26 januari 2019 la parte dei medici – Nieuws van het westelijk front

We zijn zaterdag en in de loop van de ochtend komt één van de assistenten van Dokter Dhooghe langs. Eerst bevestigt hij dat de redon vandaag verwijderd mag worden. Hij benadrukt tegen de verpleegster die aanwezig is dat dat deze voormiddag nog mag gebeuren. Hij verklaart ook ineens wat er juist aan de hand is met mijn hoofd. Hoe dat het komt dat er van vlak boven mijn linkeroogkas (het oog is weg, dus heeft het geen zin meer om erover te spreken) recht omhoog, over mijn hoofd heen tot bijna vanachter, ik totaal geen gevoel meer heb. “Er bevinden zich twee hoofdzenuwen in het hoofd van een mens”, zegt hij, “één die langs links loopt en één die langs rechts loopt.” En bij mij moet de linkse hoofdzenuw geraakt geweest zijn tijdens de operatie. Met als resultaat de totale gevoelloosheid van die kant van mijn hoofd. Hij zegt me wel ook dat dit permanent gaat zijn waarschijnlijk. Zo’n hoofdzenuw eenmaal die geraakt is, valt niet meer te herstellen. Wat niet permanent zal zijn, herhaalt hij wat Dhooghe en Willem mij al wisten te vertellen, zijn de pijntjes in mijn gezicht, de naaldenprikken. Die zouden geleidelijk aan minder moeten worden. En ook de gevoelloosheid onder mijn neus rechts en het gevoel alsof mijn bovenste snijtanden verdoofd zijn, alsof ik net bij de tandarts geweest ben, ook deze symptomen zouden moeten verdwijnen met de tijd. Hier gaat het over kleinere en fijnere zenuwen die geraakt zijn, maar die “moeten terug hun weg vinden,” zegt hij. “Die gaan terug verbindingen aangaan met andere zenuwen en zo langzaam zich herstellen. Maar dat gaat wel een tijdje duren, mijnheer Hoskens. Zenuwen groeien ongeveer 1 millimeter per dag. En bij u is er een holte gemaakt geweest met een doorsnede van zo’n zes à zeven centimeter en een diepte van een à twee centimer. Dus kan je zelf inschatten dat dat niet één, twee, drie gaat opgelost zijn.”

Ik begin deze assistent in al zijn directheid al sympathiek te vinden, maar dan begint ook hij met mij onder druk te zetten om zo snel als mogelijk terug naar huis te gaan. Hij stelt voor om ten laatste morgen mijn biezen al te pakken, misschien vandaag al als ik dat zie zitten. Ik kijk hem uitdagend aan en stel dat dat totaal onmogelijk is. Dat ik sinds de operatie nog maar amper zelfstandig uit dit bed ben geraakt en dan enkel nog maar om op en af te gaan naar het toilet vijf meter verder. Het enigste wat ik daarnaast nog gedaan heb, is een keer in de zetel gaan zitten zodat de verpleging het bed kon verversen. Ik zeg luid dat ik nog steeds doodmoe ben en dat het niet is omdat ik nu toch al één nacht redelijk goed heb kunnen slapen of, accurater gesteld, toch al één nacht heb kunnen slapen tout court, ik nu al van mezelf kan stellen dat ik me zo fris als een hoentje voel en klaar om de boze buitenwereld terug aan te kunnen. Dat ik volgens mij ten vroegste maandag zou kunnen vertrekken en dan nog alleen maar als alles goed verloopt tot dan. “Ok, maandag dan,” geeft de assistent dan toch toe net voordat hij de kamer verlaat. “Zo komt het bed ook vrij voor anderen want we hebben bedden tekort, begrijpt u, Mijnheer Hoskens?”. En alhoewel ik al opgelucht ben dat er toch al geen sprake meer is van dit weekend nog te vertrekken, blijft het korte, venijnige gesprek op mijn maag liggen. Het gevoel van niet langer welkom te zijn hier, een vieze profiteur te zijn, besluipt me en ook dat er mij een schuldgevoel aangepraat wordt, want ik leg hier beslag op een bed dat iemand anders hard nodig heeft, zit mij enorm dwars. Het is niet dat ik gekozen heb voor al deze miserie, integendeel.

Later in de namiddag, de redon werd ondertussen verwijderd, het voelde aan als een lange breinaald met kleine weerhaakjes die uit je been getrokken wordt, beslis ik dan ook toch maar gebruik te maken van mijn geheime hulplijn en snel een mail te sturen naar Yvo en Willem. Ik was van plan hen niet langer lastig te vallen na alles wat ze al voor mij gedaan hadden, maar ik kan als een klein kind het niet laten om mijn ongenoegen te laten blijken over de gang van zaken. Bovendien moet dat geschonden vertrouwen hier zich dringend herstellen. Dit was toch allemaal niet de afspraak?

“Ok Willem en Yvo, ik ga misschien toch nog een beetje hulp aan jullie moeten vragen (indien mogelijk).

