30 januari 2019 – Crashen als een windhond in de zetel

Na het ontbijt maken we onze dagelijkse wandeling in het bos achter ons huis; elke dag een beetje verder. Tin, zoals steeds, voor mij, en ik, braaf, als een hond, erachter aan. Met de mooie poep van Tin voor mij als mijn persoonlijke kunsthaas. Niet dat ik zo snel loop als zo’n wedstrijdwindhond. Integendeel, zeker de eerste dagen strompel ik meer dan dat ik wandel. De wonde aan mijn rechterbeen doet nog steeds pijn en bij elke stap die ik zet, voel ik het littekenweefsel trekken. Daarnaast is er ook nog altijd de fysieke weerslag van de afgelopen weken. En ook mijn motoriek heb ik nog niet helemaal onder controle. Zo profiteer ik van de wandeling om mijn dieptezicht te oefenen. Dat is één van de dingen die je verliest als je nog maar één oog hebt, had ik al voor de operatie vernomen uit vele bronnen. En ik kan nu uit eerste hand getuigen dat dit inderdaad klopt. De eerste keren dat ik thuis koffie of thee wil inschenken, kap ik het tot mijn grote verbazing er gewoon naast. Tot mijn grote verbazing, want in mijn ogen (figuurlijk dan want ik heb dus geen twee ogen meer – met dank aan een echte ophtalmoloog, een gediplomeerde, van Gasthuisberg of de KULeuven dan nog wel, met PhD of doctoraat en al), hangt die teut van die pot perfect boven de tas in kwestie. En toch eindigt de koffie of het heet water er ergens naast, op de toog of de tafel. En kan ik de keuken eerst even terug wat opkuisen vooraleer ik die tas aan mijn mond kan zetten. Na enkele dagen vind ik wel de oplossing voor dit euvel. En het is heel simpel: ik moet vanaf nu met mijn handen de tas en de kan vasthouden en manueel de teut in de juiste positie brengen voor het vullen van de tas. Zoals een volledig blinde waarschijnlijk doet wanneer hij een tas koffie of thee wil zetten.

Maar in het bos kan ik moeilijk alles wat ik tegen kom al wandelend even manueel vasthouden om de juiste positie ten opzichte van mezelf te bepalen. En dus is het een ideaal terrein om mijn nieuwe handicap onder de knie te krijgen. Vooral overhangende takken en struiken die zich vlak naast het wandelpad bevinden, vormen het ideale testterrein; zo ontstaat er spontaan in het bos een hindernissenparcours voor pasgeboren cyclopen zoals mij. Ook hier weer tot mijn aanvankelijk zeer grote verbazing, vergis ik me soms wel in de juiste afstand tussen mij en bijvoorbeeld de takkenbos voor mij en eindigt het geheel tegen mijn hoofd of buik, maar na een tijdje leer ik wel beter inschatten waar de hindernis zich ongeveer bevindt. En in de echte noodgevallen – zo is er ergens ter hoogte van het feeërieke beekje onderaan de berg dat naar de domeinen van de Prins de Merode leidt, een dikke tak die dwars over het zandpad hangt op de gemiddelde hoogte van een hoofd – daar gebruik ik toch opnieuw mijn hand om te checken of ik, terwijl ik aan hetzelfde tempo voort wandel, net op tijd de tak voor mij kan vastgrijpen. Jammer genoeg, gelukt dat nooit volledig. Zelfs niet na meer dan een jaar oefenen, blijft mijn grip onnatuurlijk aanvoelen. Maar de foutenmarge lijkt toch aanzienlijk af te nemen na een tijdje. Ik bots bijvoorbeeld toch niet meer met mijn knokels tegen het hout. Dus een totale ramp is het niet.

Na de wandeling begint Tin meestal met het voorbereiden van haar lessen Nederlands voor anderstaligen. Tussendoor verzorgt ze ook nog even elke dag mijn oog. Zelf eindig ik in de loop van de namiddag telkens weer op de zetel beneden. Om te bekomen van de tot dan toe al geleverde inspanningen. Op deze bewuste woensdag, 30 januari, is het wel meer dan een beetje bekomen. Ik crash letterlijk en val in een diepe slaap die meer dan twee uur duurt. Wanneer Yvo later op de dag mij een mailtje stuurt met de vraag hoe het gaat, vertel ik hem dat ik langzaam aan het aansterken ben, maar dat ik vandaag dus toch wel erg lang in de armen van Morpheus gelegen heb. Hij zegt dat dat goed is en stelt dat de Manicheeërs ook al dachten dat de droom een toegang was tot het Rijk van het Licht. Misschien om te checken of ikzelf het licht al gezien heb, vraagt hij of ik wil dat de nabehandeling ook nog in het UZ Gent plaats vindt. Met grote stelligheid reageer ik: “Natuurlijk, Yvo. Waar zou ik anders naartoe gaan? Naar Gasthuisberg soms? Zijt ge zot? Na alles wat ik daar meegemaakt heb? In het UZ Gent voel ik me tenminste op mijn gemak; de mensen zijn veel liever EN ik heb vertrouwen in de staf (en dit is op dit moment ontzettend belangrijk voor mij) Patrick”. Dan vraagt hij nog of en wanneer ik juist terug verwacht word in het UZ Gent. Ik antwoord dat ik de week daarop, op maandag, een opvolgingsconsultatie heb met de plastisch chirurg, Nicolas Dhooghe. Yvo eindigt nog met te herhalen dat rusten goed is, maar dat een beetje fysieke beweging ook belangrijk is. Kwestie dat de motor wat blijft draaien.

Later op de dag, rond een uur of zes ’s avonds, na het werk, komen drie goede vrienden op bezoek: Alex, Achilles en Bert. Ex-collega’s van Mobistar die mijn ontslag daar ook als onrechtvaardig ervaren hebben én er ook openlijk voor uitkwamen, wat al veel uitzonderlijker was. Ongelooflijk hoeveel mensen gewoon weg kijken wanneer er vieze dingen gebeuren rondom hen. Doordat mijn verblijf in het ziekenhuis plots veel korter uitviel dan verwacht, willen ze mij nu zo snel als mogelijk thuis bezoeken. Het wordt een bijzonder leuk bezoek. Misschien ook wel door de doos met zes flessen Siciliaanse wijn die ze meegebracht hebben als cadeau. Niet dat er deze avond veel wijn gedronken wordt, maar ongelooflijk maar waar, wanneer ik de doos open, stel ik vast dat het mijn eigen favoriete Italiaanse wijn van het moment is; Bacaro, gemaakt van Nero d’Avola, sinds een jaar ongeveer verkrijgbaar in de Delhaize. Zo één van die Italiaanse wijnen waarop je moet vallen, die dan één jaargang fantastisch is voor zijn prijs, maar het jaar daarop heel waarschijnlijk op niets meer trekt. Alsof die Italianen heel bewust één jaar een extra-goede wijn lanceren tegen een zachte prijs om dan de jaren nadien te teren op die snel verworven reputatie. Maar ongelooflijk vooral ook omdat geen enkele van de Drie Musketiers al gehoord had van mijn nieuwste vondst en het dus louter toevallig is dat ze net deze wijn meegebracht hebben. Wat het nog beter maakt voor mij is dat de wijn in kwestie blijkbaar voorgesteld is geweest door de vader van Bert, die in bijberoep vinoloog is. Dus op zijn minst slaag ik er als totale leek dan toch al in om een goede wijn te herkennen als ik hem tegen kom. Als zelfs die professionals hem al weten te waarderen…

Maar ook nu weer blijkt dat de impact van die operatie op mijn lichaam nog steeds niet te verwaarlozen is. Gedurende een uur lukt het wel om zo met vier gezellig aan de keukentafel te zitten en wat te keuvelen en te lachen, maar dan slaat de vermoeidheid weer ongenadig hard toe, beginnen die zenuwen in mijn gezicht aan te slaan en evolueren de elektrische schokjes zelfs naar zware, irritante jeuk. Ook hier zal ik eventjes later weer op de zetel eindigen. Alleen, bij het vertrek van de drie vrienden valt er, onbedoeld, nog een onvertogen woord. Misschien is het zijn Franstalige achtergrond – want wie heeft eigenlijk ooit bedacht dat wij Vlamingen zoveel stoerder zijn dan die Walen? – maar het Nederlandstalig afscheidswoord van Achilles luidt: “Allez, geniet nog van uw vakantie.” Hij beseft totaal niet dat wat hij zegt een beetje ongepast klinkt. Alex, de hypergevoelige sympatico, begint al direct te protesteren. Zelf reageer ik met een zwak: “Het voelt wel niet aan als vakantie, Achilles.” En dan blijkt dat het zijn kennis van het Nederlands is, die hem even in de steek heeft gelaten want in het Frans nu, vrij vertaald naar het Nederlands, repliceert hij: “Ik bedoel probeer wat te genieten van de extra vrije tijd, Patrick.” Of hoe snel dat misverstanden tussen anderstaligen kunnen ontstaan, zelfs als ze dezelfde taal spreken. Misschien dat dat wel het echte probleem is met die hedendaagse politici van ons, al sinds het begin der tijden, multicultilandje; in deze tijden van hypercommunicatie, Amerikaanse one-liners en gegoochel met simplistische wereldbeelden over hoe de wereld zou moeten zijn maar niet is, hebben ze zelfs de tijd niet meer om misverstanden uit te klaren.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie