17 januari 2019 – Gij zult niet stelen

België: katholiek apenland. Zelfs al woon je al meer dan 20 jaar samen. Zelfs al heb je al twee tieners rondlopen als concreet, fysiek gevolg van die ene relatie. Zelfs al ben je officieel geregistreerd als wettelijk samenwonend. Dan nog wordt de overlevende gestraft bij het overlijden van een van beide partijen. Gewoon omdat je niet gehuwd bent. Omdat je nooit geen zin gehad hebt om voor een altaar of een andere derde partij te verkondigen dat je voor de rest van je leven wilt samen blijven. En niet zomaar een beetje gestraft. Zwaar gestraft. Vooral alles van spaargeld, alles wat roerend goed is, loopt het risico niet correct verdeeld te worden. Wat mogelijks kan leiden tot de absurde situatie dat de overblijver gelukkig nog wel in het gemeenschappelijk huis kan blijven wonen, misschien mits toestemming van de kinderen, maar zelf geen nagel meer heeft om aan zijn of haar gat te krabben. Want ook de aanslag van de staat op de erfenis verschilt enorm. En ondertussen maar doen alsof hun neus bloedt, die smerige tsjeven. Ze hebben d’r niets mee te maken. Of, zelfs in de dood, nog eens goed natrappen: “Ge had maar moeten trouwen, gniffel, gniffel.” En maar zeveren over medeleven en mededogen en gij zult niet liegen en gij zult niet begeren wat uw buurman heeft, enzovoort, enzovoort. Apenland.

Het was net Yvo die mij er een aantal jaren geleden, tijdens een bergtocht in Val d’Aosta, op gewezen had dat er nog steeds zo’n enorme verschillen bestonden tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden op het vlak van de erfenisrechten. Net zoals ik dacht hij dat officieel een burgerlijke staat als ‘wettelijk samenwonend’ hebben, volstond om in orde te zijn als er een ongeluk of zoiets zou gebeuren. Niet dus. En dit in de eenentwintigste eeuw dus. Niet 1900. Of de jaren stillekes. Toen ongehuwd samenwonen nog een doodzonde was. Toen je er nog voor ging branden in de hel. Hoeveel Belgen zouden ondertussen al wettelijk samenwonend zijn? En niet langer gehuwd? 30%? 40%? En hoeveel Belgen zouden dan al ooit op die manier zwaar gekloot geweest zijn door die gulzige Belgische staat? Met op de achtergrond het katholieke koor dat tevreden een Te Deum aanheft? En voor de Vlaams-nationalistjes die hier en nu ook al beginnen te gniffelen, denkende van ‘Ja, die Belgische staat, dat is toch echt crapuul!’, Vlaanderen is geen haar beter, integendeel. Dat is nog een stap verder terug op de schaal van de evolutie. Dat is gewoon een katholiek patattenland. 

Yvo had snel beslist om dan toch te trouwen. In intieme kring. Intiemer kon niet. Het gezin eigenlijk. En dat leek mij nu ineens een lichtend voorbeeld. Want je weet nooit wat er op zo’n operatietafel allemaal verkeerd kan lopen. Als zelfs de operatie zelf al volledig verkeerd kan zijn, nietwaar liefste Hartenkoningin ver weg boven op uw berg? Dus ik zeg tegen Tin: “Tin, zullen we niet snel trouwen? Om op die manier al die miserie van al die erfenistoestanden te vermijden?” Antwoordt Tin, eerlijk zoals ze altijd is: “Maar ik weet niet of ik wel met jou wil trouwen, Patrick. Bovendien, als ik met jou zou willen trouwen, dan zou ik het niet willen doen voor geld of zoiets, maar omdat ik jou graag zie.” Die eerlijkheid is soms niet zo plezant, maar de conclusie is wel duidelijk: er gaat nu hier niet getrouwd worden.

Dus zoek ik een andere oplossing. Via Meester Google kom ik te weten dat er nog een alternatief bestaat en dat is een testament laten opmaken bij een notaris en dan laten opslagen in een of andere nationale database zodat het niet verloren geraakt of over het hoofd gezien wordt op het moment van sterven. Ik zoek vlug het nummer op van de notaris bij wie we ook bijna twintig jaar geleden de aankoopakte van ons huis lieten opmaken. Want hoe vaak in je leven heb je als mens eigenlijk een notaris nodig? Twee keer gemiddeld? Voor mij is het nu de tweede keer alvast en gegeven de aanleiding zal dit misschien al de laatste keer worden. 

De notaris van ons huis blijkt echter al lang verdwenen te zijn. Hij heeft blijkbaar zijn notariaat overgelaten aan een van zijn partners die nadien alles geïntegreerd heeft in één zaak met drie notarissen. Drie van die Apollofreaks, samen onder één dak. Dat moet wat geven. De zaak bevindt zich in de Blijde Inkomststraat in Leuven, genoemd naar een van de vele Blijde Intredes van rijke, adelijke heersers in het verre en niet zo verre verleden. Ik vraag me alleen af wie dat er toendertijd zo blij was. De bevolking van Leuven of die heersers die nog eens wat belastingen kwamen innen. 

Maar vandaag is het mijn beurt om binnen te treden bij de heersers. Of toch bij de klerken van de heersers, zij die instaan voor het behoud van de bestaande privileges en belangen, die fils-à-papas van een notarissen. Belangrijkste jobvereistes: goed in het pak zitten, een foularke rond de nek en een pochet in de borstzak, liefst lid van de lokale Rotary Club, geaffecteerd babbelen en aartsconservatief zijn tot op het bot. 

De donderdagavond van de laatste week voor de operatie, geraak ik eindelijk binnen in het notariaat. En ik had het liever anders gezien, maar al mijn stompzinnige cliché-verwachtingen worden ruimschoots overtroffen. De driemanszaak bevindt zich in een gigantisch herenhuis. Of eigenlijk zijn het twee herenhuizen in één. En ons huis zou passen in het imponerend trappenhuis, strategisch geplaatst tussen de twee herenhuizen in, alleen al. Op de overloop tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping bevindt zich trouwens, het lijkt een museumstuk hier, totaal nutteloos dus, tenzij voor oude heersers die niet langer in één ruk boven geraken, net dezelfde dure design zetel uit Denemarken, alleen hebben zij voor een zalmroze uitvoering gekozen, die we zelf een jaar geleden aangekocht hebben en waarin we nu regelmatig vier op een rij TV zitten te kijken. Stadspaleis zou dan ook een betere benaming zijn voor het ganse gebouw. 

Overdonderd door de grootte en de bling-bling van het generaal-statige onderkomen word ik gevraagd plaats te nemen in de wachtruimte vlak voor de receptie in notelaar die zich in de linkervleugel van het paleis bevindt. Wanneer de notaris mij even later komt halen, laat ik mijn koffie onaangeroerd achter. Hij draagt een groen tweed kostuum vandaag. Alsof hij na mijn consultatie nog wat gaat jagen. Met zijn goede vriend, de baron d’Upperzele. Misschien onderling ook nog even gaan overleggen hoe ze de nieuwe wet op euthanasie kunnen tegen houden. 

Het gesprek zelf duurt een goede tien minuten. Verschillende do’s en don’t’s komen aan bod. En wat ik juist kan verwachten na mijn dood zonder een testament. En, veel belangrijker, wat ikzelf verwacht van het testament. Ondertussen maakt hij de tekst op. Om het testament nog iets meer gewicht te geven, het gewicht van een persoonlijk handschrift, word ik verzocht om het testament met de hand te kopiëren. Dan lijkt het allemaal wat echter, wordt er mij gezegd. Meer gemeend ook. Om mij de nodige ruimte te verschaffen, word ik begeleid naar de immense salon royal in de rechtervleugel voorzien van mottig Vlaams-neorenaissance-stucwerk rondom. 

Prijs voor het eigenhandig geschreven testament, conform de regels van Apollo, minder dan een half uur werk voor de notaris en levenslang behoud in het Centraal Register voor Testamenten: 180 euro. Er is geen ontsnappen aan als kleine man. Betalen doe je toch. Nu, ik begrijp dat wel. Zo’n huis afbetalen, dat moet letterlijk stukken van mensen kosten. God zij dank hebben ze hier ondertussen ook al Bancontact.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie