Het kille Vlaanderenland

Muziek verzacht de zeden, zegt men. Jammer genoeg gaat dat niet op voor mij. Juist niets wordt er verzacht bij mij. Mijn muziek duwt me met de geopereerde neus op de feiten. Net zoals mijn boeken. Voor mij geen lichtvoetige romannetjes of kinderboeken met ronkende titels als “De Leeuw van Vlaanderen.” Neen, geef mij maar wat serieuze en vooral ook ernstigere kost. But hey, smaken verschillen hein.

Zo heb ik onlangs nog eens een nummer herontdekt uit mijn puberteit, begin jaren ‘80. Een nummer van Joy Division. Voor de huidige generatie of eigenlijk ook voor die tussenin, zo’n fossiel ben ik ondertussen al, de Nirvana van de New Wave. Zeitgeistmuziek met een grote Z. In het kielzog van de punkbeweging en de naweeën van het existentialisme waren jongeren effectief bezig met goed en slecht en hoe zich op een eerlijke manier verhouden t.o.v. anderen. Maar waar dat Nirvana in het pre-leeghoofdige, tot in de kleinste details uitgepuurde poptijdperk van vandaag de dag waarin alleen uiterlijkheden nog van belang zijn (van Mariah Carey in de USA over de K-pop ons bereikend vanuit het verre Zuid-Korea tot Niels Destadbader in ons Vlaanderenland) het kot afbrak om ‘l’enfer, c’est les autres’ een gezicht te geven, was Joy Division een nihilistische koude douche om 40 jaar na datum verder al de zonden van de Tweede Wereldoorlog weg te wassen. Niet voor niets noemde de groep zich naar de ‘Freudenabteilung’, de dienst die in concentratiekampen vrouwelijke gevangenen tot prostitutie dwong om mannelijke gevangenen die overdag dwangarbeid moesten verrichten een zinnelijke wortel voor de neus te houden. Van afgepeigerde Untermenschen verwachtte de SS niet veel gewetensbezwaren, enkel dierlijke reacties.

De lyrics van het nummer doen mij weer, net zoals toen bij de eerste bestralingssessie van mijn hersenen, denken aan mijn eigen lotgevallen. Er wordt gesproken over een gevecht tussen goed en slecht, over zekerheden die weg vallen en over het feit dat er geen weg terug is. Maar de laatste strofe spant de kroon; 4 zinnen, bijna een haiku, even ongerijmd en toch perfect aaneensluitend, die mijn huidige precaire situatie perfect samenvatten:

Existence well what does it matter?

Ja, wat stelt het allemaal eigenlijk voor? En waarvoor doen we het allemaal? Zeker als je bekijkt hoe lelijk en lomp zo veel mensen kunnen zijn. Als je ziet hoe weinig het allemaal betekent, het leven van een mens, voor die hypocriete goegemeente.

I exist on the best terms I can

Sinds een jaar of drie inderdaad. Eén oog minder. Een quasimodo die niet langer kan pingpongen, badmintonnen of snooker spelen. Iemand die padel nooit zal kennen. Die naar de grond moet kijken telkens wanneer hij gaat wandelen om te vermijden dat hij niet nog eens een arm of een been breekt. Maar dat is ok, de beste manier om te vermijden dat blaffende mensen je bijten tijdens een boswandeling is naar de grond kijken, of niet soms? Mijn kortetermijngeheugen volledig om zeep sinds de ‘Whole Brain John Peel-sessions.’ Misschien dat The Final Countdown er voor iets tussen zit, maar ik gok toch eerder op die X-stralen. De zeurende maar tot nu toe bizar genoeg nog steeds draaglijke hoofdpijn vanachter vlak boven mijn nek. Daar waar die uitzaaiingen in de kleine hersenen ergens moeten zitten. Terwijl de prognose meer dan een jaar geleden ‘zes maanden tot een jaar hoogstwaarschijnlijk’ was. Ik kan alleen maar hopen dat het nog een tijdje blijft duren. En met die ‘small molecules’ – pillen zou het nog eens kunnen lukken ook. Mijn conditie volledig naar de vaantjes sinds de chemo. Hijgend en puffend de trap op. Vijf minuten verstrijken bij een wandeling vooraleer alles sputterend in gang schiet. En nu, sinds kort, ook nog een bijnier minder en een leeggelepelde neus. Zelfs dingen nog kunnen ruiken gaat een half wonder zijn.

The past is now part of my future

Ik zou het zelf niet beter kunnen stellen. Mijn verleden is nu mijn toekomst. Wat er allemaal in Gasthuisberg gebeurd is heeft mijn leven volledig naar de kloten geholpen. Mijn loopbaan gefnuikt. Gebroken als een twijgje in twee in de knokige handen van de heks in haar versterkte konijnenburcht. Mijn kinderen die meer en meer geconfronteerd worden met een irritante en veeleisende papa, bezorgd als ik ben over hún toekomst. Terwijl ik ze gewoon verder lief wil hebben. Mijn libido dat op zo’n laag pitje staat dat ik zelfs op de evenaar zou sterven aan onderkoeling. Dromen van de toekomst is herleid tot angstig afwachten wat er allemaal nog gaat gebeuren.

The present is well out of hand

Opnieuw zou ik het niet beter kunnen stellen. Niets heeft nog zin. Ik leef in een land dat doet alsof het een rechtsstaat is. Een land waar de meest waanzinnige dingen straffeloos kunnen gebeuren. Zonder enig gevolg voor de bullebakken die ze begaan. Tot en met mensen doden. Soms per ongeluk. Soms niet. Waar een burger geen rechten heeft. Buiten het recht om een proces te starten als het hem even te veel wordt, best voor hij dood is. Het proces zelf is wel hopeloos want de gevestigde machten dekken elkaar lekker gezellig in met hele dikke dekens. Met dekens van olifantenhuid als extra isolatie. En in dat land heb ik kinderen op de wereld gezet. Nog erger, ga ik ze binnenkort moeten achter laten. Zonder hen ooit te zien afstuderen, een partner vinden, of zelf mijn potentiële kleinkinderen ooit te zien. En dit allemaal dankzij dat vreselijk arrogante UZLeuven daar boven op de berg.

En dan is er nog het refrein van het nummer: ‘Heart and soul one will burn.’ Samengevat: branden zullen we, en niet alleen fysiek. Ook dit kan niet toepasselijker zijn. Het is hier dat bij Joy Division het eeuwige gevecht tussen goed en slecht opduikt. Ian Curtis, de zanger, was een buitenechtelijke relatie begonnen met een Belgische en werd verscheurd tussen zijn beide liefdes. Hij voerde de strijd tot het uiterste: zijn wanhoop of zijn geweten won en hij pleegde zelfmoord op 23-jarige leeftijd in het huis dat hij samen met zijn echtgenote en 1 jaar oude dochter een tijdje bewoond had.

In mijn geval valt het refrein letterlijk op te vatten: mijn hart zal waarschijnlijk binnen enkele maanden of hopelijk toch nog een jaar in het crematorium volledig tot as vergaan. Mijn lichtgelovige ziel, die dacht te leven in een land waar het leven van een mens iets waard was, zal branden in de hel. Mijn enige hoop op redding nog: als een fenix uit de as verrijzen. Zoals Sylvia Plath, die roodharige succubus. Maar waar dat zij mannen opat, zal ik onbekwame medici in dit land verslinden alsof het niets is. Voor eventjes, voor zolang het nog duurt, zal ik de vleesgeworden nachtmerrie van elke sekte zijn, en al zeker die van de Orde der Geneesheren: een eenzame voorvechter van totale en absolute transparantie.

In het geval van Hartenkoningin zal de omhooggevallen ziel van Professor Ilse Mombaerts misschien al bij het pensioen maar zeker bij de dood laag vallen, tot in de hel, en daar voor eeuwig branden. Maar als dat zo is, zou Ilse Mombaerts dan misschien niet op zoek zijn naar een manier om dat te vermijden? Want zeg nu zelf wie wilt er nu voor eeuwig branden in de hel? Zou Hartenkoningin dan toch ook geen wroeging kennen en een of andere vorm van boetedoening zoeken om nadien niet te verbranden? Net zoals, maar liefst iets minder fataal, Ian Curtis. Zodat ze echt nog vele succesvolle operaties kan uitvoeren en ernstige fouten zoals bij mij vermijden. Een goed diensthoofd waardig. Het is haar in ieder geval gegund.

Haar redding, veel gemakkelijker dan de mijne: erkennen dat wat er met mij gebeurd is op haar door haarzelf tiranniek geleide dienst, mijn ganse behandeling daar, van in het begin tot op het einde, een zootje is geweest. Zou ze dat kunnen? Of zou haar arrogantie ook daar weer in de weg staan? Net zoals zij haar spreken tegen mij in de weg staat? Zich verlagen tot een communicatie, al is het maar een telefoongesprek, met een van medische kennis gespeende sterveling, waarom zou ze, de alwetende fingerspitzenspezialist? Zelfs Gasthuisberg zelf, de uiteindelijke hoofdverantwoordelijke voor alles wat er met mij gebeurd is, en nu nog steeds gebeurt, dringt er niet op aan. En als ik zeg hoofd-, dan heb ik het niet eens over die zo vaak aangehaalde politieke eindverantwoordelijkheid. Dan heb ik het over hun medeverantwoordelijkheid of eenvoudigweg medeplichtigheid.

