14 januari 2019 – Driemaal is scheepsrecht

Drie keer maak ik het mee. Op één week tijd. Telkens in de nacht. Ik ben net in slaap gevallen. Maar word terug wakker gekatapulteerd door het waanzinnig intense gevoel dat ik van binnenuit implodeer. In één miliseconde verlies ik alle controle over lichaam en geest. En voel ik me letterlijk naar beneden storten. Terwijl ik val zie ik, gene zever, vlak langs mij, de graszoden en daaronder de wortels en daaronder de donkere, vochtige grond met de pieren en de maden passeren. 

Het is op dat moment dat mijn ogen wagenwijd open springen. Want ik besef dat ik dood ben. Het is de aarde die mij opslokt. Die terugneemt wat haar toekomt. Het is alsof ik word neergelaten in mijn graf. Of, neen, het voelt nog veel, veel erger aan. Het is alsof ik nooit bestaan heb, alsof ik nooit gelachen of geweend heb, alsof ik zelfs nooit geboren ben geweest. Want ten grave gedragen worden, betekent dat je daarvoor geleefd hebt en zelfs dat kan ik niet langer pretenderen. Dat gras, die zwarte humusgrond, die wortels, dat ik allemaal daar naast mij zie, dat ben ik en ik ben nooit meer geweest dan dat. Zo voelt het aan.

Ik begin net niet te krijsen. Zo angstaanjagend is het. De eerste keer is het veruit het ergst en het zwaarst om te verduren. De schok is werkelijk gigantisch. Heel mijn zijn davert op zijn fundamenten. Die, voorlopig nog, twee ogen van mij floepen open aan een snelheid die ik niet voor mogelijk hield. Ik zit ook recht in mijn bed in een nieuwe recordtijd. Puur en rauw vluchtgedrag. Blijven liggen is gewoon geen optie. 

De tweede en de derde keer was het telkens ongeveer even sterk maar al minder benauwend dan die eerste keer. Alsof je het tegen dan al gewoon wordt, zo’n gruwel van zwart zand, wormen en pieren. Wat wel blijft is dat vreemde gevoel dat er plots een dam doorbroken wordt. Dat ik overspoeld en verzwolgen word door iets monsterachtigs. Iets dat mij overmant van binnenuit. 

Eerste vraag die zich opdringt: is dit de tumor soms die zoals een paddenstoel plots zijn sporen loslaat op de wereld? Die zijn metastase triomfantelijk, met herauten en al, aankondigt? Het is in ieder geval alsof mijn organisme voelt dat de microschilfers de walburcht al verlaten hebben en dat er vanaf nu niets meer aan te doen valt. Dat ik een vogel voor de kat ben. En enkel nog kan wachten op de kroniek van mijn aangekondigde dood. 

En was die eerste keer de ontlading gewoon het grootst? Zoals bij een doodeenvoudige ejaculatie? De intensiteit van die eerste keer werd nadien ook nooit meer evenaard en dat is toch ook een zaadlozing. En is het mijn lichaam die de ontplooiing van de aanvalstroepen van de tumor registreert en zich in schok al laat afzakken in een vuile, modderige put? Om op die manier het afschuwelijke proces van de fysieke aftakeling tussenin over te slaan? 

Of, tweede mogelijkheid, is dit nu soms een paniekaanval? Nooit meegemaakt, een paniekaanval, tot nu toe toch. Voelt dat soms zo aan? Als het totale verlies van controle over lichaam en geest? Rechtop zittend in mijn bed klamp ik me aan mijn smartphone vast en begin als een razende te zoeken op Dokter Google naar de symptomen van een paniekaanval. Maar ik heb helemaal niet het gevoel dat ik aan het stikken ben. Ik ben aan het dood gaan, ja, maar niet door te stikken. En ik kan ook niet stellen dat ik pijn voel in de borst door een overslaand hart of een te kleine slagader voor de hoeveelheid bloed die er plotsklaps wilt doorstromen. Het enigste wat overeenkomt is het gevoel van dood te gaan of al te zijn in mijn geval. Blijkbaar komt dat ook vaak voor bij een paniekaanval.

De tweede en de derde keer was het zoals gezegd iets minder erg, maar na die derde griezelige forfaitverklaring van mijn lichaam sta ik in de ochtend op met zo’n ellendig gevoel dat het is alsof er niet langer een nachtelijke crisis nodig is om te vallen in het bodemloze graf. De gruwel is dus niet langer rechtstreeks verbonden aan dat nachtelijke visioen en eindigt niet wanneer ook dat laatste verdwijnt, maar blijft permanent in mijn systeem hangen. En dit vanaf het eerste ochtendgloren. 

Ik voel me zo misselijk dat ik het huis uitvlucht. Ik beslis naar Leuven te gaan in de hoop daar wat afleiding te vinden voor mijn nare gevoelens. Maar nadat ik mijn wagen terug geparkeerd heb aan de Sint-Jacobskerk, dezelfde parking waar hij ook stond bij die dubbele parkeerboete na die vervloekte operatie door Hartenkoningin in het Sint-Pieterziekenhuis, geraak ik niet meer verder dan de koffiebar op de hoek van de Brusselsestraat vijftig meter verderop, Bar Berlin. Daar zit ik een uur of twee in één van de eenpersoonszetels tegenover de oude Chesterfield. Jammer genoeg voor mij niet te bekomen. Gewoon recht te zitten en mezelf recht te houden. Met Nietzsche op mijn schoot en één latte macchiato voor mij. Maar ik krijg niets gelezen, hoezeer ik ook probeer, omdat ik me zo ellendig slecht blijf voelen. Als ik het magisch realistisch probeer te beschrijven: ik, Patrick Hoskens, als persoon, die jaren hier in Leuven heeft rondgelopen, als student, als jongvolwassene, als werkende, als papa, als mens onder al die andere mensen hier, besta even niet meer. Fysiek ben ik hier aanwezig, alhoewel ik zelfs dat durf te betwijfelen. Ik voel me althans ook onzichtbaar. Ik ben zelfs geen entiteit meer. Ik ben gedisintegreerd en lig in stukken op de grond of steek blijkbaar zelfs hier en daar in de grond. En ik slaag er niet in om de stukken terug samen te rapen. Ik durf amper op te kijken van mijn boek en blijf naar beneden staren naar de pagina’s voor mij, zonder te lezen. Na enkele uren sta ik met moeite recht en keer terug naar mijn auto. Als nog steeds onvindbare man rijd ik terug naar huis. Daar aangekomen val ik als een blok in slaap in de zetel beneden.

Wanneer ik wakker word, beslis ik een berichtje te sturen naar Yvo en Willem. Om te signaleren wat er gebeurd is. Yvo laat me weten dat hij met me mee voelt maar dat we gaan moeten wachten tot de operatie op 22 januari om te zien wat we eventueel kunnen doen, maar het allerbelangrijkste is dat mijn beide engelbewaarders geen link zien tussen de kanker en dit ellendig gevoel. Dus dat van die lijfelijk ervaren metastase lijkt al niet te kloppen. Willem geeft nog wel aan dat ik iets moet laten weten als het nog eens gebeurt en al zeker als het nog slechter zou worden. 

Zelf voel ik me na de crash-dut in de zetel lichtjes beter. Ik ben in ieder geval terug een persoon geworden. Of ik voel me toch terug mens. En besef dat ik me alleen maar verder kan voortslepen richting operatie. Het is nog maar 8 dagen wachten. Maar zoals gevreesd, na bijna een maand wachten nu sinds die vreselijke diagnose, die zelf ook al enkele maanden te laat gevallen is door het afschuwelijke geklungel van Hartenkoningin die gewoon in de buurt van een kankergezwel en waarschijnlijk zelfs erin heeft zitten snijden, tijdens een operatie waar het op haar beurt ook al lang op wachten was, wordt het wachten nu ondraaglijk. Zelf kan ik alleen maar blijven hopen dat driemaal niet altijd scheepsrecht is want dat bootje van Charon kan ik nog wel een tijdje missen als kiespijn. Ik zou graag mijn kinderen willen zien afstuderen. En ooit kleinkinderen hebben, graag. Of op zijn minst één keer kunnen vast houden. Als dat allemaal niet zou lukken door het amateuristisch geknoei van Gasthuisberg, heb ik een levensgroot ei te pellen met mijn vroegere Alma Mater. Het probleem is alleen dat ik mogelijks tegen dan met die boot al vertrokken ga zijn.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

2 gedachten over “14 januari 2019 – Driemaal is scheepsrecht”

  1. Patrick,het is toch niet te geloven wat je allemaal meemaakt, het is ook niet te vatten wat dat met een mens doet.In ieder geval kunnen we spijtig genoeg niets meer doen dan duimen voor u en hopen dat je nog wat kwalitatief kan voortleven

    Like

    1. Dag Luth, bedankt voor het duimen. Kwalitatief voortleven is geen probleem hoor. Dat valt goed mee. De grote vrees is alleen dat de kanker nog eens terugkomt. Voorlopig wel niet. Dus dat duimen van jullie kan ik goed gebruiken. Het allerzwaarste op dit moment nog is dat dit alles vermeden had kunnen worden en dat dit niet gebeurd is door de zelfvoldaanheid van 1 prof en de onmetelijke arrogantie van 1 medisch instituut – Gasthuisberg om het monster een naam te geven. Ik kan het niet vergeten, laat staan vergeven. Patrick

      Like

Plaats een reactie