De plastische dokter die deze ochtend langs kwam (dus niet Dhooghe maar de dokter van wacht of zoiets) begon me net als hem te pushen om misschien morgen al te vertrekken (Waar er dus op de eerste meeting was gezegd dat ik minimum 2 weken ging moeten blijven. Remember? Qua setting expectations is dat toch niet zo’ne vette, niet?).

Heb hem gezegd dat dat volgens mij totaal onmogelijk was en dat dat volgens mij ten vroegste op maandag zou kunnen en dan nog…

Waarop hij besloot ok maandag dan (en terloops mij meldde dat er niet genoeg bedden waren (wat ik dus al langer vermoedde dat dit het echte probleem was)).

Zelf kan ik mij echter totaal niet voorstellen hoe ik me ga voelen maandag en ben dus niet zeker of dit wel allemaal gaat gaan – daarom even mijn status op dit moment meegeven:

– ben nog altijd heel slap (na het middagmaal crash ik letterlijk, een intens gesprek van langer dan 10 minuten kan ik voorlopig niet aan (ik kan trouwens ‘ook’ nog altijd niet TV of Netflix kijken – na 10 minuten moet ik wegkijken omdat ik het letterlijk niet aankan (trouwens die betonnen gespikkelde vloer hier is bijzonder interessant – een gigantische rorschachtest is het))

– heb nog altijd veel pijn (ik zit nu op om de 4 uur een paracetemol (ik heb al geprobeerd dit te rekken tot 6 uur maar daar krijg ik al gauw spijt van (het tactiele vuurwerk begint in mijn aangezicht dan) en een doplidax of zoiets een half uur voor het slapen gaan – plus sinds gisteren (god zij dank) een slaappilletje)

– heb sinds dinsdag tot nu toe geen enkele dag meer dan 500 stappen gezet (hoop dit ‘record’ vandaag wel te breken nu dat de redon weg is – een eerste stapke op de gang doen is mijn bedoeling) en als ik twee minuten rond stap mag ik terug gaan zitten vanwege de plotse hevige slapheid alweer

– deze nacht is er nog redelijk wat bloed uit mijn neus gedruppeld – als ik zo naar huis ga, krijgt Tin een crisis want ze gaat elke dag de lakens mogen wassen (dit lijkt misschien bijzaak maar voor alle twijfelaars: we leven niet in een patriarchale maatschappij!)

– een douche pakken (alhoewel die plastische dokter deze ochtend dit als een fait divers voorstelde alsof het niets was) geen idee of ik het kan doen, wat er nat mag worden wat niet – enzovoort (bon dit zal hopelijk tegen maandag wel opgelost zijn – anders ga ik toch te hard beginnen stinken)

– de staat van mijn gezicht blijft heel opgezwollen en heel zichtbaar qua littekens en scheef staande neus (de plastische dokter vindt natuurlijk dat dat allemaal goed meevalt – en die scheve neus kan ik eventueel later laten opereren heeft de assistent daarjuist gezegd) maar het is dus NIET zo dat ik nu al met opgeheven hoofd mensen tegemoet treed (eerder neergebogen en schuchter wegkijkend)

– mijn zicht is nog steeds heel troebel – mijn rechteroog doet wat het kan maar dat fantoomlinkeroog blijft stoorzender spelen precies – bovendien probeer maar eens op een convenabele manier een bril te dragen met verband op je gezicht en een hoofd waar je niet aan mag komen wegens te gevoelig en schadelijk voor het genezingsproces

-… (hier staat wat ik nog allemaal vergeten ben)

Kortom, als de topic ergens opduikt, kunnen jullie dan misschien duidelijk maken dat ikzelf hier geen dag langer wil zitten dan nodig is (je weet hoe graag ik lekker eet (need I say more?)), maar ook geen zin heb om me slecht en op mijn ongemak voelend in een auto te gaan zitten waar ik amper uit geraak (fysiek en mentaal), om dan in een huis te gaan zitten waar ik amper de trappen op geraak en iedereen alleen maar tot last ben?

En als ik tegen maandag voel dat het gaat lukken zal ik de eerste zijn om aan Tin te vragen om mij te komen halen… Beloofd.

Maar dus zelf denk ik dat dinsdag vertrekken al heel ambitieus en mogelijks (net, juist, nipt) haalbaar is. 

Op dit moment lijkt mij alles voordien waanzin.

Trouwens en om mijn verhaal helemaal af te maken – pas morgen om 17 uur zijn de zogezegd 5 kritische Dopplerdagen (5X24uur) afgelopen – willen ze mij naar huis sturen zelfs voor dat deze kritische periode gedaan is? Allez, allez, dat is toch niet meer serieus?

Groetjes,

Patrick”

Om negen uur ’s avonds nog stuurt Willem een kort antwoord terug: “Dag Patrick, geen zorgen, je kan zo lang als nodig in UZ blijven – Willem”. De tranen schieten in mijn ogen, of toch in het ene oog dat mij nog resteert, bij het lezen van het bevrijdend bericht. Toch iemand die beseft dat dat hier niet allemaal om te lachen is.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie