Op 18 september ontvang ik de laatste conclusie van de tegenpartij. Het bevat de eindconclusie van hun advocaat, zich natuurlijk nog steeds verschuilend achter het gunstige advies van de medische experte van de rechtbank. Maar het bevat ook een volledig nieuw verslag komende van een diensthoofd van het UZ Antwerpen. Dat heeft het verslag van onze ophtalmoloog-expert dan toch al kunnen veroorzaken, een weerwoord van een ander diensthoofd, denk je dan.
Maar wat blijkt? ‘Nieuw’ blijkt een absoluut eufemisme te zijn want er is juist niets nieuws aan dat nieuwe verslag. Van begin tot het eind is het een herhaling van mijn medisch dossier inclusief data en andere referentia buiten op het einde van het verslag twee pagina’s waar de expert zijn persoonlijke mening geeft.
Eerste vastelling: de naam van onze ophtalmoloogexpert wordt dus wel vermeld in het begin van het verslag maar dat is het dus. Nergens anders bevindt er zich nog zelfs maar een verwijzing naar de goede man. Laat staan een stuk met inhoudelijke kritiek op zijn standpunten. Niets. Nul. Noegabollen.
Verder blijkt de nieuwe verslaggever actief te zijn als NKO-arts: Neus-, keel- en oorarts dus. Niet oog. Het is dus geen ophtalmoloog. En na al de moeite die wij ons getroost hebben om een ophtalmoloog te vinden is dat toch wel een tegenvaller. Verbazend ook: slaagt zelfs de tegenpartij er niet in een ophtalmoloogexpert te vinden die hen kan bijstaan? Wij zouden net zoals de tegenpartij eenvoudigweg kunnen stellen dat het verslag niet terzake doet want het is niet afkomstig van iemand ervaren en beslagen in de branche van Hartenkoningin. Dat hebben zij ook gedaan met de bijdrages van onze experten. Maar het betekent vooral ook dat de tegenpartij nog altijd geen enkel geschreven verslag heeft van een ophtalmoloog, buiten het gekribbel van een jonge oogartse uit een praktijk in Overpelt of Neerpelt of zoiets, als bij wonder collega van het Witte Paard, de luidop stamelende ophtalmoloog-expert van de Witte Koningin, duidelijk erbij gesleurd om toch maar iets op papier te hebben.
De zogenaamd professionele mening van de nieuwe expert laat zich, hoe kan het ook anders, het best samenvatten als een bevestiging van het verslag van de Witte Koningin om niet te zeggen copy paste. Zo wordt hier ook weer met geen woord gerept over het bestaan van een doorverwijzingsbrief. Die heeft nooit bestaan. Is verdwenen in het luchtledige bij de tegenpartij. Dat Hartenkoningin dus gewaarschuwd werd voor het risico op kanker en zelfs gevraagd werd om aan beeldvorming te doen omdat er sprake was van gevoelloosheid wordt opnieuw volledig genegeerd. Wat op zich geen verwondering moet wekken want in het Spiegelpaleis geldt het adagium ‘Als je maar vaak genoeg dezelfde leugens herhaalt zal het wel waar zijn.’
Zo wordt er hier ook weer ‘ruiterlijk’ toegegeven dat als er al iets fout gelopen is het het postoperatieve verloop geweest is. Daar had men misschien sneller aan beeldvorming kunnen doen. Als toegift kan dat wel tellen, vinden jullie niet: ze hebben helemaal niets fout gedaan daar in Gasthuisberg, ze hadden alleen bepaalde dingen wat sneller kunnen doen. Dat is het ergste dat er gebeurd is.
Er wordt zelfs zonder meer gesteld dat Hartenkoningin lege artis heeft gehandeld door geen biopsie uit te voeren want ‘er bestaat altijd ook een risico om gezonde anatomische structuren in een precair anatomisch gebied functioneel te beschadigen.’ Een biopsie zou te ‘intrusief’ geweest zijn oordeelt de NKO-arts. Een operatie met open snijwonden zoals uitgevoerd door Ilse Mombaerts wordt dus als niet-intrusief bestempeld. Terwijl het gezwel na de operatie letterlijk ontplofte naast mijn oog. En de enorme schade sindsdien veroorzaakt aan mijn lichaam door het toendertijd niet grondig onderzoeken van wat er juist aan de hand was, via het afnemen van een biopsie bijvoorbeeld, blijft natuurlijk onvermeld. Zeg mij, hoe corrupt moet je niet zijn om zo’n verdorven stellingnames in te nemen?
Opnieuw wordt ook de zeldzaamheid en agressiviteit van de tumor ingeroepen om te stellen dat Ilse Mombaerts niets fout gedaan heeft. Terwijl dat 1) de zeldzaamheid van zo’n ongevoelig bolletje naast het oog van een volwassene op zich al reden genoeg was waarom zij als superexperte, als ‘somniteit’, veel omzichtiger had moeten tewerk gaan en 2) de agressiviteit net een reden is om te stellen dat een correcte diagnose wel een wezenlijke impact op het ziekteverloop gehad zou hebben. De NKO-arts draait echter de redenering brutaal om. Gezien de agressiviteit van de tumor zou een correcte diagnose toch niet veel verschil gemaakt hebben stelt hij onomwonden. Patrick Hoskens was een vogel voor de kat wordt er geïnsinueerd. Dat hij daarbij zeven maanden tijdverlies en een onnodige, levensgevaarlijke operatie in die specifieke zone van mijn gezicht achterwege laat wordt in zijn bewijsvoering stilletjes verzwegen. Zelfs het post-operationele geklungel komt hier niet meer aan bod. De agressiviteit van de tumor wordt dus door de tegenpartij meegenomen als verzachtende omstandigheid voor Ilse Mombaerts. Want als ge er toch aan dood gaat waarom dan zo moeilijk doen?
Je zou denken dat erger niet meer kan. En toch duikt er hier weer een pareltje van weergaloze lelijkheid op. Het feit dat na onze vlucht in de nacht, na zeven maanden tijdverlies, een wel professioneel handelende oogarts, Christian Decock van het AZ Maria Middelares, op twee weken tijd trouwens, wél de correcte diagnose wist te stellen wordt in dit schrijven voorgesteld als een geslaagde diagnose voor het ganse ziekteverloop! On-ge-loof-lijk. Letterlijk beweert de viezerik: “De diagnose is gesteld, het heeft alleen wat langer geduurd. En de diagnose is NIET gemist.” Voila, dat moet je kunnen. Bij een tumor die enorm agressief is zoals ze zelf vooropstellen. Zo maar eens eventjes zeven voor mijn lichaam levenskritieke maanden met alles erop en eraan professioneel onder het tapijt vegen. Daarom, wat beweer ik toch allemaal? De diagnose is NIET gemist. En ik moet echt stoppen met zagen. Want nadien heeft men toch ‘curatieve’ kankerbehandelingen kunnen opstarten of niet soms wordt er nog tevreden vermeld.
Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die hier afhaken. Die stellen dat zoiets toch niet meer kan. Dat ik aan het overdrijven ben. Of dat ik niet kan lezen. Daarom hier een citaat uit het verslag: ‘De diagnose is uiteindelijk gesteld, dus de diagnose is niet gemist maar maximaal vertraagd door het niet sneller inplannen van beeldvorming en/of bioptname.’ Wel, als een diensthoofd van een Universitair Ziekenhuis zo’n walgelijke statements durft te maken, om het gebeurde tot in het waanzinnige te framen, dan zal ik de waarheid zeggen: de gemiste diagnose vond plaats op 1 juni 2018 in de consultatieruimte van Ilse Mombaerts op Gasthuisberg en niet op 17 december 2018 toen Christian Decock van AZ Maria Middelares de juiste diagnose wist te stellen. Dat lijkt mij toch duidelijk. Maar zelfs zo’n eenvoudige tijdslijn slaagt zo’n medisch expert erin om toch weer valselijk voor te stellen.
Dit zijn mensen die gestudeerd hebben. Die een eed van Hippocrates afgelegd hebben. Die verondersteld worden enig ethisch besef te hebben. Die ‘naar eer en geweten’ geacht worden te handelen. Hoe kunnen die dan zo’n dingen zeggen of zelfs schrijven? En als je zo’n dingen onbeschaamd durft te beweren hoe kan de rest van jouw verslag dan nog als geloofwaardig gelden?
Als toemaatje stuurt de geneesheer nog 6 wetenschappelijke engelstalige artikels door die zijn betoog moeten staven. Misschien wilt hij zo zijn geloofwaardigheid herstellen. Als attachments weliswaar in een aparte mail. Waarschijnlijk om de rechters te sparen. Want als ze dat ook nog eens moeten gaan lezen dan gaat het helemaal mislopen. Of wilt hij soms een wetenschappelijke discussie uitlokken?
Ach, het ganse verslag is de laatste fase in het onder de tapijt vegen van mijn ganse ziektegeschiedenis: met medische, wetenschappelijke artikels de feiten verder ondersneeuwen. Zodat niemand nog het bos door de bomen ziet. Ik kan alleen nog maar hopen dat die weegschaal en vooral blinddoek van Vrouwe Justitia nog werkt en dat ze eind deze maand het verstand heeft om het openlijk misbruik van academische en medische titels te doorzien.
