Ze vallen samen binnen. Op enkele seconden tijd zit de kamer tjokvol opluchting. Tin is opnieuw enorm blij om mij terug te zien. En dat de kinderen ook hunne pere gezien hebben, blijkt vooral uit het feit dat ze zo druk bezig zijn. Helemaal over hun toeren staan ze in de kamer commentaar te geven op mijn gezicht, mijn haar, het bed, het alarm dat eraan hangt te bengelen, de ramen waarvan de gordijnen nog altijd open zijn terwijl het buiten al pikkedonker is, de vuilgroene kleur van de kamer, enzovoort… Ze weten van geen ophouden.
Zelf kijk ik verwonderd toe. De drukte die ze hier en nu tentoon spreiden is niet hun normale doen. Voor het eerst merk ik dan ook dat zij deze keer ook een beetje getwijfeld hebben. Niet zeker geweest moeten zijn dat hun sterke papa, die alles aan kan, het zou halen. Tot nu toe had ik altijd de indruk dat ze, naïef als ze zijn, er het volste vertrouwen in hadden dat ik dit allemaal zou overwinnen. Vingers in de neus zelfs zou overleven. Maar deze keer moet het dan toch ook voor hen een beetje spannender geweest zijn. En er is duidelijk behoefte aan wat afreageren.
Enigste probleem: ik ben nog steeds doodop. Die dut van daarstraks, na het bezoek van mijn broer en schoonzuster, heeft precies niet zo heel veel deugd gedaan. Of heeft in ieder geval niet wezenlijk de batterijen heropgeladen. Maar ja, ik denk dat ze dan ook zo goed als leeg waren daarstraks, of eigenlijk al sinds gisteren. Na een tijdje kan ik de drukte niet meer aan en moet ik aan mijn twee oogappels vragen om het wat rustiger aan te doen. Tin treedt me onmiddellijk bij. Haar zevende zintuig deed weer van in het begin alarmpjes afgaan, maar omdat ze ook zag hoeveel deugd het wel niet deed aan de kinderen en aan mij om mekaar terug te zien, liet ze alles even begaan. Nu moet er echter terug een beetje orde komen en als een echte schooljuf roept ze ons losgeslagen nageslacht terug tot de orde.
Als de rust teruggekeerd is, stel ik vast dat al de opwinding van het afgelopen half uur, misschien dan toch niet enkel door de onzekerheid over de afloop van de operatie veroorzaakt is geweest. Ik was even vergeten dat Ella deze namiddag haar laatste algemene repetitie voor Woord had. Blijkbaar is ze meegevallen en ziet ze de twee voorstellingen voor publiek de komende dagen nu helemaal zitten. Maar met al de stress die elke voorstelling en zelfs de algemene repetitie van vandaag met zich mee brengt, moet er nu ook wel wat stoom afgeblazen worden. Sam wilt ondertussen het familieportret, door henzelf gemaakt, terug mee naar huis nemen. Ze vindt het niet goed genoeg en schaamt zich er een beetje voor dat al die mensen hier dat portret gaan zien. Ik protesteer hevig en eis dat het blijft waar het is. Zeg dat ik het keimooi vind en dat tot nu toe iedereen die het gezien heeft het prachtig vond. En dat ik het ook even nodig heb om er hier naar te kunnen kijken. De andere argumenten konden haar duidelijk niets schelen, maar het laatste overtuigt haar. Toch kan ze het niet laten mij met haar puberogen een beetje spottend aan te kijken: die gekke, oude papa.
Wanneer ze vertrokken zijn, is het eerst mijn beurt om opgelucht te zijn. Om onmiddellijk daarna overvallen te worden door spijt. Spijt dat ze weg zijn. Spijt dat ik te moe was en hen niet langer aan kon. Spijt dat ik zo hevig reageerde op de dreigende verwijdering van het portret. Hoe zielig. Als wapen tegen de sterfelijkheid zich vastklampen aan zijn kinderen. Er zou een gevangenisstraf op moeten staan.
