Wat volgt is een update van het bomenfront. Om alles accuraat weer te geven, belooft het wel een beetje technisch te worden. Dus vraag ik jullie, beste lezers, om een beetje geduld te oefenen bij het lezen van deze nieuwe post. En vergeef mij als ik u gaandeweg ergens verlies. Niet dat dat zo erg is; verliezen is de laatste tijd my middle name.
De expertise van de zes bij ons onrechtmatig verwijderde bomen (5 oude en 1 jonge boom) heeft ondertussen plaats gevonden. Stel je hierbij de volgende scene voor in onze achtertuin. Aanwezig: 1 expert, 2 advocaten van de tegenpartij, 1 bomenexpert van de tegenpartij, 3 leden van de tegenpartij, onze advocaat, geen bomenexpert van ons want die heeft al een andere afspraak zegt hij, Tin en ik. Er is een tafel klaar gezet met wat water en glazen om van te drinken. Er zijn echter niet genoeg glazen voor zo’n grote groep mensen, maar dat is niet erg, want er zal niet gedronken worden. Misschien omdat ze zelf door hebben dat het misplaatst zou zijn. Misschien omdat vanaf in het begin de vijandigheden starten.
Vooraleer de expertise zelfs van start kan gaan, kondigt de oudste van de twee advocaten van de tegenpartij al aan dat ze in beroep gaan tegen het tussenvonnis dat de rechter van de burgerrechtbank geveld heeft. Het tussenvonnis dat stelt dat de bomen zich wel degelijk op onze eigendom bevonden. De expert zegt dat hijzelf geen enkele uitspraak over de eigendom van de bomen mag doen, dat dat niet aan hem is en vraagt aan de tegenpartij of het dan nog wel zin heeft om de expertise die dag voort te zetten.
Zelf zit ik midden in mijn postbestralingsfase; de ellendigheid druipt er gewoon vanaf, sijpelt uit elke voeg en opening, in mijn lichaam en in de grond. Alleen al de aankondiging van het beroep, dat die mensen vijf jaar na de feiten nog steeds niet willen inzien dat ze een grove fout gemaakt hebben, doet me wankelen op mijn benen, zo slecht ben ik eraan toe. Ik verwacht en hoop echter dat de bomenshow al afgelopen is en dat de expertise afgeblazen wordt.
Tot mijn verrassing laat de tegenpartij echter de expertise toch doorgaan. Misschien omdat ze al in de mot hebben dat de expert van de rechtbank er ene van de oude stempel is: zo ene van ‘een boom is maar een boom, we gaan dat hier niet te lang laten duren en, ik weet niet hoe dat het met u zit, maar mijn pensioen zit eraan te komen, dus doucement allemaal.’
Dan volgt er een nieuwe verrassing: als start van de expertise vraagt de expert eerst aan de tegenpartij, de verweerders, misschien omwille van het fysiek grotere aantal aanwezigen, om te zeggen wat er gebeurd is. Ik had verwacht dat zo’n expert die al een provisie van 2000 euro heeft ontvangen op zijn minst op de hoogte zou zijn van het dossier. Maar blijkbaar is het de bedoeling dat wij alles voor de zoveelste keer van nul opstarten.
De tegenpartij laat eerst hun bomenexpert aan het woord, een jonge ket van één of ander bosbedrijf, die als centrale stelling heeft dat de uniforme methode voor de waardebepaling van bomen van het Vlaams agentschap Natuur en Bos niet gebruikt mag worden in dit geval want dat de bomen duidelijk deel uitmaakten van het bos achter onze eigendom. Hij verwijst hierbij vooral naar de vegetatie die zich in de buurt van de resterende stronken bevindt. Kadaster of landmeterverslagen zijn in zijn abstract betoog totaal irrelevant. Het is de omringende vegetatie die bepaalt wat bij wat hoort. Terloops maakt hij van de gelegenheid gebruik om de waarde van de bomen, die hij nooit gezien kan hebben, zo jong is hij, zo maar, losjes uit de pols, te reduceren tot zo’n 500 euro per stuk, min 250 euro kost voor het restafval, dus blijft over zo’n 250 euro per boom. Wanneer hun boomexpert gedaan heeft met zijn tactiek van de verschroeide aarde, volgt er nog een kakafonie aan tegenwerpingen van de tegenpartij, gaande van “het kan toch niet dat die bomen eind 2015 verwijderd geweest zijn, we zijn ondertussen al vijf jaar later” (deuh…) tot “we hebben die bomen als een dienst voor de buren verwijderd, zodat ze d’r geen last van zouden hebben.” Bij het aanhoren van de laatste objectie kunnen noch Tin, noch ik, het laten om te beginnen te roepen dat we zo’ne zever in onze eigen tuin niet moeten hebben en dat ze veel beter hun verontschuldigingen zouden aanbieden.
Als iedereen terug wat gekalmeerd is, is het onze beurt. Onze advocate doet haar best om een coherent verhaal op te hangen, benadrukt dat de bomen onze eigendom zijn volgens het kadaster en twee beëdigde landmeterverslagen, dat de verwijdering van de bomen ongemeen brutaal verlopen is, zonder ook maar enige verwittiging, en dat de schade aan onze eigendom aanzienlijk is. Dat het bedoeling is om deze schade nu samen te bepalen.
Op mijn voorstel begeeft de ganse groep zich dan naar boven, op de weg naast de talud waar onze eigendom op uitkomt, de voetweg die boven de afscheiding vormt tussen onze eigendom en het bos. Tin zegt achteraf dat ze de expert hierbij hoort zeggen: “O, er is hier een weg. Daar moet ik toch wel rekening mee houden.” De bestralingstinnitus in mijn oren die ondertussen op volle kracht aan het gaan is, zorgt ervoor dat ik het zelf niet meer hoor. Maar ik maak wel gebruik van het moment om nadrukkelijk de expert te wijzen op de weg en daarmee de brutaliteit van de daad; die houthakkers zijn letterlijk de voetweg overgestoken om de bomen aan onze kant van de weg, beneden aan de talud, en op onze eigendom, om te zagen en mee te nemen. En dit zonder ook maar enige verwittiging. De gekrulde jonge held van de tegenpartij wijst nog op wat vegetatie en het feit dat er toch twee stronken staan die nog nieuwe scheuten krijgen. Die bomen gaan doorgroeien stelt hij hoopvol. Dat we vijftig tot tachtig jaar gaan moeten wachten tot de oorspronkelijke staat hersteld zal zijn, laat hij onvermeld.
Hier van boven op de helling is ook duidelijk te zien dat de bomen op een lijn staan en wel degelijk de afbakening van ons terrein vormen. Op het moment dat ik de expert hierop wijs, begint de tegenpartij luidop en opnieuw de eigendom van de bomen in vraag te stellen. Waarschijnlijk omdat het al dan niet in lijn staan van de bomen een enorme impact heeft op de waarde van de bomen. Opnieuw dient de expert hen erop te wijzen dat hij niet de bevoegdheid heeft om uitspraak te doen over de eigendom van de bomen en enkel daar is om de schade te bepalen.
De expert meet ook opnieuw, na de politie 3 jaar geleden al en onze boomexpert 2 jaar geleden al de omtrek van de boomstronken en spuit in fluoroze verf een getal van 1 tot 6 op de stronken. Dan zegt hij plots dat het normaliter ook de bedoeling was om te zien of er geen verzoening mogelijk was maar, stelt hij, omdat het verschil zo groot is, 1250 euro versus 50000 euro, lijkt de kans hem bijzonder klein op zo’n verzoening. Daar wordt instemmend op gereageerd en na ongeveer drie kwartier verlaat de expert al even plots als hij verschenen was ons terrein. Ik zie de krullebol hem nog nalopen, maar de expert schudt driftig met het hoofd en beschouwt de expertise als afgesloten.
Je zou dan denken, nu is de lijdensweg eindelijk afgelopen. Wel, niets is minder waar, beste lezers. Want wat volgt op een expertise, is een expertiseverslag en ook dat verloopt in meerdere fasen. Allereerst stuurt de expert een voorlopig verslag. In ons geval betekent dat een vod van een document – ik schat dat het maken van dit document de expert maximum een uur werk heeft gekost – waarin gewoon de informatie oraal doorgegeven door beide partijen tijdens de expertise hernomen wordt, gevolgd door een eerste waardebepaling van de bomen waarbij geen enkele verklaring voor het uiteindelijke resultaat vermeld wordt. Wel goed voor ons: de expert stelt dat de uniforme methode wel degelijk mag en zelfs moet gebruikt worden. Slecht voor ons: de expert verlaagt als man van de oude stempel, ongewis van het vernieuwde belang van bomen, ongevoelig voor argumenten die verder gaan dan de houtwaarde op zich, verschillende parameters in de formule ten nadele van ons waardoor de waarde van de bomen niet eens de helft van de door ons geschatte waarde bedraagt, zelfs niet een derde of een vierde, maar nog maar een vijfde. Het komt erop neer dat een boom van vijftig tot tachtig jaar, 25 tot 30 meter hoog, met een diameter van 37 tot 80cm, nog zo’n 2000 euro waard is en niet meer. Elke maand zien we wel ergens een politicus die een boom aan het planten is maar bestaande, gezonde, bijna een eeuw oude bomen die onrechtmatig op het goed van een andere burger verwijderd worden, dat kost aan de daders zo goed als niets. Ik denk zelfs dat wij, als we het zelf gedaan hadden zonder kapvergunning, dat we er dan een hogere boete voor gekregen zouden hebben. De geleden herstel- en minschade wordt door de expert nu dat hij toch bezig is ook zonder boe of bah nog herleid van 10,000 naar een miezerige 1,500 euro. Terwijl er ondertussen al schade aan de talud zichtbaar is, aldus de expert zelf in zijn verslag. En somme, het voorlopig expertiseverslag is wat ons betreft helemaal niet rechtvaardig maar een compromis à la belge waarbij de daders zoals steeds zoveel als mogelijk worden ontzien en de slachtoffers met een habbekrats het riet in gestuurd worden.
Maar, maar, maar,… dan volgt de tweede ronde. En in deze ronde mogen beide partijen kritische opmerkingen maken. Idee is dat de expert dan deze opmerkingen verwerkt in zijn verslag om zo tot een definitief expertiseverslag te komen. Zowel mijn advocate als ik zetten ons ijverig aan het werk, vragen waarom de verschillende parameters verlaagd werden en plaatsen verschillende kritische kanttekeningen bij het voorlopig verslag. De tegenpartij blijft deze keer in gebreke. Buiten een herhaling van reeds eerder gehanteerde argumenten en enkele randopmerkingen wordt er door hen niet veel weerwerk geboden. Het vooruitzicht op een beroep lijkt voldoende voor hen om nu al af te haken. Hoopvol kijken mijn advocate en ik dan ook uit naar het definitieve verslag.
Dat blijkt, hoe kan het ook anders, echter weer een grote teleurstelling te zijn. Elke kritische opmerking van elke partij, zowel de onze als de tegenpartij, wordt afgewezen. Er verandert dus totaal niets meer tussen het voorlopige en definitieve verslag. En waar dat de expert in het voorlopige verslag geen enkele uitleg boodt voor al zijn keuzes en beslissingen voegt hij nu bij elke afwijzing als een echte deus ex machina de ontbrekende argumentatie van het voorlopig verslag toe. Sommige hiervan wel heel bizar zijnde: zo stelt de expert onomwonden dat de bomen niet in één lijn onze eigendom afbakenden want dat ze op verschillende tijdstippen aangeplant waren. Wat dus betekent dat als je aanspraak wilt maken op een ernstige compensatie voor gestolen bomen die je eigendom afbakenden, je best ervoor zorgt, retroactief, dat ze zeventig jaar geleden tegelijkertijd aangeplant werden. Kortom het is allemaal een maat voor niets geweest. Het is gewoon een spelletje dat opgevoerd wordt en dat post factum een indruk van superprofessionalisme moet geven.
Over superprofessionalisme gesproken, wat wel prachtig is, is het uiteindelijke gedrukte expertiseverslag dat we eventjes later via de post aangetekend mogen ontvangen. Geen kat dat het ooit nog gaat lezen maar het is een gerelieerd document van 68 pagina’s geworden. De eerste indruk is er een van ‘amaai, daar is veel werk ingestoken.’ Maar nader onderzoek maakt duidelijk dat het naast enkele inhoudstafels de door onszelf (26 pagina’s) en de boomexpert van de tegenpartij geleverde extra documentatie (13 pagina’s), het gewoon het voorlopige verslag opnieuw bevat (11 pagina’s) en een copy paste, letterlijk, van al onze nagestuurde kritische bedenkingen en de ultrakorte antwoorden van de expert (8 pagina’s – 3 van de tegenpartij – 5 van ons). Kortom het is eigenlijk een naslagwerk van al de moeite die vooral wij, de slachtoffers, ons getroost hebben de afgelopen jaren om recht te bekomen. En niet meer dan dat. Buiten het inbinden zal het de expert opnieuw maximum 1 uur werk gekost hebben.
Misschien is het omwille van dat reliëren, maar de expert stuurt samen met het definitieve verslag wel een extra factuur door voor al het geleverde werk. Bovenop de provisie van 2000 euro rekent hij nog eens 500 euro extra aan als kost. Wat dus betekent dat die expert voor een expertise waaraan hij hoogstens 5 uur in totaal gewerkt heeft, verplaatsing inbegrepen (ter info: hijzelf beweert er in totaal 24,5 uur aan gewerkt te hebben), een prijs vraagt die een pak hoger is dan wat wij voor één van onze bomen gaan krijgen. Als we het geld dat de tegenpartij ontvangen moet hebben voor het hout van de bomen mee tellen, gaat het zelfs over twee zulke bomen. Of zoals reeds eerder gezegd: de parasieten van het gerechtelijk circus vreten zich vet terwijl de burgers, de slachtoffers, in de kou gelaten worden. En oh ja, nu mogen jullie nog eens een laatste keer raden wie dat als ‘meest gereden partij’ in deze publieke commedia dell’arte de extra factuur gaat mogen betalen.
Een expert wraken is echter om miserie vragen. Dan start alles terug van nul en dat kunnen wij in de gegeven omstandigheden niet meer aan. Dus heeft mijn advocate twee weken geleden gevraagd aan de tegenpartij of het nu goed geweest is? Of ze akkoord gaan met het afhandelen van het dossier op basis van de tot nu toe gevallen beslissingen? Als antwoord hebben ze die dag zelf nog hun beroep ingediend. Naast de frustratie over het zoveelste uitstel is het vooral weer de boertige weigering van de tegenpartij om te aanvaarden dat ze een serieuze fout begaan hebben die als een rode lap op mij werkt. Na de ontvangst van het beroep ontstaat er een korte discussie met onze advocate: “Natuurlijk mogen die in beroep gaan, Isolde. Maar met wat voor een argumenten? Krak dezelfde als de eerste keer blijkbaar. En het eerste argument dat ze aanvoeren blijft die onnozele Ferrarisatlas uit de tijd van de Oostenrijkse Nederlanden. En dan nog wat bla bla bla uit de oude doos, zoals dat bij twijfel de eigendom gaat naar de mensen die boven aan de talud wonen – alleen is er met die beëdigde landmeterverslagen geen twijfel en bovendien dateert dat toewijzingsprincipe ook alweer waarschijnlijk nog van de tijd dat de Heren boven woonden en de armen beneden, daar waar de stront als vanouds naartoe ging.”
En voor diegenen die nog eens lekker kreupel willen liggen, samen met de formele kennisgeving van het beroep ontvangen we ook een leuke brief van het Hof van Beroep waarin we opgeroepen worden om een nieuwe verzoeningspoging te ondernemen want dat er, houd jullie vast beste lezers, een achterstand van meerdere jaren is (ik herhaal: MEERDERE JAREN!!!) in de behandeling van dergelijke dossiers. Hetgeen niets minder is dan de openlijke erkenning van het totale failliet van onze rechtsstaat. Als iemand vindt dat ik overdrijf: concreet betekent dit dat je als slachtoffer in dit land na al jaren procederen de keuze krijgt, ofwel aanvaard je een nog mildere straf voor de daders dan het inmiddels al voorgestelde compromis à la belge (waarom anders in beroep gaan?), ofwel moet je nog eens ettelijke jaren wachten. Keer op keer zijn het dus de burgers die weerstand durven te bieden aan wandaden die incasseren moeten en afgestraft worden in dit land. Terwijl dat gewoon recht moet gesproken worden. Waarom denken die rechters eigenlijk dat er een beroep op hen gedaan wordt? Om een koffietafel te organiseren? Er dient recht gesproken te worden, onnozelaars, geen groepstherapiesessies georganiseerd te worden. Ik zeg jullie, als nuchtere vaststelling, en dit zonder ook maar enig politiek motief: justitie is een totale ramp in dit apenland. Zeggen dat alles ok is met dat Belgisch gerecht, of zelfs gewoon meevalt, dat is pas misdadig.
Het beroep betekent in ons ‘geval’ dat we er minstens zeven jaar over gaan doen om ons eigendomsrecht, zoals vastgelegd in twee proces-verbalen van beëdigde landmeters, waarvan één verkregen via de notariële akte bij de aankoop van onze woning, te doen gelden via een rechterlijke uitspraak. En dit als reactie op een bijzonder brutale daad van zogenaamde buren zonder ook maar enig respect voor anderen. Minstens zeven jaar in totaal. Voor enkele onnozele bomen. Voor een ordinaire diefstal. Iets wat normaliter als een strafzaak had moeten behandeld worden door het gerecht.
Want het gaat hier nog maar over een rechtszaak voor de burgerrechtbank; hetgeen historisch als de lichtere variant van rechtspraak in dit land beschouwd wordt. Ziek zijn die mensen die denken dat zoiets normaal of zelfs gewoon aanvaardbaar is. Al die verloren tijd en moeite opdat die van het gerecht toch maar als perfecte en heilige doetjes met vlinderstrikjes of een foulardke rond hun nek de grote jan kunnen uithangen. Net zoals die medische specialisten staan ze boven al dat gewoel en gewroet van het gemene volk. Gemakzuchtig elitarisme pur sang, dat is het. En dan verschiet men dat de mensen niet langer in het systeem geloven. Of dat er extremistische partijen ontstaan. Ikzelf ga het einde van het proces sowieso niet meer mee kunnen maken. Daarom, zouden ze mij postuum recht kunnen doen? Of ga ik echt moeten sterven als een van de vele burgerslachtoffers van onze failliete welvaartsstaat waarin door het verstek van de elites alleen de hardste roepers en de grootste bullebakken met veel poen nog winnen?
