Ode aan de medische wetenschap

Ik voel me keigoed. Ben net terug aangekomen thuis van het ziekenhuis. Ik crash wel om de twee uur in de zetel en voel me een beetje duizelig in mijn hoofd, maar ik kan terug ademen door mijn neus. Wat een verademing! Dat er niets meer in mijn neusgat zit! Geen verstopping. Niets dat drukt tegen mijn neusvleugel. Dat weer zit te zoeken naar een weg naar buiten. Of als dat niet lukt naar binnen. En mijn neus ziet er nog ok uit ook. Een beetje dikker dan voorheen maar dat zal misschien ook wel weer terug weg gaan. Ze ziet er tenminste niet misvormd uit. Samen met mijn oog, of het gat waar vroeger mijn oog zat, zou het wat te veel geworden zijn voor één mens.

Ongelooflijk wat die medische wereld vandaag de dag allemaal kan. De ganse operatie is verlopen zonder ook maar enige snee in mijn huid. Met een endoscoop via de neusgaten naar binnen. Tot in mijn sinussen en oogkassen. We hadden wel een beetje geluk. Het gezwel hing voor een groot stuk nog los in het neusgat, vertelde de chirurg achteraf. Het had zich nog niet overal vastgegroeid in het omringende weefsel. Het kwam wel degelijk van links. Door een gat ontstaan in het tussenschot waarschijnlijk tijdens de eerste operatie in het UZGent, toen mijn linkeroog verwijderd is geweest. En waarschijnlijk, zegt de chirurg nog, gaat er daar, op de rand van die kleine opening, een klein stukje tumor achtergebleven zijn en is dat terug beginnen woekeren na de operatie.

Het strafste is dat ik terug lag op de afdeling waar ik toentertijd ook lag – bij de operatie aan mijn oog in januari 2019. Zo werden we opnieuw welkom geheten door onze homosexuele Castafiore die met zijn galmende stem aan een bijzonder gedetailleerde anamnese begon. Het is de afdeling van de reddende engels, de Roze Engel en Johnny Favorite. De afdeling van Neus, Keel en Oor en eigenlijk ook Hals en Oog, als ik het goed begrepen heb. Ik heb ervan geprofiteerd om mijn boek verder te verspreiden. Niet dat dat de bedoeling was. Het gebeurde allemaal spontaan. Een verpleegster die ik herkende van bijna 3 jaar geleden, was me aan het verzorgen en op een of andere manier kwam het boek ter sprake. Idioot als ik was probeerde ik haar nog duidelijk te maken dat het misschien toch de moeite was om het boek te kopen. Toonde haar op mijn smartphone dat ze het kon vinden op Bol.com. Totdat ik plots besefte dat zij één van mijn reddende engels van toen was. Dat ze een van die walkures was die mij toen terug naar aarde gebracht hadden. Naar Walhalla en terug. Die mij van Louis Cyphre gered hadden. En dan waren er nog al die andere engelen die hier ergens rond liepen. Daarom veranderde ik snel van gedacht. Ik vroeg haar of ze graag las. Ze zei van wel. Dan heb ik voorgesteld haar een copy van mijn boek te geven. In ruil vroeg ik slechts één ding terug. Eén ding, drong ik enigszins aan, “maar wel súperbelangrijk voor mij.” Dat ze, als ze het boek goed vond, het na lezing zou leggen in de kamer van de verpleging en erover zou vertellen aan de anderen. Zodat ook zij mijn ode aan hun werk zouden kunnen vernemen of zelfs lezen. Of los van mij, een keer horen hoe dat wij patiënten hun zorg beleven. En tegelijkertijd mijn dankbaarheid voor al het geleverde werk konden ervaren.

Het enigste minpunt op dit moment is het knagende gevoel dat het vanaf nu alleen maar slechter kan gaan. Beter dan dit wordt het niet meer. Vanaf nu is het wachten waar de ziekte de volgende keer gaat opduiken. En de kans dat het dan een vitaler orgaan wordt, dat is gewoon een kwestie van statistiek of zelfs logica. Want die kans wordt gewoon groter naarmate ik meer en meer minder vitale onderdelen verlies. Ik kan me dan ook niet los maken van de idee dat het vanaf nu alleen maar bergaf gaat gaan. Maar in de plaats van depressief in een hoekje weg te kruipen heb ik zin om d’r nog eens goed in te vliegen. Nu dat het terug mag na Corona, voor de eerste keer in mijn leven een reis naar de Verenigde Staten te maken. Of als dat niet kan, een wandeling in de Ardennen. Dat doet er niet toe. Dat is allemaal hetzelfde. Het ene kost alleen wat meer dan het andere. Zolang we d’r maar helemaal voor gaan. Als een ode aan het leven en aan de medische wereld. Want als de middelen goed aangewend worden is het wel fantastisch wat die medici allemaal kunnen doen. Ik blijf me alleen afvragen wat dit voor mij persoonlijk betekent zou hebben, wat het verschil in ziektegeschiedenis geweest zou zijn, als dit ook in 2018, in Gasthuisberg, gebeurd was.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie