Het is de zwaartekracht, stommerik

Voor diegenen die nog twijfelen aan mijn verhaal of die toch vinden dat ik resoluut voor de onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen moet gaan, strijdend ten onder moet gaan als een echte Vlaamse held, zo’n volksheld als Pallieter of Tijl Uilenspiegel, een nog niet in dit hallucinant verhaal vermeld probleem is dat de definitie van het begrip ‘onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen’, samen met de rest van ons wetboek, nog dateert van de tijd van Napoleon, toen ons begrip van het leven nog heel rechtlijnig was. Een tijd die bijgevolg een zeer enge interpretatie van het concept onvrijwillige doodslag rechtvaardigde: de dood moet een rechtstreeks gevolg zijn van de slag. Dit lijkt de evidentie zelf, maar als je even doordenkt, vervalt dat ogenschijnlijk logische toch wel. En dit al zeker als we meer dan tweehonderd jaar doorschakelen op onze Christelijke jaartelling, namelijk naar onze tijd waar die goede, oude rechtlijnigheid van Napoleon volledig zoek is. Niet alleen in het maatschappelijk leven waar mensen trouwen om dan uiteen te gaan omdat er eentje absoluut ook nog eens een wereldreis op zijn of haar ellenlange bucket list heeft staan, of mensen als ze geboren worden een piemeltje hebben en als ze sterven niet meer.

Waar dat de medische staf van La Grande Armée vooral bestond uit halve beenhouwers die voor elke ernstige verwonding van een been of een arm maar één oplossing zagen, namelijk afzagen en afhakken die handel, zitten wij hier nu met een panoplie van medische specialisten, met elk hun eigen veld van expertise. En zelfs binnen hetzelfde domein van expertise maken ze er een sport van om het oneens te zijn met elkaar. Kijk maar naar die Coronavirologen die vandaag de dag elke dag als echte straatvechters in de publieke ruimte liggen te rollebollen, met supporters aan beide zijden. Het beeld van de wetenschapper als bron van alle wijsheid dat ik nog gekend heb als kind, Professor Barabas die geen tegenspraak ondervond gewoon omdat er geen was, Professor Gobelijn wiens baard en vooral zijn snorharen rechtevenredig lang waren met de kennis die hij opgehoopt had in zijn hoofd en zijn dikke buik, over zoveel kennis beschikte dat hij zelfs niet meer duidelijk moest spreken, dat archetype bestaat al lang niet meer in deze wereld.

Dit alles wederom vertaald naar mijn casus – houd u vast aan de takken van de bomen beste lezer want er komt enig vakjargon aan te pas: als die incompetente professor Ilse Mombaerts van het arrogante UZ Leuven na haar compleet amateuristische diagnosestelling eindelijk maar dan ook al ettelijke maanden te laat op 26 september 2018 ‘s ochtends in de vroegte lustig in mijn linkerooghoek begint te snijden, sterf ik dan nu door de insnijdingen die zij op dat moment maakt in de buurt van het gezwel of door het gezwel zelf dat er al zo lang zat te wachten op een professionele medische interventie? Vertaald naar de vrouwen onder jullie: als jullie een gezwel zouden hebben in één van jullie melkklieren en er begint net dan, of neen ook al een maand of zes te laat, een professor van Gasthuisberg te snijden in dat tempelhof, sterf je dan door die insnijdingen die ervoor zorgen dat de kanker metastaseert en in je bloedbaan terecht komt of door het gezwel zelf dat er al zat? Voor de mannen: als je prostaatkanker hebt en er begint net dan iemand tussen je scrotum en je balzak wat te morrelen en te snijden, sterf je dan door die insnijdingen die ervoor zorgen dat de kanker metastaseert en in je bloedbaan terecht komt of door het gezwel zelf dat er al zat? Het is een beetje een esoterische discussie want je kan je net zo goed de vraag te stellen of als iemand pootje lap doet bij iemand anders en die breekt zijn nek door de val, sterft die dan door dat pootje lap of door de zwaartekracht? Ten tijde van Napoleon, zo vlak na de Bloedterreur van Robespierre, had men geen twee keer moeten nadenken en zou het eenvoudigweg moord geweest zijn. Maar in onze tijden, deze tijden van hypercommunicatie, deze Toren van Babel-tijden, ligt dat helemaal anders. Niet is nog wat het lijkt en voor alles zit er altijd weer iemand anders klaar om volledig het tegenovergestelde te beweren met klaarblijkelijk al even veel recht van spreken als de vorige roeper. Zonder aarzelen wordt zo na een tijdje ook de staat van het wegdek mee verantwoordelijk gesteld voor de dood van de pootje-gelapte.

Om de Babylonische spraakverwarring compleet te maken, is het bovendien nog maar de vraag of die operatie aan mijn oog zelf wel als een ‘verwonding’ gedefinieerd kan worden, dixit één van mijn advocaten. “Misschien dat ze zelfs echt nodig was, niet?” Ah ja, tot zo scherp op de snee – zonder verwonding geen doodslag, dat is de redenering erachter – wordt de discussie gevoerd in die geleerde academische middens. En wie zijn wij eigenlijk wel om dat in vraag te stellen? Die overduidelijk briljante en supercompetente professor met een excellent fingerspitzengefühl, ze heeft zelfs een simpele scan niet nodig zij, heeft zelf toch gezegd dat de operatie voorspoedig verlopen was, dat er post-operatief geen enkele verwikkeling was, dat er een ‘externe dacryocystorhinostomie’ met ‘ernstige totale stenose canaliculus inferior’ plaats gevonden heeft. Met die couche Latijn d’r over klinkt dat allemaal toch perfect niet? Zoals je enkel maar kunt verwachten van zo’n prof van Gasthuisberg. Helemaal tip top en dan vooral ook nog eens top. Perfect gewoon. Dus wie zijn wij dan om te insinueren dat dat allemaal catastrofaal fout was? Waarop baseren wij ons om de woorden en de daden van zo’n alwetende en geleerde prof – zoals reeds eerder vastgesteld is het een wandelend woordenboek etymologie – openlijk in vraag te stellen? En al die door ons verondersteld volledig overbodige operatieve ingrepen dan te kwalificeren als een ‘verwonding’ die mijn leven binnen enkele maanden vroegtijdig gaat beëindigen? Toch niet dat kleine bobbeltje dat er al maanden zat voor de operatie en waarvoor je net, nu al sinds het begin van het jaar, oogartsen zit af te lopen en nu, onvoorstelbaar, na die langverwachte operatie, er gewoon nog altijd blijkt te zitten? Daar, vlak naast mijn oog, tegen mijn neus aan? Op exact dezelfde plaats, alleen een beetje groter ondertussen dan enkele maanden geleden? Zo simpel kan het toch niet zijn?

En het feit dat dat gezwel, na de operatie, gewoon ontploft is in mijn oog, exponentieel is beginnen woekeren? Dat ik vooral ook op geen enkel moment, ook maar iets gevoeld heb van die operatie? Noch tijdens, noch de dagen na de operatie? Ik was daar zelf zo verwonderd over dat ik het tegen iedereen vertelde inclusief, braaf als ik weer was, die superprofessionele ophtalmologische diensten van het Universitair Ziekenhuis van Leuven. Zoals al die andere keren dat ik hen gecontacteerd heb, kwam er geen enkel antwoord terug.

Zijn dit allemaal geen bewijzen dat die professor Mombaerts zelfs gewoon in dat gezwel heeft zitten snijden? De metastase zelf getriggerd heeft en dus mijn dood nu veroorzaakt heeft? “Het kan, het kan,” krijg ik steevast als antwoord van andere medici begeleid door een lange zucht en een gepijnigde blik want een schuldvraag beantwoorden behoort niet tot hun opleiding, schuld bestaat zelfs niet in hun wereld van onbevlekte gangen, beddens en lakens, waar alles perfect is. Enkel het leven en de dood bestaan er. En dat is al zwaar genoeg om te dragen. De schuld kunnen ze er niet meer bij nemen. Zoals wij, de gewone stervelingen, dag in dag uit moeten doen. Neen, daar hebben zij echt geen tijd voor, om zich bezig te houden met zo’n triviale, wereldlijke dingen, die o zo druk bezette halfgoden. Misschien moet ik gewoon leren zwijgen en als een volleerde islamiet languit uitgestrekt op mijn tapijt gaan liggen met mijn gezicht naar de bodem in volle aanbidding en overgave voor professor Ilse Mombaerts en al de brains van de volledige staf van Gasthuisberg. Mijn rechten als burger hier in deze democratische rechtsstaat lijken mij in ieder geval niet veel meer waard dan die van een inwoner van om het even welke woestijndictatuur.

Komt bij dit alles nog bij dat in België een strafzaak opstarten, concreet betekent dat je alle controle uit handen geeft. Heel die strafrechtprocedure is één zwarte doos in dit land. Zoals in de goede, oude tijd, toen een koning nog een koning was of allez, speciaal voor de Franse Grandeur, een keizer een keizer. Dat we ondertussen in 2020 leven, hebben ze daar bij Justitie op één of andere manier volledig gemist. Als slachtoffer heb je totaal geen zicht op het verloop van de zaak. Buiten wat nietszeggende briefjes, net niet meer met een ganzenveer geschreven, om de zestal maanden, komt er niets uit die bizarre toverwereld die wél nog lijkt te geloven in de absolute en ondeelbare authoriteit van de sociaal uitverkorenen. Niet dat ik nog Leopold II-baardharen verwacht, maar qua tijdsgeest zal het niet veel schelen in die duistere cabinetten. Een stel medische experten en dan vooral nog die van de verzekeringsmaatschappijen van beide partijen, hoe onpersoonlijk kan het niet worden, die zich in geheime kamers buigen over mijn dossier om dan op basis van god weet welke redenen wat dan ook te beslissen. De idee alleen al doet me gruwen. Kijk maar opnieuw naar die arme weduwe Chovanec: zit die echtgenote vanuit Slovakije al twee jaar te klagen dat ze van niets weet, niets te horen krijgt enz., en wat is het antwoord? “Er is geen probleem. We zijn er aan aan het werken. We zullen wel iets laten weten als het zover is. Laat ons nu verder met rust en leer eens een beetje geduld te hebben, alstublieft.” En daar moet je het weer mee doen. “Merci Monsieur le Juge, excellentie, edelachtbare. Ik zal dan rustig thuis blijven zitten en nog wat van die leuke Slovaakse folkjurken naaien en stikken, net zoals mijn bet-bet-bet-bet-overgrootmoeder al deed ten tijde van uwe Napoléon.” Alles wordt verder binnenskamers tussen het stof en de spinnenwebben, daar waar de papieren dossiers zich nog steeds opeenstapelen, bedisseld. En dan op het einde komt er uit het gat van de kip zonder kop een conclusie.

Om een procedure voor de strafrechtbank helemaal belachelijk en overbodig te maken, wordt heel het proces dan ook nog eens begeleid en overzien door eminente éminences grises die al 200 jaar niets liever doen dan hun eigen Code Napoléon uit te hollen. Ze vinden het zalig om weken-, maanden-, jarenlang gezellig te overleggen met een tasje koffie in de hand met alle andere experts van alle andere types van seculiere activiteiten, wat dat zijn experten, net zoals zij, gelijkgezinden die weten wat het is om expert te zijn. Ze denken hierbij Vrouwe Justitia, die met haar blinddoek en weegschaal hooggeheven, klaar om recht te doen geschieden, een dienst te bewijzen. Gewoon, alles in het werk te stellen, alle middelen waarover ze beschikken aan te wenden om de Grote Waarheid te achterhalen. Zoals in de boekskes. Maar ze vergeten hierbij dat het grote aantal zwaartekrachtgerelateerde argumenten aan die ene kant van die weegschaal, die kant van de weegschaal die tegenwoordig regelmatig, en in mijn casus al helemaal (het in de Vlaams-Brabantse velden op de loer liggende veelvraatmonster Gasthuisberg in coalitie met MS Amlin, één van de grootste medische verzekeraars van de ganse wereld), zelfs over meer middelen beschikken dan Justitie zelf, de weegschaal wel heel ver doet doorslaan in het voordeel van de dader, nog voor dat het slachtoffer zelf nog maar één steentje in haar schaaltje heeft kunnen laten vallen. En zo heeft Justitie haar eigen finaliteit, recht spreken voor de burger zoals Le Grand Napoléon het voorzag, uit het oog verloren. Tenzij men natuurlijk een andere finaliteit beoogt, die van behoud van de sociale orde, met de rijken en welgestelden helemaal bovenaan in de pyramide en de armen en de minderbedeelden braafjes onderaan. Dan zijn ze heel goed bezig bij die Belgische justitie.

Hoe het ook zij, het is om al deze redenen dat ik, als burger van dit land, verplicht ben een proces te gaan voeren voor mijn leven voor een rechtbank waar ge normaliter naar toe gaat als ge vindt dat de haag van uw buurman toch iets te hoog gesnoeid is dit jaar en hij pertinent weigert er iets aan te doen of als ge vindt dat die erfenis van die welgestelde, heel haar leven alleen wonende oudtante, die oude vrijster, toch niet helemaal koosjer verdeeld is geworden geweest. Het beste dat wij in deze procedure kunnen verhopen, is dat we geacteerd krijgen dat ik een vroegtijdige dood ben gestorven door al het geklungel van Gasthuisberg. Doodslag en recht zullen iets voor het hiernamaals zijn.

Volgende vraag zal dan wel weer worden hoeveel vroeger? Een maand vroeger of 20 jaar vroeger? In de USA zouden ze van in ‘t begin voor de volle 20 jaar gaan omdat slachtoffers van medische fouten daar wel au serieux genomen worden en je daar dus niet kunt zeggen dat het judicieel systeem een lachertje is. Tenzij dat ge ergens in de Midwest zit waar dat de meeste van die Trumpaanhangers wonen, zoals in ‘Making a Murderer’. Dan zit je gevangen in een systeem dat enkel die tweede verdoken doelstelling van justitie beoogt: dat van sociale controle en iedereen braaf onder de knoet te houden.

Als klap op de vuurpijl en ik hoop dat ik hiermee de laatste twijfelaars overtuig: als we er een strafklacht van maken, komen we volledig terecht in de bubbel van Leuven. Niet de Corona-bubbel van drie of vier of vijf, maar de veel grotere en veel gewichtigere ons-kent-ons-bubbel van Leuven. Omdat ik (het corpus delicti to be dus) een inwoner ben van Kortenberg en vooral ook omdat de plaats delict van de misdaad in Leuven ligt. Bij een klacht voor de burgerrechtbank bepaal je daarentegen volledig zelf waar je ze binnen dient. En het is de plaats waar je de klacht indient, die de klacht zal behandelen. Maar bij een strafklacht zal dus sowieso de Procureur des Konings van Leuven mijn case ter harte moeten nemen. En laat dat nu net die ene procureur zijn die onze bomen niet voldoende interessant genoeg vond om ook maar één iota van haar tijd in te steken, wat gaat ze mijn leven dan wel interessant genoeg vinden? “Wie is dat? Patrick Hoskens? Is dat niet die ene van die bomen, weer? Get a life, zeg! Zagevent.”

Bovendien zijn de gelegenheden om samen champagne te slurpen en foie-gras te degusteren legio in de regio Leuven voor de leden van de meer gegoede klassen. Bij elke opening van een nieuw universiteitsgebouw of een nieuwe ondergrondse parking in Leuven of, nog erger, weeral een nieuw aanhangsel voor het magnifieke Gasthuisberg, het kasteel van Sneeuwwitje in Eurodisney is er al niets meer tegen, staan ze te trappelen van ongeduld – dan kunnen ze ineens ook eens vragen of dat vlekje daar op hun voorhoofd misschien niet kwaadaardig is – om nog eens goed te gaan netwerken met hun peers op eenzame hoogte. Want die eenzaamheid weegt ook wel door hoor, zo helemaal alleen boven zitten en al die verantwoordelijkheid dragen, dat is niet niets, dat vereist op tijd en stond een beetje compensatie en ge kunt niet elk weekend op shortski gaan. Toch niet in de zomer.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie