Op enkele seconden tijd ben ik net van een ding, van een stuk vuilnis, van een vod waar ge uw schoenen moogt aan afvegen, terug veranderd in een mens. Een mens van vlees en bloed. Een mens die terug verlangen kent. Niet langer een vod maar een mens met zelfrespect. En dit door een stuk tekst van 1500 woorden. Een tekst die zich in bijlage bevindt van een mail die de Walrus, mijn advocaat medische fouten, een uur geleden heeft doorgestuurd naar mijn gmailaccount. Een tekst geschreven door een echte ophtalmoloog-expert, een heuse Witte Koning. Een tekst die het verslag van de zogenaamde medische ‘experten’ van de rechtbank, van de Witte Koningin en het Witte Paard, volledig onderuit haalt en op het einde onomwonden en eenduidig als besluit stelt: ‘Hiermee is voldoende bewezen dat de diagnostiek en behandeling van dhr Hoskens in het UZ-Leuven niet volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd, dat beeldvorming al in eerste instantie had moeten worden gerealiseerd en men oog had moeten hebben voor mogelijk andere, even waarschijnlijke oorzaken.’
Ongelooflijk. Ik ben er gewoon niet goed van en weet niet goed wat te zeggen. Stilletjes en onbeweeglijk zit ik met de tekst op mijn iphone in de hand te wenen in de zetel thuis. Lees af en toe terug door de tranen heen om zeker te zijn dat ik juist gelezen heb. Ondertussen voel ik een enorme last van mijn schouders vallen. Het is alsof nu pas, na al die jaren, na al die miserie, nu pas dus, na al die tijd, er iemand is die echt luistert, hoort wat wij te vertellen hebben. Met dit weerwoord staan we niet langer eenzaam en alleen in de woestijn te roepen, ontkend en miskend door the powers that be. Want dit is iemand die van de andere kant roept. Een Witte Koning die zegt dat wat wij zeggen helemaal geen onzin is. Die wij helemaal niet kennen en die vooral ons niet kent. Die dan ook zonder enige vooringenomenheid spreekt. En die vooral, vooral, vooral, louter op basis van het medische dossier en alle ondertussen verzamelde stukken, zowel van ons als van de tegenpartij, zonder enige druk of zelfs extra informatie van onze kant, tot dezelfde slotsom komt als wij na alles wat we in Gasthuisberg hebben moeten doormaken. Namelijk dat dat helemaal niet koosjer was in 2018 daar boven op die zelfverklaarde heilige berg, noch de diagnosestelling, noch de behandeling, noch de opvolging. Dat Ilse Mombaerts over de ganse lijn ernstige fouten heeft gemaakt. Want om eerlijk te zijn, beste lezers, na bijna vijf jaar eenzame strijd begin je zelf toch ook wel wat te twijfelen, vraag je je af of het misschien toch niet allemaal je eigen fout was, begin je je zelfs af te vragen of het allemaal wel echt gebeurd is. Allez, dat de miserie allemaal echt gebeurd is, dat valt niet te ontkennen. Het volstaat om ‘s ochtends bij het wakker worden in bed een keer te voelen aan jouw oog, of beter gezegd je oogkas want je oog is weg, om te weten dat het zo is. Maar die fysieke check met de hand is wel nodig want na een nachtje slapen denk je soms dat het allemaal maar een vieze droom was. Bovenop die horror komt er dan nog die genadeloze vervreemding van jezelf die onherroepelijk plaats vindt als gevolg van de totaal onmenselijke en ronduit schandalige manier waarop je als medisch slachtoffer in dit land behandeld wordt. Een werkwijze die enkel tot het gevoel kan leiden dat je een stuk onbenul bent, een nietsnut, een stuk afval, louter een last en een kost voor die maatschappij van strebertjes. Een negatieve mentale spiraal die nog verder versnelt bij langdurig ziekteverlof. Want als je lange tijd niet kunt werken verdwijnt ook dat klein beetje zelfwaardegevoel. Al die jaren van hard werken in die privé-sector, in een arbeidsmarkt gekenmerkt door hoge werkloosheid met dus voortdurend de dreiging van ontslag, van knokken en vechten om toch maar vooruitgang te boeken, voor jezelf en voor de maatschappij waarvoor je werkt, verdwijnen als sneeuw voor de zon, samen met je eigenwaarde, in een groot zwart gat. En wat blijft er dan nog over? Een zielig hoopje mens dat enkel nog maar kan zagen.
Tot dat zo’n expertise binnen komt. Een expertise die bovendien qua duidelijkheid niets te wensen overlaat. Van een zo hoge kwaliteit getuigt, zowel inhoudelijk, qua betoog valt er geen speld tussen te krijgen, als vormelijk, ik vind zelfs niet één schrijffout in het ganse verslag, dat het schrijfsel na alles wat er gebeurd is verwondering oproept. Verwondering dat het nog kan en dat het nog bestaat, mensen met een arbeidsethos die hun werk wel én goed doen. Opeens heb je het gevoel dat iemand je de hand reikt en je uit het drijfzand omhoog trekt. Dat je de moeite bent om geholpen te worden. Opeens heb je niet langer het gevoel er alleen voor te staan. Opeens voel je je terug erkend als individu en als mens. Ik merk dat ik voor het eerst sinds lange tijd met zachtheid kijk naar de wereld rondom mij.
Het enigste nadeel is wel dat de tekst je, of mij toch als onderwerp van het verslag, ook een ellendig gevoel bezorgt: want als je hem leest besef je ook hoe simpel het had kunnen geweest zijn. Dat een eenvoudige scan, een gedegen onderzoek, een heel andere wending aan mijn ziekteverloop had kunnen geven. Toch overheerst de dankbaarheid van eindelijk gehoord te worden. Daarom ongelooflijk veel dank aan allen die dit mogelijk gemaakt hebben! Zeker aan de Walrus die de oftalmoloog-expert gevonden heeft!
Voor diegenen die nu beginnen joelen dat al mijn gedoe over een omerta binnen ‘de Vlaamse Orde der Ophtalmologen’ blijkbaar dan toch maar een hoop zever was, heb ik slecht nieuws. De omerta is helemaal niet doorbroken want de Witte Koning is een Nederlander. Wel werkzaam in België, maar een Nederlander. Niet behorend tot die kleine kring van ons-kent-ons vriendjes-specialisten die mekaar lekker indekken. Dus ik kan het nog straffer stellen: terwijl al die Vlaamse ophtalmologen te laf zijn om tegen Gasthuisberg en de ‘somniteit’ Mombaerts in te gaan, is het dus een Nederlander die nodig is om een beetje fatsoen te schoppen in dat selecte clubje. Of nog schrijnender gesteld: om die zieke tsjevencultuur hier ten lande om alles met de mantel der liefde te bedekken, af te sluiten onder elitaire dekseltjes en onuitgesproken te laten, te doorbreken is er een mondige Nederlander nodig geweest, misschien een protestant, stel je voor, die wel over voldoende moreel kompas beschikt om de waarheid in zijn waarde te laten en niet de nek om te wringen. Die verder kijkt dan zijn neus lang is. Die beseft dat al die potjes enkel maar tot een gigantische stinkende mesthoop leiden waarin uiteindelijk alles begint te rotten, tot de fundamenten van onze maatschappij zelf. Ik had het niet verwacht, het zijn uiteindelijk onze noorderburen. Maar de zon komt dus toch op in het noorden: Hollands Glorie. Daarom hierbij ook dank aan de Nederlandse Staat om een cultuur van transparantie en duidelijk taalgebruik te huldigen. Na al dat verdonkeremanend, leugenachtig gelul van de tegenpartij aangevuld met het halfslachtig gekonkelfoes van die onbekwame medische experten van het gerecht doet de duidelijkheid van het expertiseverslag van de Witte Koning bijna pijn aan de ogen, of toch aan mijn ene overblijvende oog. Zo groot is het verschil in kwaliteit, helderheid en scherpte met wat die Vlaamse ‘experten’ hebben durven voorleggen als medisch verslag.
