27 november 2023 – Diepe knieval voor de Houthakker

Het was Yvo die mij bij zijn laatste berichtje zonder het zelf te weten de metafoor influisterde. Hij schreef dat “het voor hem interessant was om te zien hoe het verslag van een deskundige fijn gefileerd wordt.” Ik zag daar ineens zo’n fileermes schitteren in vaal herfstig zonlicht en uithalen naar een monster van een dossier. Want dat is het. Ik schat dat we ondertussen ergens rond de 250 bladzijden moeten zitten alle verslagen samen opgeteld. Waarvan 200 bladzijden of zelfs meer net zo goed onbeschreven hadden kunnen blijven want waardeloos of volledig naast de kwestie. Dus geen stationsromannetje, capite? Saaie administratieve rechtsliteratuur volgestoken met leugens, medische en andere totaal irrelevante blablabla. Tot en met, geloof het of niet, zelfs een lijst van alle diploma’s die de deskundige van Gasthuisberg pompeus in elk verslag van hem in de hoofding plaatst. Op de eerste pagina. Helemaal bovenaan. Alsof hij dreigend als op een grafsteen wil zeggen: “Abandon all hope ye who enter here”.

Zo veel diploma’s en nog altijd niet weten dat zo’n oplijsting van onnozele titeltjes niet afschrikt of ontzag inboezemt maar eerder blasé werkt. Eerder doet overgeven en naar het toilet lopen dan nederig het hoofd te buigen. Ok, misschien dat het in de negentiende eeuw nog werkte, de eeuw van Dracula en Frankenstein, maar we zijn ondertussen al een tijdje in de eenentwintigste eeuw aanbeland. Alleen al het idee om zoiets te doen bewijst dat hij om welke reden dan ook – had zijn vader misschien twintig diploma’s of was hij denigrerend naar zijn ambitieuze fils-à-papa toe? – een bijzonder gefrustreerd mannetje moet zijn.

Voor het proces vreesde ik dat de rechter door het bos de bomen niet meer ging kunnen zien. Dat was ook de reden waarom ik mijn bijdrage op het proces beperkte tot drie citaten van de tegenpartij om te tonen hoe ver de tegenpartij wel niet durfde te gaan in al hun beweringen. Pure leugens en nonsens die mij als medisch slachtoffer nog eens een flinke stamp naar beneden gaven. Het geding was volledig ondergesneeuwd geraakt onder een hoop zever maar vooral ook een totaal niet onderbouwde conclusie van een medisch experte. Een lawine was het waaronder mijn individuele aanklacht ergens beland was. Maar mijn vrees bleek, ongelooflijk maar waar, ongegrond. Als een volleerd houthakker heeft hij de omgevallen oude bomen die al aan het rotten en stinken waren links laten liggen, daar had hij toch niets meer aan, en de twee zieke bomen die al wat houterig geworden waren, volledig vertakt bij volle maan, geïdentificeerd, omgehakt, doorgezaagd en alles in houtblokken gekapt, klaar om afgevoerd te worden richting houtstapel. Zonder enige genade.

Gevolg: die man is voor mij geen mens meer. Zoals God in de Sixtijnse kapel Adam tot leven wekt, heeft hij mij mijn leven teruggeven. Mijn echte leven, mijn mensen-leven, mijn hele leven. Sterven ga ik nog altijd. Zoals iedereen. En in mijn geval sneller dan anderen. Maar ook veel later dan velen. Maar mijn mensenleven is gered. Ik ben terug mens. Terug heel. Alles waarvoor ik vocht mijn leven lang heeft terug zin. Alles waarin ik geloofde, het mag er weer zijn. Als een vreselijke nachtmerrie kan ik de donkere gedachten die voortdurend in mijn hoofd spoken van mij afschudden. En kan ik met opgeheven hoofd weer naar de wereld rondom mij kijken.

Dat mijn fysieke leven nu al zal eindigen is een onbeschrijfelijke ramp voor mij. Ik had nog zo veel om voor te leven. Tin en de kinderen, werk waar ik voelde meer en meer erkenning te krijgen en daarom ook liever en liever deed, mijn fietstochten door de velden van Vlaams-Brabant naar en van het werk zomer en winter, mijn in-het-water-opgaand zwemmen waar ik alle werkstress van mij voelde afglijden en als herboren met een warm gloeiend lichaam voldaan uit het zwembad steeg, wat mis ik dat allemaal! En niet te vergeten mijn hemelse boeken, boeken die ik allemaal echt graag had willen lezen, die ik nu al heb klaar liggen en in de toekomst nog had kunnen kopen, boeken die nu zelfs nog niet bestaan, prachtige boeken die ik nu nooit ga kennen maar had kunnen kennen als ik in 2018 in Gasthuisberg professionele zorgverlening ontvangen had. En mijn kleinkinderen, mijn god mijn kleinkinderen! Ik ga ze nooit kunnen vast houden of knuffelen. Ik ga ze nooit zien rondlopen hier in de tuin en wij maar proberen te verhinderen dat ze van de betonnen tuintrap afdenderen. Ik ga zelfs niet weten hoe ze noemen. Zo erg is het. Het is allemaal van mij afgepakt.

Want die vreselijke kanker kan ik niet meer van mij afschudden. Na al het onvoorstelbare geklungel van Gasthuisberg is het veel te laat. Dat zijn ook geen donkere gedachten die je weg kan jagen. Dat zijn Nazgûls die in mijn hoofd voortdurend zitten te krijsen, met vlijmscherpe tanden en klauwen die enkel maar dieper gaan, niet loslaten en maar één doel hebben: de totale vernietiging van dit vleselijk organisme. Maar dat mijn mens-zijn, alles wat ik ooit gedaan of gezegd heb plots terug een plaats krijgt op deze wereld, valt werkelijk niet te schatten. Hoe ik vroeger met mijn vrienden op café tot een kot in de nacht zat te discuteren over vanalles en nog wat. Pintjes zat te drinken. Of te dansen. Met mijn rood fietske als kleine jongen rond zat te rijden door de velden. Hoe dit alles nu terug zin krijgt. Waardigheid. Ik ben de Houthakker voor eeuwig dankbaar. Eeuwig.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Plaats een reactie