Jullie raden nooit wat door de radio blèrt bij aanvang van de eerste Whole-Brain-Radio-Therapy sessie in het bestralingscentrum van het UZ Gent; die WBRT die aanvankelijk mij wordt voorgesteld als een eenmalige vingeroefening, want het lichaam kan twee zulke behandelingen niet aan, zo belastend is het.
Ik ga jullie niet vragen om drie keer te raden, want jullie raden het dus nooit heb ik zelf gezegd, maar jawel hoor, het was The Final Countdown van Europe. Voor mensen van mijn generatie een evergreen, een niet kapot te krijgen nummer met hemelse synthesizers op de achtergrond en mannen met lange blonde overdadig krullende haren in strakke jeans en met wiebelende gitaren. Het nummer waar in de jaren ‘80 mensen op begonnen te springen op de dansvloer. Met de armen in de hoogte, en dan vooral op het moment dat de synthesizers beginnen te loeien: Tedeudeu, deuuuuu, tedeudeu, deudeuuuu,…
Maar ook het nummer dat je als laatste hoopt te horen op het moment dat je net vernomen hebt dat er uitzaaiingen zijn in je hersenen en dat je vastgeniet ligt op een stalen plank te wachten op de eerste dosis bestralingen van een moderne variant van Hal 9000, deze keer ene die aan een lange stalen arm met een groot zwart oog aan het uiteinde rond je hoofd draait en met dodelijke precisie dodelijke bestralingen uitzendt. Vooral ook omdat je daar vast ligt met een masker op je hoofd dat zo nauw aangespannen is dat je bijna niet kunt adem halen. En omdat je ganse lichaam schreeuwt dat het daar niet wilt liggen, eigenlijk gewoon weg wilt lopen. Want dat lichaam voelt dat wat er daar gebeurd niet normaal is, gewoon niet goed is voor dat lichaam, te mijden zelfs op een absolute, ontegensprekelijke manier. Dat het ook niet goed is voor kankercellen is mooi meegenomen maar vooral ook enkel een rationele wetenschap en dat lichaam, dat gedreven wordt door puur instinct, geeft geen zier om rationele wetenschappen.
Om op dat moment, en in die omstandigheden, dat nummer en zo’n lyrics te moeten aanhoren, maakt de ondraaglijke patstelling compleet:
‘We’r leaving together’ zingt de blonde oppergod – ik lig hier nochtans helemaal alleen – maar misschien bedoelen ze de anonieme massa van andere mensen die, voor en na mij, hier moeten zijn voor hun eigen portie levensbedreigende en hopelijk toch -verlengende bestralingen
‘I guess there is no one to blame’ – kust mijn kloten, ja, dat is bij mij net wel het geval – niemand van die gezondsheidszorg wilt het horen, niemand wilt het weten, maar ik ga 20 jaar van mijn leven verliezen door de onvoorstelbare incompetentie van één professor in combine met de mateloze arrogantie van Gasthuisberg
‘Will things ever be the same?’ – vanaf nu gaat niets nog hetzelfde zijn – vanaf nu gaat het alleen maar bergafwaarts gaan met mij – zelfs deze bestralingen zijn slecht voor mij en nemen levensjaren af van mij maar aangezien ik toch nooit meer zo ver zal geraken, is dat puur mathematisch gewoon niet zo erg meer. Wat is een jaartje meer of minder op een normaal levensverloop als je toch geen normaal levensverloop meer zal kennen?
‘It’s the final countdown’ – tja, dat kun je wel zeggen in mijn geval, enkele maanden tot een jaar, veel finaler kan het niet zijn en ok, ondertussen begrijp ik dat we deze stijlloze imitatie Peel Radio Therapy Sessions misschien nog een tweede keer kunnen doen, maar dat zal het dan wel zo’n beetje zijn blijkbaar
‘And still we stand tall’ – helemaal niet, nu lig ik hier gewoon vastgenageld op een plank en thuis lig ik al een tijdje gewoon op het tapijt op de grond, gelijk een oude verwaarloosde hond, volledig aan zijn lot overgelaten door een systeem dat mensen zoals mij zelfs geen plaats weet te geven want we passen niet in het beeld van perfectie dat ze van zichzelf en hun ziekenhuis en hun ziekenzorg ophangen naar de buiten- én de binnenwereld toe
‘Cause maybe they’ve seen us’ – nu bedoelen ze die van de andere kant, die van Venus in hun verhaal, bij mij als ik het goed bekijk ons vader en ons moeder zaliger – wie zou er anders aan de andere kant kunnen zitten? Zouden die mij hier bezig gezien hebben? Mijn geklungel? Mijn miserie? Gaan die blij zijn als ik kom? Of gaan ze zich schamen voor zo’n zoon? Een zoon die zich zo laat pakken door schone schijn en dan, als het te laat is, zich zo bloot geeft aan jan en alleman om toch maar te bewijzen, in de eerste plaats aan zijn eigen vrouw en kinders, dat het allemaal niet zijn fout is, daar zo veel van zijn resterende tijd in steekt – toch wel zielig eigenlijk
‘We will miss her so’ – waarmee ze bedoelen Moeder Aarde want in dat nummer gaan ze nu niet echt onder een bestralingsmachine liggen maar vertrekken ze met een raket richting Venus. Misschien op zoek naar nog meer androgyne types als die Zweedse toy boy die vooraan zijn microfoonstatief belachelijk wat staat in het rond te zwieren. Maar dat ik ook Moeder Aarde zal missen, dit zalig leven, lekker eten en drinken, goede gesprekken met goede vrienden, amai nog niet… Iedereen die mij kent, weet hoezeer ik het leven lief heb
Dat je al dit weer moet doorstaan 3 kwartier nadat je vernomen hebt niet lang meer te leven te hebben, grenst wederom aan het waanzinnige. En ze hebben het niet expres gedaan hein. Ze plannen dit niet. Ze zetten die plaat niet speciaal op om aanwezigen te treiteren of op te jutten zoals bij een ordinaire verkiezingsoverwinning van een ordinaire politieke partij. Of om de mensen die voor de eerste keer bestraald gaan worden nog eens goed op hun plaats te zetten. Het nummer wordt toevallig net dan gespeeld op de radio. Zoals steeds, na wat hersenloos geleuter. Ik geloof dat ik nog net de stem van Sven Ornelis herken. Maar dat net dat nummer dan in de ether gesmeten wordt. Het is alsof het lot mij op elke mogelijke manier tracht kapot te krijgen. Keer op keer. Nooit gedacht dat dat onnozel nummer nog ooit iets voor mij zou betekenen. En die al even onzinnige lyrics al helemaal niet.
De eerste sessie gaat de bulk van de tijd naar het exact afstellen van dit zoveelste horrormachien. De bestraling zelf duurt maar een goede twee minuten. En van die 2 minuten zijn het dan ook nog maar 2 blokken van een goede 20 seconden elk waarop er effectief bestraald wordt. Dat het twee blokken zijn, weet ik omdat het begin van elke bestralingsgolf gekenmerkt wordt door de meest afschuwelijke, misselijkmakende geur die ik ooit geroken heb. Terwijl er niets te ruiken valt op die metalen, steriele tafel. Ik had al langer door dat de geur, veel meer nog dan die madeleinesmaak voor jeannetten van Proust, ons ons leven lang bepaalt, maar dat hij mij ging lastig vallen tot in de kist, dat had ik ook al niet verwacht.
