Keer op keer

Vandaag is het weer zover. Vandaag vindt mijn derde echte operatie plaats sinds al deze miserie begon. Over de eerste, eigenlijk de vierde dus, diegene die in dat walgelijk arrogante Gasthuisberg uitgevoerd werd, zullen we maar zwijgen. Dat medisch geklungel was die naam niet waardig. De eerste echte operatie was die aan mijn oog, of beter gezegd was de extractie van mijn linkeroog, toen alles al om zeep was net door dat amateuristisch geklungel van Hartenkoningin, een professor ophtalmologie van de KUL nota bene. De tweede waren de lymfeklieren in mijn hals en nek die verwijderd werden. Tussendoor heb ik nog enkele operaties onder volledige narcose gehad; voor een biopsie of voor de vervollediging van de plastische chirurgie in mijn gezicht en dergelijke dingen. Maar we moeten ook niet overdrijven hein, in het opsommen van wat er allemaal niet met mij gebeurd is sinds ik in de klauwen van dat veelkoppig monster boven op de berg terechtgekomen ben. Subiet gaan de mensen nog denken dat we last hebben van zelfmedelijden.

Er gaan minstens vijf gaatjes in mijn buik gemaakt worden. Eén van de vijf gaatjes wat groter dan de andere. Om via die weg, met behulp van een robot en via een kijkoperatie, mijn rechterbijnier chirurgisch te verwijderen. Eventueel, afhankelijk van het verloop van de operatie, de hoeveelheid organen die verzet gaan moeten worden om die bijnier te pakken te krijgen en dus de hoeveelheid schade die toegebracht zal moeten worden, wordt er weer een drain geplaatst in mijn lies of zij om al het overtollige bloed op te vangen. Tegelijkertijd wordt er een punctie gevolgd door een biopsie van het bobbeltje in mijn rechterneusgat uitgevoerd. Er is mij verteld dat ik wakker zal worden als een bokser met watten in mijn neus. Om ook hier het heilige bloed op te vangen.

Net zoals de eerste keer zijn Tin en de kinderen gisterenavond nog even afgekomen en zijn we samen nog snel iets gaan eten. Doordat Tin deze keer vanuit het verre Kortenberg taxichauffeur speelde was Koenie er deze keer niet bij. De goede Italiaan van toen, had net zijn sluitingsdag en dus waren we verplicht naar een duurdere en zoals zo vaak slechtere Italiaan te gaan. Toch was het weer keigezellig. Sam moest huizen schetsen voor haar nieuwe studie. Ella zich voorbereiden voor een toets scheikunde en Frans. Tin kon wat bekomen van haar laatste les Nederlands voor voortdurend afwezige anderstaligen.

Zoals de laatste tijd zo vaak houdt Tin mij recht met een simpel handje. Ze voelt dat ik het zelf niet echt meer zie zitten. De vorige keren was er nog de hoop dat we het onder controle konden houden. Nu niet meer. Nog even en mijn lichaam, dat minder en minder aanvoelt als mijn lichaam, wordt zoals een robot die enkel nog met haken en ogen aan mekaar hangt om dan finaal de geest te geven; zoals Der Arnold in The Terminator, platgewalst door het lot. Misschien zou het dan ook niet zo erg zijn als het hier allemaal eindigt. Als ik onder volledige narcose plots wegslip richting Walhalla. Als ik al ‘vechtend’ op de tafel, zoals de goegemeente het graag zo krijgs- en heldhaftig uitdrukt, dit laf systeem van schaamteloze, straffeloze ziekenzorg ondanks schandalige fouten zoals geïnstitutionaliseerd op Gasthuisberg en gedoogd door een moedwillig impotente rechtsstaat achter mij laat.

Mijn grote broer had me om me te steunen gisteren enkele foto’s doorgestuurd vanuit Sardinië waar hij pensioensgewijs het laatste stukje zomer aan het vieren is. Ze waren afkomstig uit het dorpje Orgosolo. ‘Wereldberoemde, politiek geïnspireerde muurschilderingen’, wist hij mij te zeggen. En inderdaad op een ervan staat een portret en citaat van Gino Strada, een Italiaanse mensenrechtenactivist die pas twee maanden geleden gestorven is. Maar het is vooral een citaat van Bertold Brecht dat eraan toegevoegd is dat hier het vermelden waard is: “Felice il popolo che non ha bisogno di eroi.” Voor de niet-Italofielen onder jullie, het betekent: ‘Zalig het volk dat geen helden nodig heeft.’ Al diegenen die geloven dat hun luxueus leven hier het rechtvaardige resultaat is van al het geleverde harde werk, al diegenen die beweren dat het leven een strijd is waarbij dat anderen sowieso het onderspit moeten delven, al die zelfbedruipende egotrippers zoals ik ze graag noem, vinden het maar zever, want hun ganse bestaan is net gebaseerd op de idee dat er nu eenmaal winnaars en losers zijn en dat die losers het gewoon aan zichzelf te danken hebben. Ik daarentegen vind de uitspraak van Brecht boem d’r op en prachtig. Ze toont hoezeer hij doordrongen was van een hogere waarheid, een waarheid die ons allen dichter bij mekaar brengt in plaats van tegenover elkaar stelt.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

6 gedachten over “Keer op keer”

  1. Patrick- van mij krijg je ook een handje
    Hopelijk is de operatie ” goed ” verlopen en is er toch wederom een beetje hoop
    Toch veel sterkte gewenst

    Like

Plaats een reactie