22 januari 2019 7u00 ‘s ochtends – Veel te laat maar hopelijk toch nog op tijd

Het is nog nacht als ik opsta. Ik lag al sinds een uur of vijf wakker in bed, maar ik sta pas op om zes uur. Net wanneer de verpleger mij komt wakker maken, sta ik recht uit mijn bed. Het eerste wat ik doe, is een douche nemen. Het zal een tijdje duren na de operatie vooraleer dit terug gaat lukken. Dus moet ik er nu even van profiteren, vind ik. Bovendien wil je niet vuil en vies overgeleverd zijn aan de goden. Nadat ik me tweemaal geschoren heb, om toch maar zo glad mogelijk te zijn, kijk ik nog eens voor een laatste keer naar mijn trouw linkeroog in de spiegel. Het would be panteroog maar eigenlijk doordeweeks hondenoog kijkt me even vrolijk of treurig aan als altijd. Als tweeënvijftig jaar lang al. Het blijft me verbazen dat het ondanks het vreselijke monster er vlak naast zo goed blijft functioneren.

Ook opvallend, gegeven mijn recente praktijkervaringen in dat ijskoude Gasthuisberg: geen enkele kat maakt zijn opwachting. Geen Gelaarsde en geen Kolderkat. Nu, vergissen van oog is sinds de faliekante operatie van de op de berg tot God verheven Hartenkoningin zo goed als onmogelijk geworden. Maar het feit dat er ook niemand meer komt vragen of ik me niet bedacht heb, of ik niet misschien twijfels heb bij het nut van de operatie of zoiets, stelt mij gerust. Blijkbaar weten ze hier wel goed waarmee ze bezig zijn. Of ze hebben tenminste niet de plotse behoefte om vlak voor de operatie de verantwoordelijkheid om te beslissen of ze nu doorgaat of niet bij mij te leggen. Zodat ze achteraf lafhartig kunnen zeggen: “Ge hebt het zelf gewild! Ah ja, we hebben het nog aan jou gevraagd! Om zeker te zijn!” Het hier heersende veel gezondere principe van gedeelde verantwoordelijkheid bevalt me wel; ik kom met lichaam en al af en zij opereren wat geopereerd moet worden. Het lijkt mij als medische leek vooral ook veel correcter naar de patiënt toe. 

Om 7u00, het is nog pikdonker buiten, word ik naar de operatiezaal gereden. Het is terug een verpleger, maar deze keer geen homoseksueel meer denk ik. Ook geruststellend. Als je binnen een uurtje volledig van de kaart bent, heb je toch liever mensen van je eigen geaardheid in je buurt precies. De passerelle lijkt ontzettend lang te duren. Vanop mijn bed zie ik de donkere ramen aan de zijkant langs glijden. Af en toe is er een passant, meestal ook al verkleed in het groen of wit, maar van files hebben ze hier op dit moment van de dag absoluut geen last. De tocht duurt zo lang dat ik de indruk heb aan het einde van de tunnel ook het einde van de nacht bereikt te hebben. Het begint in ieder geval, als ik goed zie, lichtjes te schemeren daar aan het einde van de gang. Mijn linkeroog registreert nog steeds getrouw alles mee; onwetende dat ook het eigen einde in zicht is.  

Deze keer moet ik niet in een gang wachten maar kom ik terecht in een grote gemeenschappelijke ruimte waar al verschillende bedden staan te wachten. Doeken, hangende aan railings in het plafond, scheiden min of meer de bedden van elkaar. Maar hier dus ook al geen Rups met een waterpijp of zelfs een Slaapmuis te zien. Er wordt al wel een infuus gestoken door iemand van het verplegend personeel. En ik krijg opnieuw een pilletje, een spierverslapper of zo, toegediend.

Na een tijdje word ik de operatieruimte binnen gereden. Twee prachtige vrouwen, van het donkerhuidige type met pekzwart golvend haar, heten me in hun groene pakjes welkom in de operatiezaal. Als we binnen komen, waren ze net nog, schrijlings gezeten op de operatietafels, aan het bijpraten over de afgelopen dag of nacht of week. Maar als we binnen rijden, kijken ze onmiddellijk op. Het zijn twee exotische walkuren, van Indische afkomst of zo, helemaal geen rondborstige vikingvrouwen met blonde paardenstaarten. Het zou me alvast niet verwonderen als ze onderling Sanskriet spreken. Ik versta er in ieder geval niets meer van. Met een treurige glimlach rapen ze me als een gevallen strijder op van het slagveld en heffen me op hun paard richting walhalla. De mooiste, die achter me staat, kijkt me ondersteboven aan wanneer ik naar boven kijk. Ik zie haar rode lippen en blinkende tanden dichterbij komen en besef dat ik eindelijk aangekomen ben waar ik al zo lang moet zijn. Veel te laat maar hopelijk toch nog op tijd.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie