21 november 2023 – Plaats delict

Niet veel mensen kunnen terugkeren naar de plaats waar ze vermoord zijn. Ik dus wel. Het bewijs levert de foto in attachment. Voor de ramptoeristen, het adres is Brusselsestraat 69, 3000 Leuven. Maar haast je, binnen enkele jaren staat daar het zoveelste ontwikkelingsproject voor rijken en gepensioneerden in het centrum van Leuven. Tot 2020 stond daar het Sint-Pieterziekenhuis. Eigenlijk was het nooit uitgegroeid tot een volwaardig ziekenhuis. Verder dan een filiaal van Gasthuisberg is het nooit geraakt. Want het werd opgetrokken door het OCMW tegen de zin van het gemeentebestuur in. Tobback senior sprak steevast van ‘de Gele Olifant’, een kankergezwel in het centrum van Leuven. De laatste werken vonden pas plaats in de jaren ‘80. Maar in 2020 ging het al terug tegen de vlakte. De 13,6 miljoen euro subsidies die ze gekregen hadden van de Vlaamse overheid voor de bouw ervan hebben ze nooit moeten terugbetalen. Wat ook logisch is. Want dat arme OCMW dat het andere stuk van Leuven bezit, na dat immense stuk van de KUL zelf, verdiende wel een cadeautje volgens onze Vlaamse beleidsvoerders.

Maar hier vonden dus eind 2018 de laatste operaties ophtalmologie van het UZ Leuven plaats. Tussen de leegstaande gangen in ontmoette ik de stevige Walkure, de Rups met de Waterpijp en de Piepkleine Slaapmuis. Hartenkoningin heb ik daar nooit ontmoet. Althans niet in wakkere toestand. Want die heeft zich nooit vertoond. Noch voor, noch na de operatie. Terwijl ik best wat vragen had voor haar. Zowel voor als na de operatie. Zoals wat gaat u nu weer juist doen? Het is al vier maanden geleden dat we mekaar gezien hebben. En vooral na de operatie: hoe komt het dat dat bolletje daar nog steeds zit naast mijn oog?

De moord werd gepleegd in de vroege ochtend van 26 september 2018. Niet dat het met voorbedachte rade was hoor. Dat niet. Waarom zouden ze ook? Zo’n onbekende, hardwerkende Vlaming. Het was meer per ongeluk. Per abuis. Of correcter door onprofessionele en onverantwoorde onvoorzichtigheid. Het was dus een moord met niet-voorbedachte rade en ik was het slachtoffer. Na de foute operatie, zonder enige voorzorg, ontplofte het bolletje letterlijk naast mijn oog. In de plaats van een bolletje werd het een heus gezwel. En door de totaal onbestaande postoperationele opvolging werd het alleen maar erger. De enigste nieuwe afspraak zou pas eind december plaats vinden. Wanhopig klopte ik op de deur. Zoals in dat kinderliedje. Maar na twee maanden werd het duidelijk dat ik geen hulp moest verwachten van dat zelfingenomen Gasthuisberg waar alles perfect verloopt en ben ik moeten vluchten, als een dief in de nacht, naar het Gentse. Om daar eindelijk, na bijna een jaar verloren te hebben, professionele hulp te vinden. Alleen, door het onvoorstelbare geklungel van Gasthuisberg, inclusief een intrusieve maar volledig foute operatie net in een zone waar zich een kankergezwel bevond, bleek het te laat te zijn en was de metastase al volop ingezet.

De dodelijke cocktail was onvoorstelbare incompetentie en grenzeloze arrogantie. En als je wilt mijn eigen belachelijke naïviteit. Want ik dacht in goede handen te zijn. In dat Katholieke Superziekenhuis boven op die konijnenberg. Een geloof ingelepeld van kindsbeen af door mijn diepgelovige ouders. Een vals geloof. Want de incompetentie kwam zelfs van een diensthoofd ophtalmologie, Ilse Mombaerts. Van een hiërarchisch overste dus, een echte ‘professor’, een ‘gewoon hoogleraar’ of een ‘somniteit’, zo noemt men dat in die deftige medische wereld. En de arrogantie…, tja gans Gasthuisberg staat bekend om en is doorspekt van een mateloze arrogantie. Je ziet en voelt het van boven tot onder. De manier waarop assistenten verdwijnen in het behangpapier wanneer de professor binnenkomt spreekt boekdelen. Zonder schroom claimen ze ondertussen de beste van het land te zijn. Terwijl dat helemaal niet zo is. Ze kunnen alleen goed doen alsof. En door te liegen kunnen ze het blijven doen.

Na vijf jaar procederen, zijn we nu aan het wachten op het verdict van de rechtbank. Het zou één dezer dagen moeten vallen want we zijn vier weken na het proces. We zijn benieuwd of er nog zoiets bestaat als waarheid en rechtvaardigheid in dit land. Of dat dat machtige establishment weeral een lijk onder het tapijt heeft weten te schuiven. Weeral alles kan toedekken. Niet met de mantel van de liefde, maar onder een laag pek, zo zwart als de nacht in plaats van dat gracieuze wit waarin die medici zo graag rondflaneren. En niet alleen mijn ziektegeschiedenis maar ook ineens onze rechtsbescherming en onze ganse rechtsstaat. Alles waar onze voorouders zo hard voor gevochten hebben. Het is allemaal lucht voor hen. Niet dat de media er veel tijd aan besteden. Ze hebben het veel te druk met een ex-voorzitter van een progressieve partij die strontzat gore racistische en sexistische uitspraken deed in een café.

Alleen, als wij nu niet winnen, zal voor mij de rechtvaardigheid sowieso niet meer komen. Want mijn tijd is bijna op. Dat ik deze vijf jaar gehaald heb is al een half mirakel. En het zal in ieder geval geen vijf tot zeven jaar meer duren, de tijd dat een beroep aan de Brusselse rechtbank vandaag de dag duurt. Totale waanzin. Want tegen dan zal het proces 10 jaar geduurd hebben en ik al lang dood zijn. Dit alles onder de auspiciën van en dus met de goedkeuring van onze dames en heren politici. Besparingen op kosten van de burgers die hen betalen voor hun diensten. Terwijl de grootverdieners, de kapitaalkrachtigen en de grote firma’s de dans ontspringen. Zoals die Fernand Huts van Katoen Natie via het belastingsparadijs Guernsey. En niet te vergeten de perfide klootzakjes, zoals Dries Van Langenhove, die met procedures en andere bullshit ongestraft het verloop van hun proces zo lang mogelijk rekken. De omgekeerde wereld van het Spiegelpaleis maar wel een wereld die ondanks alle valse beloftes zichzelf in stand houdt. Dankzij de goedgelovigheid of nog erger de onverschilligheid van de burgers. En dankzij het vele geld dat de parasieten weten te verzamelen op hun kap en dan rijkelijk verdelen over hun vriendjes. Zoals dat arme OCMW van dat zo rijke Leuven. Zoals Ineos want het subsidiëren van miljardairs is in ons Vlaanderenland de normaalste zaak van de wereld. Terwijl de mensen die een armzalig zorgbudget toegekend krijgen gedwongen worden zelfmoord te plegen. Ook onderling kunnen ze er wat van, die dames en heren politici. Door onbeschaamd aan zichzelf gewoon wat van dat geld te geven zoals uittredende parlementsleden maar al te goed weten. Of zelfs gewoon rechtstreeks via veel te ruime partijdotaties. Ook extra pensioenen voor de hoogste topambtenaren en de laagstgevallen politici blijken bijzonder populair. Dus zelfs als ze op latere leeftijd niet in het parlement van de Europese Gemeenschap geraken moeten ze zich geen zorgen meer maken. En neen, beste believers, die Vlaamsnationalisten gaan juist niets oplossen. Als aartsconservatieven gaan ze het alleen maar erger maken. Ook voor jullie. Elitair gekonkelfoes is hun dada. Bovendien zijn ze nu al betrokken partij. Op alle mogelijke manieren ondermijnen ze dit land, maken ze er voortdurend een wij tegen zij verhaal van en creëren alleen maar heisa over non-issues zoals woke of een onnozele canon terwijl dat de broodnodige beleidsmaatregelen almaar uitgesteld worden.

14 november 2023 – Aan Karl van den Broeck, Hoofdredacteur Apache

Na al die afschuwelijke jaren van procederen en opboksen tegen een wereld van verdoezelingen of zelfs openlijke leugens, terwijl ikzelf in het ziekenbed lig of thuis me ellendig voel door de vele behandelingen, duikt doordat twee belangrijke strijdpunten raar maar waar na al die jaren, in november van 2023, op enkele dagen van elkaar, plots samen komen de vraag op of we moeten publiceren voor of na de uitspraak van het proces. Hierbij mijn antwoord:

Karl,

Ik had enorm veel schrik om de verkeerde beslissing te nemen maar ben tot de volgende conclusie gekomen.

Als ik de vraag tot publicatie vier jaar geleden, of drie jaar geleden of twee jaar of zelfs maar enkele maanden geleden had gekregen had ik er onmiddellijk op ingegaan. Je kan je gewoon niet voorstellen hoe eenzaam deze strijd voor mij geweest is, hoezeer ik in de woestijn heb staan roepen. En dat jaren aan een stuk. Op een operatietafel, tijdens de toediening van chemo, onder bestralingen of gewoon thuis in de zetel als ik aan het herstellen was van alle ingrepen. En het feit dat mijn verhaal binnenkort gepubliceerd gaat geraken is voor mij dan ook van onschatbare waarde. Het is samen met mijn gezin en enkele goede vrienden het enigste dat mij nog recht houdt. En ik zal jou voor eeuwig dankbaar zijn (jou en Astrid) om mijn verhaal gehoord te hebben. Alleen gaat dat ‘eeuwig’ dus niet zo lang duren. Maar laat ons zeggen, als Sint-Pieter toch bestaat zal ik zeker een goed woordje achterlaten 😉

Maar om nu nog snel enkele dagen voor de uitspraak dit verhaal uit te brengen komt mij inderdaad een beetje ongepast over. Niet dat dit erg is want de tegenpartij verdient volgens mij niets anders dan hun ongepast gedrag met gelijke munt terugbetaald te zien. Maar voor mezelf zou dat me verlagen tot hun niveau. Wat ook het resultaat gaat zijn, hier en nu, op enkele dagen van de uitspraak, moeten we het gerecht zijn ding laten doen. Na vijf jaar procederen zijn we verplicht om die derde macht een kans te geven. Want als wij de burgers zelf dat niet meer doen, kunnen we beter alles ineens opdoeken, heel die rechtsstaat en heel die democratie, heel dit land.

Trouwens, er is nog iets anders, dat ik je absoluut moet vertellen. Je hebt mij ook gevraagd of het proces tegen Mombaerts of tegen Gasthuisberg was. Ik heb geantwoord tegen Mombaerts. Dat klopt. We hebben er zelfs nog over gediscuteerd jaren geleden op het kantoor van Alessandra. Maar de reden was dat Gasthuisberg aanvallen in het proces pas echt zelfmoord was. Dat instituut is zo machtig dat het bij voorbaat een verloren zaak geweest was. Zo’n ingebed corporatisme aanpakken voor de rechtbank was te veel voor één mens. Daarom besloten we dat niet te doen. In het proces. 

Na enige discussie was ik daarmee akkoord. Want voor mij is Gasthuisberg wel degelijk de eindverantwoordelijke. Het is de arrogantie van Gasthuisberg die een diensthoofd als Mombaerts gecreëerd heeft, mogelijk gemaakt heeft. Mombaerts is slechts het symptoom. Het kleingeestige individuutje dat zichzelf opgeblazen heeft tot een Moloch, net zoals Gasthuisberg zelf maar dan op individuele schaal. Ze is de verpersoonlijking van dat afschuwelijke monster boven op die konijnenberg, die Hydra met de vele koppen.

Maar ik heb toendertijd ook het volgende besloten: dat ik een blog zou maken over mijn verhaal. En daar zowel Mombaerts áls Gasthuisberg voluit aan te pakken. En als een heuse Don Quichot wél de windmolens van dat corporatistisch gedrocht aan te vallen. Door het schandalige en schaamteloze gedrag van Gasthuisberg aan de kaak te stellen. Zodat iedereen in dit land het kan zien. Open en bloot. 

Ik heb trouwens pas afgelopen week bedacht dat mijn blog mijn grafzerk zal worden. Mijn familie en vrienden zullen daar Patrick nog een keer kunnen zien als ze willen. En de blog zal blijven bestaan zolang hij verzorgd wordt na mijn dood. Zoals een echte grafzerk. Het verdwijnen van de blog gaat de bemoste en ineenstortende granieten steen vervangen. Het gaat zo misschien ook wat sneller gaan. De blog is voor mij dan ook veel meer dan een beetje schrijven. Het is de getuige van mijn afschuwelijk gevecht. Een ode aan al dat de mens nobel maakt: schrijven alsof je leven ervan afhangt, in alle openheid en eerlijkheid. En in mijn geval is dat echt zo. Want ofwel verdwijn ik gewoon in de duisternis ofwel blijft er nog een klein vlammetje over. 

Wat mij brengt tot jou, Karl. Bovenstaande geldt voor mij dus ook voor jou. Ik wil niet dat jij enkel Mombaerts aanvalt. Dat is maar een pion. De echte boosdoener is die ingebakken vreselijk arrogante cultuur van Gasthuisberg. Dat “wij zijn de grootstse en de beste.” Dat armtierig zwaktebod dat zo vreselijk Vlaams aanvoelt. Dat moet pas kapot. In het UZ Gent heb ik pas echt het warme Vlaanderen teruggevonden. Niet in die gigant daar naast Leuven. Menselijkheid versus lopende band. En dat monster is voor mij het echte doel van mijn blog en van jouw artikel begrijp je? (Ik hoop dat je het mij niet kwalijk neemt om zo familiair te spreken, ik schrijf het gewoon op alsof je hier aan de keukentafel zou zitten.)

Mombaerts is voor het proces. Gasthuisberg is voor mijn blog en jouw artikel. En trouwens heel die kaste van de Orde der Geneesheren. Want dit systeemfalen is voor mij totaal onaanvaardbaar. Zou voor iedereen onaanvaardbaar moeten zijn. Maar wordt al tientallen jaren getolereerd in dit apeland. Net zoals zovele andere dingen. Want voor mij is dit op dit moment mijn grootste teleurstelling: wat voor een zielig landje wij niet geworden zijn. En neen, nationalistische klootzakjes van het NVA en Vlaams Belang, het is niet de schuld van de Walen. Of de migranten. Integendeel zelfs, meer en meer is het jullie fout, met al dat geld en gezever dat gestoken wordt door jullie in onbenullige dingen zoals woke of Ineos of een onnozele canon annex tv-programmeke van mijn voeten. Of zelfs jullie nepfederalisme. Geld genoeg voor die neppolitiek die jullie voeren. Terwijl de structurele noden van dit land, zoals een functionerend gerechtsapparaat, veronachtzaamd worden.

Maar wat ik jou dus echt wil zeggen, Karl, of we nu het proces winnen of niet, maakt geen enkel verschil. Dat monster gaat er nog steeds zijn. Mijn lijdensweg gaat nog altijd daar zijn. De eenzaamheid, de wanhoop, hoe dat systeem omgaat met medische slachtoffers, zonder enige schaamte, terwijl ze rondfladderen in hun witte doktersjassen. Het tart gewoon elke verbeelding. Trouwens is het mogelijk om mijn blog ergens te vermelden in jouw artikel? Je mag om het even wat ervan gebruiken als je dat nodig acht.

Niet dat ik pretendeer dat ik het enige medische slachtoffer ben. Integendeel. Tal van mensen hebben hetzelfde meegemaakt. Wat het alleen maar schrijnender maakt. Terwijl andere landen bewijzen dat het anders kan. Wat het nog belangrijker maakt om het falen van het systeem voor iedereen onontkenbaar te maken. We kunnen niet toestaan dat dit op deze manier, blijft verlopen zonder enige erkenning van de slachtoffers. Dus, voor mij Karl, is mijn blog en dus jouw artikel veel belangrijker dan het proces. Het proces gaat enkel een duim naar boven of naar beneden geven. Mijn blog en jouw artikel gaan mijn mens-zijn in eer herstellen. Gaat ervoor zorgen dat ik niet gewoon bij het vuil op de mesthoop gesmeten wordt om zo snel mogelijk weg te rotten. 

Met veel dank voor alles wat je doet, en meer dan ik kan zeggen,

Patrick

1 november 2023 – Blauwe knieën, venkel, modder en TrueBeam

De eerste keer was hier vanachter in de tuin. Op het stukje grond waar we onze moestuin ingericht hebben. Net op het moment dat ik de aardperen passeerde struikelde ik. En door de aflopende helling van onze tuin was er geen stoppen meer aan. Ik probeerde me nog vast te houden aan de lange stengels van de aardperen maar sleurde ze gewoon mee in mijn val. Ik viel languit op de doorgeschoten venkel. De hele rij lag plots plat. Ik eindigde met mijn gezicht in de zwarte humusgrond. Gelukkig was mijn bril onbeschadigd, maar hij zat wel onder de modder. De val raakte ook op een of andere manier de zwevende ribben aan mijn rechterzij. De zeurende pijn die ik met tussenpozen daar al jaren ervaar is plots terug daar. Ze is wel draaglijker dan die pijnen veroorzaakt door de tumoren in mijn hersenen maar erop liggen gaat ook al niet. Binnenkort ga ik rechtopstaand tegen de muur moeten slapen. Als een katatoon of een levend standbeeld. Voor eventjes toch nog.

Het was de dag na de tweede bestralingen. Op woensdag dus. De bestralingen waarvan ik gedacht had dat ze de pijnen aan mijn hoofd en nek zouden minderen. Maar niets is minder waar. Ik blijf moeite hebben om gewoon te liggen. Slapen is amper aan de orde. Pas in de ochtend, nadat ik mijn halve Medrol, een corticosteroïde, inneem, slaag ik er meestal in om in slaap te vallen. Een zalige slaap dan wel. Dat mocht ook wel na de zoveelste helse nacht.

Het was trouwens tijdens de volgende nacht dat ik voor de tweede keer viel. En deze keer niet op onze zachte tuingrond en wat planten maar languit in de living op de harde natuurstenenvloer. Ik was ‘s nachts uit de zetel opgestaan omdat ik het weer niet uithield van de pijn en probeerde de zetel tijdens het draaien te ontwijken maar plots lukte dat niet meer. Op het moment van de draaibeweging richting voorkant huis verloor ik op één of andere manier mijn evenwicht. Deze keer probeerde ik me nog tegen te houden aan de zetel maar het was meer een hopeloos grijpen naar. In mijn linkerhand hield ik net een tas koude thee vast omdat ik dacht ze in de keuken te gaan weg smijten. Ik hoor ze nog vallen op de stenen vloer. Een gebonk en geklingel van jewelste. Als bij mirakel was ze niet stuk. Maar de thee lag verspreid over de vloer en het tapijt. Bovendien waren mijn knieën op een of andere manier zwaar geraakt. Twee gigantische blauwe plekken exact ter hoogte van mijn beide knieschijven werden al snel de stille getuigen. Als een gebrekkige klom ik terug recht terwijl ik nog steeds voortzwijmelde. Na het verspillen van een ganse keukenrol aan de smeerlapperij op de grond liet ik me eindelijk terug in de zetel vallen.

Het was de dag voor de derde bestralingen. Toen ik aankwam op de afdeling vroeg de verpleegster lief hoe het met mij ging. Toen ik haar eerlijk vertelde dat het niet zo goed ging omdat ik nog steeds veel pijn had zegde ze dat als ik het niet meer aankon, als ik het ‘proces’ niet langer aankon, zo noemde ze het, het ‘proces’, ik iets moest laten weten. Dat ze mij dan zouden helpen. Eerst was er verbazing. Dan was er opluchting dat het mogelijk was. Dat als ik niet meer kon ze mij zouden helpen. De bestralingen zelf verliepen ondertussen zoals vanouds. Alleen werd ik plots gevraagd om ook mijn schoenen uit te doen. Door de regen brachten patiënten ook modder mee naar binnen. In een zaaltje waar een miljoenen euro’s kostend hypertechnologische machine op hen stond te wachten.

Probleem is echter dat wanneer je eenmaal iets gewoon bent, je het niet snel verleert. Bovendien begint mijn geheugen nu echt wel achteruit te gaan. Daarom bij de vierde bestralingen heb ik nog steeds mijn schoenen aan. Gelukkig zeggen de verplegers dat het ok is. Want terug recht staan om mijn schoenen uit te gaan doen in het omkleedhokje bij de ingang lijkt mij teveel moeite. Maar het bestralen zelf begint al routineus te verlopen: liggen, Hannibal-Lecter-masker aan, scan, bestralen, gedaan.

Bij de vijfde bestralingen blijkt er plots een panne te zijn. Wanneer wij bijna aan de beurt zijn wordt het langzaam duidelijk dat de bestralingsmachine – TrueBeam – niet langer werkt. Tot overmaat van ramp bevindt er zich in onze wachtruimte een luidruchtige man die in plat Zottegems begint af te geven op de problemen want hij “moet om vier uur nog ergens anders zijn.” Met diezelfde luide stem begint hij met vloeken en zuchten voor alle wachtenden rond te bellen. Na een tiental minuten stopt hij eindelijk. Jammer genoeg voor ons duurt de panne langer. En begint hij nu voor het voltallige publiek van zijne tak te maken zonder telefoon. Net op het moment dat de verpleging koffie begint aan te dragen ontplof ik. Ik sta recht en begin te roepen. Driemaal moet ik herbebeginnen. Zo zeer gaat de man op in zijn eigen luidruchtig geklaag. Maar uiteindelijk, als ik zijn stem overtref, heb ik zijn aandacht. En die van de vijftien overige aanwezigen. Luidop zeg ik: “Iedereen, maar dan ook iedereen in deze zaal zou liefst van al op een andere plaats zijn. Niemand zit hier voor zijn plezier. Het zou een beetje getuigen van respect als je wat stiller zou zijn.” De man pruttelt luidop tegen. Nog altijd in dat Zottgems accent waar ik niets van begrijp. Ik antwoord: “Weet je wat? Als je echt ergens anders moet zijn om vier uur, ga dan naar binnen, ga op de tafel liggen, de machine werkt toch niet, en bol het dan af.” Nu begint de man nog heviger te reageren. “Anders ga je gewoon weg? Als je toch ergens anders moet zijn? Allez, maak dat je wegkomt. Vort. Ik ben jouw gezaag kotsbeu,” roep ik uit. Nu stopt de man gelukkig wel met zijn gemekker en getier.

Enkele minuten later word ik binnen geroepen. Ik denk dat de bestralingssessies terug gaan beginnen maar een jonge assistent begeleidt me naar een andere deur. Hij verontschuldigt zich voor het lange wachten. Er blijkt een elektriciteitspanne te zijn. Omdat het vandaag de laatste keer is stelt hij voor om samen even te bekijken hoe het met me gaat. Het betreft een opvolgingssessie dus. Als ik hem vertel dat ik nog steeds veel pijn heb is hij niet verrast. Blijkbaar valt dat onder de verwachtingen. Hij zegt ook dat het effect van de behandeling tot vier weken na de bestralingen kan duren. Het kan dus nog altijd verder verbeteren. Op dat moment beken ik ook dat ik na de vierde bestralingen inderdaad plots tot 5 uur kon blijven liggen. Misschien was dat een teken van verbetering? Met een licht knikje reageert hij op de feedback. Dan stelt hij voor, in verband met de immunotherapiestudie, dat ik vanaf vandaag, na de vijfde bestralingen, de Medrol geleidelijk aan afbouw. Komende week zoals voorheen een halve pil, dan een week dagelijks wisselen een halve en een kwart pil en dan nog een week kwart pil en dan stoppen. Opgelucht hoor ik hem bezig. Dus ze zijn zelf ook nog aan het werken richting mogelijks immunotherapie? Ongelooflijk! Op het einde van de consultatie vraagt hij me om terug te gaan plaats nemen in de wachtruimte. De Zottegemnaar zit er nog steeds en kijkt me uitdagend aan. Gelukkig moet ik niet lang meer wachten. Als ik terug kom van de bestralingen is hij weg.

23 oktober 2023 BIS – Mijn pleidooi voor de rechtbank

Recht uit de cursus ‘Eed van Hippocrates voor gevorderden of hoe een medisch slachtoffer gewetenloos de grond insteken’

“Ik ben geen advocaat. Ik ben ook geen medicus. Ik kan alleen voor mezelf spreken als slachtoffer. En als slachtoffer kan ik me voorstellen dat na al het procederen dit dossier zo’n proporties heeft aangenomen dat het onoverzichtelijk begint te worden. In die mate zelfs dat je je afvraagt wat de zin van dit alles nog is. Daarom zou ik drie uitspraken van de tegenpartij uit het ganse dossier willen lichten om te tonen in welk een mate wij, mijn gezin en ik en mijn advocaten, gespreid over de afgelopen jaren hebben moeten opboksen tegen de grootst mogelijke onzin verkondigd alsof het niets was.

⁃ ‘Professor’ Mombaerts: “‘Patiënt’ komt van het engelse ‘patience’, maar dat kennen de mensen niet meer, geduld, hein mijnheer Hoskens?” Uitspraak van Ilse Mombaerts op 7 december 2018 in Gasthuisberg toen Tin en ik na zeven maanden lijdensweg op haar dienst en onder haar toezicht (foute diagnose ondanks doorverwijzingsbrief, foute en laattijdige operatie, ondanks herhaaldelijk aandringen rampzalige post-operationele opvolging met nog altijd geen enkele ernstige onderzoeksdaad alhoewel dat ze dit “nog nooit gezien had”) haar kwamen meedelen dat we niet langer gebruik wensten te maken van haar diensten. Blijkbaar waren zeven maanden voor haar nog niet genoeg. Uiteindelijk ging de ganse geschiedenis mij trouwens acht kostbare maanden kosten want de juiste operatie aan mijn oog vond na al die wantoestanden pas op 22 januari 2019 plaats! In het UZ Gent!

⁃ Van De Man Met De Vele Diploma’s: Afkomstig uit zijn verslag d.d. 17/08/21 als medisch expert voor de tegenpartij: “Paradoxaal genoeg kunnen wij dus stellen dat de ingreep uitgevoerd door professor Mombaerts de zeer zeldzame, niet te diagnosticeren tumor veel sneller aan de oppervlakte gebracht heeft.” Wat een bizarre opmerking. Het is alsof we dankbaar moeten zijn voor de verkeerde operatie want het is dankzij die operatie dat de kanker ‘mogelijks’ ontdekt is geweest. Een operatie die trouwens bijzonder intrusief was, met open snijwonden en al, mijn gezicht zat onder het bloed na de operatie. Een CT-scan, laat staan een biopsie, wordt als te intrusief bevonden door diezelfde ‘specialist’. Maar zo’n operatie niet. Blijft mijn vraag aan De Man Met De Vele Diploma’s waarop Mombaerts&co toendertijd dan hebben zitten drukken voor hun diagnosevoering? Waarvoor ik toendertijd naar de diensten van Mombaerts kwam mét een doorverwijzingsbrief in de hand? Zat daar dan geen bobbeltje? Een palpabele vaste massa? Met bovendien gevoelloosheid als wezenlijk kenmerk? Was dat soms niet de originele klacht?

⁃ ‘De Man Uit Antwerpen, diensthoofd NKO, niet opthalmologie: Afkomstig uit zijn verslag d.d. 07/09/23 als medisch adviseur voor de tegenpartij: “De diagnose is uiteindelijk gesteld, dus de diagnose is NIET gemist maar maximaal vertraagd door het niet sneller inplannen van beeldvorming en/of bioptname.” Vrij vertaald: waar doen wij zo moeilijk over? De diagnose is niet gemist. Het heeft alleen meer dan zeven maanden geduurd én een volledig misplaatste, zwaar intrusieve operatie, om tot de diagnose te komen. Terwijl het hier gaat om een bijzonder kwaadaardig gezwel. De Man Uit Antwerpen herhaalt het zelf voortdurend in zijn verslag. En o ja, ook nog een vlucht in de nacht naar een ander ziekenhuis en een andere oogarts. En dan nog eens een maand om de juiste operatie te bekomen. Maar dat vergeten we even. Voila, de acht voor mij zo kritieke maanden even ‘professioneel’ onder het tapijt geveegd. Alsof ze nooit bestaan hebben. Net zo min als ik.”

Tot hier mijn pleidooi, beste lezers. Het werd met trillende stem gebracht, tot juist niet tranens toe, ik kon me nog net inhouden. Het stopte misschien een beetje abrupt, maar ik wilde in de rechtbank geen olie op het vuur gooien en achtte het aangeraden om de rechter zelf zijn conclusie te laten trekken. Maar dit gezegd zijnde tart het gewoon elke verbeelding hoe dat mensen die een hoge status in onze maatschappij verworven hebben, proffen zelfs, machtsmisbruik plegen en baarlijke onzin durven te verkondigen alsof dat het niets is. Mensen die verondersteld worden de medische wetenschap hoog in het vaandel te voeren. Die leugens en lulkoek verkopen. En geen enkel ethisch besef hebben.

23 oktober 2023 – D-Day in het Brusselse Spiegelpaleis

Eindelijk is het zo ver. Het proces waar we nu al vijf jaar op wachten vindt eindelijk plaats. In de spiksplinternieuwe gebouwen van het gerecht naast het vervallen Justitiepaleis te Brussel. Speciaal voorbehouden voor burgerrechtzaken dixit mijn advocaat medische fouten. Zelf had ik niet gedacht het te halen. Omwille van die afschuwelijke afgelopen nacht, maar vooral ook omdat ik niet had gedacht dit moment nog levend te halen. Vijf jaar vechten tegen een agressieve kanker. Zelfs mijn eigen radiotherapeut gaf me nog maximum twee jaar te leven in augustus 2020. En de specialisten van de tegenpartij waren zo vriendelijk om te verkondigen dat het een heel agressieve tumor was en dat ik in 2021 een levensverwachting van nog maar maximum enkele maanden had. Dus waarom al die moeite dan doen, hein dames en heren van het gerecht? De heer Hoskens is toch een vogel voor de kat.

De Walrus doet het echter fantastisch. Zijn pleidooi schittert in de zin dat het to the point en factueel is. Hij vangt aan met de feiten, met wat er de facto gebeurd is, op te lijsten. Wat ook nodig is aangezien de tegenpartij over het ganse dossier een laag beton van niet-relevante medische kennis en belachelijke uitvluchten gestort heeft van het type “dat was wel een heel zeldzame en agressieve tumor hoor” of “een intrusieve biopsie had veel schade kunnen berokkenen.” Terwijl de kern van ons betoog net is dat de zeldzaamheid van de tumor alleen al een bijzonder goede reden was om een grondig onderzoek uit te voeren en niet enkel wat klungelig fingerspitzengefühl. En dat alle schade die ik nu geleden heb al vermeden had kunnen worden door een eenvoudige niet-intrusieve scan uit te voeren. Een biopsie had in een later stadium overwogen kunnen worden vooraleer een nog veel intrusievere operatie met open snijwonden uitgevoerd werd, zoals nu gebeurd is. Maar over die onherstelbare schade aan mijn lichaam zwijgt men liever. En dit stilzwijgen gaat heel ver. Zelfs de verhelderende brief van Dokter Veys om te zeggen waarom ze mij in april 2018 doorverwees naar Ilse Mombaerts en wat ze daarbij juist verwachtte van Hartenkoningin, namelijk beeldvorming, komt niet voor in het eindverslag van de medisch experte van de rechtbank. Terwijl de oogartse er zelfs in uitlegt hoe dat het ‘voos gevoel’ naast het oog haar zelfs een vermoeden van kanker deed krijgen.

De verschillende voor de tegenpartij opgedraven eminenties uit de medische wereld, proffen zogezegd, krijgen ook lik op stuk. De Man Met De Vele Diploma’s wordt terecht verweten zijn verweer volledig gebaseerd te hebben op een traanzakontsteking terwijl zelfs Hartenkoningin dat niet langer overwoog en zonder aarzelen ging voor een verstopping van het traankanaal. Zonder aarzeling en zonder grondig onderzoek dus. Hetzelfde geldt trouwens ook voor het Witte Paard zegt de Walrus. Maar van zijn ellenlange betoog op de eerste en enige zitting en vooral mijn totale verrassing bij het aanhoren van de toendertijd verondersteld aanwezige symptomen dolor, rubor, calor, etc… kan men nauwelijks een spoor vinden in het dossier want de Witte Koningin heeft gewoon nagelaten het op te nemen in haar vod van een verslag. Ook de totale afwezigheid van een uitgeschreven medische opinie van het Witte Paard haalt de Walrus aan als juridisch van een zeer bedenkelijk niveau. Vooral ook omdat de Witte Koningin haar eindbesluit volledig gebaseerd heeft op de mening van datzelfde Witte Paard. Terwijl hij op de zitting al raaskallend eerder de figuur van het Witte Paard van Lewis Caroll opriep: onderuitgezakt in de zetel, uit zijn nek lullend, zonder enige consequentie. Zelfs onze uitgesproken verbaasde reacties tijdens de zitting werden door de Witte Koningin in het eindverslag niet opgenomen. En zo zijn ze beiden, stelt de Walrus, tot het besluit gekomen dat alles lege artis verlopen is. Door onze bijdrages en onze bedenkingen zomaar te negeren. En zonder enige argumentatie.

Na het vernietigende pleidooi van de Walrus is de Timmerman, de advocaat van Gasthuisberg, zijn kluts helemaal kwijt. Voor het eerst is zijn stijve soldateske houding verdwenen. Terwijl hij voorheen altijd een piekfijne indruk maakte, perfect in het kostuum gestoken en net van de kapper staat hij er nu wat bedremmeld bij. Zo’n stevig verzet had hij duidelijk niet verwacht. Met het verslag van de medisch experte leek voor hem alles in kannen en kruiken. Dat dat verslag op niets trok was voor hem maar bijzaak. Maar tegen dit spervuur van objectieve tegenwerpingen heeft hij geen verhaal. Hij begint te rommelen in de papieren voor zijn neus. Op zoek naar tegenargumenten. Doordat hij niet onmiddellijk iets vindt begint hij blind om zich heen te slaan. Hij probeert terug te vallen op enkele van zijn medische specialisten. Maar doordat onze advocaat deze ook al verschillende keren in vraag gesteld heeft, is ook dat niet meer zo eenvoudig. Uiteindelijk zegt hij luid, als reactie op de beschuldiging van onze advocaat dat de tegenpartij al onze tegenwerpingen gewoon straal genegeerd heeft, dat ze wel degelijk op alles geantwoord hebben. Waarop mijn advocaat uitdagend vraagt: “Op alles geantwoord? Laat mij jou eens zo’n ‘antwoord’ voorlezen! Hier, als antwoord op het advies van een diensthoofd heelkunde van nog een universitair ziekenhuis, een medisch advies van zo’n 1,500 woorden, welgeformuleerd en doordacht, in het eindverslag van de medische experte van de rechtbank op pagina 22: ‘Antwoord van de deskundigen: Dit verslag brengt geen nieuwe gegevens aan die aanleiding geven tot wijziging van de besluiten geformuleerd in het voorlopig verslag.’ En dat is het: 24 luttele woorden en geen woord meer. Is dat het type van antwoord dat u bedoelt? Zo ja, kan ik u er nog verschillende geven. Want zo werden al de verslagen van onze medische experten ‘beantwoord.’”

Als laatste reddingslijn begint de Timmerman net zoals zijn medische ‘specialisten’ in hun verslagen te wijzen op het gevaar van een biopsie. Dat die ook veel schade aan het omliggende weefsel had kunnen veroorzaken en dus niet aan te raden was. Het is een argument waar ikzelf steevast horendol van word. Want de schade die ik nu heb geleden is ontieglijk groter tot zelfs fataal. Maar tot onze verrassing komt nu de rechter zelf tussen. Hij zegt: “Zo had ik het niet begrepen. Uw tegenpartij heeft herhaaldelijk gevraagd waarom er zelfs geen scan werd afgenomen. Een biopsie had eventueel in een latere fase kunnen gebeuren. Maar ze vroegen dus in eerste instantie niet achter een biopsie maar om minstens een scan.” Het wegvallen van één van de stokpaardjes van zijn ‘specialisten’ brengt de Timmerman even tot zwijgen.

Hier krijg ik van de rechter de kans om zelf iets in te brengen. Aangezien ik echter mezelf ver wil houden van het welles-nietes-spelletje van de tegenpartij die hiervoor onbeschaamd verdraaiingen of carrement leugens gebruiken heb ik beslist enkele van deze leugens apart te vermelden. Alle getuigen ze van zo’n onvoorstelbare arrogantie dat ik beslist heb mijn pleidooi voor de rechtbank in een aparte blog op te nemen. Want voor mij is mijn pleidooi een eerbetoon aan alle medische slachtoffers die geconfronteerd geweest zijn met de onmetelijke arrogantie pal in het hart van de medische wereld, bij zogenaamde ‘proffen’ nota bene. Het verdient dus een plaats op zich, los van het door ons gevoerde proces. Daarom, zie volgende blog.

Tijdens mijn tussenkomst heeft de Timmerman zich wat hersteld en begint net zoals de Witte Koningin op het einde van haar kaduuk verslag toe te geven dat er wel degelijk fouten gemaakt zijn maar alleen op het einde. “De post-operationele opvolging had een beetje beter gekund,” is de bezwerende mantra van de Gasthuisbergkliek. “Maar dat zou maar een verschil van een maand gemaakt hebben,” voegen ze allen er nog fijntjes aan toe. Groothartigheid die enkel tot doel heeft wat er werkelijk gebeurd is verder te verdoezelen. Ik kan het hypocriete gedoe niet langer aan en roep ongevraagd uit dat de tegenpartij dergelijke losse-flodder-statements voortdurend maakt terwijl ze gewoon verzwijgen dat er zelfs een doorverwijzingsbrief was. Dat bovenop alles dat we al gezegd hebben, al de redenen die we al aangehaald hebben om te zeggen dat een scan niet alleen gerechtvaardigd maar zelfs aangewezen was, er ook nog eens een doorverwijzingsbrief was op 1 juni 2018. Een half jaar dus voor die mythische maand waar ik al niet meer te redden viel, volgens diezelfde ‘specialisten’. Waarin op het risico op kanker expliciet gewezen werd. Maar dat zwijgen ze gewoon dood. En niet alleen hier op het proces. Ook in hun verslagen is het alsof er nooit een doorverwijzingsbrief geweest is.

Na mijn uithaal valt de Timmerman nog wat terug op wilde tegenargumenten. Op ons verwijt dat ze zelfs geen geschreven verslag van het Witte Paard hebben, toch de ‘ophtalmoloog-expert’ van de rechtbank, verwijst hij plots naar de lichtvaardige bijdrage van een jonge oogartse uit de Kempen verbonden aan de oogartsenpraktijk waar, raar maar waar, ook het Witte Paard werkzaam was. Dus helemaal geen academica of experte. Haar rapport stond bol van de clichés en medische onzin. Zo stelde ze zelfs onomwonden dat Mombaerts geen biopsie kon uitvoeren na de aberrante vaststellingen, afwijkend van haar eigen foute diagnose, tijdens de operatie te Gasthuisberg. Om zijn punt hard te maken voegt hij er nog met luide schurende stem aan toe dat onze ophtalmoloog-expert ook geen ophtalmoloog is. Terwijl de man niet alleen een professor in de ophtalmologie is maar zelfs diensthoofd ophtalmologie van weer een ander universitair ziekenhuis. Ook stelt de Timmerman plots dat er geen enkel causaal verband is tussen wat er allemaal in Gasthuisberg gebeurd is en mijn ziektegeschiedenis. Terwijl het piepkleine bolletje naast mijn oog gewoon ontploft is na de operatie te Gasthuisberg. En dat voor een agressieve tumor, zoals ze zelf graag stellen. Een standpunt dat zo absurd is dat er geen woorden aan moeten vuil gemaakt worden.

Ook voor de Walrus wordt het op dit moment allemaal een beetje te veel. Hij verwijst naar het verslag dat de tegenpartij pas onlangs, een maand geleden, aan het dossier heeft toegevoegd. Het verslag van de Man van Antwerpen, de man van Neus, Keel en Oor. Hij was zo vriendelijk om zeven medisch-wetenschappelijke artikels door te sturen samen met zijn verslag. En wat blijkt? Dat zelfs deze wetenschappelijke referenties die de man ZELF aanhaalt om zijn gelijk te halen ONZE zaak ondersteunen. Niet dat we het zelf verzinnen hoor. De conclusie komt van onze ophtalmoloog-expert, diensthoofd ophtalmologie, die volgens de tegenpartij zelfs geen ophtalmoloog is. Om maar te zeggen hoezeer de tegenpartij alles op een hoop gesmeten heeft. ‘De NKO-arts voegt geen nieuwe referenties toe anders dan over het soort tumor. Ref 1 een casus tumor orbita. Men doet al na 1 dag een CT! Ref no 2 en 3 geven een beeld van het soort tumor overal in het lichaam. Ref 4 is onieuw een dergelijke tumor in de orbita. Er werd onmiddellijk een CT gemaakt. Ref 5 t/m 7, daar adviseert men, ivm het voorkomen van tumoren, bij de patiënten een biopt te doen als er een palpabele massa is. Als er een massa wordt gevoeld, dient de dokter alert te zijn. En imaging aan te vragen. Die massa was er bij de heer Hoskens!’

De rechter deelt mede dat de uitspraak binnen ten laatste vier weken volgt. We mogen beschikken.

22 oktober 2023 – Het kan altijd nog erger

We zijn de dag voor het proces. Het proces waar we al een jaar of vijf op aan het wachten zijn. En geloof het of niet, mijn verhaal kan toch niet onvoorstelbaarder worden dan het nu al is, het is vandaag de eerste dag van de bestralingen. Op een zondag dus. Want dat ging gemakkelijker zijn voor mensen die helemaal vanuit Kortenberg naar Gent moeten rijden aldus de radiotherapeut. En dat vijf keer. Met, God zij dank, Tin als chauffeur. Voor de bestralingen. Want in totaal zijn we al meer dan honderd keer naar Gent gereden. 140km op en af. Maal minstens 100. Dat maakt minstens 14.000km. Terwijl dat Gasthuisberg zich 8km van ons huis bevindt. Maar daar krijgen ze mij met geen stokken meer naartoe: arrogant, niet-communicatief en dan ook nog eens onbeschaamd amateuristisch. En dus volledig onterecht de hemel ingeprezen. Volgens mij bewust. Zelfs de klungeloperatie, uitgevoerd door Ilse Mombaerts op 26 september 2018, staat volgens mij in de annalen en verslagen van Gasthuisberg nog steeds geboekstaafd als een ‘geslaagde’ operatie. Om hun statistieken naar de buitenwereld toe op te vrolijken. Terwijl het een absolute en totale ramp was. Een regelrechte ramp zelfs waardoor ik nu een langzame en pijnlijke dood aan het sterven ben. Al vijf jaar lang.

Opnieuw lig ik op die tafel. Opnieuw is er dat vreemde blauwe licht. Terwijl dat masker mijn hoofd vastklemt. En opnieuw is er die vreemde, misselijkmakende geur. Mijn reukvermogen is na alle operaties bijna volledig verdwenen, zelfs de geur van bloemen geraakt niet meer binnen, maar die vieze geur van aangebrand rubber of zoiets blijft even penetrant. Ook de muziek is weer van de partij. De Zweedse jeannetten zijn vervangen door een Vlaamse schlagerzanger. Niels Destadsbader of zoiets. Gelukkig faalt ook mijn gehoororgaan net op dat moment. Er zijn grenzen aan wat een mens aankan.

Maar ik word niet misselijk. Mijn grote vrees dat ik terug ging overgeven blijkt onterecht. Mijn hoofd barst ook niet in twee. Na de bestraling die net zoals vroeger bijzonder kort duurt kan ik zelfs zonder hulp terug recht komen en de folterkamer ijlings verlaten. Alleen stel ik vast dat de pijn in mijn hoofd en nek niet afneemt. Later op de dag moet ik blijven rondwandelen thuis in de keuken. Want als ik ga liggen, wat ik uiteindelijk toch moet doen, komen de pijnen weer op. Verontrust bedenk ik me dat dit niet uit te houden is. Dat als dit niet verbetert, ik er zelf een einde aan maak. Misschien door mijn eigen kop in te slaan.

Al om twee uur ‘s nachts word ik wakker van dezelfde pijnen en terwijl ik lig te woelen op zoek naar een draaglijke houding vraag ik me af hoe ik in hemelsnaam de dag ga doorkomen. Hoe ik in staat ga zijn na zo’n afschuwelijke slapeloze nacht in de justitiegebouwen van Brussel ga geraken, het ganse verloop van het proces te volgen, laat staan een helder betoog te houden. Het is alsof de goden het erom gedaan hebben. Alsof er weer een brainstorm gehouden is, zo van: “Wat zou het slechtst mogelijke moment zijn voor dien Hoskens om zijn eigen proces bij te wonen? Dat proces waar hij al vijf jaar moegetergd op zit te wachten? Waar hij de meest schandalige en leugenachtige teksten van gewetenloze medici voor heeft moeten doornemen en dit verspreid over meerdere jaren?” Antwoord: “Ah ja, de dag nadat zijn laatste bestralingen aanvangen natuurlijk. Symbolisch ook: wanneer het duidelijk wordt dat zelfs die laatste strohalm, dat bestralen, niet meer helpt nog eens een mep richting graf geven. Zieligerd. Kruip in uw graf. Maak dat ge weg zijt.”

21 oktober 2023 – Vlaanderen, niets om trots op te zijn

Uit een artikel in ‘De Standaard Weekblad’ d.d. 21/10/23, over de asbestindustrie in Sint-Niklaas:

Ongelooflijk, je kan het zo copypasten naar mijn verhaal. Hoe dat burgers in dit land moeten vechten tegen ijzingwekkend machtsmisbruik, aan hun lot overgelaten, en als ze dan verhaal willen halen geconfronteerd worden met een waanzinnige administratiemolen. Dit alles zonder noemenswaardige hulp van onze zogenaamde rechtsstaat. Een beetje doen alsof, dat is het maximum dat je hier kan verwachten. Vlaanderenland, sprookjesland, maar dan van échte sprookjes, zoals ze aanvankelijk begin negentiende eeuw neergeschreven werden door de gebroeders Grimm, gruwelijk en bloederig.

Vroeger, als adolescent had ik een groene fiets met drie versnellingen. Meer was niet nodig in dat vlakke Kempenland van wijdse heidegronden en verspreide moddervennen. Het was de fiets die ik gekregen had voor mijn plechtige communie. Ik heb ermee gereden tot dat ik Turnhout voorgoed verliet. Een sticker plakte op die fiets. Met een klauwende Vlaamse Leeuw erop. In het zwart en geel. En de tekst ‘Ik ben Vlaming, en daar ben ik fier op.’ Het waren de naweeën van de taalstrijd. Het VMO en het TAK deelden nog af en toe een oprisping in Voeren of bij betogingen in de Brusselse rand. Het was de tijd van de Volksunie, een links-progressieve volkspartij, vandaag de dag totaal verdwenen. Het was een tijd van hoop.

Sindsdien is enkel de haat aangewakkerd. Extreem-rechts is de grootste partij geworden. In plaats van een zelfverzekerde open maatschappij zijn we meer en meer vergleden naar een angstige en in zichzelf gekeerde controlemaatschappij. Onze Vlaamse ministers kennen geen enkele stijl meer. Het enigste wat ze goed kunnen is anderen te kakken zetten. Onze politiek is verzand geraakt in inefficiëntie en vriendjespolitiek. Lobbyisten en grote ondernemingen zoals op dit eigenste moment Ineos bepalen het beleid. Het is een tijd van wanhoop. En er is niets meer om trots op te zijn.

19 oktober 2023 – Gasthuisberg, heb ik nu pijn genoeg?

Hallo Gasthuisberg, in het kader van “Belt ne keer terug wanneer het pijn doet!”:

⁃ Vanaf dat ik wakker word in bed midden in de nacht voel ik een knagende pijn afgewisseld met stekende pijnscheuten in mijn achterhoofd, daar in de buurt van mijn kleine hersenen waar zich ergens de hersentumoren bevinden. De ganse nacht houdt deze pijn aan. Ik kan niet langer slapen om dan ‘s ochtends in katwzijm te vallen in de zetel

Zeg mij, heb ik nu pijn genoeg?

⁃ Er is een periode geweest dat ik in bed ging liggen en geen enkele houding kon vinden die geen pijn deed – hoe ik ook draaide of keerde de snijdende pijn duldde niets en bij het minste sloeg hij toe – op mijn rug, mijn linker- of rechterzijkant, niets lukte – op mijn buik was zelfs geen optie. Het bleek een trapeziussyndroom te zijn: de grote rug- en nekspier die overbelast is geraakt. Ik dacht dat het een reactie was op het niet langer zwemmen. Na 20 jaar lang elke week minstens 2 keer zwemmen, 80 lengtes telkens, en dan plots 5 jaar van inactiviteit gecombineerd met talloze zware medische behandelingen was het gelukzalige zwemmen volledig uit mijn leven verdwenen

Zeg mij, doet het dan nu pijn genoeg? Of is wentelen van de pijn niet voldoende? Moet ik nog wat langer wachten? Want ‘patiënt’ komt etymologisch van het Engelse ‘patience’ volgens één van jullie hautaine schriftgeleerden

⁃ De spier is in behandeling via kiné: maar nu zijn de zenuwen op een of andere manier ook geraakt. De rollen zijn al enkele weken omgekeerd. Waar dat ik aanvankelijk niet kon gaan liggen omdat de pijn ondraaglijk was heb ik nu vooral moeite om op te staan. Het is alsof mijn hoofd een gigantische zandloper is geworden die nauwelijks zand doorlaat en ik geraak niet uit het mij omringende drijfzand

Heb ik dan nu pijn genoeg en mag ik eindelijk bellen? Gaan jullie mij deze keer wel helpen? Of gaan jullie mij weer weg sturen? Alsof jullie er niets mee te maken hebben? Geen betrokken partij zijn?

⁃ Het enigste dat mij nu nog een beetje soelaas brengt is zwemmen. Dan kan ik me na afloop even een volwaardig mens voelen. Toch voor een uur of drie. Zonder verkrampte nek, omhooggetrokken schouders en een romp die als bij een robot mee moet draaien bij elke beweging.

Zeg mij Hydra, veelkoppig monster van Leuven, heb ik dan nu soms pijn genoeg?

⁃ Als ik hoest moet ik mijn rechternekspier tegen houden met mijn rechterhand omdat ze anders als een afbrokkelende gotische boog dreigt in te storten onder het gewicht van mijn hoofd. Zelfs Atlas zou de helse pijnen onmogelijk verdragen hebben. Onder het gewicht van die aardbol zou hij door de knieën gegaan zijn.

Ik begrijp dat als u mij zo lang geleden geopereerd hebt, dat een beetje vervelend is dat ik terug kom maar zeg mij heb ik nu pijn genoeg?

⁃ Als ik mijn hoofd hoog genoeg op het kussen leg en mijn schouder in een rechte hoek onder mijn lichaam zet, heb ik eventjes respijt. Voor een second of dertig. Dan begint de pijn terug te zeuren en moet ik weer van positie veranderen. Het enigste wat ik kan hopen is dat ik in slaap val in dat interval van dertig seconden. Maar het duurt uren voordat het lukt. En ondertussen maar dingen die door mijn hoofd spoken.

Mag ik dan nu bellen? Is mijn lijden nu groot genoeg?

⁃ Bij het begin van het zwemmen doet het allemaal een beetje pijn. Stoppen lijkt verstandiger. Maar dan zet zich de ontspanning in en gaat het wat beter. Maar laatst ging het totaal niet. Een ellendig gevoel overheerste. Tot dat ik plots mijn lijf en leden uitkotste in het gemeentelijk zwembad van Wilsele Putkapel daar vlakbij jullie in de buurt. Schuddend en schokkend lag ik te kosten op de rand van het zwembad in het klotsende zwemwater.

Lijd ik nu misschien genoeg om door jullie, schitterende goden van de konijnenberg, geholpen te worden? Of is de schaamtelijke openbaarheid van mijn lijden door jullie toedoen nog altijd geen voldoende reden om een keer ontvangen te mogen worden?

⁃ De ellende duurde een ganse dag. En ‘s avonds na het avondeten was het het trottoir richting Ikea van Nossegem dat eraan moest geloven. Als mijn gal niet al verwijderd was zou er nu een zinkgat zichtbaar zijn

Zeg me, zijn jullie nu wel bereid om neer te dalen uit jullie witte godentempel om deze miserabele ellendeling te helpen?

⁃ Soms voelt het alsof zelfs de tandzenuwen in mijn rechteronderkaak beginnen te ontsteken. Dus niet één maar een stuk of acht tanden op een rij. Of het kaakbeen zelf.

Is dit misschien erg genoeg om jullie een keer lastig te vallen? Of hebben jullie het te druk? Bezige bijtjes als jullie zijn? En maar mensenlevens redden, flink hoor. Want dat doen jullie toch niet? En als het niet lukt, mensen menswaardig laten sterven? En niet als een verschoppeling, een nietsnut, een stuk onbenul? Vuilnis wat jullie betreft? GFT-afval voor een mesthoop of grijze container?

⁃ Af en toe loopt er een spinnetje over de rechterzijkant van mijn hals en gezicht gevolgd door electrische tintelingen in mijn hals en kaak. De eerste keer dacht ik dat het effectief een spinnetje was en probeerde het weg te slaan uit mijn baard. Maar er was geen spin en toch kroop het voort over mijn gezicht

Geldt dit ook als pijn? Is dit erg genoeg om door jullie, almachtige alwetenden, geholpen te worden? Of bel ik beter een andere keer terug? Zoals nu al vijf jaar geleden?

⁃ Nu blijkt dat al deze zenuwpijnen veroorzaakt worden door hersentumoren. Afstammelingen van dat monster dat in mijn oogholte zat vijf jaar geleden. Het gezwel waarvan jullie de metastase veroorzaakt hebben door eerst ondanks een doorverwijzingsbrief na louter wat fingerspitzengefühl een foute diagnose te stellen en dan de foute operatie uit te voeren en mij dan aan mijn lot over te laten. Weten jullie nog? Herinneren jullie je hoeveel moeite ik moest doen om bij jullie terug binnen te geraken? Hoe dat het bolletje naast mijn oog ondertussen helemaal ontploft was en dat er zelfs dan nog geen onderzoeksdaden door jullie gesteld werden? Of zijn jullie het allemaal al vergeten?

Zeg mij, is dit geen reden om een keer langs te komen? Al is het maar om te tonen wat allemaal de gevolgen zijn van jullie onvoorstelbaar falen? Een falen dat zeven maanden lang duurde?

⁃ Men gaat nu voor de derde keer mijn hoofd bestralen. Ik zal eerlijk zijn: ik doe in mijn broek van de schrik. Zelfs de voormalige post-bestralingen-zombie denk ik te gaan missen. Na bestralingen zetten de hersenen zich uit en zorgen voor overdruk. Maar ze doen nu al pijn. Wat gaat dat worden dan na elke bestralingssessie? Totale ellende? Nog meer overgeven tot dat ik bijna niet meer kan ademen? Letterlijk barstende hoofdpijn?

Zeg mij, moet ik nu dan bellen? Is het nu een opportuun moment? Of komt het ongelegen? Zou het jullie behagen om mij deze keer wel te helpen? Want er is veel pijn.

Alternatief zou een welgemikt nekschot kunnen zijn. Laat me weten waar en wanneer en u mag mij uit mijn lijden verlossen. Of zou dat weer te openbaar zijn? Te zichtbaar voor zo’n veelgehuldigde publieke zorginstelling met een magnifiek wit paleis – een heuse konijnenburcht – boven op die berg. Liefst van al wilt u het waarschijnlijk stiekem doen, zoals u nu al enkele jaren bezig bent. Stilletjes doodzwijgen, doodpersen, doodkloppen. Bloedspatten op die mooie witte muren en nette dokterjassen van jullie moeten ten allen prijze vermeden worden.

13 oktober 2023 – De haan kraait voor de derde keer

Op maandag 2 oktober in de voormiddag voel ik me ellendig en beslis om te gaan zwemmen. Doordat de anaplastoloog voor mijn linkeroogholte een epithese in de vorm van een pleister met lijm en al gemaakt heeft, kan dit ondanks de fistel, het gat in mijn oog. Dit mag vreemd klinken, maar de laatste tijd doe ik dit regelmatig. Want sinds die zenuwpijnen ondanks al de kiné begonnen zijn in mijn hoofd en nek als gevolg van dat vervelende trapeziussyndroom, heb ik dat nodig om me nog eens mens te voelen. Het is dan ook telkens een heus mirakel: ik ga verkrampt, krom van de pijn, stuntelig het zwembad in en kom eruit als een Lazarus alsof er niets aan de hand is. Behalve dan dat gewankel. Ik moet me recht houden aan de leuningen van het trapje en de balustrades. Anders geraak ik niet rechtopstaand aan de douches.