Want het management van dat veelkoppig monster boven op de berg, de Hydra van Leuven, voert een beleid dat zulke praktijken, dus niet alleen jammerlijke menselijke fouten, maar zelfs zware professionele fouten, als het verdoezelen van al deze fouten, ook de zwaarste professionele fouten, niet enkel gedoogt en mogelijk maakt, maar daar actief aan meewerkt. Door diensthoofden als halfgoden te behandelen institutionaliseren ze hun tekortkomingen. Door een ego-cultuur te stimuleren, verworden ze alleen maar verder tot een moloch; een moloch met reusachtige konijnenoren. Door het dictaat van verzekeringsmaatschappijen, zelfs als het ronduit onmenselijk is naar de slachtoffers toe, klakkeloos te aanvaarden en een totale omerta bij het eigen personeel af te dwingen, werken ze mee aan de geheimhouding van alles dat er misloopt in die medische gigafabriek.

En dit allemaal ten koste van vele Vlamingen of Belgen, allemaal medeburgers. Bestaande, echte mensen dus; die partners en kinderen hebben, mensen die een beroep uitoefenden en zich in een sociaal netwerk bevonden; geen anonieme nummertjes en geen celletjes in een excelfile. Die soms de rest van hun leven met een zware handicap of veel pijn moeten zien te overleven in een familiaal zware combinatie van hoge ziekenzorgkosten en lage inkomsten. Of die er zelfs aan sterven of aan zullen sterven, aan het stilletjes onder het tapijt geschoven medisch geknoei, zoals ik. Zelfs dan nog volharden al die beleidsvoerders van die zogenaamd fantastische zorgsector in de totale ontkenning. En dit alles zonder ook maar enige scrupule en met de zegen van onze ‘rechtsstaat’ die zelf niets doet, laat staan haar burgers vertegenwoordigen en beschermen tegen wandaden.

Ian Curtis. Kurt Cobain. De ene begin jaren ‘80. De andere begin jaren ‘90. Dat waren nog eens tijden zè. Muzikanten die gebukt gingen onder zoveel schuldgevoel dat ze d’r zelf een einde aan maakten. Schuldgevoel veroorzaakt bij de ene door zijn ontrouw en bij de andere door de te hoge eisen die hij aan zichzelf stelde. Door sommigen verguisd als losers. Door anderen verafgood. Ik zie het Niels Destadbader niet doen. Mariah Carey misschien wel. Als ze het gevecht om het perfecte lichaam verliest tegen Vadertje Tijd en het niet meer aankan zoveel fysieke aftakeling. Misschien dan wel, ja. De K-poppers zijn dan weer een ander verhaal. Daar zelfmoorden genoeg. Maar dan eerder omdat ze stikken in het veel te spannende marketingkeurslijf van hun fake popwereldje.

Niet dat ik luchtig wil doen over zoiets ernstigs als zelfmoord plegen. En zeker niet hier in Vlaanderenland, een van de regio’s met de hoogste suïcidecijfers in Europa. Waar zovele mensen zich verbijsterd afvragen waarom dat zo is; ondanks Warmste Weken, schlagerfestivals en binnenkort weer Kerstmarkten. Ook wil ik niet beweren dat dit de enigste reden voor hun zelfmoord was; Ian Curtis had meer en meer last van epileptische aanvallen en was depressief; Kurt Cobain ‘zat aan de drugs’ zoals men het hier te lande eufemistisch zegt en had ook al niet zo’n standaard liefdevolle relatie met zijn eega, de flamboyante Courtney Love. Maar toch hadden ze beiden, naast een éénjarige dochter op het moment van hun dood, dit gemeenschappelijk: een verpletterend, veel te groot verantwoordelijkheidsgevoel, ongezond voor één mens. Kurt Cobain werd als absolute wereldster geduwd in een rol die niet de zijne was. Hij wilde keet schoppen, niet de nieuwe Messias zijn. Hij probeerde zich anders voor te doen dan hij was, dankbaar en erkentelijk te zijn. Met als enig resultaat dat hij zich nog schuldiger voelde naar al zijn fans en bewonderaars toe. Wat betreft Ian Curtis volstaat het om te luisteren naar het nummer in kwestie: Heart and Soul, het eerste nummer op de B-kant van de in 1980 postuum uitgebrachte LP Closer, toen muziek nog kanten had waaraan je je kon snijden. Dan hóór je hoe diep die ganse kwestie met zijn echtgenote en dochter hem zat.

Daar kunnen onze moderne beleids- en bewindvoerders een puntje aan zuigen. Die nemen zelfs geen ontslag voor wandaden begaan onder hun eigen verantwoordelijkheid. Ze kennen dat zelfs niet meer: ontslag nemen voor dingen gebeurd onder hun verantwoordelijkheid. Want in dit kille Vlaanderen wordt alles herleid tot de allerindivueelste expressie van de allerindividueelste fout. Net zoals in mijn geval. Zelfs als de lijst aan fouten begaan door Professor Dokter Ilse Mombaerts van de KULeuven, diensthoofd ophtalmologie van het UZLeuven, Campus Gasthuisberg, Herestraat 49, 3000 Leuven, België, net zo eindeloos als haar titel is. Het is allemaal uw eigen schuld, zagevent.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie