Om 15u34 vandaag ontvang ik per mail het antwoord van de tegenpartij op onze repliek op het eerste, voorlopige verslag. Eerste vaststelling: deze keer smijten ze een Wit Veulen in de strijd. Blijkbaar is de oorspronkelijke oogarts die het eerste medisch verslag voor MS Amlin, de verzekeringsmaatschappij van Gasthuisberg/Ilse Mombaerts, had opgemaakt – dat verslag waarin de tegenpartij zelfs het lef had om te insinueren dat het gezwel dankzij de operatie van Hartenkoningin ontdekt is geweest – vervangen door een andere. Terwijl dat wij geen enkele oogarts vinden om ons te verdedigen, hebben zij blijkbaar een heel leger klaar staan en kunnen ze gewoon van de ene op de andere overschakelen. Als ik de nieuwe kandidaat-raadsheer opzoek op het internet ontdek ik dat het om een jongedame van zo’n jaar of 30 gaat en dat ze een gewone oogarts is ergens in een praktijk in het Limburgse werkzaam. Hetgeen haar er niet van weerhoudt om de repliek van Yvo, zelf een professor en oncologisch chirurg, denigrerend te omschrijven als “een knipsel van literatuurgegevens en internetbevindingen.”
Tweede vaststelling: de tegenpartij verandert niet alleen van medisch raadsheer alsof het niets is, ze verandert ook van geweer. Waar dat tot nu toe tegen mij, ook door Professor Mombaerts, altijd gesproken werd over een ontstoken traanzakje (‘dacryocystitis’ blijkbaar in dat pseudo-intellectueel medico-latino taaltje) beginnen ze nu ineens over een verstopt traankanaal (‘dacryomucocele’ ook blijkbaar). Waar dat de oftalmoloog-expert opgetrommeld door de Witte Koningin, het Witte Paard, op de installatievergadering/eerste zitting zelf nog met de 4 parameters voor een ontstoken traanzakje afkwam (dolor, calor, tumor en rubor), stelt de nieuwe oogartse nu zonder omwegen dat in het geval van een dacryomucocele dolor niet vereist is. Dat het vaak zelfs niet voorkomt want “inflammatie is niet gelijk aan infectie.” Hetgeen ook ineens de vraag doet rijzen of het Witte Paard het medisch dossier op zijn minst bekeken heeft voordat hij op de installatievergadering/eerste zitting verscheen en Professor Ilse Mombaerts, als ‘somniteit’, zonder aarzeling en enige vorm van schaamte vrijsprak van fout, nalatigheid of wat dan ook voor imperfectie. Dat Yvo, in zijn repliek hiermee al rekening heeft gehouden en zowel een dacryocystitis als een -mucocele uitvoerig als onvoldragen en voorbarige diagnosestellingen omschreven heeft, wordt totaal genegeerd. Net zoals dat tal van andere dingen opnieuw genegeerd worden. Het is alsof ze zich van de domme houden of gewoon doof zijn.
Zoals de doorverwijzingsbrief. De brief verwordt in het schrijven van de jonge oogartse tot een ‘suggestie’, die de suggestie van de dag in een doordeweeks restaurant niet overtreft qua belang. Het is nu zelfs al geen officieel document meer. Het is iets dat timide ingefluisterd wordt en door de Onbevlekte Hartenkoningin met een wuifgebaar van een van haar knokige handen afgewimpeld kan worden. Een beetje als een lastige vlieg.
Zoals onze opmerkingen gemaakt op de installatievergadering/eerste zitting en bij totale afwezigheid ervan in het voorlopig verslag nadrukkelijk herhaald in ons schriftelijk weerwoord. Ik blijf binnen bellen op 19/09/2018 met een klacht van roodheid terwijl ik gewoon binnen belde met de vraag of die ondertussen toch ernstig toegenomen veronderstelde traanzakontsteking volgens de regels van hun eigen medische wereld niet koud moest staan voor de operatie?
Er is ook nog steeds geen enkel causaal verband tussen alles wat er gebeurd is en vooral niet gebeurd is in Gasthuisberg en mijn nefast ziekteverloop. Dit alhoewel dat, waar dat de experten aangeduid door de rechter het nog hielden op maximum wat slechte communicatie van de kant van Gasthuisberg, de nieuw opgedoken medisch raadsheer van de tegenpartij hier plots stelt dat er slechts 9 weken verlopen zijn tussen het moment dat er ‘misschien’ iets is misgelopen in Gasthuisberg en de uiteindelijke operatie in het UZGent. En ja, want zijn nu 9 weken? Dat is maar een goede 2 maanden. Waar doen wij zo moeilijk over? Dat is toch niet zo belangrijk allemaal? Ah neen, vandaar natuurlijk dat overal en systematisch, op de radio en op de TV, in de kranten en zelfs op die sociale media tegenwoordig, Belgische burgers opgeroepen worden om zich zo snel als mogelijk te laten checken op verdachte gezwellen of vlekken. Wat ook weer betekent dat de diagnose op 1 juni 2018 en de operatie op 26 september 2018 nog steeds als rimpelloos verlopen worden voorgesteld. Terwijl het bobbeltje waarvoor ik naar Gasthuisberg doorverwezen werd, nog steeds zat waar het al zat sinds het begin van het jaar en ik dus al een jaar aan het wachten was op professionele hulp. Een jaar wachten is dat dan soms wel erg, oogdoktertje van mijn voeten?
Verder blijkt dat ze niet alleen een specialist in oogheelkunde is maar ook in de psychologische wetenschappen. Zo stelt ze groothartig bij aanvang dat “ze begrijpt dat dhr. Hoskens een zeer ernstige diagnose heeft gekregen, dewelke de nood naar het zoeken van ‘een schuldige’ bevordert.” Alhoewel goed gevonden, schort er wel het een en het ander aan deze effe-doen-alsof-dat-we-meeleven-stelling. Zo gaat het bij ons niet om het blind zoeken van een schuldige, maar zijn er genoeg concrete aanwijzingen die aantonen dat Professor Ilse Mombaerts een verpletterende verantwoordelijkheid draagt in het verloop van mijn ziekte.
Na al die cursussen inlevingsvermogen gaat het Wit Veulen nog een stap verder: als reden voor de afwezigheid van een differentiaaldiagnose, zelfs in de medische dossiers, stelt de oogartse zonder omwegen dat dit is “omwille van de mogelijke inzage door de patiënt, met de bedoeling geen onnodige ongerustheid te wekken.” Wat is de waarde van die medische dossiers dan nog? En een on-line platform als Cozo? Een digitaal spiegelpaleis volgestouwd met nietszeggende en halfslachtig uitgewerkte dossiers? Moeten wij het daarmee stellen? En zijn dit dan de nota’s geschreven ‘in tempore non suspecto’ waarop de gerechtelijke experten nu terugvallen?
Bovendien worden wij, patiënten, toegang tot de dossiers of niet, nog altijd behandeld als kleine kinderen die niet in staat zijn om om te gaan met slecht nieuws, die beschermd moeten worden tegen zichzelf. Als één van die vele patiënten kan ik alleen maar voor de zoveelste keer zeggen dat zo’n stelling gewoonweg wraakroepend is. Dit paternalistisch argument wordt, samen met de privacy van het medisch dossier, steevast ingeroepen ter ‘bescherming van de patiënt tegen derden,’ systematisch en ongegeneerd door diezelfde medici gebruikt tegen de patiënten zelf. Samengevat de positie van de oogartse: ze mogen de patiënten niet ongerust maken maar wel een onvolledig dossier aanmaken en een foute diagnose opstellen.
En het wordt nog erger: “Te hoge verwachtingen van het heilzame effect van een vroegere diagnose blijken regelmatig een belangrijke bron voor het aanspannen van rechtszaken.” Opnieuw komt die onverwachte specialisatie in de psychologische wetenschappen om de hoek kijken. Daarom even duidelijkheid scheppen: mijn verwachting was dat ik in Gasthuisberg in goede handen was; dat men daar zorgvuldig en zorgzaam met mijn lichaam en mijn leven zou omspringen. Dit lijkt mij alvast geen “te hoge verwachting.” Maar ook dit is niet wat er gebeurd is te Gasthuisberg. Dat is net het probleem en dat is onze aanklacht.
Waarna het betoog van de oogartse helemaal verzand in totale verwarring. Want wat blijkt? Naast het kleine traanzakje, vormt de tijdens de operatie te Leuven vastgestelde afwezigheid van “atrofische neusmucosa (pus, slijmen, vieze rommel) niet alleen in het traanzakje maar ook in het os lacrimale, voorste ethmoidcel of neusholte (net zoals jullie, lezers, ben ik al lang de weg verloren)”, al een tweede teken dat de diagnose opgesteld door Mombaerts helemaal niet klopte. En toch werd ik de dag nadien, op 27/09/2018, naar huis gestuurd met een ontslagbrief waarin stond dat alles perfect verlopen was! Zonder enige info over de aberraties of op zijn minst vreemde vaststellingen tijdens de operatie. Integendeel. Als ik in het ziekenhuis kloeg over het nog steeds op dezelfde plaats aanwezig zijn van het bobbeltje, kreeg ik te horen dat dit ongetwijfeld nog een restant van een ontsteking was en wel vanzelf weg zou gaan.
En niet alleen dat. De afwezigheid van die ‘neusmuscosa’ doet de oogartse zelfs wanhopig vragen: “Waarvan moest Professor Mombaerts dan een biopsie genomen hebben?” Als wedervraag zou ik hier willen stellen aan de fantasmagorische experte waar dat al die oogartsen tijdens al die consultaties, inclusief Professor Mombaerts, als halve maniakken, op hebben zitten duwen? Op iets in de leegte? Iets dat dus niet bestond?
Normaliter was deze blog post vandaag hier gestopt. Maar de beker moet in dit apenland door medische slachtoffers tot op de bittere bodem leeggedronken worden en dus ook door jullie, lezers van mijn onwezenlijke en akelige blog. Terwijl ik nog wat verder op google zit te snuisteren, ontdek ik dat er nog een andere website is waar de nieuwopgedoken medisch raadsheer actief is. Hier bevindt zich echter wel geen foto van haar. In de plaats daarvan verschijnt er een uitgehold, wit, vrouwelijk figuurtje met haar naam naast. Misschien dat ze nog geen tijd heeft gehad om een foto in te leveren, polyvalente bezige bij als ze is? Maar wanneer ik dan naar beneden scroll op dezelfde site bots ik plots op een andere foto van een bekende onbekende. Deze oogarts kijkt mij deze keer rechtopstaand aan, niet langer onderuitgezakt, achteroverleunend in zijn zetel, met een imaginaire pijp in zijn handen. Maar een misverstand is niet mogelijk: het is wel degelijk het Witte Paard.
Het begint weer allemaal te tollen in mijn hoofd. Ik wrijf nog eens goed in mijn ene overblijvende oog en loer dan nog eens stiekem naar de foto om dan mijn hoofd vol walging af te wenden. “Wat is me dat hier voor een circus allemaal zeg?,” gilt die kleine Alice weer door mijn hoofd terwijl ik vol ongeloof keihard aan mijn haar begin te trekken. Die nieuwe oogartse, die dit antwoord van de tegenpartij heeft geformuleerd, werkt in dezelfde oogartsenpraktijk als het Witte Paard? Sorry? Wacht. Laat ons de vraag herformuleren. Dus: de nieuwe medisch raadsheer van de tegenpartij en de oftalmoloog-expert aangeduid door de rechtbank, werken fysiek samen op dezelfde plaats, als collega’s in een of andere oogkliniek? Klinkt dit beter? Ontmoeten elkaar regelmatig ergens in de verre Kempen, zitten naast elkaar in teamvergaderingen, spelen padel samen op het halfjaarlijkse team event, vieren collegiaal Nieuwjaar met een glas champagne in de hand? Ze hebben het misschien afgelopen Kerstmis nog gedaan? Terwijl wij ons probeerden recht te houden voor de kinderen? Zelf voelde ik me al verveeld en gedwongen verkeerd bezig omdat bij afwezigheid van een oftalmoloog die ons de dienst wilt bewijzen een vriend van mij verplicht is om als medisch raadsheer op te treden. Maar vergeleken met wat er hier gebeurt – medisch raadsheer tegenpartij en gerechtelijk expert werken samen onder één dak (ik zeg (nog) niet onder één hoed) – is dat maar klein bier qua belangenverstrengeling, niet?
Daarom, voor die mislukte psychologe daar, die zoveel belang hecht aan het welzijn van haar patiënten: heilige boontjes zoals jou lachen ons uit in ons gezicht. Zo ervaar je dit alles als patiënt. Jullie luisteren niet eens naar wat het slachtoffer zelf zegt. Jullie verkondigen jullie theoretische modelletjes en verbergen jullie voortdurend achter hoe het had moeten geweest zijn. Hoe het effectief geweest is kan jullie niets schelen. Leren uit jullie eigen fouten interesseert jullie niet. Het Spiegelpaleis blijkt vol te staan met spiegels die niet reflecteren. En als ze wel een reflectie geven, zijn het lachspiegels waarmee je enkel kunt wenen. En dan die brutale arrogantie van de macht waarmee jullie opnieuw dit alles doen. Jullie nemen zelfs niet de moeite om de schijn van een eerlijk proces hoog te houden. Hoe lelijk kun je zijn? Of neen, wacht, vergeef mij mijn verschrikkelijke onbeleefdheid, ik was even vergeten dat jullie boven al dat profaan gedoe van vriendjespolitiek en mogelijks zelfs collusie staan. Jullie zijn geen mensen. Jullie zweven verheven en onthecht boven al die lelijke en al te menselijke dingen. Net zoals de engelen. In datzelfde onbevlekte wit. Terwijl de slachtoffers thuis in alle stilte creperen. Slachtoffers die voor jullie zelfs niet bestaan. Want, oeps, sorry nogmaals, ook nog vergeten: jullie maken geen fouten. Laat staan dat jullie ze zouden verdoezelen.
