Het miserabele Fonds voor Medische Ongevallen

Het toeval wilt dat exact een week na ontvangst van het indrukwekkende expertiseverslag van de Witte Koning we geconvoqueerd zijn voor de rechtbank te Brussel. Dit omdat we geweigerd hebben om het verslag van de medische experten aangeduid door de rechtbank, de Witte Koningin en het Witte Paard, te vergoeden voor het gevraagde bedrag met als argument dat het op niet veel trekt dat verslag. De Walrus stelt het zo: “de rechtbank kan niets met dit verslag aanvangen want het schiet tekort op alle vlakken.”

De Witte Koningin blijkt ondanks haar gestrengheid in haar Spiegelpaleis te Antwerpen een oude vrouw. Om haar titulaire rol als medische experte aangeduid door de rechtbank te claimen blijft ze op haar wankele beentjes recht staan. Als de rechter in het midden, er zijn er drie, haar aanbiedt om te gaan zitten weigert ze. De ganse zitting staat ze rechtop en recht voor mij tussen de Walrus en de Timmerman in. Langs achter doet ze mij denken aan mijn moeder zaliger. Zo’n vormloze oude-vrouwen-broek van donkerblauwe crêpestof, felgekleurde zijden foulard over haar schouders geslagen, grijs bijna wit haar. Alleen waar mijn moeder een ongeschoolde huisvrouw was is de Witte Koningin een door een avondcursus recht veredelde huisdokter en waarschijnlijk zelfs geen goede wordt mij gezegd. En ik die dacht dat die experten hoogopgeleide medici waren… De Timmerman, de advocaat van Amlin, de verzekeringsmaatschappij, is ook terug aanwezig. Netjes in het pak, zijn haar perfect gecoiffeerd, net zoals de vorige keer, staat hij lijnrecht voor zich uit te kijken. Eigenlijk is hij dus ook de advocaat van Gasthuisberg en Mombaerts, maar het oogt wat netter voor die laatsten om onvermeld te blijven en zich lekker achter Amlin te verbergen. Te veel visibiliteit is niet nodig voor die onbevlekte witgeschelpten met de propere handen.

De Walrus mag als eerste pleiten. Nadat hij gezegd heeft dat je niets kunt aanvangen met het medisch verslag van de Witte Koningin en op enkele van de talloze gebreken van het verslag gewezen heeft, komt de Witte Koningin aan het woord. De Timmerman zal net zoals in het Spiegelpaleis amper aan bod komen. Ze bekent dat het verslag een overzicht biedt van mijn medisch dossier. Dat dit overzicht 95% van het eerste ‘voorlopige’ verslag is, waarop wij verondersteld werden een eerste keer schriftelijk te reageren, zegt ze d’r niet bij. Ze zegt dat ze altijd zo werkt. Hier haalt ze weer die dure latijnse uitdrukking “in tempore non suspecto” uit de kast, zij het deze keer met een onzekerder stem. Voor de rest verwijst ze vlotjes naar het Witte Paard, de door haar gekozen ophtalmoloog-expert uit het verre Limburg, en zegt ze dat zij niets van ophtalmologie afweet, net zo min als van neurologie of gynaecologie. En dat het dat Wit Paard was, hier en nu natuurlijk afwezig, die op en neer huppelend beslist heeft dat alles ‘lege artis’ verlopen is. Zij had er niets mee te maken, daar komt het op neer. Dat de kwaliteit van het verslag zelf op niets trekt daar heeft ze blijkbaar ook niets mee te maken. Dat het besluit op geen enkele manier beargumenteerd wordt, maar simpelweg geponeerd wordt, als een soort axioma, ook niet. Tenzij men een verwijzing naar de reputatie van de ‘somniteit’ Ilse Mombaerts een argument zou willen noemen. Dat bijna al onze schriftelijk meegedeelde opmerkingen ofwel genegeerd ofwel met één enkele simpele zin, soms zelfs niet relevant voor de vraagstelling, afgewimpeld werden. Dat hetzelfde gebeurd is met opmerkingen gemaakt door een echte Professor Chirurgie gespecialiseerd in o.a. oncologische aandoeningen en zelfs de oogartse die mij doorverwezen heeft naar Hartenkoningin, het is allemaal niet haar schuld of zelfs haar verantwoordelijkheid. Ik kan het niet langer aan en vraag het woord. Ik benadruk dat van alles wat er in de eerste en enige zitting gezegd werd, en vooral alle tegenstrijdigheden tussen wat het Witte Paard vanuit zijn luie zetel allemaal beweerde en wat er de facto allemaal gebeurd is, er niets in het verslag was opgenomen. Dat in de plaats van pijnlijk dat bolletje bij mij nagenoeg gevoelloos was, bijvoorbeeld. Om maar iets te noemen. Terwijl dit toch in haar eigen Spiegelpaleis tot enkele pittige discussies geleid had.

Na een tijdje kan zelfs de Walrus het niet langer aan en stelt hij onomwonden tegenover de drie rechters dat de Witte Koningin als medisch experte al tal van dossiers afgehandeld heeft voor het Fonds voor de Medische Ongevallen en dat dit het niveau is waarmee al die medische slachtoffers daar geconfronteerd worden: hun hele aanklacht wordt weggezet met een simpele stelling zonder enige rechtvaardiging behalve ‘jullie niet-medici weten toch niet waarover jullie spreken.’ Plots besef ik dat ik daar vlak voor mijn neus die dure werkingskosten zie staan van dat totaal dysfunctioneel Fonds. Eén van die werkingskosten die veel hoger liggen dan het totale bedrag aan uitbetalingen – volgens die Panoreportage eind 2020 haalden ze toendertijd 30 miljoen euro aan kosten binnen versus 16 miljoen euro aan uitbetalingen terwijl het minstens andersom moest zijn. En niet alleen de bedragen: kosten behoren geen cash inflow te zijn en uitbetalingen dienen te gebeuren aan slachtoffers en vaak nabestaanden die een onnoemelijk lijden achter de rug hebben. Eén van die parasieten dus die op de kap van al die slachtoffers grote sier houden en zogenaamd alles grondig bestuderen om ze dan gewoon collectief, met de steun van de Orde der Geneesheren, het machtige RIZIV en de overige beleidsvoerders, in de grond te steken. Hoeveel mensen zouden zij met deze manier van werken al niet bedrogen hebben? Teleurgesteld letterlijk tot in het graf? Mensen, burgers van dit land, die van een ‘expert’ terecht enige deskundigheid én objectiviteit verwacht hadden? Volksverlakkerij in het publieke domein, dat is het, dat Fonds voor de Medische Ongevallen. De ironie is wel dat wij net een rechtszaak voor de burgerlijke rechtbank opgestart hebben omdat we de hopeloze praktijken van dat Fonds voor de Medische Ongevallen wilden vermijden. En kijk, hier zitten we dan. Via een achterdeur zijn ze toch binnen geraakt.

Na afloop van de zitting zien we bij het naar buiten gaan dat de Witte Koningin en de Timmerman bij de uitgang onderling heftig staan te discuteren. “Die zouden eigenlijk niet eens mogen spreken met mekaar,” fluistert de Walrus mij toe. “Ah ja, de advocaat van de tegenpartij met de deskundige aangeduid door het gerecht die verondersteld wordt neutraal te zijn!,” zegt hij hoofdschuddend. “Maar we gaan daar nu geen spel van maken, ok? We hebben daarnet ons standpunt al duidelijk genoeg gemaakt.” Wanneer ze mij ziet aankomen kronkelt de Witte Koningin echter als een slang op me af. Ik probeer haar op weg naar de draaideur nog te ontwijken. Maar ze slaagt er in om, net zoals in haar Spiegelpaleis, nog vlug enkele woorden van christelijk medeleven in mijn rug aan te bieden: “Mijnheer Hoskens, ik hoop dat verder alles meevalt voor u.” “Wel, het valt niet mee,” antwoord ik nors, zwaar geschokkeerd dat de slang met de dubbele tong nog het lef heeft om het woord aan mij te richten. Wat moet ik in hemelsnaam op zoiets zeggen? “Ach, hoe lief?” “Het is allemaal niet zo erg hoor?” “We doen allemaal maar alsof, ik het slachtoffer toch ook?” Of “Allez, allez, heel die lijdensweg van mij daar heb jij toch niets mee te maken? Dat is toch allemaal de schuld van die anderen. Die anderen die jij zonder enig gewetensbezwaar volledig vrijgesproken hebt?” Moet ik haar soms vergeven? Een goed gevoel geven na alles wat ik al meegemaakt heb? Moet ik écht tegen haar zeggen: “Bedankt voor de goede wensen?” Hoe lelijk kan een mens wel niet zijn? Haar gebrek aan arbeidsethiek of fatsoen tout court, gaat mij in het beste geval twee jaar van mijn leven kosten. Twee jaar die ik waarschijnlijk zelfs niet meer heb. Volgens haar eigen voorspelling moest ik trouwens al dood zijn: 36,6 maanden of 3,05 jaar vanaf de diagnose gaf ze me nog in haar vod van een expertiseverslag. De toegevoegde waarde of zelfs de relevantie van deze informatie voor de expertise zelf: nihil. Tenzij om te zeggen dat het toch niet meer lang zal duren. Of dat het hier over maximaal 3 levensjaren en een klets gaat. Waarom al die moeite daarvoor doen?

Bij het afscheid nemen buiten aan de ondergrondse parking bedank ik de Walrus voor zijn helder en doordacht pleidooi tijdens de zitting. Plots bekent hij dat mijn zaak hem niet onbewogen laat. Als bewijs daarvan zie ik tranen in zijn ogen opwellen. “Als er een zaak is waar effectief een medische fout gebeurd is, dan is het wel de jouwe,” verklaart hij plechtig. Ik voel me enorm schuldig dat ik hem al die tijd Walrus genoemd heb maar door de tranerige ogen trekt hij er nu nog meer op. Vertederd kijk ik hem aan. “Bedankt ook nogmaals voor het vinden van die oftalmoloog-expert. Ik kan jou niet vertellen hoeveel dit voor mij betekent. Dat er plots iemand is die inziet en erkent wat men mij aangedaan heeft. Een echte ophtalmoloog-expert bovendien die belang hecht aan de waarheid, hetgeen voor mij na al die tijd als een contradictio in terminis klinkt, of toch minstens een naald in een hooiberg.” “Ja, het heeft dan ook veel te lang geduurd,” knikt hij instemmend. “Maar dat die overige oogartsen de ene na de andere weigerden om ons te helpen, dat heb ik in al mijn jaren voor de rechtbank nog nooit meegemaakt.”

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie