21 januari 2019 14u30 – Te veel liefde voor één mens

Wij zijn terug aangekomen in het UZ Gent. Terug want voor mij is het de tweede keer. Voor Tin is het de eerste keer. En niet alleen omdat het gevraagd was door professor Vermeersch. Ze is er zelf ook niet helemaal gerust in en ze wilt dat facial team dan ook wel een keer zien voor dat ik onder het mes ga. 

Vooraleer we echter naar het departement plastische chirurgie gaan, moet ik me inschrijven. Ik haal opnieuw met veel opluchting de hospitalisatieverzekering van mijn werk boven. Jezus, als ik die niet had gehad, zou al dat geklungel van Gasthuisberg mij nu al een fortuin gekost hebben. In financiële termen bedoel ik dan, want dat het mij ondertussen al veel gekost heeft en in de nabije toekomst, vanaf morgen al zeker, nog veel meer zal kosten, is ondertussen ook al wel duidelijk. Hoeveel zou dat eigenlijk kosten, één oog, in die wondere medische wereld? Er bestaan waarschijnlijk twee kampen. De ene die zegt, niet zo veel, want ge kunt toch nog zien met één oog of niet soms, ge zijt zelfs niet blind, kleinzieligerd! En de andere die zegt ontieglijk veel, want zo’n oog verliezen is veel meer dan een oog verliezen, het is uw gezicht verliezen, feitelijk, letterlijk en figuurlijk. Wie wil nog iets te maken hebben met zo’n bron van schaamte, letterlijk met zo’n verminkt gezicht of figuurlijk want ge moet toch echt wel een loser zijn om zoiets te laten gebeuren? Ik heb al een licht vermoeden welk kamp het haalt in dit katholiek apenland waar je blij moet zijn met de dingen die je nog hebt.

Nadien gaan we door naar plastische chirurgie. Dokter Fransen, de assistent, valt nergens meer te bekennen. Misschien dat hij op maandag nog wat cursussen moet volgen. Het zijn professor Vermeersch en de plastisch chirurg, Nicolas Dhooghe, die ons welkom heten. Na Tin voorgesteld te hebben aan hen, wilt professor Vermeersch net zoals de vorige keer, vooraleer de eigenlijke consultatie zelf begint, dat ik eerst nog eens plaats neem op de medische ligbank in de hoek zodat hij het gezwel nog eens goed kan bekijken. Terwijl ik me neer zet, vraagt hij met zijn stijlvol Inspector Morse timbre: “En, hoe gaat het met u, mijnheer Hoskens?” De gigantische bol naast mijn oog staat op springen. Dus antwoord ik: “Ik word zot van dat gezwel, Professor Vermeersch. Ik heb voortdurend het gevoel dat het al in mijn sinussen en mijn voorhoofd aan het proberen binnendringen is. En dat het al begonnen is met mijn neus aan te vreten.” “Ja, ik begrijp dat dit alles heel stresserend voor u moet zijn. Maar nu gaat het niet lang meer duren, niet mijnheer Hoskens?” Zijn reactie vind ik ditmaal iets te inschikkelijk naar dat afschuwelijk monster in mijn oog toe, dus is het nu mijn beurt om hem indringend aan te kijken en zeg: “Ik weet niet hoe ik dit juist moet zeggen, Professor Vermeersch, maar het is beter dat u wat te veel weg snijdt dan te weinig. Begrijpt u wat ik wil zeggen? Ik wil dat u geen enkel risico neemt. Ik heb liever dat u extra marge neemt dan dat we het risico nemen dat het niet lukt. Begrijpt u? U hebt mijn volledige toestemming.” Ik kijk hem gespannen aan. De professor zet onwillekeurig even een stapje terug om mij beter te bekijken, maar antwoordt dan zonder verpinken: “Ik begrijp u volledig, mijnheer Hoskens, maar mag ik dan nu even nog eens kijken?” 

Opnieuw is daar die volledige gedaanteverandering. Gepijnigd maar met een enorme focus op zijn gezicht staat hij te kijken naar het gezwel. Ondertussen tast hij opnieuw, net zoals de vorige keer, voorzichtig met zijn vingers de ganse regio rond het oog af. Het duurt ook weer langer dan je zou verwachten. De dialoog tussen die twee lijkt er alleen maar scherper op geworden. Professor Vermeersch belooft het gezwel om het morgenvroeg tegemoet te treden op het slagveld. De tumor zelf roept moord en brand. 

Wanneer hij gedaan heeft met kijken gaan we terug aan dezelfde tafel zitten waar hij twee weken geleden mij wist te melden dat hij mij nog wel kon opereren maar dat het ten koste van mijn oog zou zijn. Opnieuw wordt uitgelegd hoe de volgende dag min of meer zal verlopen. Met Vermeersch die het gezwel zal verwijderen en Dhooghe die nadien mij terug zal oplappen. Maar deze keer is Tin erbij. En het gesprek maakt voor haar alles ineens concreet. Ze krijgt het moeilijk en begint te snikken. Ik neem even haar hand vast, die hand die ik al zoveel vastgenomen heb de laatste weken. Als echte profis laten ze haar even bekomen, zeggen dan dat de operatie normaliter in de vroege namiddag gedaan zou moeten zijn en beloven Tin om haar te bellen zodra ze volledig afgelopen is.  Zodat ze met een gerust hart thuis kan wachten op het telefoontje en zich geen nodeloze zorgen moet maken. 

