De hoorzitting vindt plaats op de Philipssite te Leuven. Het gebouw waar ik tot voor enkele jaren onze ingevulde belastingsbrief braaf naartoe bracht. Sinds de introductie van de vooraf ingevulde digitale versie is ook dat weer veranderd. Maar binnen ben ik nog nooit geweest.
De hal is indrukwekkend. Ik schat 10 meter hoog. Roze marmer verwerkt in de wanden. Witte marmer in de vloer. De eenzame oude concierge lost bijna op in de imposante ruimte. Wanneer ik eindelijk aankom aan zijn houten lokaaltje achterin kijkt hij mij vragend aan. Als ik hem vertel dat ik een afspraak heb, herinnert hij zich plots iets. Hij vraagt mijn naam, loopt dan terug zijn lokaaltje binnen, pakt de telefoon op en roept bijna onmiddellijk in de hoorn: Evy?” Een korte stilte volgt. Dan roept hij uit: “Patrick Hoskens!”
Wanneer hij terug buiten komt word ik verzocht om naar de tweede verdieping van het marmeren paleis te gaan. De liften zijn al even indrukwekkend. Op enkele seconden staan ze er. Nog nooit meegemaakt zo’n service. Noch in de ziekenhuizen, noch bij al mijn vroegere werkgevers. Daar was het altijd een beetje wachten. Boven wacht Evy mij op. Het grote plateau voert ons naar wat bovengrondse gangen die rond het gebouw lijken te slingeren. Hier en daar zit een eenzaam individu aan zijn bureau. Evy voert mij naar een groot lokaal met een glaspartij dat de volledige wand beslaat. In het lokaal bevindt zich nog een vrouw. Samen gaan ze hun Kafkaëske rol opnemen. Samengevat: “Ja, het is allemaal erg. Zelfs schrijnend. Maar het is nu eenmaal zo. De regels zijn de regels.”
Dus zal ik de regels in dit land hier vermelden. Het gaat niet om het betalen van reguliere belastingen op mijn inkomen uit de privé-sector. Dat heb ik zoals elke werknemer jarenlang gedaan. Maar zoals ik gevreesd heb wordt mijn ‘gewaarborgd inkomen’, bekomen via een privé-verzekering net aangegaan voor noodgevallen omdat wat je krijgt van de ziekenkas, dus van de overheid, niet zo veel voorstelt, belast als een regulier en volwaardig inkomen. Anders gezegd, het netto inkomen dat verondersteld werd het wegvallen van mijn voormalig netto loon te compenseren en daar inderdaad mee overeenkwam wordt door de staat nog eens lekker extra belast.
En dit wist ik niet. Was ook door niemand gezegd. Noch door mijn werkgever, noch vadertje staat zelf. Pas op het moment van de aanslagbiljetten werd dit duidelijk. Alhoewel, ook nog niet, de eerste keer, het eerste aanslagbiljet van 6,685 euro werd ik aan de telefoon nog door de belastingen met een kluitje in het riet gestuurd met een verhaal over laattijdige stortingen van mijn werkgever. Die ervoor gezorgd hadden dat ik plots in een hogere belastingschaal terecht gekomen was. Maar bij het tweede aanslagbiljet, dat van 12,230 euro, werd het plots pijnlijk duidelijk. Mijn gewaarborgd inkomen werd nog eens extra belast. Nog eens omdat Vadertje Staat ooit ergens in het verleden beslist heeft om in twee tijden deze belasting te heffen. Dus niet in één keer op het moment van de uitkering zoals bij een regulier loon. Maar een stukske in het begin en de rest twee jaar later via het aanslagbiljet. Waarom doen ze dat eigenlijk op deze manier? Als ze dat geld willen afpakken waarom pakken ze dat dan niet ineens af? Zodat men als burger weet wat van jou is en wat niet? Want nu hebben we verschillende jaren boven onze stand geleefd. Drie kwart van ons spaargeld moeten we nu gebruiken om belastingen te betalen. Belastingen! Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf. Of schamen ze zichzelf zozeer dat ze het liever steels doen? Dat ze zo heimelijk aan mijn gewaarborgd inkomen zitten te knabbelen doet voor hen niet terzake. Maar voor mij wel. Want dat is al een eerste conclusie: een gewaarborgd inkomen bestaat niet in België. Zelfs niet als je een verzekering hebt die zo noemt. De zoveelste mythe van dit illusoir droomland doorprikt. En dit alles na dertig jaar als werknemer voluit belastingen te betalen. Tot meer dan 30,000 euro per jaar toe. En neen, krijg ik nog als antwoord, mijn over dertig jaar gespreid bijgedragen pensioengeld krijg ik ook niet terug. Zelfs als ik er nooit gebruik van ga kunnen maken. Nochtans is dat wat een groepsverzekering doet. Zijn wij dan geen grote groep, wij Belgen?
Wanneer ik terug beneden kom zoek ik verward de uitgang. Want ben ik nu binnen gekomen via de ingang daar voor mij of die achter mij? En er zijn er vier. De oude conciërge ziet me zoeken en vraagt vanaf zijn lokaaltje: “Waar staat jouw auto?” “Bij de politie,” antwoord ik. “Dan neem je best die deur. Dan win je toch zo’n 20 meter. Of wacht, ik zal even met je mee gaan. Dan kan ik nog een sigaret roken. Voor dat de laatslapers aankomen.” Het is 11 uur in de ochtend. De frisse lucht buiten doet deugd. Het helpt een mens om te ademen.
En hier volgt voor mij de tweede conclusie: terwijl ik me ondanks alle miserie al vijf jaar lang dubbel zit te plooien om ons spaargeld niet te betrekken in mijn afschuwelijk lot, zodat Tin en mijn twee studerende kinderen, de oudste nu al in haar derde jaar en vanaf volgend jaar de jongste, toch wat extra geld hebben na mijn dood, komt Vadertje Staat het via een achterpoortje inpikken. De helft zijn we nu op deze manier al kwijt. Volgend jaar zal nog een kwart volgen via de aanslagbrief voor dit jaar. Drie vierde van ons spaargeld gaan ze op deze manier opeisen. En dit allemaal op die achterbakse wijze. Door eerst maar een deel in te houden om dan via het aanslagbiljet twee jaar later plots de rest op te eisen. Het laatste vierde deel van ons spaargeld gaan we proberen te redden van dit wansmakelijk gedrag van onze overheid. Door elke maand 1000 euro als voorafbetaling te storten op de rekening van de belastingen. Want Tin en de kinderen gaan ook nog mijn begrafenis moeten betalen, of niet soms zielige staat?
Gelukkig dat er nog een levensverzekering is. Anders zou Vadertje Staat op zijn eentje ervoor gezorgd hebben dat mijn vrouw en kinderen zonder enige financiële buffer achterbleven. En dan maar klagen dat de kloof tussen rijk en arm toeneemt in dit land. Terwijl bijvoorbeeld afgelopen weekend nog in de Financieel Economische Tijd uitvoerig toegelicht werd hoe dat iemand zoals die Fernand Huts van Katoen Natie via Guernsey massaal zijn reguliere belastingen ontvlucht. En ondertussen de Grote Jan uithangt in Antwerpen met onze KBC-toren. En dat is maar één zo’n geval hein. Niet dat het voor veel maatschappelijke onrust zorgt. De klootzakjes gaan zelfs beweren dat mijn verhaal net bewijst dat Huts groot gelijk heeft. In ons land gaat dit hier over een fait diver. Net zoals proffen die ongestraft aan een operatietafel de grootste stommiteiten uithalen.