Maar deze keer lukt het niet. Waar dat anders na enkele baantjes de pijn geleidelijk wegebt blijft hij nu hardnekkig bijten. Ook mijn ademhaling krijg ik maar niet onder controle. Waar ik anders vlot meerdere lengtes achter elkaar kan afleggen moet ik nu telkens stoppen na het zwembad één keer op en af te zwemmen. Om dan te staan hijgen aan de rand. Ik slaag erin om zo heel moeizaam 14 lengtes te zwemmen. Dan moet ik weer stoppen. Maar deze keer voel ik me plots nog slechter. Ik kan nog net mijn hoofd over de rand van het zwembad smijten en begin dan te kotsen. Of te spauwen, dat is een beter woord. Mijn ganse maag moet eraan. In die mate dat ik zelfs schrik heb om te stikken in de kots. Terwijl ik zo ellendig sta te jebbelen aan de rand van het zwembad komt een van de redders checken of het wel gaat. Tussen het convulsief kotsen door maak ik hem duidelijk dat ik ziek ben. Wanneer mijn maag helemaal leeg is klauter ik voorzichtig uit het bad, bedank de redder voor zijn goede zorg en maak dat ik weg kom uit het zwembad. Ik voel me beschaamd, helemaal geen volwaardig mens meer, eerder onteerd en een viespeuk eerste klas.

De ellende houdt de ganse dag aan. Ik vermoed dat ik wat grieperig ben. Na Ella en Tin is het alvast plots mijn beurt om in de zetel te liggen en te hoesten en te snutten dat het geen naam heeft. En met die stekende pijnen in mijn hals is dat niet vanzelfsprekend. Ik moet telkens vlug rechtop gaan zitten om de grote halsspier aan de zijkant van mijn nek, die precies op springen staat, tegen te houden. Zo veel pijn doet het. Tin is ondertussen gaan werken. ‘s Avonds beslis ik uit huis iets te gaan eten en drinken. Zelf iets klaar maken zie ik totaal niet zitten. En ik heb de ganse dag bijna niets gedronken want kreeg niets binnen. Deshydratatie loert dus om de hoek. Ook in het restaurant lukt het me echter amper om iets binnen te krijgen. Met mondjesmaat slaag ik erin om enkele happen te nemen. Alleen de cola krijg ik op. En wanneer ik terug op weg naar huis ben, kan ik nog net mijn auto aan de kant van de straat zetten en mijn voordeur open smijten vooraleer ik opnieuw begin te spauwen. Alles moet er terug uit. Iemand hoort het gebeuren en komt kijken of het gaat. Ik roep nog vlug dat ik ziek ben, niet zat, en maak opnieuw dat ik weg kom.

Probleem is dat deze ellende allemaal plaats vindt de dag voordat we naar UZGent moeten. Na een bloedafname is namelijk gebleken dat mijn tumoren wel degelijk een bepaald eiwit bevatten dat nodig is om in aanmerking te komen voor deelname aan een geneesmiddelenstudie type 1: medicatie die voor de eerste keer getest wordt op mensen. Maar dit geneesmiddel is speciaal ontwikkeld voor Small Cell Neuroendocriene Tumoren. Bovendien gaat het deze keer over een heuse immunotherapie, niet langer zo’n klassieke bommentapijt-chemotherapie, één van die nieuwste ontwikkelingen op het vlak van kankerbestrijding. Willem en Yvo zijn zelfs enthousiast over de opportuniteit. En de oncologe zegt me dat ook wetenschappelijk gezien deze studie de beste keuze zou zijn als volgende behandeling. Hoopvol vertrekken Tin en ik op dinsdag dan ook terug richting Gent want er moet eerst een ‘screening’ plaats vinden. Ze gaan me op één dag van kop tot teen testen om te zien of ik toegelaten kan worden tot de studie. Goed voor mij. Alleen vraag ik me af hoe ik die dag kan overleven? Ik voel me een miserabel wrak na de ellende en het overgeven van de dag daarvoor. En straks ga ik nog overgeven in het ziekenhuis, stel je voor.

Gelukkig is Tin mee om mij een beetje recht te houden. Onderzoek na onderzoek vindt plaats, bloedafnames worden uitgevoerd, een electrocardiogram afgenomen, enz… Het pièce-de-resistance van de dag is een MRI van de hersenen. Want, zo wordt er gezegd, de hersentumoren moeten stabiel gebleven zijn om deel te kunnen nemen aan de studie. Wanneer ik dit hoor word ik ongerust en vraag of ze geen schrik hebben dat dat een beetje te optimistisch is. “Of het is toch al lang geleden dat er nog eens een MRI van mijn hersenen afgenomen is?,” voeg ik er nog voorzichtig aan toe. Mijn zorgen worden echter afgewimpeld met de boodschap dat het wel zal meevallen en zij totaal geen schrik hebben.

Blij de dag overleefd te hebben keren we later terug naar huis. Ter hoogte van Aaltert ontvangen we al een telefoontje van het ziekenhuis. Het blijkt dat zoals ik gevreesd had de tumoren in mijn hersenen helemaal niet stabiel gebleven zijn. En dat ik dus niet mag deelnemen aan de studie. Dat eerst die hersentumoren terug wat gestabiliseerd moeten worden. Hetgeen enkel met nieuwe bestralingen kan gebeuren wordt er gezegd. Opeens voelt de lucht in de wagen ijskoud aan. Tin en ik kijken elkaar weer verloren aan. Ze probeert me echter op te peppen door het voorstel van nieuwe bestralingen positief te onthalen. Zelf moet ik vooral denken aan de woorden van die radiotherapeut een jaar of twee geleden dat men maximaal drie keer mijn hoofd zou kunnen bestralen. Dit wordt dan de laatste keer weergalmt luid als een klok door mijn hoofd. Bovendien moet ik plots terug denken aan dat vreselijke overgeven van de dag ervoor en vraag vlug aan de assistente aan de telefoon of dat overgeven soms ook door die tumoren veroorzaakt zou kunnen geweest zijn. Ze zegt dat dit waarschijnlijk zo is. Dat misselijkheid en overgeven typische symptomen zijn van sterk ontwikkelde hersentumoren. Dat door de overdruk in de hersenpan veroorzaakt door de tumoren de hersenen met signalen als misselijkheid en overgeven reageren. Ze raadt me trouwens aan om vanaf nu elke dag een halve Medrol, een corticosteroïde, te nemen om de vochtophoping rond de tumoren wat weg te werken. Want tijdens bestralingen raken de hersenen oververhit waardoor ze nog verder uitzetten en dan hebben ze nog minder plaats in die hersenschedel. Bovendien “zal de Medrol de overlast van nu al wat draaglijker maken,” zegt ze. “Onder andere de zenuwpijnen zullen wat minder worden.” Opnieuw verrast vraag ik of die trapeziuspijnen dan ook te wijten zouden zijn aan de tumoren. Zij veronderstelt van wel. Maar net als de oncologe eerder al beweert ze dat ze dit nog niet meegemaakt heeft: hersentumoren in combinatie met zenuwpijnen aan nek en hoofd. Het duizelt een beetje in mijn hoofd. Want als deze soms helse pijnen die ik al enkele weken voel nu al veroorzaakt worden door die tumoren wil ik niet weten wat er nog op mij afkomt. Ik word nog uitgenodigd om op dinsdag 10 oktober op consultatie te komen bij de radiotherapeut om de juiste planning te bespreken en het wassen masker voor de bestralingen nogmaals klaar te maken.

Voor de derde keer ontvangt hij ons op zijn kenmerkende houterige manier. Hij bevestigt recht-voor-de-raaps dat het voor de laatste keer zal zijn. Dat de mogelijkheden qua radiotherapie uitgeput zullen zijn na deze keer. Dat mijn hersenen meer bestralingen niet meer gaan aankunnen. Hij zegt wel vooral de buitenkant van de hersenen waar de tumoren zich bevinden te zullen targeten om zo de hersenstam te sparen. En dat hij hier en daar, waar zich een grotere tumor bevindt, een extra dosis zal voorzien. Wanneer ik bezorgd vraag of het klopt dat hersenen uitzetten na bestralingen bevestigt hij dat. En “naast hoofdpijn kan het inderdaad leiden tot misselijkheid en erger,” verklaart hij. Maar hij zegt ook dat ze dat nauw zullen opvolgen en ik me dus voorlopig geen zorgen moet maken. Dat hij daarom ook voorstelt om deze keer de bestralingen om de twee dagen te doen in plaats van gewoon na mekaar. Om de hersenen tussendoor wat te laten bekomen. Hij stelt voor om op zondag 22 oktober te beginnen. Zo’n vrije dag is toch beter als je van zo ver moet komen suggereert hij.

Het maken van het wassen masker en de obligate CT-scan verlopen bijzonder vlot. Alleen voel ik me weer Hannibal Lecter vastgespijkerd op een foltertafel als fysieke lijfstraf. Ik zie met mijn ene oog amper iets door de gaatjes en heb een beetje moeite om adem te halen. Nadat voor de toekomstige kalibrering van de laser met stiften de noodzakelijke lijnen op mijn borstkast en armen aangebracht zijn en zelfs nog vier tatouagepuntjes met scherpe naaldjes links en rechts in mijn zijdes geprikt worden mogen we beschikken. Zelf kan ik alleen nog maar terug denken aan die eerste sessie van bestralingen in 2020. Toen die bombastische popsong The Final Countdown in de stralingsruimte uit de luidsprekers stroomde. Ik zie opnieuw de jeannetterige Zweden met hun lange lokken, sjaaltjes en spannende broekjes op het podium staan. Alleen is het deze keer, de derde keer, echt voor de allerlaatste keer. De haan kraait voor de laatste keer. Maar net zoals voor de farizeeën eertijds geldt voor die van Gasthuisberg en hun vriendjes van de Orde der Geneesheren maar één ding: dat ze hun reputatie en machtspositie behouden. De dood van een medemens door medische fouten doet hen hierbij niets. Daarvoor gaan ze over lijken.

20 september 2023 – Als je maar vaak genoeg dezelfde leugens herhaalt zal het wel waar zijn

Op 18 september ontvang ik de laatste conclusie van de tegenpartij. Het bevat de eindconclusie van hun advocaat, zich natuurlijk nog steeds verschuilend achter het gunstige advies van de medische experte van de rechtbank. Maar het bevat ook een volledig nieuw verslag komende van een diensthoofd van het UZ Antwerpen. Dat heeft het verslag van onze ophtalmoloog-expert dan toch al kunnen veroorzaken, een weerwoord van een ander diensthoofd, denk je dan.

Maar wat blijkt? ‘Nieuw’ blijkt een absoluut eufemisme te zijn want er is juist niets nieuws aan dat nieuwe verslag. Van begin tot het eind is het een herhaling van mijn medisch dossier inclusief data en andere referentia buiten op het einde van het verslag twee pagina’s waar de expert zijn persoonlijke mening geeft.

Eerste vastelling: de naam van onze ophtalmoloogexpert wordt dus wel vermeld in het begin van het verslag maar dat is het dus. Nergens anders bevindt er zich nog zelfs maar een verwijzing naar de goede man. Laat staan een stuk met inhoudelijke kritiek op zijn standpunten. Niets. Nul. Noegabollen.

Verder blijkt de nieuwe verslaggever actief te zijn als NKO-arts: Neus-, keel- en oorarts dus. Niet oog. Het is dus geen ophtalmoloog. En na al de moeite die wij ons getroost hebben om een ophtalmoloog te vinden is dat toch wel een tegenvaller. Verbazend ook: slaagt zelfs de tegenpartij er niet in een ophtalmoloogexpert te vinden die hen kan bijstaan? Wij zouden net zoals de tegenpartij eenvoudigweg kunnen stellen dat het verslag niet terzake doet want het is niet afkomstig van iemand ervaren en beslagen in de branche van Hartenkoningin. Dat hebben zij ook gedaan met de bijdrages van onze experten. Maar het betekent vooral ook dat de tegenpartij nog altijd geen enkel geschreven verslag heeft van een ophtalmoloog, buiten het gekribbel van een jonge oogartse uit een praktijk in Overpelt of Neerpelt of zoiets, als bij wonder collega van het Witte Paard, de luidop stamelende ophtalmoloog-expert van de Witte Koningin, duidelijk erbij gesleurd om toch maar iets op papier te hebben.

De zogenaamd professionele mening van de nieuwe expert laat zich, hoe kan het ook anders, het best samenvatten als een bevestiging van het verslag van de Witte Koningin om niet te zeggen copy paste. Zo wordt hier ook weer met geen woord gerept over het bestaan van een doorverwijzingsbrief. Die heeft nooit bestaan. Is verdwenen in het luchtledige bij de tegenpartij. Dat Hartenkoningin dus gewaarschuwd werd voor het risico op kanker en zelfs gevraagd werd om aan beeldvorming te doen omdat er sprake was van gevoelloosheid wordt opnieuw volledig genegeerd. Wat op zich geen verwondering moet wekken want in het Spiegelpaleis geldt het adagium ‘Als je maar vaak genoeg dezelfde leugens herhaalt zal het wel waar zijn.’

Zo wordt er hier ook weer ‘ruiterlijk’ toegegeven dat als er al iets fout gelopen is het het postoperatieve verloop geweest is. Daar had men misschien sneller aan beeldvorming kunnen doen. Als toegift kan dat wel tellen, vinden jullie niet: ze hebben helemaal niets fout gedaan daar in Gasthuisberg, ze hadden alleen bepaalde dingen wat sneller kunnen doen. Dat is het ergste dat er gebeurd is.

Er wordt zelfs zonder meer gesteld dat Hartenkoningin lege artis heeft gehandeld door geen biopsie uit te voeren want ‘er bestaat altijd ook een risico om gezonde anatomische structuren in een precair anatomisch gebied functioneel te beschadigen.’ Een biopsie zou te ‘intrusief’ geweest zijn oordeelt de NKO-arts. Een operatie met open snijwonden zoals uitgevoerd door Ilse Mombaerts wordt dus als niet-intrusief bestempeld. Terwijl het gezwel na de operatie letterlijk ontplofte naast mijn oog. En de enorme schade sindsdien veroorzaakt aan mijn lichaam door het toendertijd niet grondig onderzoeken van wat er juist aan de hand was, via het afnemen van een biopsie bijvoorbeeld, blijft natuurlijk onvermeld. Zeg mij, hoe corrupt moet je niet zijn om zo’n verdorven stellingnames in te nemen?

Opnieuw wordt ook de zeldzaamheid en agressiviteit van de tumor ingeroepen om te stellen dat Ilse Mombaerts niets fout gedaan heeft. Terwijl dat 1) de zeldzaamheid van zo’n ongevoelig bolletje naast het oog van een volwassene op zich al reden genoeg was waarom zij als superexperte, als ‘somniteit’, veel omzichtiger had moeten tewerk gaan en 2) de agressiviteit net een reden is om te stellen dat een correcte diagnose wel een wezenlijke impact op het ziekteverloop gehad zou hebben. De NKO-arts draait echter de redenering brutaal om. Gezien de agressiviteit van de tumor zou een correcte diagnose toch niet veel verschil gemaakt hebben stelt hij onomwonden. Patrick Hoskens was een vogel voor de kat wordt er geïnsinueerd. Dat hij daarbij zeven maanden tijdverlies en een onnodige, levensgevaarlijke operatie in die specifieke zone van mijn gezicht achterwege laat wordt in zijn bewijsvoering stilletjes verzwegen. Zelfs het post-operationele geklungel komt hier niet meer aan bod. De agressiviteit van de tumor wordt dus door de tegenpartij meegenomen als verzachtende omstandigheid voor Ilse Mombaerts. Want als ge er toch aan dood gaat waarom dan zo moeilijk doen?

Je zou denken dat erger niet meer kan. En toch duikt er hier weer een pareltje van weergaloze lelijkheid op. Het feit dat na onze vlucht in de nacht, na zeven maanden tijdverlies, een wel professioneel handelende oogarts, Christian Decock van het AZ Maria Middelares, op twee weken tijd trouwens, wél de correcte diagnose wist te stellen wordt in dit schrijven voorgesteld als een geslaagde diagnose voor het ganse ziekteverloop! On-ge-loof-lijk. Letterlijk beweert de viezerik: “De diagnose is gesteld, het heeft alleen wat langer geduurd. En de diagnose is NIET gemist.” Voila, dat moet je kunnen. Bij een tumor die enorm agressief is zoals ze zelf vooropstellen. Zo maar eens eventjes zeven voor mijn lichaam levenskritieke maanden met alles erop en eraan professioneel onder het tapijt vegen. Daarom, wat beweer ik toch allemaal? De diagnose is NIET gemist. En ik moet echt stoppen met zagen. Want nadien heeft men toch ‘curatieve’ kankerbehandelingen kunnen opstarten of niet soms wordt er nog tevreden vermeld.

Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die hier afhaken. Die stellen dat zoiets toch niet meer kan. Dat ik aan het overdrijven ben. Of dat ik niet kan lezen. Daarom hier een citaat uit het verslag: ‘De diagnose is uiteindelijk gesteld, dus de diagnose is niet gemist maar maximaal vertraagd door het niet sneller inplannen van beeldvorming en/of bioptname.’ Wel, als een diensthoofd van een Universitair Ziekenhuis zo’n walgelijke statements durft te maken, om het gebeurde tot in het waanzinnige te framen, dan zal ik de waarheid zeggen: de gemiste diagnose vond plaats op 1 juni 2018 in de consultatieruimte van Ilse Mombaerts op Gasthuisberg en niet op 17 december 2018 toen Christian Decock van AZ Maria Middelares de juiste diagnose wist te stellen. Dat lijkt mij toch duidelijk. Maar zelfs zo’n eenvoudige tijdslijn slaagt zo’n medisch expert erin om toch weer valselijk voor te stellen.

Dit zijn mensen die gestudeerd hebben. Die een eed van Hippocrates afgelegd hebben. Die verondersteld worden enig ethisch besef te hebben. Die ‘naar eer en geweten’ geacht worden te handelen. Hoe kunnen die dan zo’n dingen zeggen of zelfs schrijven? En als je zo’n dingen onbeschaamd durft te beweren hoe kan de rest van jouw verslag dan nog als geloofwaardig gelden?

Als toemaatje stuurt de geneesheer nog 6 wetenschappelijke engelstalige artikels door die zijn betoog moeten staven. Misschien wilt hij zo zijn geloofwaardigheid herstellen. Als attachments weliswaar in een aparte mail. Waarschijnlijk om de rechters te sparen. Want als ze dat ook nog eens moeten gaan lezen dan gaat het helemaal mislopen. Of wilt hij soms een wetenschappelijke discussie uitlokken?

Ach, het ganse verslag is de laatste fase in het onder de tapijt vegen van mijn ganse ziektegeschiedenis: met medische, wetenschappelijke artikels de feiten verder ondersneeuwen. Zodat niemand nog het bos door de bomen ziet. Ik kan alleen nog maar hopen dat die weegschaal en vooral blinddoek van Vrouwe Justitia nog werkt en dat ze eind deze maand het verstand heeft om het openlijk misbruik van academische en medische titels te doorzien.