Recht naar de hel

Mijn grootvader zaliger, die met zijn ouderdomskanker, die 87 jaar oud is geworden, woonde op het eind van zijn leven bij ons in. Aanvankelijk samen met mijn grootmoeder, die dement geworden was, die regelmatig ‘s nachts verward de deur van mijn ouderlijk huis achter haar dichtsloeg op zoek naar het hare in het pikkedonker meer dan 20 kilometer verderop, die na 40 jaar huwelijk mijn grootvader uit haar bed weg joeg uit schrik dat haar ouders zouden ontdekken dat hij bij haar lag te slapen. Mijn moeder zorgde in die tijd helemaal alleen voor een seniele schoonmoeder, een koppige schoonvader, drie kinderen en een vaak afwezige man.

Als wederdienst had die grootvader aan mijn moeder beloofd om terug te komen als hij ooit zou sterven. Dat als er echt een hiernamaals zou bestaan, hij alles eraan zou doen om terug te keren. Om zo het ultieme bewijs te leveren aan mijn moeder van het eeuwige leven. Een wederdienst die kon tellen voor mijn diepgelovige moeder. Vooral ook omdat hij naar haar gevoel niet veel andere wederdiensten leverde. Of toch niet genoeg zijn waardering uitsprak tijdens zijn leven zelf voor al haar dienstbetoon.

Natuurlijk, hoe kan het ook anders, keerde hij nooit terug. Ondanks zijn vele en herhaaldelijke beloftes. Ons moeder bleef achter met een gevoel van onderwaardering. Totdat een vijftal jaar later ze bij de KAV, de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging, een bedevaart met de bus naar Lourdes won. Ze kwam dolgelukkig thuis en kon het niet laten om mij zelfs wakker te maken om me het goede nieuws te melden. Ik zie haar nog in de deur van mijn slaapkamer staan in het licht van de gang, wreed content. “Vaderhoskens heeft hiervoor gezorgd Patrick. Hij heeft altijd beloofd dat hij ging terugkeren uit de dood, maar heeft het nooit gedaan. Volgens mij kon hij het gewoon niet en heeft hij nu dit in de plaats gedaan. En weet je wat nog straffer is Patrick? Ik wist dit op voorhand! Ik wist voordat ik naar ginder vertrok dat ik die lotto ging winnen en dat Vaderhoskens daarvoor gezorgd had. Dat is toch ongelooflijk? Dat dit nu ook zo uitkomt?!”

Als jonge ongelovige kon ik alleen maar gapend en knipperend met de ogen beamen vanuit mijn bed dat ik dat ook wel ongelooflijk vond. Dat dat toch wel allemaal heel straf was. Ik wenste haar alvast veel plezier met haar trip. Al kon ik me als jonge adolescent niet echt goed voorstellen wat daar zo plezant aan ging zijn. Op een bus zitten met allemaal oudere vrouwen om dan op bedevaart te gaan naar Lourdes. Achteraf, als ze me vertelde over al de zieke, gehandicapte mensen die ze daar had zien bidden aan de grot en in de gigantische ondergrondse basiliek kon ik mijn arrogante staart weer intrekken. Maar neen, op dat moment zelf, leek me dat toch echt niet zo fantastisch terwijl mijn moeder extatisch de deur terug sloot.

Waar ik natuurlijk ook niet aan dacht als jongeling was dat voor mijn moeder zo’n trip niet alleen letterlijk grensoverschrijdend was. Ze was in haar ganse leven amper op vakantie geweest. De enigste die ik mij herinnerde, en dat was dan nog alleen maar van horen zeggen, was ooit, in een ver verleden, een trip naar het Zwarte Woud samen met de oudste broer van mijn vader en zijn echtgenote. Voor de rest, een dagtrip naar Amsterdam en eentje naar Fantasialand in Duitsland met het werk van mijn vader, die laatste nog eerder voor mij dan voor henzelf en dat was het dan. En nu, met de bus helemaal naar het zuiden van Frankrijk en zelfs zonder ons vader! Het risico dat dit een ware revolutie zou ontketenen op het thuisfront leek groot. Bedevaartsoord of Côte d’Azur, deed er niet toe.

Zelf zal ik ook nooit terug komen, vrees ik. Misschien dat mijn grootvader die reis inderdaad heeft kunnen bedisselen met de één of andere aartsengel. Want het zou best kunnen dat hij in de hemel terechtgekomen is. Maar als er toch een hiernamaals bestaat, zal het voor mij ongetwijfeld de hel zijn. Met al mijn donkere gedachten, mijn onchristelijke freudiaanse kijk op de mens met vunzige driften, dat venijnige allesbepalende onbewuste, orale en anale toestanden en al, om nu te eindigen met de wild om zich heen slaande woede over dit systeem dat mensen zoals mij behandelt als stront, als een onvermijdbaar nevenproduct van een voor de rest perfect lopende gezondheidszorg.

Als dat nog niet genoeg is, zijn er daarnaast de vele zonden die ik begaan heb. Niet de alledaagse, maar echte, grote zonden, hoofdzonden. Het begon al vroeg. Als tienjarige met het stelen van geld van diezelfde oude stamvader om daarmee Kuifjealbums en strips van Asterix& Obelix te kunnen kopen. Dit was trouwens de eerste keer dat mijn moeder mij aansprak vanuit een belichte gang door een opengeworpen slaapkamerdeur. De diepe teleurstelling in haar jongste zoon die haar moederhart te verduren kreeg werd een van de grootste trauma’s van mijn jeugd. Dan, als puber van veertien jaar, meisjes direct na de verovering als een baksteen laten vallen, eentje voor de ogen van haar moeder, niet omdat ik ze dan al beu was, dat zou een typische macho-leugen zijn, maar gewoon uit lafheid, want wat zeg je als snotaap tegen een potentiële toekomstige schoonmoeder? Dan was er mijn eerste echte lief die ik na allerlei overspelig gedoe dwong te kiezen tussen mij en haar ouders, een gevecht dat ik alleen maar kon verliezen maar, dacht ik, toch gevoerd moest worden. En was het wel de bedoeling dat ik zou winnen? Want na al de miserie zag ik het zelf niet meer zitten. Mijn schijterige achterhoedegevechten tegen, ruimschoots onvoldoende openlijke conflicten met, de vele klootzakjes, vroeger op school, later op het werk en altijd op straat. En dan is er alles wat ik in de loop van de jaren mis gedaan heb naar Tin en de kinderen toe. Elke mens maakt talloze fouten. Maar sommigen al meer dan een ander. Hel en verdoemenis zal het worden voor mij.

De vraag is alleen welke hel het dan wel zal worden. Dante beschreef er negen. Of een hel bestaande uit negen verschillende niveaus, concentrische cirkels, zo beschreef hij ze, die samen zijn Inferno vormden. Afhankelijk van het type zondaar dat je was kwam je terecht in een van de cirkels. Des te grotere zondaar je was, des te dieper in de hel je eindigde. Het kantelpunt tussen de kleine en de echt grote zondaars lag tussen de zesde en de zevende cirkel. Als je tot een van de eerste zes cirkels behoorde, maakte je nog kans om ooit nog eens in het vagevuur te geraken. Vanaf de zevende cirkel, voorbij de rivier de Styx en de muren van de stad Dis, was je voor eeuwig en altijd verdoemd. Om daar te geraken was er vooral één criterium van doorslaggevend belang: boosaardigheid. Zij die tijdens hun leven geen verschil hadden leren maken tussen goed en kwaad waren bij uitstek gedoemd om hier te eindigen.

Boosaardig kan men mij niet noemen denk ik. Gulzig wel. Vraag het maar aan mijn schoonvader die af en toe al zijn lekker eten ziet verdwijnen in mijn keelgat. En soms huichelachtig, dat misschien ook wel. Vandaar dat ik waarschijnlijk zo vaak iets inleid met: “Om eerlijk te zijn,…” Als ik zo die cirkels bekijk vermoed ik dat ik, die zo gulzig in het leven stond, ergens in de bovenhel, gevormd door de eerste zes cirkels, zal terecht komen. Bij de vraatzuchtigen of zo, in de derde cirkel van Dante’s Inferno. Mombaerts en de rest van dat arrogant management van Gasthuisberg daarentegen lijken mij bestemd voor de benedenhel, de diepste cirkels. Want dat ze goed en kwaad niet uit elkaar kunnen houden blijkt duidelijk uit de hypocrisie waarmee ze medische slachtoffers dood zwijgen en totaal gewetenloos aan hun lot overlaten, gewoon ontkennen dat ze bestaan zelfs, doen alsof ze nooit bestaan hebben – de hypocrieten bevinden zich trouwens in de achtste cirkel bijna aan het middelpunt van de hel waar zich de bedriegers bevinden, de ‘Malebolge’ noemde Dante hen; zij moeten daar gouden mantels gelijnd met lood van binnen dragen terwijl ze met deze loeizware last tot het einde der tijden hun cirkel afwandelen, een beetje zoals de diensthoofden van dat monster van een ziekenhuis in het wit hun gangen afwandelen, vanbuiten zuiver en puur, vanbinnen ijzingwekkend arrogant en hovaardig, zich gedragend volgens het aloude droit divin, dat onkruid dat wij, de burgers van deze Westerse democratieën, met wortel en al dachten uitgeroeid te hebben via de Franse revolutie en haar talrijke naweeën.

Zelf zal ik amper 57 jaar oud worden, zegt men mij. Dertig jaar jonger dan mijn grootvader zal ik niet in vrede sterven. Met dank aan die geïnstitutionaliseerde arrogantie van Gasthuisberg. Ondanks artikels in kranten die beweren dat nieuwe geneesmiddelen de levensverwachting van de Belgen ontzettend doen toenemen. Ondanks onze zo geroemde ziekenzorg die, zo wordt beweerd, op vier landen na de beste ter wereld is. Door medisch geklungel in het beroemdste en meest geroemde universitaire ziekenhuis van dit land. Zo maar, alsof er niets gebeurd is. Als een fait divers. En dat in een tijd waar aan niets nog meer belang gehecht wordt dan aan de duur en de lengte van dat kostbare leven zelf. Fuck de meest basale menselijke waarden, tot zelfs de rechten van de mens toe! Op de eerste plaats staat bij de Homo Modernus Occidentalis zo lang mogelijk genieten van lekker eten, half bloot naar festivals en op vakantie gaan en ondertussen nog meer geld vergaren om nog meer te kunnen eten en nog langer bloot naar festivals en op vakantie te kunnen gaan. In tijden van carpe diem, sex on the beach en meesmuilende bachelors en bachelorettes verdwijn ik alsof ik nooit bestaan heb, nooit iets gewild heb, nooit iets gehoopt heb. Recht naar de hel.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie