Een van de dingen die ik me levendig herinner van de Witte Koningin is hoe ze nadrukkelijk stelde bij aanvang van de installatievergadering dat het oordeel gevestigd ging worden op de medische verslagen opgemaakt vóór onze klacht en dus in ‘tempore non suspecto.’ Jullie weten nog wel die teksten waarin de medici met behulp van summiere en stenografische verslagen zich proactief zo veel als mogelijk indekken voor eventuele rechtszaken later. Daarop gingen die medische experten aangeduid door de rechtbank zich baseren. Achterliggende redenering: het zijn deze teksten die het meest waarheidsgetrouw zijn.
Nu, dat de waarheid mij nauw aan het hart ligt zal ondertussen hopelijk voor iedereen wel duidelijk zijn. Het is dit dat mij ertoe brengt om ruiterlijk toe te geven dat op diezelfde installatievergadering mijn advocaat gespecialiseerd in medische fouten, de Walrus, ook wel enige steken heeft laten vallen. Want wat hij aan ons, Tin en ik, voorstelde als de ‘installatievergadering’ bleek de eerste en enige zitting van onze expertencommissie te worden. En daar zaten we dan zonder medisch expert om ons te verdedigen. Nochtans zou het handig geweest zijn, zo’n medisch expert. Die had misschien wel dat onsamenhangend gebrabbel, die pseudo-wetenschappelijke discours vanuit de losse pols van het gezapig achteroverleunend Witte Paard het zwijgen kunnen opleggen of tenminste kunnen voorzien van enige kritische medische kanttekeningen. Want onze opmerkingen, alhoewel sterk afwijkend van al zijn academische wijsheden, bleven onaangeroerd in de lucht hangen. Het enigste wat we gedaan kregen was dat het Witte Paard af en toe stil viel. Door een kortsluiting midden in zijn gedachtengang veroorzaakt door onze constructieve, sommigen zouden zeggen pathetisch hoopvolle, mededelingen. Om onmiddellijk daarna weer ongebreideld voort te galopperen in zijn retoriek.
Een discours dat dan achteraf ook nog eens totaal irrelevant bleek te zijn want na de eerste ronde van weerwoorden – post-factum als het ware – veranderde de tegenpartij plots van expert en het geweer van schouder: wat eerst een ontstoken traanzakje was werd plots volgens een gewone oogartse een verstopte traanweg. Wat het vermoeden wekte dat dat Witte Paard de medische verslagen zelfs nog niet eens bekeken had voor de zitting. En waarom zou hij ook? Als die experten toch mogen zeggen wat ze willen. Als er toch niemand is die checkt of dat allemaal wel klopt wat die daar allemaal zeggen. Of dat allemaal wel waarheidsgetrouw is en overeenkomt met wat er de facto gebeurd is.
Juist het tegenovergestelde geldt voor alles wat wij aanbrengen. Niet dat dat wel afgechecked wordt op zijn waarheidsgehalte. Dat zou nog een positieve daad zijn, een daad met merites. Neen, wat wij te vertellen hebben wordt per definitie als onwaar beschouwd want het enigste wat wij, de medische slachtoffers, kunnen doen is wat post-factum hineininterpretieren. Wij zijn niet langer in staat om feit en fantasie van elkaar te onderscheiden. Wij zijn ook niet verstandig genoeg om dit wel te kunnen doen. Bovendien ontbreekt ons, lomp als we zijn, totaal de capaciteit om op een geciviliseerde manier een open gesprek te voeren over wat er juist wanneer is gebeurd. Zij daarentegen, de experten van de rechtbank, hebben de waarheid in pacht en etaleren zonder gêne hun op drijfzand gebouwde kennis.
Ook de aanvankelijke medisch expert van de tegenpartij, mag post-factum de meest onnozele dingen uit zijn duim zuigen; liegen eigenlijk. En alles wat wij daartegen inbrengen, zelfs de meest eenvoudige waarheidsgetrouwe dingen, wordt afgedaan als post-factum gewauwel. Zoals bijvoorbeeld de bobbel die er zogezegd niet langer zat naast mijn oog na de operatie. Er eigenlijk zelfs nooit gezeten had. Als je die expert dan toch zou geloven. Terwijl dat nochtans al die specialisten, Ilse Mombaerts incluis, op diezelfde bobbel als zotten hadden zitten duwen. Waarschijnlijk staat het niet in het medisch verslag. Want ik heb het na de operatie die plaats vond in de vroege ochtend in het ziekenhuis nog gezegd tegen de assistente van Hartenkoningin in totale en absolute afwezigheid natuurlijk van Zijne Heiligheid zelf, om 21u00 uur ‘s avonds bij de overhandiging van de ontslagbrief. De eerste en enige medicus die ik te zien kreeg na een dag lang wachten. Die mij toen wist te zeggen dat het waarschijnlijk nog een gevolg van de operatie was en wel vanzelf zou verdwijnen. Terwijl het nog exact hetzelfde bobbeltje was op net dezelfde plaats waar het toen al bijna een jaar zat. Maar waarom zou die overwerkte assistente dat nog opnemen in het medisch verslag als de operatie perfect geslaagd was en het onding in haar vermoeid hoofd vanzelf ging verdwijnen? In een medisch verslag opgemaakt door en dus absolute eigendom van zo’n dictatoriaal diensthoofd waar iedereen voor siddert en beeft?
En dus zegt die hooggeleerde man met de vele academische titels; de Anesthesist/Reanimator, de Urgentiedokter en Administrateur-Général van Gezondheidsgegevens, de Specialist in Verzekeringsgeneeskunde én Medische Expertise, en ook nog eens Zetelend Lid in de Erkenningscommissie van beide laatste domeinen, daar bovenop ook nog eens Bijzonder Gast-Docent in Cardiovasculaire Dingen, Coördinator Kritische Diensten van een verafgelegen ziekenhuis, Meester in de Rechten, in het Medisch-Sociale Rampengebied én het Ziekenhuisbeleid, kortom een manusje-van-alles, of met een Latijns woord een waar ‘factotum’ dat álles doet, de meest stinkende karweitjes het eerst; dié alwetende man zegt met zijn oppermachtige en indrukwekkende toverkrachten: “Hocus Pocus Pats,” en het bolletje is weg. Straffer nog er zat er zelfs nooit één. Het is pas na de operatie opgedoken volgens de brave man. Wat ineens ook verklaart hoe dat die supergeleerde mens zonder enige gêne durft te stellen dat het gezwel ontdekt is geweest dankzij de operatie van Mombaerts. Een post-factum verzinsel uit een polyvalente toverhoed. Maar dat is allemaal ok in het Spiegelpaleis. Want het is een expert met een lijst aan titels te lang om op te noemen die het schrijft, een expert die alleen maar bewondering en respect verdient ondanks de stank.
Ook Hartenkoningin zelf schittert in post-factum activiteiten. Zoals post-factum na ons woelig vertrek uit Gasthuisberg tegenover haar confraters beginnen te doen alsof zij aan het AZ Maria Middelares te Gent gesuggereerd had een scan te maken, terwijl ze er juist niets maar dan ook niets mee te maken had. De scan was al een week voor onze laatste ontmoeting boven op de berg afgenomen en de biopsie stond al gepland voor diezelfde avond. Maar alles om de schijn hoog te houden, nietwaar? En nog veel veel straffer, enkele maanden na de feiten, post-factum in het kwadraat, bezige bij en academisch factotum als zij zelf ook is, laat ze een wetenschappelijk artikel van haar hand die ze nergens voor omdraait publiceren in een toonaangevend, zoals het hoort chique Engelstalig magazine waarin ze ootmoedig en toch zonder het expliciet te zeggen toegeeft een fout gemaakt te hebben. Want de centrale stelling van het ganse artikel luidt dat men bij een gevoelloze massa in de regio van het oog best uitgaat van het allerergste en beter extra onderzoek uitvoert. De believers zullen hier weer tegenwerpen dat dat toch flink van haar is. Om zo snel te leren uit haar fouten en ineens de ganse medische wereld in te lichten over haar nieuwverworven inzicht. Alleen vraag ik me af hoe snel dit inzicht er dan niet gekomen is? De volgorde is toch: inzicht, artikel schrijven, artikel publiceren? En om een artikel gepubliceerd te krijgen enkele maanden later, wanneer heb je het dan moeten schrijven? Een maand voordien? Twee maanden voordien? Zo’n artikelen worden toch ‘gescreened’ voor publicatie? ‘Gereviewed’ door ‘peers’? Dat inzicht is dan toch wel heel snel tot stand moeten komen. Zo snel dat een mens zich weer afvraagt of ze niet verdomd goed wist dat ze bij mij enkele maanden voordien een pak ernstige medische blunders begaan had. En gewoon niet het fatsoen heeft om het aan mij persoonlijk toe te geven maar wel om het met behulp van zo’n wetenschappelijk artikel vlug vlug toe proberen te dekken onder een gecertificeerde stempel van een wetenschappelijk magazine.
Wij, Vlamingen, wij noemen dat anders. Wij hebben al dat flutengels niet nodig. In ons prachtige bargoens noemen we dat post-factum haar gat indekken. Gelijk een overijverige muis snel al haar gemaakte fouten of nalatigheden wegsteken onder een dikke couche van wetenschappelijke voornaamheid. Zodat achteraf toch al niemand jou nog kan beschuldigen van niets met het onder jouw verantwoordelijkheid gebeurde gedaan te hebben. Buiten het slachtoffer zelf natuurlijk dat eenzaam in de woestijn staat te roepen of op weg is naar de volgende operatie of behandeling veroorzaakt door al jouw geklungel. Om het helemaal doorzichtig te maken gaat het dan ook nog eens om een volledig achterhaald inzicht want in de medische wereld, wist een osteopaat mij onlangs te vertellen, weet men al lang dat een gevoelloos gezwel in de regio van het gezicht mogelijks kanker is. Maar neen hoor, Zij, de Ijdele Hartenkoningin, de Grote Ophtalmoloog, maakt het wereldkundig in 2019, zes maanden na haar volledig foute en totaal misplaatste operatie aan het inmiddels weggesneden linkeroog van ondergetekende. Wat ze natuurlijk ook nalaat te vermelden in het artikel is dat diezelfde hoofdconclusie nog meer geldt indien alles ook nog eens voorafgegaan wordt door een doorverwijzingsbrief die wijst op het gevaar van kanker. Dat is in haar ogen, want zij heeft er in tegenstelling tot mij, na mijn passage bij haar diensten, dus nog altijd twee, maar een pietluttig detail en die wetenschappelijke wereld moet ook niet alles weten.
