
Amai, en dat het heet was. Verzengende hitte, heel af en toe onderbroken door een fris buitje. Dat was het. Zou dit mijn laatste zomer geweest zijn? Dan is de cirkel nu rond. Met de hittegolf van 1976 als startpunt. Ik zie me nog als tienjarige avond na avond bezweet thuis komen met mijn klein, rood torpedofietsje. Overladen met het vuil van de stoffige zomerdagen en de boerderijen in de buurt. Led Zeppelin in de achtergrond dankzij de piratenzender Radio Veronica. Niet dat dat bij ons toen nog zo vaak te horen was nadat in diezelfde warme zomer mijn oudere broer en zuster op twee weken tijd van mekaar huwden en het ouderlijk huis verlieten. Mijn moeder was niet alleen een gelovige ziel, haar favoriete DJ avant-la-lettre was de Engel van Vlaanderen op BRT 2 Omroep Antwerpen: Vlaamse schlagers vol levenswijsheid en vooral een snik hier en een traan daar a volonté. En dit drie uur aan een stuk op zondagavond. Vaak ging ze zelfs vroeger slapen om dan in bed te luisteren naar het programma. Mijn vader zelf zou toen nog 25 jaar leven. Mijn moeder nog 35. Maar daar dachten we niet aan. Het leven scheen eindeloos.
Net zo eindeloos als de Alpen. Na eerst met de vrienden voor de vakantie een heuse berghuttentocht gewaagd te hebben, met maar één oog, zonder dieptezicht op korte afstand dus, nochtans handig bij het afdalen, en een door het amateuristisch gepruts van Gasthuisberg de afgelopen jaren wankel geworden lichaam, doe ik hem grotendeels over met Tin en de kinderen. En opnieuw is de tocht fantastisch. We geraken samen over de pas op 2871 meter hoogte. Het is het hoogste dat de kinderen ooit geweest zijn en vooral het hoogste dat ikzelf de afgelopen 4 jaar geweest ben. De eindhalte is het Hotel Piz Ela in Bergün, waar Nietzsche ooit nog verbleven heeft. Jammer genoeg is het restaurant gesloten. Ik had me er zo op verheugd om Ella als absolute liefhebber de lekkerste focaccias ter wereld te laten proeven.
Als we terug komen van de bergen, begint de hitte pas echt. Sam en Ella vertrekken op groepskamp naar Chimay. Wij profiteren ervan om een korte citytrip naar Metz in te plannen. Zodat we bij het terugkeren hen kunnen oppikken aan de kampplaats. Bovendien, met die oeverloze reportages in de kranten en zelfs op de tv over zwemmen in de vrije natuur, hebben we zin om ergens in de vele waters rond Metz een plonsje te wagen. Twee dagen wandelen we de stad aan de Moezel én omgeving af in de hitte. Nergens kan of mag je zwemmen. Zwemmen in de vrije natuur is blijkbaar één van de meest concrete kenmerken van de onbestaande grens tussen de romaanse en germaanse wereld. In Nederland kun je op tal van plaatsen in de vrije natuur zwemmen. In Bazel zwemt men in de Rijn en in Zurich in de Limat. Rond Berlijn ligt het vol met meren waar men zelfs kan naaktzwemmen. Maar in Frankrijk en in België kan en mag het niet. Zelfs niet met badpak. Want, zo gaat hier rond, het water is vies en zit vol met bacteriën. Misschien klopt dat ook wel. Misschien is het allemaal wat simpeler en moet ik het niet zo ver zoeken, in een vermeend structureel verschil tussen taal- en cultuurgebieden. Met ons Vlaanderenland bevinden we ons volop in het stroomgebied van de Schelde. Waarvan de bron zich in het vervuilende industriële noorden van Frankrijk bevindt. Met in de Westhoek van het land de grote varkensboerderijen en in het Noorden Antwerpen met zijn petrochemische industrie. Tussenin liggen de velden met de vele koeien die ondanks tal van mestactieplannen de grachten vol nitraat en fosfaat blijven kakken. Hoe en waar zouden wij hier nog in de vrije natuur kunnen zwemmen? In De Standaard hebben ze na onderzoek één plaats ontdekt waar het water zuiver genoeg is om te zwemmen. Of toch volledig voldoet aan de strenge EU-normen. Het betreft een door de industrie kunstmatig aangelegd meer ergens in Eisden, in het verre oosten van Limburg. Vlak aan de grens met Nederland. Enig probleem – ironie kent geen grenzen – je mag er ondanks de aanwezigheid van een Center Parcs ook al niet zwemmen.
De tussentijdse scans blijven gunstig verlopen. Er duiken geen nieuwe gezwellen op. En die in mijn lever zijn zelfs verdwenen op de CT’s. De pillen blijven dus hun werk doen. Alleen mijn hoofd blijft mij zorgen baren. De druk of pijn in mijn achterhoofd lijkt mij stilletjes aan toe te nemen. Blijft er nog steeds de vraag wat die continue zeurderige pijn veroorzaakt. Want in die hersenen zitten geen zenuwen en dus voel je van hersentumoren niets dixit de specialisten. Of toch geen pijn. Zouden het dan toch uitstralingen vanuit mijn nek zijn zoals onlangs iemand insinueerde? Stress zou een belangrijke factor zijn voor de vorming van ‘knobbels’ in de nekspieren. En stress heb ik de afgelopen jaren genoeg gekend alhoewel ik amper gewerkt heb. Trouwens, voor de geïnteresseerden, ik overweeg terug halftijds te gaan werken. Kwestie van een zinnige invulling aan mijn leven te geven want dit ondernemen, dit schrijven tegen de bierkaaien op, zou ik blijkbaar net zo goed niet doen. Buiten de mensen die mij kennen, kan het gebeurde de rest van deze gulle maatschappij niet veel schelen. Als we dan toch zo veel stikstof moeten blijven slikken, kunnen er nog wel wat andere wandaden bij.
Van de rechtbank vernemen we ondertussen niets. Zou die rechter dan toch de tijd nemen om dat ganse dossier grondig door te nemen? En in de loop van dat proces net zoals ons vaststellen dat dat expertiseverslag op niets trekt? Zou hij extra uitleg vragen aan die medische experten? Vragen hoe het komt dat ze niet meer dan wat medische boutades aan te bieden hebben? En het vertikken om op onze vele opmerkingen te antwoorden? Of gaat hij gewoon op veilig spelen? En zich net zoals die zogenaamde experten verbergen achter dat hypocriete formalisme, zonder oog voor wat er effectief gebeurd is? Zoals reeds eerder gezegd is dit mijn grootste vrees en dat dat veelkoppige monster vanuit zijn nest in Leuven hierop zit te wachten. Om dan onmiddellijk een nieuwe gerechtelijke procedure voor laster en eerroof op te starten. Alles voor de eer en om hun jassen smetteloos wit te houden. Allemaal samen tegen mij, deze ridicule moderne Don Quichot. Om zo als medisch slachtoffer door die oppermachtige windmolens boven op de berg nog wat verder belachelijk gemaakt te worden. Met een op haar bezemsteel rondvliegende en krijsende Hartenkoningin in de voorhoede.
Ik probeer dan ook om onze defensie te versterken en voor te bereiden op de komende slag. Maar mijn generaal, de Walrus zelf, is opnieuw en al sinds meerdere maanden met de noorderzon verdwenen. Emails, telefoontjes, zelfs voice mails, niets lokt een antwoord uit. Zelfs geen autoreply met de mededeling dat hij even op vakantie of retraite is. Totale en absolute windstilte. Zelfs mijn bomenadvocate weet niet meer wat te doen. Om niet compleet de moed te verliezen, stuur ik af en toe een mail met wat er volgens mij moet gebeuren. Tin is echter het ganse gedoe met Gasthuisberg kotsbeu. Hoe erg en schandalig het allemaal ook is wat er gebeurd is, vindt ze dat ik wat positiever in het leven moet staan. Zelf kan ik het gebeurde echter maar niet los laten. De gemoederen geraken hierdoor soms ten huize Hoskens nog wat meer verhit. Om het allemaal verder aan te kunnen zoeken we geregeld wat verkoeling in het zwembad van Koenie en Katrina. Op zoek naar een manier om op dat zonlicht te wandelen en te genieten van dit leven.