Na de consultatie worden we doorgestuurd naar een ander gebouw. De ziekbedden bevinden zich blijkbaar in een ander gebouw op de campus. Ik had er nog niets van gemerkt maar dwars door de campus loopt een in de lucht verheven, volledig afgesloten buis waarlangs mensen van het ene gebouw naar het andere kunnen wandelen. Het waren professor Vermeersch en Dokter Dhooghe die ons gewezen hadden op die lange passerelle, want ik ga zelf in de vroege ochtend door die koker naar het operatiekwartier in K12, het hoofdgebouw, gebracht worden. Als we buiten komen valt hij mij ondanks zijn indrukwekkende lengte en hoogte nu pas voor het eerst op. Het ziet eruit als een kermisattractie en ik kan niet wachten om er in te zitten. De verpleger die ons ontvangt, heeft het zalige ego van een diva en is, o cliché cliché , overduidelijk een homosexueel. Maar de manier waarop hij met mij omgaat, is een ware verademing na al dat stijf en overtrokken gedoe in Sint-Pieter te Leuven. Van existenzangst voor de grote baas valt hier niets te merken. Zijn stem en zijn lach dondert door de gang. Zonder enig probleem vertelt hij mij op zijn eentje alles wat ik moet weten, wat mag en niet mag in deze contreien. Wat we ook meegebracht hebben, is het familieportret dat Sam en Ella voor Kerstmis gemaakt hebben. We plaatsen het op het schapje recht tegenover mijn bed, zodat ik er recht op kijk. Op die manier ga ik nooit alleen zijn in deze kille kamer. Onze mannelijke Castafiore vindt het ook al prachtig om te zien. 

Rond een uur of vijf verschijnt dan het tweede welkomstcomité: Yvo en Willem komen speciaal samen naar mijn verblijf voor de komende weken om me welkom te heten. Mijn gemoed schiet even vol. Het is de eerste keer dat ik hen zie sinds deze hel begon. En om ze nu hier samen te zien, hier in deze witgroene kamer en niet zoals normaal ergens in de Alpen of zo, is even te veel voor Corneel. Terwijl ik vecht tegen de tranen dank ik hen uitvoerig voor alles wat ze tot nu toe al voor mij gedaan hebben. Ze zijn beiden ontzettend lief, brengen nog wat laatste tips mee en vergewissen zich zonder dat het opvalt dat alles in orde is op mijn kamer. Ze vragen ook nog even of er al iets gezegd is geweest door iemand van de staf over de eventuele nabehandeling na de operatie. Ze zeggen dat er misschien toch wel bestralingen nodig gaan zijn. Maar ze stellen me wel direct gerust. Ze zeggen dat er dan een speciale helm gaat gemaakt worden aangepast aan mijn eigen hoofd om zeker te zijn dat de juiste plek bestraald wordt. Ik ben al blij dat ze niet zeggen dat chemotherapie nodig gaat zijn. Dat lijkt mij nog veel erger.

En rond een uur of zeven vallen Koenie en de kinderen binnen. Hij was de hele eindejaarsperiode op vakantie in Australië en had dus aanvankelijk de ganse miserie gemist. Na een onverwachts telefoontje was hij het toch allemaal te weten gekomen. Hij was er niet goed van, barstte zelfs in tranen uit helemaal aan de andere kant van de wereld. En nu dat hij terug in het land is, wilt hij absoluut alles doen wat hij kan om mij te helpen. Tot en met op een maandagavond in de regen in de file helemaal van Leuven naar het UZ Gent rijden. Het alternatief was dat Tin zelf, tijdens diezelfde spitsuren, nog eens van Gent naar Leuven en terug moest rijden. En dat leek ons wat te veel van het goede. En het feit dat ik vandaag dan toch nog even de kinderen kan zien, is het mooiste cadeau dat hij mij kon geven. 

Aangezien ik de komende weken al genoeg ziekenhuiseten te vreten ga krijgen, gaan we snel nog naar een Italiaans restaurantje in de buurt dat volgens Yvo best ok is. We gaan allen voor een pizza want die zien er goed uit afgaande op wat er op de andere tafels ligt. En voor de kinderen is pizza altijd een feest. Alleen Koenie, die kiest, met zijn alomgekende allergie voor kaas, voor kalfslapjes ‘al limone’ met pasta. Met als gevolg dat vooral Tin en ik een half uurtje later met veel goesting zitten te staren naar zijn schotel. Maar we mogen allebei een keer proeven. En het is allemaal keilekker, ook onze pizza’s. 

Na zo’n gezellig laatste avondmaal voelt het terug wandelen naar het ziekenhuis al aan als een beetje thuis komen. Alleen het afscheid nemen verloopt nog een beetje moeilijk. We blijven maar dag zeggen om dan weer te beginnen babbelen over totaal andere dingen. Sam en Ella komen vier keer terug uit de gang om kusjes te geven. Ik zie Koen een beetje onwennig worden van al die openlijke liefdesbetuigingen. Om het nog wat erger te maken, geef ik hem als dank een dikke smakkerd. Tin vertrekt als laatste. Nadien sta ik nog wat onnozel te wuiven uit het raam vanop de derde verdieping. En niet te geloven, er was op voorhand niets over afgesproken, maar door telepathie of een ander zesde zintuig, voelen ze het bij het buiten komen, draaien ze zich om naar boven en wuiven ze terug. Dan zie ik ze samen in het donker weg wandelen richting auto van Koen.

Vlak voor het slapen gaan krijg ik nog een slaappilletje zodat, wordt mij gezegd, met het oog op de zware dag morgen, mijn nachtrust verzekerd is. Nu, wat mij betreft, was dat pilletje niet meer nodig geweest. Als je zoveel liefde hebt gekregen op één dag, hoe kun je dan nog eisen of zelfs hopen dat alles de dag daarop goed zal verlopen? Een beetje eerlijkheid en rechtvaardigheid moet er toch nog bestaan in dit tranendal?

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie