13, 14 en 15 maart 2019 – Fred & Sigi

Eén van mijn belangrijkste steun- en toeverlaten tijdens de chemoreeks van 2019 blijft Nietzsche. Met de rode boeken van zijn Gesammelte Werke onder de oksel trek ik stoutmoedig naar het UZGent. Niet dat ik tot lezen kom. Daarvoor is de zinsverbijstering in het daghospitaal oncologie te groot. Maar het feit dat ik ze bij me heb en elk moment iets zou kunnen lezen als ik zou willen, stelt me gerust. En na het fantastische ’Die Geburt der Tragödie’ ben ik onmiddellijk begonnen aan ‘Götzen-Dämmerung’, Goden-Schemering, een van zijn latere werken. Het mist een beetje de panache van het eerste maar het blijft een prachtig werk geschreven in dat prachtige Duits.

Mijn grote vriend Fred. Zoals al eerder gezegd is hij een van mijn helden. Alhoewel ik eerder van de literaire Nietzsche houd, niet die van Zarathrusta. De Nietzsche die prachtige teksten schreef eerder dan helemaal op te gaan in zijn aforismen. Zo bevindt zich net in ‘Götzen-Dämmerung’ bijvoorbeeld de beroemde uitspraak: “Wat me niet kapot krijgt maakt me sterker.” In het originele Duits: “Was micht nicht umbringt, macht mich stärker.” Eén van zijn bekendste aforismen. Vaak geciteerd door eikels en trutten terwijl ze verwijzen naar een blindedarmoperatie of een mislukt bezoek aan de kapper. En heel populair bij de huidige imposante onsterfelijken, bij voorkeur BV’s, die op de media graag getuigen hoe ze een zwaar ongeval of zelfs kanker overleefd hebben. Terwijl ze gewoon geluk gehad hebben. Een gewetensvolle chirurg en route zijn tegengekomen bijvoorbeeld.

Waarschijnlijk is de bekende uitspraak ontstaan door de vele fysieke problemen waarmee hij zijn ganse leven worstelde. En het is inderdaad een pracht van een aforisme. Maar één van zijn vele uitspraken ook waar hij naar het einde van zijn leven toe misschien toch wel wat anders over dacht. De laatste 10 jaar van zijn leven was hij niet alleen belegerig maar zelfs nog maar amper in staat tot spreken. En dit tot aan zijn dood. De mythe luidt dat hij aan syphilis ten onder ging, maar recent onderzoek heeft vastgesteld dat hij, hoe ironisch ook voor mij, waarschijnlijk aan een hersentumor gestorven is. Dus toen is hij er alvast zeker niet meer sterker van geworden. Integendeel.

Het is een van die dingen die hij zonder veel uitleg gezegd heeft (en zo zijn er vele – de ondertitel van de ‘Goden-Schemering’ was trouwens ‘Hoe dat men met de hamer filosofeert’) waar hij door zijn tegenstanders tijdens en na zijn leven op gepakt werd en zelfs nu nog wordt. Net zoals zijn zogenaamd antisemitisme of nog erger de idee dat zijn gedachtengoed de voedingsbodem vormde voor het later opgekomen nationaal-socialisme. In beide gevallen is het een volledige ontkenning van zijn persoon. Zo liet hij in volle waanzin zelfs optekenen dat hij bezig was met alle antisemieten dood te schieten. De oorsprong van zijn manifeste haat was de domheid dat mensen met zo’n bekrompen wereldbeeld toen ook al uitademden. En als er één ding was dat Nietzsche niet kon verdragen was het domheid.

De goede man verafschuwde ook elke vorm van nationalisme. Ook het Duits nationalisme, dat hij terecht beschuldigde van achterlijk te zijn. Net zo achterlijk wat hem betrof als Frans nationalisme, Brits nationalisme, enz… Want nationalisme leidt onvermijdelijk tot enge regeltjes over wat hoort voor een Goede Duitser, wat een Goede Vlaming mag denken en een Goede Fransman mag zeggen. Conform enge regeltjes die elke vorm van zelfbeschikking onmogelijk maken. De ganse anti-woke beweging had hij bijvoorbeeld bij leven gewoon uitgelachen.

Zo moest hij ook lachen met de idee van een zuiver Arisch ras, noemde zichzelf een Europeër, en streefde zelfs de verrijking van rassen door onderlinge interactie na. Niet dat hij ondertussen geen straffe uitspraken deed die net het tegendeel suggereerden. Integendeel. Zo was zijn liefde voor de Duitse kultuur en taal via zijn geschriften algemeen bekend. Maar hij hield ook bijvoorbeeld van Frans. En als filoloog bestudeerde hij Sanskriet. Of denk maar aan zijn haat/liefde verhouding met Wagner (haat o.a. omdat Wagner meer en meer wel een antisemiet en nationalist bleek te zijn). En regelmatig duikt er in zijn geschriften wel een anti-Joodse statement op. Maar het is niet omdat je het lef hebt straffe dingen te zeggen over Joden of de Joodse kultuur dat je dan een antisemiet bent. Dat is al even ridicuul als dat iedereen die kritiek heeft op de huidige staat Israel van antisemitisme beschuldigd wordt.

Zo getuigen zijn uitspraken eerder van zijn ongebreidelde levenslust. Van zijn overwoestbaarheid als denker. En hij stelt wel voor van een beetje aan sport te doen maar als hij de übermensch verheerlijkt gaat het allesbehalve over de fysiek dominante variant die de nazi’s zo graag met spierbundels en al in hun beeldhouwkunst vereeuwigd zagen maar over de spirituele variant die voor de absolute vrijheid van de gedachte en het woord staat en totale creativiteit tot het hoogste goed uitroept.

Het is niet dat ik hier iets onvoorstelbaars of nieuws zeg. Het is niet dat andere mensen dit al niet eerder gezegd hebben. Maar voor de meesten stopt daar hun kennis van de man: hij was Duitser en (dus) zwaar anti-semiet. Een voorloper van Hitler, dat vat het zo’n beetje samen. Niets is dus minder waar. Zo was er om maar één ding op te noemen, Klaus Mann’s emigrantenroman ‘Der Vulkan’ van 1939, geschreven op de vlucht voor de nazi’s, waarin hij aangaf dat Nietzsche al in zijn tijd – de tijd van Bismarck, zo’n 50 jaar voor de opkomst van Hitler – ‘de vervalsing en de simplificering van de Duitse eigenheid als kenmerkend voor dat nationalisme erkende en bestreed.’ En toch is dat niet doorgekomen. Misschien ook niet zo abnormaal als je ziet hoe het op dit moment zelfs gaat met de zes miljoen Joodse doden van de holocaust. Die hebben ook al moeite om nog door te komen. Want dezelfde muur van idiotie waar Nietzsche in de negentiende eeuw al op botste stelt de ganse geschiedschrijving opnieuw in vraag. Is dat wel echt gebeurd? Misschien waren het er maar drie miljoen? Was het geen opgezet spel zoals die maanlanding? Hebben ze wel echt bestaan die zes miljoen doden? En er was ook wel een goede kant aan alles wat er toen gebeurd is, of niet soms?

Ik heb het geluk gehad dat ik in de loop van mijn leven nog zo’n filosofisch-literaire held gekend heb. Die dat, net zoals Nietzsche, wars van alle mogelijke nadelige gevolgen voor hemzelf naar de waarheid gezocht heeft. Die ook met doorwrochte en gelaagde teksten probeerde zijn ideeën vorm te geven. In een tijd waar men nog meer dan drie woorden mocht gebruiken om iets gezegd te krijgen. Toen taal nog meer dan louter middel was. Maar ook hij heeft na zijn leven enkel maar miskenning gekregen: der Sigi of Sigmund Freud. Nog meer dan Nietzsche wordt hij sindsdien verguisd of zelfs geschrapt uit alle mogelijke universitaire curricula. Omdat hij zogezegd een kwakzalver was en altijd maar over sex bezig was. Erdoor geobsedeerd was. Een buitengewoon vieze man. Bovendien Jood. Allemaal omdat de wereld vol zit met onnozelaars die niet in staat zijn om een onderscheid te maken tussen sex en sexualiteit. Niet in staat zijn om in te zien dat sex slechts het topje van de ijsberg is. Dat de sexuele drift de massa onder het water vormt. En veel verder gaat dan sex. Dat een kind dat zonder die ene knuffel niet kan slapen ook een vorm van sexuele hechting heeft met dat object. Dat de libido dus niet stopt bij de geslachtsorganen. Integendeel zelfs, er pas bij begint. Hij heeft het onbewuste ontdekt en zijne ‘penchant’, de verdringing. Hij heeft de impact van de ouders op een mensenleven niet alleen verduidelijkt, maar eindelijk eens fatsoenlijk in kaart gebracht. In zijn leer is er geen enkele verbazing mogelijk dat mens-zijn niet gewoon stopt bij de chromosomen X en Y, dat geslacht niet alleen bepaald wordt door fysieke factoren. Maar bovenal heeft hij ervoor gezorgd dat men op een andere manier is beginnen kijken naar psychische problemen. In het zog van de man is de ganse geestelijke gezondheidszorg van de 20ste eeuw ontstaan. En dit alles terwijl die man zelf nooit zijn eigen denken opgelegd heeft. Enkel verdedigd. In tegenstelling tot die echte kwakzalver, Jung, die Zwitser met zijn ridicule universele archetypen. God mag weten waar ze zich bevinden. De eerste die dat mystieke ‘collectieve onbewuste’ tegen komt, mag het laten weten.

Misschien is het omdat hij later, in het verlengde van de Eerste Wereldoorlog een tweede gronddrift vastlegde, de doodsdrift. Een streven naar een absoluut nulpunt dat wezenlijk is voor de mens. Dat het lustprincipe dat ogenschijnlijk zo zeer ons doen en laten bepaalt overstijgt. Dat verklaart waarom mensen plotsklaps de zotste dingen kunnen doen. Zoals uit een loopgraaf kruipen en honderd meters over kapotgeschoten open veld lopen recht naar dood en verderf zaaiende machinegeweren. ‘Let it come down,’ zou Paul Bowles later zeggen. Wij, de moderne mensen, kennen de doodsdrift echter niet meer. Wij, de nieuwe Übermenschen, staan daar allemaal boven en hebben alles onder controle. Of zo doen we toch. Want we denken dat, als je het maar slim genoeg aanpakt, de wereld enkel maar een tuin van lusten is. En ondertussen ons maar de vraag stellen waarom er zo veel mensen, ook Vlamingen, zelfmoord plegen? Of waarom dat alcoholici zich te pletter zuipen? Of waar dat al die degoutante pedofielen vandaan komen? En dan is er nog die ene ultieme vraag der vragen: waarom genoeg nooit genoeg is?

Eros en Thanatos, de twee oerdriften die in alles dat we doen en zeggen vervat zitten. Yin en Yang als je wilt. Om de cirkel rond te maken. En ok, op latere leeftijd is hij net zoals Nietzsche meer een cultuurfilosoof geworden. En niet zo goed bovendien. Op dat vlak kan hij zelfs niet tippen aan figuren als Fred en Walter Benjamin, nog een Jood trouwens. Maar mag het even? Geen enkele van de zogenaamd meer wetenschappelijke psychologische theorieën heeft sindsdien een coherenter mensbeeld weten op te hangen dan Freud. En toch wordt hij verguisd. Is hij een verschoppeling bij al die vrijgevochten Westerlingen die denken dat allemaal niet meer nodig te hebben. Die denken boven al dat ouderwets gelul te staan. Enkel zij die stilletjes sterven, die zich in de marge van de op hol geslagen westerse maatschappij bevinden weten hem nog te vinden. In een ziekenhuis. In de psychiatrie. Als ze geluk hebben.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie