Toegegeven, als er iemand is die hier een dure les leert, dan ben ik het wel:
Ik, die zo graag at, meer dan goed voor me was, de soep van ons moeder zo lekker vond dat ik zelfs ‘s nachts als ik lichtjes aangeschoten met de fiets thuis aankwam van Turnhout stiekem de kelder in dook om daar een kommetje met erwtengroentensoep te gaan vullen en nadien in de microgolf te steken en daarna in mijn mond vlak voor het slapen gaan: andere mensen aten zo laat in de nacht chips of rijstepap, ik hete soep met balletjes
Ik, die tot grote spijt van mijn vrouw, mijn dagen kon vullen met het lezen van zalige boeken en nu naar al die boeken, die hij nooit meer gelezen gaat krijgen, verloren, gelijk een klein kind, zit te staren in zijn boekenrek en niet kan vatten dat dat plots niet meer zo belangrijk lijkt terwijl dat ik er net altijd trots op was dat mijn interesses ver buiten mijn eigen tijdsgewricht lagen, zowal wat betreft geschiedenisboeken à la Tuchmann als fictieboeken want het niveau van een goed boek van eind negentiende eeuw ligt nog altijd mijlenver boven al die brol die hier en nu uitgegeven wordt
Ik, wiens dochters mij vanaf nu tot het einde van hun dagen gaan kunnen verwijten dat ik hen in de steek gelaten heb, dat ik zo dom ben geweest om dat Gasthuisberg te betrouwen en nu er nooit meer zal zijn voor hen – ook niet wanneer ze aan het studeren zijn en het moeilijk hebben, of wanneer ze gaan trouwen en iemand nodig hebben om hen te begeleiden richting altaar of liturgische lessenaar van de lokale ambtenaar, of wanneer ze in het kader van hun werk het wat moeilijk hebben en gewoon wat advies zoeken, of wanneer ze kinderen gaan krijgen en een beetje hulp kunnen gebruiken want als puntje bij paaltje komt moeten ze dan toch niet het absolute monopolie hebben op het vervangen van die stinkende pampers
Ik, die zo gulzig in het leven stond, die het fantastisch vond om jarenlang onmiddellijk na het opstaan in mijn kot te Leuven richting het café D’Adario te trekken om daar naast een broodje en een lekkere koffie de krant te nuttigen, en vooraleer naar huis te gaan vlug checkte wat er op het bord geschreven stond als pastaschotel van de dag voor later op diezelfde dag
Ik, die zot stond op alles wat Italiaans was, aanvankelijk verliefd werd op het zo rijke Toscanië, dat nu overgetoeristiseerd geraakt net zoals steden als Parijs en Venetië, en dat dan onmiddellijk afgelost zag door streken als Umbrië of Le Marche en de Abruzzen en Cilento in het zuiden, die de Italianen tot de tofste en de warmste mensen op aarde rekende omdat ze net zoals ons, Vlamingen, met onze simpele boerenziel, met een bijna kinderlijke blik in het leven staan, open en vol verwondering over alles wat er rondom hen gebeurt
Toegegeven, ik, ik ben de grootste idioot van allemaal en betaal de duurste les van allemaal, hier in dit geval toch, in mijn ‘casus’, beste dames en heren, medici en non-medici.
Maar dat wil niet zeggen dat zij, de witte-jassen-mensen, en dan vooral, in mijn geval, die ongenaakbaren van daarboven op de berg, die van het UZ Leuven, deel van de KU Leuven, de één al arroganter dan de ander want ze denken dat ze boven alles en dus al zeker de wet staan, of moet ik soms zeggen de één al katholieker dan de ander want kijk maar naar die Reuzegommers, hoe mild en christelijk vergevingsgezind dat die niet door die genereuze unversiteit behandeld worden – ik hoor het rechts gespuis al fluisteren: “Och, loser dat gij zijt, daders, zelfs al zijn het misdadigers, die doen tenminste iets, hein? Dat kunt gij niet zeggen, hein? Loser?” – dat die ook niet eens een lesje moeten leren.
En dus dacht ik vandaag een aanklacht te gaan indienen voor onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen bij HerKo, de politie van Kortenberg. Voor moord dus. Want dat is blijkbaar het laatste dat ik nog kan doen om die ‘untouchables’ van Gasthuisberg te dwingen mij niet langer te negeren en hen tot de orde te roepen: een strafklacht indienen voor moord op een Belgisch staatsburger. Al stelt het misschien allemaal niet zo veel voor want wat is het leven van één mens waard vergeleken met de levens van al die mensen die wél door hen gered worden? Door dat machtig ziekenhuis én idem dito universiteit? De één op het fysieke, profane vlak, de andere zwoegend voor dat eeuwige zieleheil? Dat leven van die ene mens, is dat niet één van die eieren die geklutst moeten worden als je een omelet wilt bakken? Is dat niet de bluts met de buil? Is dat niet onvermijdelijk dat zo’n dingen gebeuren in zo’n complexe job met zoveel uitdagingen en dat nog eens maal honderdduizend in een volledig uit zijn voegen gebarsten gigant van een bedrijf als Gasthuisberg? En is het eigenlijk allemaal niet een beetje overdreven van mij, slachtoffer van een medische fout of twee, drie, vier…: “Weet u niet, mijnheer Hoskens, beseft u dan niet, wat voor een verantwoordelijkheid wij wel niet dragen hier, dag en nacht, 24 uur op 24, 7 dagen op 7? En dan komt u hier nu ook nog een beetje lastig doen en van uwen tak maken?”
Wel, het is net om zulk een wanstaltige en kokhalzing veroorzakende Leo Naptha redeneringen de grond in te boren dat ik dacht vandaag deze aanklacht in te dienen. Want het enige juiste antwoord op dit alles luidt: “Neen, het is niet overdreven. Het is ook niet een schande wat ik doe. Zelfs het leven van al die andere mensen rechtvaardigt niet het falen bij al die geïsoleerde enkelen. Wel als jullie er niets meer aan konden doen, wel als het allemaal al te laat was, wel als moeder natuur weer eens een keer de betere was, maar niet door jullie eigen falen. En ik weet dat dit hard is. En ik weet dat dit onmenselijk is. En het spijt mij voor jullie. Maar toch is het zo. En trouwens, vermits jullie het allemaal zo graag zakelijk bekijken, laat ons eerlijk zijn, het is daarom ook dat jullie zo veel geld verdienen. Dat is net de deal die onze maatschappij dag in, dag uit maakt met jullie kaste. Jullie verdienen veel geld, en zelfs met plezier wat ons betreft, jullie mogen zelfs in riante villa’s met al even gigantische, verwarmde zwembaden wonen, 5 meter diep als het moet, enkel opdat zo’n dingen niet zouden gebeuren. Maar neen, jullie willen ontzaglijk veel geld verdienen én ongestraft jullie ding doen, zelfs als wat jullie doen fout is, en niet zo maar fout, maar tot op het misdadige af fout is. Dat gaat niet hein mijn beste departements-, dienst-, of hoofdgeneesheren en -dames. Het is kiezen of delen. En niet alleen voor ons, maar ook voor jullie. Het is daarom tijd dat jullie ook een lesje leren.”
Alhoewel, opnieuw toegegeven, het bijzonder grappig, of zelfs pijnlijk blijft dat het net ik, sukkel en loser eerste klas, grootste klas, het ben die denkt jullie deze les te moeten geven. In de plaats van ‘gewoon’ te genieten van mijn laatste dagen, mijn prachtige vrouw en fantastische kinderen (maak jullie geen zorgen, zo’ne constante rozengeur en maneschijn was het bij ons thuis nu ook weer niet allemaal hoor), mijn zalige boeken en lekkere wijn die ik mij, welverdiend, tot mij zag nemen als toekomstig gepensioneerde in mijn fauteuil. Hier zou bijvoorbeeld mijn vrouw tot enkele weken geleden zonder enig probleem geopperd hebben: “Och gij, gij zijt nu al een gepensioneerde, gij. Gij doet niets anders dan de ganse dag uw oh zo moeilijke boeken lezen, intellectueeltje van mijn voeten. Ge zoudt beter wat aan uw huis werken dat op instorten staat.” Om maar te zeggen dat niemand perfect is en ik al zeker niet.
Dan nog dacht ik, loser grootste klas, overmoedig zoals altijd, ga ik jullie een lesje moeten leren. Al is het, zoals men heldhaftig zegt in de film, het laatste wat ik doe. Of, nog een stoer schepje d’r bovenop, zelfs vanuit mijn graf. Niet dat het systeem mij, bedacht ik me, daar noodzakelijkerwijs mee ging helpen. Mijn ervaringen met onze medemens en vooral ook onze Belgische justitie zijn op dat vlak niet al te schitterend. Qua medemens kan ik kort zijn en gewoon verwijzen naar mijn ontslag bij Mobistar, vileine daden door vileine mensen, Shakespeariaans qua opzet, ‘et tu brute?’ op kleinmenselijke schaal, en met medeweten en dus de medeplichtigheid van al de shiny happy people die daar rond stonden en niets deden. Qua justitie moet ik verwijzen naar een modern sprookje uit een modern land, een land dat zich voorstaat een rechtsstaat te zijn en gerechtigheid voor iedereen hoog in het vandaal te voeren: een andere rechtszaak die we hier al een tijdje hebben lopen hier in het landelijke Kortenberg tegen mensen, ex-buren, die, zonder boe of bah zes bomen op onze eigendom hebben verwijderd, let wel bomen hein, geen boompjes, bomen van 50 tot bijna 100 jaar oud, zonder iets te zeggen of te vragen.
Het moderne sprookje gaat als volgt en ik vraag u om even geduld te hebben: er was eens een brave Vlaming, zoals u en ik, die vijf jaar geleden op een vrijdagavond, zoals zo vaak, vermoeid thuis aan kwam van zijn werk en al zijn bomen vanachter gewoon omgedaan en al verwijderd op één dag terug vond of dus om precieser te zijn net niet meer vond. Behalve de oudste en de mooiste, een zomereik van bijna 100 jaar, die lieten de rooiers van het bos achter ons nog staan tot de maandag daarop. Typisch ook weer (en nogmaals mea culpa voor die simpele Vlaamse boerenziel, ik kan er ook niet aan doen): die brave Vlaming en in zonde met hem samenwonende partner zijn zo overdonderd door de brutaliteit van de daad dat ze denken dat het aan hen ligt (lachen is toegestaan).
Dus duurt het een tijdje, en vooral een dagelijks weerkerende confrontatie met dat kaalgeslagen bos achter hen, zeg maar meer dan een jaar, voordat ze de moed vinden om een klacht te gaan indienen bij de politie voor diefstal. Politie die dan ook langs komt en met geïmproviseerd materiaal, alhoewel een opgerolde meter van 50 meter lang is al niet zo amateuristisch meer lijkt mij, ik had het in ieder geval nog nooit gezien, vaststelt met een proces-verbaal en al dat die bomen inderdaad op onze eigendom stonden. Dan denk je, als brave burger, dat het hiermee wel in de sjakos zal zijn, dat nu onze Vrouwe Justitia wel krachtdadig en streng zal optreden en in naam van onze rechtsstaat die dieven eens goed onder hun voeten zal geven, niet?
Wel, niets van dat alles. Na nog eens een jaartje wachten, ontvangen we een formele brief van de Procureur des Konings te Leuven met de doodleuke boodschap dat zij, want vrouwen moeten god zij dank niet allemaal oogarts worden in deze geëmancipeerde tijden, niets kan beslissen zonder een specialist en ons dus al even doodleuk laat weten dat ze ons dossier klasseert en ons simpelweg doorverwijst naar de burgerrechtbank als we toch vinden dat het niet helemaal juist is wat er gebeurd is. Uiteindelijke boodschap van de Procureur des Konings: als jullie als burger diefstal van eigendom willen aanvechten dan moeten jullie het zelf doen in dit Koninkrijk België. Of in onze veel simpeler boerentaal: los het zelf op.
Voor diegenen die nu al beginnen te gieren van het lachen, en die het fantastisch vinden wat die onnozele Hoskens allemaal toch overkomt, wacht, wacht, het beste moet nog komen. Want wat betekent dit nu concreet voor die sukkel van een Hoskens? Die moet nu een advocaat gaan zoeken, wegens als brave burger nog nooit eerder ene nodig gehad, met behulp van deze advocaat een zaak opstarten voor een burgerrechtbank, geen idee hoe dat allemaal moet, die moet een nieuwe landmeter inhuren en betalen om de eigendom van zijn bomen opnieuw te laten vastleggen (ja, ja, zo’n dure aankoopakte van zo’n overbetaalde notaris in blasé kostuum volstaat niet in dit land), die moet op zijn kosten aangetekende brieven sturen naar de tegenpartij, in zijn geval zo’n acht mensen, waarvan er dan ook nog eens een aantal in het buitenland verblijven wat de kosten ook nog eens aanzienlijk verhoogt want dat moet allemaal via die dienstbare deurwaarders verlopen, en die moet dat natuurlijk ook allemaal nog eens in zijn vrije tijd doen. Er nog eens bovenop. Het duurt in ieder geval opnieuw een jaar of zo om het allemaal rond te krijgen. Omdat anderen dus beslist hebben om hun eigen werk, het werk dat ze verondersteld worden te doen, evidente dingen, zoals dieven straffen – pakken hoeft al niet meer, dat hebben we zelf al gedaan – gewoon niet te doen. Ah ja, als ge iets wilt bereiken in dit leven, ook al is het een aantal medeburgers te wijzen op de onwettelijkheid en de brutaliteit van hun daden, moet je het allemaal zelf doen, je moet er voor knokken. Nothing is for free, right? En die uitgeholde rechtsstaat ook al niet. Dat de afspraak is: “Wij betalen veel belastingen en in ruil doen jullie jullie werk,” klopt alleen nog voor de rijken die net die belastingen zoveel als mogelijk trachten te ontduiken.
Nu, ondertussen zijn we alweer een jaar en een fase verder en is er al een tussenvonnis waar we, hip hip hoera, in het gelijk gesteld worden. Je denkt dan als brave burger weer: ah, dan zal het nu wel in orde zijn, zeker? Maar neen hoor, nu moet er weer een andere expert aangeduid worden om de exacte schade te bepalen en jullie mogen drie keer raden wie de provisie van 2000 euro voor die expert ook nog eens gaat mogen ophoesten? Terwijl de rechter dan toch al bevestigd heeft dat de bomen van ons waren en het de anderen zijn die iets gedaan hebben dat ze niet mochten doen? En toch…, jawel, die vervelende sukkel van een Hoskens weer. En dit alles, aldus de tussenrechter, omdat wij de ‘meest gereden partij’ zijn. Wat dus wel klopt want het komt volledig overeen met onze beleving. Voor diegenen die ongerust worden: met de hulp van een beetje vaséline valt ook dat wel weer mee.
Nog straffer, de advocaat van de tegenpartij, een bullebak eerste klas, die op het vlak van de eigendomsrechten als belangrijkste tegenargument niets beter vond dan te verwijzen naar de ‘Ferrarisatlas’, een atlas van de Lage Landen gemaakt in opdracht van de Oostenrijkers toen die hier nog de scepter zwaaiden, ja inderdaad lang lang geleden, over een sprookje gesproken, ergens eind achttiende eeuw dus, zo rond de Franse Revolutie, geeft op dit moment niet present op elke uitnodiging om aanwezig te zijn bij de expertise en wie denk je, gaat de kosten voor de ‘betekening’ van de acht leden van de tegenpartij weer mogen dragen als het ooit weer zover zou komen? Via die superhandige en supergoedkope deurwaarders tot in het buitenland? De ondertussen al tussen-veroordeelde brutale ex-buren die zonder boe of bah bomen kappen van andere burgers of die andere landgenoten van jullie die gewoon op een vrijdagavond naar huis gingen van het werk en rustig naar hun kippen en hanen in de tuin wilden gaan kijken? “Klassenmaatschappij?,” zegt u, “allei zwaanst na nie, hey joeng.” En dit gaat alleen nog maar over bomen. Stel je voor wat dit niet gaat geven bij een moord, zelfs als ze met onvoorbedachte rade plaats zou gevonden hebben.
Dus, jullie kunnen jullie wel voorstellen dat mijn verwachtingen qua judiciair systeem in dit land niet echt hooggespannen zijn. Dat ik niet echt verwacht dat dat hier allemaal van een leien dakje zal lopen. En dit allemaal dan nog los van al die high society vriendschapsbanden tussen die conservatieve powers that be, die ook hier bestaan maar waarvan die onnozel Vlamingen, waartoe ik mezelf dus tot mijn grote scha en schande ook moet rekenen, denken dat die op een correcte manier hun werk doen en vooral met veel respect voor het klootjesvolk onderaan; die procureurs en die proffen-chirurgen, die op recepties verspreid over het land samen champagne staan te zwelgen met een beetje foie-gras.
Blijven nog de fantasielozen over onder jullie die nu al aan het denken zijn: “Waar begint die nu in hemelsnaam over? Die gast gaat sterven, spreekt zelfs van moord, en begint nu nog wat te zagen over bomen?” Wel, tot spijt van wie het benijd, al zullen er zo niet veel onder jullie zijn, zijn de parrallellen tussen beide zaken bijzonder groot. Allereerst, is het in beide gevallen aan het slachoffer om zijn plan te trekken. Er wordt iets gestolen bij jou? Los het zelf op! Er wordt een serieuze reeks van medische fouten tot en met nalatigheid met dodelijke gevolgen begaan door één van onze voor het leven gezalfde stafleden? Tant pis! Wat verwacht gij nu eigenlijk, gij Belgisch burger? Toch niet dat uw eigendom beschermd wordt of dat men niet zo maar ongestraft uw leven kan bedreigen, laat staan beëindigen? Dat is wel veel gevraagd, niet?
Je zou bijna mee gaan in die populistische retoriek die heden ten dage zo’n opgang maakt in de Westerse wereld en die stelt dat burgers opgejaagd wild zijn, moeten betalen voor vanalles en nog wat en ondertussen nog langs alle kanten gepakt worden, bij voorkeur langs achter. Zo onzinnig klinkt dat niet meer in mijn oren na de harde lessen die ik de afgelopen jaren heb mogen ontvangen. Gerechtigheid lijkt er in dit land alvast niet te bestaan voor de slachtoffers. Neen, die slachtoffers, die mogen al blij zijn als er uiteindelijk na vele jaren een proces voor een burgerrechtbank gevoerd wordt. Slachtoffers, die mogen eenzaam en alleen, verborgen voor iedereen, thuis wat zitten kniezen over onnozel bomen of een scherf in hun been na een terroristische aanslag, of na een opeenstapeling van medische fouten gewoon in een hoekje wat sterven.
De rechten van de daders daarentegen worden op alle mogelijke manieren beschermd. Want er zou maar eens iets mislopen ergens met die rechten, stel je voor. Dan gaat de hele maatschappij beginnen schudden en beven in zijn voegen. Want hoe gaat ge nog iets kunnen doen hier, als dader, als ge zelfs geen kleine wandaad, een akkefietje hier of een foutje daar, meer moogt doen? En voor de slachtoffers is het nog erger, als de rechten van die daders geschonden worden, is dat zelfs zo erg dat de misdaad zelf niet meer bestaat. En geen misdaad, geen slachtoffers. Pure magie, die rechtbank. Het is de omgekeerde wereld van Justitie in België: die is er namelijk niet om gerechtigheid te schenken aan de slachtoffers, maar om er voor te zorgen dat die daders niet onheus behandeld worden. En dit zelfs als de beschuldiging terecht is, zoals uit een proces-verbaal van de politie of een tussen-vonnis van een rechter of een genegeerde doorverwijzingsbrief van een medisch specialist zou kunnen blijken. Logisch ook allemaal want zo’n proces blijft toch wel in de eerste plaats genant voor die ijverige daders, niet? Zij zijn dan ook diegenen die in eerste instantie geholpen moeten worden. Die slachtoffers moeten zelf maar hunne plan trekken.
Om maar te zeggen dat mijn verwachtingen dus niet echt hooggespannen zijn, eerder heel laaggespannen. En dat ondanks al de ontzaglijke inspanningen geleverd door dat CD&V-‘Broeder Jacob’-icoon Koen Geens, aldus Koen Geens zelf, een week of twee geleden in De Afspraak, waarna hij zelfvoldaan en met een brede grijns dat glas water onbescheiden aan zijn mond zette. En ondertussen maar klagen dat er zo veel mensen extreem-rechts stemmen. Net zoals de echte Broeder Jacob slaapt hij rustig voort en heeft hij gewoon geen flauw benul dat zijn eigen kot in brand staat.
Daarom misschien toch even expliciteren voor de slechthorenden en blinden – ik als eenoog mag dat doen: één van de belangrijkste bronnen van ongenoegen die dat populisme zo sterk voeden hier en nu begin eenentwintigste eeuw, beste beleidsvoerders die nu aan de macht zijn, is het systeemfalen van onze maatschappij, zoals daar zijn, om maar enkele voorbeelden te noemen; een minister verantwoordelijk voor een belabberd functionerend departement die ongestoord en ongegeneerd met een pretentieus monkellachje rond zijn mond devoot op zijn borst zit te kloppen in het belangrijkste politieke praatprogramma op de staatszender, medische specialisten die straffeloos de meest waanzinnige fouten mogen begaan terwijl de slachtoffers ervan, burgers van dit land, zelfs niet erkend worden en rechters die meer bekommerd lijken om de daders dan om de slachtoffers zelf – niet alleen het paneel, maar de rechtvaardige rechters zelf lijken 600 jaar na de Bourgondische gebroeders Van Eyck verdwenen uit ons land.
Voor de stemmers zelf heb ik maar één advies, mijn duurste levensles, hier voor jullie allemaal te grabbel gegooid, doe ermee wat je wilt: verwacht geen empathie van de klootzakken. Want het probleem met die populistische stemmen van jullie is dat die nationalisten van vandaag de dag ultra-conservatieve klootzakjes zijn. Dus dat gaan de laatsten zijn die hier ooit terug verandering in gaan brengen. Die willen, conservatief als ze zijn, de gevestigde machten juist bestendigen. Die willen die recepties verder blijven afschuimen, politieke zaakjes afsluiten die enkel hen ten goede komen, dealing and wheeling. Kijk maar naar Trump, die rijke stinkerd die al zijn onderdanen als wegwerpmateriaal behandelt. Kijk maar naar ons eigen Antwerpse Bartje, die in zijn afgelikt Oostenrijks kostuum dezelfde reactionaire Ancien Régime cultuur uitademt van meer dan twee eeuwen geleden toen die Ferrarisatlas hier nog besteld werd.
Neen, er moeten dringend terug wat meer Dokter Bernard Rieux’s terug in deze wereld komen en al zeker in dit land: mensen die doen wat ze denken dat ze moeten doen, niet omdat het hen weer een beetje geld of electoraal gewin zal opleveren, maar omdat ze denken dat dat het juiste is om te doen. Mensen die al dat korte-termijn-gedoe, dat nu hoogtij viert dankzij het monsterverbond tussen die snelle hippe wereld van de leeghoofdige sociale media en de Excelfile-managementcultuur van de vrije markten, achter zich kunnen en durven laten. Die niet dat door de media aangedreven korte termijn ijdel genot nastreven van net dat ene juiste ding te zeggen of te dragen, dat ene ding dat net nu weer en vogue is. Maar de lange termijn beogen, zoals de wereld zou moeten zijn, maar niet is, en daarmee vooral ook opkomen voor anderen, de mensen voor en na hen, van hier en niet van hier. Want wij zijn hen en zij zijn wij. En neen, ultra-conservatieve klootzakjes, niets te Hakuna Matata, want er zijn wel degelijk grote problemen op deze wereld en één van de grootste problemen in onze Westerse democratieën op dit moment zijn jullie.
Maar, en het spijt me om dit net nu te moeten zeggen, vlak na mijn oproep tot meer niet-opportunistische heldenmoed, het spijt me vooral ook voor de mensen die in mij geloofden, voor zover dat die nog bestonden, dat ik na rijp beraad besloten heb het toch niet te gaan doen: ik ga toch niet die aanklacht voor doodslag op een Belgisch burger indienen. En ik ga al zeker niet zo’n Bernard Rieux zijn. Sorry. Niet alleen omdat mijn lange termijn visie sinds kort drastisch ingekort is geworden tot amper één jaar. Maar vooral ook omdat het systeem op dit moment zo slecht functioneert of zo goed – het is maar hoe je het bekijkt, voor de mensen onderaan slecht, voor de mensen bovenaan goed – dat de enigste mensen die gekloot gaan worden als ik zo’n strafklacht zou indienen, mijn eigen vrouw en kinderen gaan zijn. Dixit mijn advocaten.
Dat die van Gasthuisberg daarentegen eens goed in hun genereuze katholieke vuist gaan bulderlachen met mij. Omdat sowieso al, bij elk proces rond medische fouten, zelfs één voor de burgerrechtbank, die medische experten elkaar op alle mogelijke manieren tegenspreken en op die manier indekken, of de intellectuele masturbatievrijheid krijgen om de meest absurde argumenten te verzinnen om toch maar te insinueren dat ik toch dood ging gaan, was het niet nu dan was het later. Met het bijkomende voordeel voor die medici dat we, inderdaad allemaal, vroeg of laat, dood gaan. Dus gelijk hebben ze. Tegen zo’n doortrapte cirkelredenering kun je gewoon niet op.
En de stilzwijgende omerta in die medische wereld wint nog eens aan kracht na het indienen van een strafklacht zoals onvrijwillige doodslag door slagen en verwondingen. Vandaar al dat vuistlachen op eenzame hoogte. Want als een geneeskundige veroordeeld zou kunnen worden op basis van zo’n aanklacht, waar gaat dat dan eindigen? ‘Subiet vlieg ik zelf nog de bak in,’ is de onuitgesproken vrees van de meeste van die onbevlekte medici. Dan liever onbezorgd en straffeloos ons eigen ding blijven doen. Dat is veel plezanter voor iedereen. Behalve voor die mensen die ‘per ongeluk’ dood gaan natuurlijk. Dat is jammer, maar dat is dan ook weer net het positieve aan dat gebeuren: eenmaal wanneer die dood zijn, hebben we er ook geen last meer van.
Komt daar nog bij dat zelfs bij een moord met voorbedachte rade door een dokter – en ik hoor de conservatieve klootzakjes hier weer krijsen en resoluut naar de euthanasie van Tine Nys wijzen, maar neen dus, neen, dat was euthanasie, klootzakjes die niet in staat zijn tot enige empathie, dat is iets anders, Tine Nys heeft dat zelf gevraagd, dat noemt een vrije wilsbeschikking op basis van ondraaglijk lijden, iets wat jullie niet kennen ondanks die Christusfiguur die jullie adoreren terwijl die eigenlijk, gebukt onder de zonden van de ganse wereld, ondraaglijker lijden is mathematisch niet mogelijk, ook gewoon maar euthanasie pleegde op het kruis, of niet soms? – je slechts met veel moeite kunt winnen, dus wat ga je in hemelsnaam beginnen met ene die ‘per ongeluk’ gebeurd is?
Daarom, mijn beste medebewoners van dit luilekkerland, waar iedereen toch gewoon zijn goesting doet, het spijt me dat ik zo schaamtelijk egoïstisch ben, maar ik vind dat mijn vrouw en kinderen nu al genoeg gekloot worden door mijn veel te vroegtijdige, nakende dood. Die moeten niet nog eens extra de dupe worden van al die arrogante zelfvoldaanheid boven op die berg. Zelf betaal ik ook een veel te hoge prijs voor het behoud van de gewetensrust van al die omhooggevallen mensen. Ik ben vermoord door een systeem dat zijn eigen fouten en gebreken niet langer durft te erkennen uit schrik voor de gevolgen ervan voor het imago van hun etablissementen. Dat op lange termijn iedereen er alleen maar beter van kan worden en vooral dat enkel op deze manier dezelfde fouten vermeden kunnen worden, daar en elders, dat wordt van ondergeschikt belang geacht door die medische peetvaders. In de plaats daarvan overheerst een schijn van perfectie, een imago van onbevlekte volmaaktheid, de Maagd Maria is er niets tegen. Zelfs een klachtenbrief van ettelijke bladzijden wordt onmiddellijk meegenomen naar de volgende reorganisatie. Zó ontzagwekkend professioneel zijn ze. Het dynamisme dat ze hierbij uitstralen staat in schril contrast met de manier waarop medische slachtoffers door hen behandeld worden, namelijk niet. Ik ga me nog een echte boer voelen want puur en onversneden boerenbedrog, dat is het. En ik ben dan nog maar één zo’n geval. Mijn excuses voor mijn lafheid dan ook. Ik zal de heldendaden overlaten aan anderen. Aan die Bekende Vlamingen, politici of niet, die veel tweeten of een druk gevolgd Instagramaccount hebben. Die denken betekenisvolle dingen te kunnen zeggen met een tweehonderdtal leestekens of een mooie foto van hun nieuw kostuum aus Tirol. Of die, ook al per ongeluk, er gebeuren veel ongelukken in dit Vlaanderenland, sexfilmpjes van zichzelf doorsturen naar onbekende blondines met grote borsten en gepiercte tepels. Blondines die niet weten wat ze ermee moeten aanvangen en diezelfde filmpjes dan maar zonder problemen op het internet smijten. Misschien dat dat wel iets voor een strafrechtbank is. Dan hebben die ook iets te doen.
