Ik had het moeten weten. Toen ik hen daar zo zag staan konkelfoezen met hun rug naar mij toe aan het eind van dat smalle kabinet, samen met die lange gang één grote konijnenpijp; Hartenkoningin en het Witte Konijn, op het einde van mijn eerste consultatie op de dienst ophtalmologie van dat statige Gasthuisberg. Die rimpeling onder dat bevroren wateroppervlak had ik moeten opmerken. Hoe Hartenkoniging met een bezwerende handoplegging ogenschijnlijk (toen ik zelfs nog twee ogen had) het Witte Konijn gerust stelde en haar met een dwingende hoofdknik duidelijk maakte dat zij alle verantwoordelijkheid op haar nam, wat ook haar rol was, boven op die berg in haar goddelijke hoedanigheid. Dit alles vlak voor ik mezelf omdraaide en de deur achter mij toe sloeg. Ik had op dat moment moeten beseffen dat er iets niet klopte. Dat ik daar niet in goede handen was. Dat zelfvoldaanheid en autocratie in een katholieke setting een bijzonder dodelijke cocktail geeft. Daar en toen op het einde van mijn eerste consultatie met professor Ilse Mombaerts van het UZ Leuven. Ik had het moeten weten. Maar nu is het allemaal veel te laat en ben ik reddeloos verloren.
