5 januari 2019 – Nieuwjaar bij Tin thuis

Vandaag gaan we Nieuwjaar vieren bij Tin thuis. Niet dat ik daar veel zin in heb natuurlijk. Nieuwjaarke vieren voor de laatste keer is nu niet echt iets om naar uit te kijken. Want Nieuwjaar vieren veronderstelt dat er nog vele jaren zullen volgen. Maar noblesse oblige, en bovenal is er de jaarlijkse tombola in Reet zonder dewelke mijn kinderen geen dag langer zouden kunnen leven. Bovendien zal het me ook wat afleiden want sinds dat we afgelopen donderdagavond thuis zijn aangekomen van AZ Maria Middelares sleep ik me voort van bed naar zetel en terug. Het enige wat me nog een beetje verzet biedt, is een wandeling in het bos die Tin plots als een verplichte dagelijkse oefening afgekondigd heeft. Dan loopt zij daar aan een strak tempo voor mij, in haar botten, met haar mooi poepeke verstopt onder haar plastieken regenjas en ik als een hond er braaf achteraan. Een wandeling van een uur ongeveer langs de oude kloostersite boven op de berg waar ergens nog een goudschat verborgen zou moeten liggen tot, helemaal aan de andere kant van het langgerekte bos, de prachtige gracht waar de Prins de Merode, een van de grondleggers van de Belgische staat, een fatale hartaanval gekregen heeft ergens in de jaren stillekens. Weer ongelooflijk eigenlijk ook van die Tin. Als de rollen omgekeerd zouden zijn, had ik enkel nog eten en drinken voor haar kunnen klaar maken of zoiets. En kuisen misschien. Zo in de basisbehoeftes wat voorzien. En voor de rest had ik haar zoveel mogelijk met rust gelaten. Als een echt ridicuul alfamannetje. Maar zij weigert bij de pakken te gaan neer zitten. Al strijdende ten onder gaan, dat zult gij!  Zijn of niet zijn! Wandelen of niet wandelen! Wat een superwijf.

Het eerste wat ik gedaan heb toen we thuis aankwamen van AZ Maria Middelares was bellen naar Willem. Om hem te vertellen wat de oncoloog allemaal gezegd had. Dat het volgens hem al te laat was om geopereerd te worden, maar dat hij zich zou neerleggen bij wat Professor Vermeersch zou beslissen. Dat volgens hem echter er enkel nog chemo kon opgestart worden. Dat het allemaal al veel te lang geduurd had en dat het risico op metastase – door die vreselijke microschilfers – groot is. Willem blijft echter kalm en zegt dat dat allemaal wel kan, maar dat we hoopvol moeten blijven, dat Professor Vermeersch inderdaad een éminence grise is en dat hij alle vertrouwen in hem heeft. Tussen de regels door versta ik dat wat Willem eigenlijk zegt, bloednuchter als altijd, is dat we gaan voor de these dat het nog vroeg genoeg is. Want als het te laat is, is het te laat. Zo simpel is dat. Om zijn woorden kracht bij te zetten zegt hij nog: “Die enkele weken extra gaan het verschil niet maken, hein Patrick?” “Volgens die oncoloog wel,” werp ik tegen. “Luister, Patrick, ga gewoon maandag naar Professor Vermeersch, ok? Laat ons eerst eens zien wat hij te zeggen heeft. Als Vermeersch tot dezelfde conclusie komt als de oncoloog, kan je dan nog altijd die chemokuur laten opstarten, niet?” Als Hitler Willem als generaal had gehad, had hij gewonnen, gaat nu door mijn hoofd. Als hij geluisterd zou hebben tenminste. En dat was heel onwaarschijnlijk. Net zoals ik op dit moment moeite heb om te luisteren precies. Ik zeg: “Ok Willem, ge hebt weeral gelijk. Maar amai, ik moet toch zeggen en weeral, voor de tweede keer, dat die oncoloog er blijkbaar telkens in slaagt om alle hoop in mij kapot te maken. En hopeloos zijn is één ding. Geen hoop meer hebben een ander en veel erger. Begrijp je?” Willem zegt van wel en als we afscheid nemen, vraagt hij onmiddellijk iets te laten weten na het gesprek maandag met Professor Vermeersch, hoe het verlopen is, enzovoort. “Evidentemente,” antwoord ik in mijn lievelingstaal, de taal van en voor mijn lieverds.

Maar nu is het dus Nieuwjaarsfeest bij Tin thuis. Sinds een aantal jaar vindt dat telkens op de eerste zondag na Nieuwjaar zelf plaats. Tegenwoordig omdat ondergetekenden normaliter op Nieuwjaar zelf in het buitenland vertoeven, maar oorspronkelijk omdat het telkens, met alle verplichtingen in al die verschillende schoonfamilies, een miserie was om iedereen samen te brengen op Nieuwjaarsdag zelf. Ook dit jaar zijn we weer op een of andere manier op de zaterdag voor de zondag in kwestie aanbeland. Maar voor ons is deze algemene regeling nu perfect. Zodat we bij het begin van de Kerstvakantie, op Kerstmis, bij mijn zuster thuis, mijn familie kunnen bezoeken en op het einde van de Kerstvakantie die van Tin. Van balans gesproken. Yin en yang is er niets tegen. 

Tegen onze gewoonte in komen we niet als laatsten aan. Niet dat dat aan ons ligt. Toon, de oudste broer van Tin, is als succesvol begrafenisondernemer een druk bezet man geworden. Hij heeft dit weekend weer twee of drie diensten en zal een beetje later zijn. De familieleden van Tin bejegenen me ondertussen met veel meer omzichtigheid dan normaliter het geval is. Zelfs haar vader maakt veel minder grapjes dan anders over mijn nog altijd gezonde eetlust. Want het moet gezegd worden: het eten is, zoals altijd, keilekker. Er is wel één nieuwigheid die dit jaar geïntroduceerd wordt, een bewijs dat zelfs tot hier de Nieuwe Tijden doorgedrongen zijn: voor de vegetarische kleinkinderen worden er vegetarische gerechten op de keukentafel geserveerd – de nog-niet-vegetarische, jongere kinderen mogen erbij zitten. Aan de hoofdtafel bedient iedereen zich zoals vanouds uitvoerig van de hutsepot met rundvlees, aardappelen en witloof. En tegen dat het dessert op tafel staat, is mijn schoonvader al schertsend weer vlot commentaar aan het geven op mijn schaamteloze eetlust die volgens hem zo’n zware belasting voor onze toekomstige erfenis maar vooral zijn huidige portefeuille betekent.

Na het eten word ik uitvoeriger aangesproken over wat er allemaal gebeurd is. Ik probeer me recht te houden in de veel te ruime zetel door met veel bravoure te stellen dat het maandag erop of eronder zal zijn. Dat ik dan eindelijk die professor Vermeersch zal ontmoeten die mij misschien nog kan redden. En dat wat die oncoloog van het AZ Maria Middelares mij allemaal verteld heeft om het zwak uit te drukken niet echt hoopgevend was. Wat ik er niet bij vertel, is dat ik ondertussen overtuigd ben geraakt van de idee dat de oncoloog eigenlijk onder één hoedje speelt met het facial team van het UZ Gent. Dat hij eigenlijk gewoon gezegd heeft wat zij zelf al besloten hebben: dat ik niet langer geopereerd kan worden. Dat ze gevraagd hebben om dit al te communiceren zodat op deze manier het voor hen gemakkelijker zal zijn om op maandag dezelfde boodschap over te brengen. Want een gewaarschuwd man is er twee waard. Of in mijn geval is het misschien eerder nog maar een halve. Of zelfs maar een tiende man als ik op mijn gevoel op dit moment afga. De link tussen de oncoloog en het facial team werd gelegd door Tin die donderdagavond in het midden van mijn formele debriefing thuis aan haar plots vroeg: “Ik dacht dat je gezegd had dat die oncoloog al voordien gezegd had dat hij akkoord ging met een ingreep van die Professor Vermeersch? Via een mail of zo?” En inderdaad, plots herinnerde ik me ook dat Willem dat gezegd had. En als het onderlinge overleg al zover gevorderd is, waarom zou er dan al geen eensgezindheid bestaan over de uiteindelijke conclusie? Toch blijf ik hopen op een operatie. Want de illusie dat ik toch nog geopereerd zou kunnen worden, al is er maar een waterkans dat dit effectief ook zo is, maakt het wachten draaglijk en het feest hier, midden in de velden, in deze opgeknapte boerderij, überhaupt mogelijk.

Na de obligate peptalk volgt de langverwachte tombola. Het is eigenlijk meer een verloting – in het Engels noemen ze het geloof ik een raffle – dan een echte loterij want achter elk ticket zit er gewoon een prijs. De vraag is alleen welke prijs want elk Nieuwjaar zijn er zo’n 200 cadeautjes te verdelen over een goede 14 man. Zoals het hoort bij een echte raffle is het meestal rommel, maar toch blijft, verbazend genoeg, het openen van de cadeaus nog altijd even spannend. De overdaad aan cadeautjes voelt aan als een overdaad aan liefde en ‘s avonds gaan elk jaar vooral de kleinkinderen moe maar tevreden naar huis met ieder zijn goedgevulde prijzenpot op de schoot in de auto. Zelf profiteer ik nog vlug van de gelegenheid om bij het afscheid nemen duidelijk te maken aan Toon dat de assen uitstrooien in de Noordzee mij een ideale manier lijkt om van mijn stoffelijke resten af te geraken. Als begrafenisondernemer is hij niet het type om zoiets te vergeten. En daarmee is dat ook weer geregeld.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie