Bibberen

Het was weer bibberen enkele weken geleden. Op basis van de driemaandelijkse CT-scan vermoedde de oncologe een opflakkering van de kanker. Allereerst werd er in mijn linkeroogkas, de leeggelepelde dus, opnieuw iets verdachts vastgesteld. En ook ter hoogte van mijn lever lichtte iets vreemds op. Van mijn oogkas was mijn oncologe al, desgevraagd, 99% zeker dat het een nieuwe tumor was; de lever was nog onzeker. De vraag was enkel nog of we ons gingen beperken tot bestraling van de linkeroogkas of ineens nieuwe chemosessies gingen inplannen om oog, lever en mogelijks nog andere verborgen haarden samen aan te pakken. De tactiek van de verschroeide aarde opnieuw quoi: ofwel op één plaatske in de linkerhelft van mijn al zwaar gehavend gezicht, ofwel opnieuw mijn ganse lichaam aanpakken. Het eerste zag ik, buiten het dwangbuisgedoe met dat masker op dat monster van een bestralingsapparaat, nog enigszins zitten. Het tweede al helemaal niet meer. Terug volgespoten worden met zwaar toxische stoffen, van kop tot teen, in de hoop dat daarmee de gezwellen gecontroleerd, verkleind of voorkomen kunnen worden, neen dank u, dat hoeft geen tweede keer. Eén keer is genoeg geweest. Been there, done that. Nooit meer oorlog in het Vlaams.

Eerste impact van de woorden van de oncologe: pure ellende en totale hopeloosheid. Want dan hadden we het zelfs nog niet gehad over de zes of zeven ‘incidenten’ in mijn hersenen wiens status op dit moment totaal onbekend is, waar iedereen gewoon aan het wachten is tot dat er iets gebeurt en zolang er niets gebeurt, is het voortdoen terwijl we hout vasthouden. Net zoals ik zo lang gedaan heb tijdens de vele boswandelingen met Tin achter ons huis. Wat het helemaal bitter maakte, was dat ik me net beter was beginnen voelen de maanden voordien. Sterker ook, sterker dan ik de afgelopen twee jaar ooit geweest was. Zo sterk zelfs dat ik, bij goed nieuws van de driemaandelijkse check-up overwoog om terug te gaan zwemmen. Voor de eerste keer sinds deze hel losbarstte nu al meer dan twee jaar geleden.

Om te beslissen wat te doen, enkel dat oog bestralen of full chemo, werd er snel een PET-scan georganiseerd, zo’n hypergesophisticeerde scan met radioactieve suiker in het uit gewapend beton opgetrokken nucleair centrum van het UZ Gent. En wat bleek? Niet alleen was de lever vals alarm, zelfs het oog bleek een scheet in een fles. De opluchting was immens. Zo immens dat ik in de donkere consultatieruimte spontaan luidop begon te lachen. Zo luid dat de oncologe het gevoel kreeg dat ik haar 99% uitlachte. Waarop ik me tussen de onverbiddelijke lachsalvo’s door snel excuseerde met de haperende woorden: “Sorry, het is gewoon van de opluchting dat ik hier zo zit te lachen.”

Wat een gedoe. Wat een miserie toch. Telkens opnieuw die panische angst dat het nu echt gedaan is. Dat het begin van het einde begint. Een steile weg naar beneden die sowieso in een ravijn eindigt. En als je dan te horen krijgt dat het toch niets is, dan is een deltavlieger niets vergeleken met de vlucht die je neemt. Zelfs Sammy van Shaffy haalt je niet meer in. Hij mag nog zo veel omhoog kijken als hij wil.

Dus ben ik nu toch terug beginnen zwemmen. En het wonder geschiedt. Alhoewel ik voel dat ik op die twee jaar veel spiermassa verloren ben, geraak ik de eerste keer al aan 40 lengtes in één ruk, moeizaam gevolgd door nog eens 4X10 lengtes. De tweede keer 60 lengtes, gevolgd door 2×10. De derde keer al 70 en nog een 10tje. En de vierde keer reeds slaag ik er tot mijn verbazing in om terug 80 lengtes in één ruk te zwemmen. Wel een pak trager dan vroeger. Zo’n 8 à 9 minuten trager dan vroeger. Maar toch, wat een onverwachte overwinning voor mezelf!

Bijkomende voordelen van het zwemmen, ook al na 4 keer zwemmen: mijn rechterschouder die al sinds een maand of zes meer en meer een zeurderige pijn begon te vertonen – ik kreeg mijn arm nog maar amper opgehoffen – begint terug te functioneren. Zo kan ik al terug bij het instappen van mijn auto met mijn rechterarm mijn veiligheidsgordel vastpakken en over mij heen trekken richting kliksysteem. En een ander, nog veel beschamender lichamelijk dysfunctioneren houdt ook als bij toverslag op te bestaan. ‘s Ochtends moest ik sneller en sneller naar het toilet lopen of ik deed in mijn onderbroek. De laatste tijd zelfs in die mate dat het af en toe mislukte. Als erkend kankerpatiënt doemde meer en meer het schrikbeeld van prostaatkanker op. Niet dus. Niet alleen door de allesonthullende magische PET-scan maar ook door het zwemmen. Want na vier keer zwemmen al verdwijnen de plasproblemen helemaal en kan ik net zoals vroeger zonder problemen, en als een echte vent, zelfs zonder verdoken lekjes, mijn urine ophouden. Daarom en om af te sluiten, speciaal voor de mannelijke non-believers: die bekkenbodemspier bestaat dus echt! Ik beweer nu niet dat wij, onverbeterlijke macho’s dat we zijn, allemaal massaal aan yoga moeten beginnen doen maar een beetje zwemmen zou al veel helpen zoals onze vrouwelijke wederhelften maar al te goed beseffen. Alleen is het ook hier in het begin weer een beetje bibberen geblazen. In een goed zwembad is het water zo koud dat je moet beginnen zwemmen om het warm te krijgen.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

3 gedachten over “Bibberen”

  1. Oef,dat was weer even spannend.Nu weer bekomen van de doorstane emoties.crawl en schoolslag voorwaarts.Uw boek heb ik in een trek uitgelezen,buiten de passage van Nietzsche,dat heb ik verticaal gelezen vanwege geen interesse,maar voor de rest proficiat super gedaan 👍

    Geliked door 1 persoon

  2. Dit is een beetje goed nieuws, toch?
    Je boek heb ik volledig uitgelezen, hier en daar verticaal, maar het las vlot, super gedaan! En het was heftig, wat een verhaal, onvoorstelbaar. Wij weten wat “K” doet met de patiënt en zijn geliefden. En dan zo’n misser door die hartenkoningin…..
    Succes in alles wat je doet. En geniet nog jaren van diegene die je nauw aan het hart liggen.
    Pascalle

    Like

    1. Dank je Pascalle. Je zegt het goed. Dat is een beetje goed nieuws. Namelijk dat ik kan genieten van de zomer. Maar door de uitzaaiingen in de hersenen blijft het uitstel van executie. De vraag is gewoon voor hoe lang nog. Maar, inderdaad, beter uitstel van executie dan niet. En in zekere zin is alle leven uitstel van executie. Je hoopt alleen dat het zo laat mogelijk gebeurt. Patrick

      Like

Plaats een reactie