. Terwijl het daar zogezegd allemaal al verenigd is in één ziekenhuis. Wat een gigantische janboel is me dat daar toch.”
