Vallen en opstaan

Het is donderdag 8 december 19 uur ‘s avonds en vandaag gaan we nog eens een keer naar de AB in Brussel. Nog eens een keer want het is al een tijdje geleden. Met het ouder worden en vooral voortdurend ziek zijn heb je geen zin meer in die ongezellige drukte van mensen massaal op zoek naar de zin en betekenis van dit bestaan op een concert. Of op een kerstmarkt wat dat betreft. Want op weg naar de Anspachlaan blijkt dat de kerstmarkt al begonnen is. Compleet niet aan gedacht. Vroeger was het een must om met de kinderen minstens één keer naar de kerstmarkt te gaan. Vooral omwille van de mooie vintage-windmolen op de Vismarkt. Ik zie de witrode maanraket van Kuifje in de verte al door het dak gaan en boven de artificiële kerstchalets in de nachtlucht zweven. Hoe dikwijls hebben we hier niet naar dit tafereel staan kijken met Sam of Ella in de raket. En het is net hier dat het lot weer toeslaat. De kerstmarkt staat op houten platen verhoogd met behulp van een metalen stelling. En opnieuw, voor de zoveelste keer de afgelopen jaren, schat ik het hoogteverschil verkeerd in. Ik struikel en val met de volle 100 kilogram en veel lawaai op mijn gezicht. Vergeet daarbij niet mijn linkerscheenbeen eerst recht op de stalen frame te stoten om nadien langs diezelfde frame naar beneden te schuren. Als ik opkijk zie ik Tin in het gangetje tussen de kerststallen voor mij staan met daarachter enkele onbekende kerstmarktgangers die ongerust halt houden en lief vragen of we hulp nodig hebben.

Een gigantische flash-back dringt zich echter ter plekke bij mij op. Naar 28 april 2020. Toen ik de koorden van de slaaptent van Sam en Ella in onze tuin dacht gemist te hebben. De slaaptent opgezet om ‘s nachts vlak bij de pas ontdekte nest kleine konijntjes te blijven, om ze te beschermen tegen marters en dergelijke. Ik dacht toen eerst dat het aan Sam en Ella lag met dat overdreven en idioot gedoe. Toen ik een beetje gekalmeerd was dacht ik zoals zo vaak dat het aan mezelf lag. Domme kloot dat ik was. Ik had maar beter moeten opletten. En nu pas besef ik dat het ook toen al aan dat ene oog lag. Dat ik die touwtjes wel degelijk gezien had. Maar dat ik net zoals die houten vloer hier op de kerstmarkt de hoogte verkeerd ingeschat had. Al die onnozelaars die beweren dat na het verlies van een oog het dieptezicht zich na een tijdje herstelt. Zeveraars. Allemaal. Dat herstelt zich helemaal niet. Ja, dat herstelt zich voor een object dat zich op twintig meter afstand bevindt. En dan nog enkel dankzij de ratio. Die auto daar aan de kant van de weg, die zich naast die boom bevindt, die duidelijk pas na die villa ginds rechts van mij opduikt, bevindt zich minstens dertig meter van mij want zo’n villa is toch drie à vier keer groter dan een gewoon huis en dan moet ik de afstand tot de boom er nog bij op tellen, conclusie: ik kan rustig door rijden. Maar alles wat zich op minder dan een meter van mij bevindt is een ramp. Vandaar de ellendige rampzaligheid van tentenkoordjes, trappen, dorpels, stenen en gaten in de weg en zoals nu blijkt ook verhoogde nepkerstmarktvloeren. Dus die gebroken rechtervoet en gebroken rechterelleboog van april 2020 – en het sindsdien niet langer kunnen joggen of gewoon sporten; zelfs ping pong spelen lukt niet meer met mijn geruïneerd zicht, ik sla voortdurend naast het balletje met mijn palet – kan ik ook al op het conto van die konijnenburcht op Gasthuisberg en vooral die arrogante Hartenkoningin schrijven – specialist ophtalmologie, beschermvrouwe van alles wat oog is nota bene.

Omdat we zo uitkijken naar het concert beslis ik de pijn wat te verbijten en al hinkend door te gaan. Gelukkig. Want het optreden van Eefje de Visser is fantastisch. Er wordt prachtig gespeeld met kleur, licht en choreografie. En alles ademt nuance en stijl uit. De backing vocals voeren bezwerende armbewegingen à la Three Degrees uit waarbij enkel de blote schouders en af en toe een blote bil door de split van de lange jurken eventjes zichtbaar worden. En daar die saus van intimistische en ingetogen muziek over. Echt klasse. Het is eens wat anders dan al dat gerap over bitch en ass en wapengeweld. Als we thuis aankomen, doe ik snel mijn schoen uit en rol mijn kous naar beneden. Ik moet haar hierbij wel een beetje los trekken want ze is ondertussen al met bloed en al vastgekoekt aan de wonde onderaan, daar waar ik recht op de stalen frame botste. Het blijkt zelfs geen snijwonde te zijn, maar eerder een stuk opengescheurd vel over een afstand van 5 centimer. En boven de open wonde bevindt zich een stuk tijgervel van een vijftigtal bloedende schaafwondjes. Tin wordt kwaad. Ze vindt dat ik dat had moeten zeggen in Brussel. Ze dacht dat mijn geslaagde piratenimitatie met een ooglapje en een houten been enkel aan een verstuikte enkel of zo te wijten was. We kappen snel wat isobetadine over de open wonde. Te snel. Op enkele seconden zit ik tegen het plafond van de pijn. Ik dacht dat dat geen pijn deed, isobetadine? Vergeet het maar.

Nochtans was de dag bijzonder goed begonnen. In de ochtend moest ik voor de zoveelste keer naar het UZGent. Ditmaal om te checken of er een nieuwe bout in mijn oogkas kan gestoken worden, ter vervanging van de bout die losgekomen was na de zwembeurt in die hete zomer bij Koenie en Katrina. Ik verwacht echter niet veel van dit bezoek. Na de vlotheid waarmee mijn derde neusgat gecertificeerd en erkend werd met visastempel en al door de specialisten met de boodschap: “Daar kunnen we niet veel aan doen,” verwacht ik iets gelijksaardigs deze keer. Ik bereid me dan ook al voor op weeral slecht nieuws. Voel de depressie al opkomen. Neem me echter voor te zeggen dat ik sowieso nog ga zwemmen, epithese of geen epithese, fistel of geen fistel, gat in mijn kop of geen gat in mijn kop. Misschien niet meer in een zwembad, dat voelde de laatste keren toch niet langer lekker aan, maar zeker in de zomer in die zwaar vervuilde Noordzee. Als ik dat nog haal natuurlijk. Zegt die specialist plots: “Weet je wat we zouden kunnen proberen, mijnheer Hoskens? Dat is aan dat kunstoog, die epithese, een aanhangsel toevoegen dat als een stop in een badkuip in die fistel gestoken zou kunnen worden. Dan zou je gewoon kunnen blijven zwemmen.” Hij moet het nog wel checken met de anaplastoloog en de chirurg die mijn neusoperatie uitgevoerd heeft. Ondertussen blijken er ook al bouten met een draad van 8mm diepte te bestaan ipv die drie milimeters die ik nu heb. Bouten die dus veel steviger in mijn schedel zullen zitten en niet na een zwempartijtje los zullen komen. En volgens de laatste scans beschik ik nog over voldoende bot om zo’n nieuwe bout te plaatsen. Het kon even niet op die ochtend in het UZGent. Enorm opgelucht, zelfs blij als een klein kind, reed ik terug naar huis. Om ‘s avonds opnieuw op mijn gezicht te gaan.

Gezwinde Grijsaard

Via Whatsapp ontvang ik van Victor een link naar een artikel uit De Standaard van vandaag, 23 november 2022:

MEDISCHE FOUT

Arts veroordeeld omdat ze kanker niet opspoorde

Een gynaecologe krijgt een gevangenisstraf van een jaar met uitstel. Volgens de rechtbank liet ze na om onderzoeken uit te voeren die kanker bij een overleden patiënte hadden ­kunnen opsporen.

De patiënte overleed in 2013 op haar 38ste. Nadat de vrouw eind 2011 was bevallen, liet ze in 2012 een spiraaltje plaatsen en ging ze geregeld op controle bij de gynaecologe omdat ze klachten had. Uiteindelijk zou, na consultatie bij een andere arts, blijken dat ze baarmoederhalskanker had. Na haar dood dienden haar echtgenoot en ouders een klacht in.

‘De gynaecologe liet na om de nodige onderzoeken uit te voeren, waardoor de diagnose van baarmoederhalskanker vroeger had kunnen worden gesteld’, oordeelde de rechtbank van Dendermonde gisteren. ‘De gynaecologe ging twee keer in de fout. De eerste keer toen ze de patiënte niet zei dat een uitstrijkje van maart 2012 niet interpreteerbaar was, en dat dit opnieuw moest worden afgenomen na ontsmetting. Zij liet bovendien na om dit verder op te volgen en nam zelf ook niet de passende initiatieven toen de patiënte vijf maanden later opnieuw op consultatie kwam met dezelfde klachten.’

‘Bij de dokter hadden er alarmbellen af moeten gaan’, vindt de rechtbank. ‘Maar zij handelde vanuit een tunnelvisie waardoor zij niet de vereiste onderzoeken deed of liet uitvoeren. Door haar nalatig handelen werd de diagnose van baarmoederhalskanker pas laattijdig gesteld.’

De dokter is veroordeeld wegens onopzettelijke doding door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. Ze krijgt een gevangenisstraf van een jaar en een boete van 1.500 euro, allebei met drie jaar uitstel. Dat betekent dat de straffen niet worden uitgevoerd als er in die periode geen nieuwe feiten worden gepleegd. De gynaecologe is intussen met pensioen.

Enkele bedenkingen bij dit artikel:

1. Wij zijn 2022 – die vrouw is overleden in 2013 – dat heeft dus 9 (negen!) jaar geduurd om tot een uitspraak te komen – voor de zoveelste keer het failliet van ons Belgisch gerecht voor iedereen open en bloot duidelijk zichtbaar maar in deze welvarende West-Europese democratie vindt men dat normaal. Nog erger, wij, de Belgen, zijn niet eens in staat om de rechten van onze eigen medeburgers te waarborgen. Terwijl dat in de ons omringende landen, in Nederland, en zelfs in Frankrijk, medische slachtoffers wel erkenning krijgen, is de rechtszekerheid voor die mensen in dit kleine landje een loze belofte, een illusie, een hele verre droom. Ok, blijkbaar als je lang genoeg leeft, zo’n 9 jaar extra, en geluk hebt, zoals zelf een dokter zijn of een hele goede advocaat hebben, kun je heel misschien gerechtigheid krijgen. En dat is het zo’n beetje.

2. De titel van het artikel luidt: “Arts veroordeeld omdat ze kanker niet opspoorde.” Laat dat nu net mijn klacht naar Ilse Mombaerts toe zijn. De professor van Gasthuisberg die op basis van wat fingerspitzengefühl een doorverwijzingsbrief waarin het risico op kanker vermeld wordt gewoon naast zich neer legt. Zonder enig verder onderzoek. Zonder beeldmateriaal. Zonder enige voorzichtigheid beginnen snijden in een zone van mijn gezicht waar dat een andere dokter een risico op kanker rechtstreeks aan haar gesignaleerd heeft.

3. En voor al diegenen die zich graag verbergen achter de boutade “een ophtalmoloog is geen oncoloog,” een gynaecologe is ook geen oncologe. In beide gevallen moeten die geneesheren alert genoeg zijn om eventuele risicopatiënten door te sturen naar oncologie. En dit al zeker als het gaat om een professor van een universitair ziekenhuis, kenniscentrum bij uitstek, bovendien een éminence grise, een ‘somniteit’ zeggen ze in die medische wereld, zoals we netjes geleerd hebben in het Spiegelpaleis.

4. De tunnelvisie vermeld in het oordeel van de rechter is net hetgeen waar dat de tegenpartij ÉN de medische experten van de rechtbank zich in verschuilen. Net zoals konijnen in hun konijnenpijp. Want binnen in die enge kleine tunnel zou zogezegd alles correct verlopen zijn. De loop en de regeltjes van het tunneltje zijn gevolgd. Formalisme ten top. Worden hierbij volledig genegeerd: de doorverwijzingsbrief, de verwachtingen van mijn oogarts naar Ilse Mombaerts toe en, last but not least, de talrijke tegenindicaties die tijdens het ganse proces aanwezig waren. Zoals de gevoelloosheid van het bolletje naast mijn oog. Ik zeg maar iets. Ook hier waren er meerdere consultaties gespreid over de tijd en alarmbellen genoeg. Maar daar zwijgen ze over. Dat wordt allemaal weggemoffeld onder een hoop blablabla waarin de Somniteit geen fouten kan begaan.

5. Men zou kunnen argumenteren dat wat er gebeurd is met deze vrouw nog veel erger is dan bij mij. Voor zo ver men dat kan doen bij zo’n gruwelijke ziektebeelden. Want die vrouw had een jarenlange vertrouwensrelatie met die gynaecologe en dat vertrouwen werd grandioos beschaamd. Ik daarentegen had een probleem met mijn oog en ben daarmee eerst naar een oogarts in een lokale praktijk hier in de buurt geweest en ben daarna doorgestuurd geweest naar een echte professor ophtalmologie van het UZLeuven. Klopt. Maar ik had ook een vertrouwensrelatie met die professor ophtalmologie. Ik heb, net zoals die vrouw, vertrouwd op de expertise en de kunde van een medicus en dat vertrouwen werd ook grandioos beschaamd tot mijn eigen schade en schande.

6. Ik ben nog niet dood. Nog niet. Dat klopt ook. Maar ik ga dood gaan aan het geklungel van de dienst ophtalmologie van die konijnenburcht te Leuven. Net zoals deze vrouw gestorven is door het onverantwoord en onbegrijpbaar gedrag van haar gynaecologe.

7. Ik hoor nu al de Orde der Geneesheren in koor roepen dat het een schande is dat ik deze casus recupereer voor mijn eigen dossier. Dat dit net een bewijs is dat er tal van andere dergelijke dossiers geopend zullen worden door nog andere ‘ontevreden en ondankbare zageventjes en -vrouwtjes’ zoals mij. Dat dit alles onbetaalbaar zal worden voor ons zorgsysteem, al die processen, al die schadevergoedingen, enz… Hierin vinden ze trouwens wel wat gelijkgezinden binnen het gerechtelijk apparaat want die klagen nu al voortdurend dat ze onderbemand zijn. En die blinddoek van Vrouwe Justitia is soms wel handig. Want wat is nu een burger meer of minder? We hebben er toch al te veel, niet?

8. Maar bovenal dreigt de elitaire en zichzelf boven de wet wanende Orde wraakzuchtig dat het voor medici onmogelijk zal worden hun werk nog verder uit te oefenen als ze geen fouten meer mogen maken en zelfs de gevangenis riskeren. Bullshit. Dikke vette zever voor diegenen die het Engels niet machtig zijn. Een medicus die in eer en geweten zijn werk doet zal nog altijd kunnen voort werken en het respect krijgen die zij of hij verdient. Maar een medisch diploma is GEEN VRIJGELEIDE om ernstige medische fouten te maken. Het zijn de rotte appels, de incompetenten en de arroganten, zij die in hun onkunde of geveinsde alwetendheid bijzonder nonchalant omspringen met het leven van anderen, die een halt moeten toegeroepen worden. Straffeloosheid zoals nu bestaat is het meest perfide systeem wat er kan bestaan. Het is een vicieuze cirkel die alleen tot nog meer misbruik leidt en nefast is voor onze democratische rechtsstaat.

9. Niet dat dit vonnis zo veel reden tot jubelen geeft. De straffen die uitgesproken zijn – trouwens die 1,500 euro, wat is dat nu weer voor een belachelijk bedrag? – worden allen pas uitgevoerd als de gynaecologe nog eens zo’n fout begaat. Maar de gynaecologe is ondertussen al op pensioen! Dus wanneer gaat die nog eens zo’n fout begaan? Dus, jammer voor de mensen die nog geloven in het functioneren van onze rechtsstaat, er is helemaal geen reden om dit vonnis als een grote doorbraak te zien. Die rechtvaardige rechters zijn nog lang niet terug in Vlaanderenland. Trouwens even toegepast op mijn eigen casus: het zou me niet verwonderen als Ilse Mombaerts ondertussen ook al op pensioen is. Zo lang duurt het in mijn geval ook al.

10. In De Standaard krijgt dit artikel dan ook de plaats die het verdient: op pagina 11, links onderaan, naast wat reclame.

11. Een tante van Tin heeft echter een berichtje gestuurd dat de uitspraak de avond voordien het VTM-nieuws als een volledig nieuwsitem gehaald heeft. Daar wordt er dan plots toch gesproken over een schadevergoeding voor de echtgenoot en de kinderen van de vrouw ter waarde van 600,000 euro. Vreemd dat dat niet in het artikel van De Standaard wordt vermeld. Misschien een soort van woke discretie? Zo van ‘over geld spreken we niet’? Een te hoog ‘Laatste Nieuws’-gehalte? Of anders hebben ze het niet gedaan omdat dat bedrag niet door de gynaecologe zelf maar door haar verzekeringsmaatschappij uitbetaald zal worden. Dus dit gaat ze zelfs niet voelen.

12. Wat er ook wel gezegd wordt op VTM, en weer niet in het artikel van De Standaard, is dat er “sinds 2020 nieuwe wetten zijn die artsen aansprakelijk kunnen maken voor de door hen gemaakte fouten.” Opnieuw, net zoals in die andere recente zaak die ik ook al op deze blog vermelde, van die verlamde dokteres die een proces had ingespannen na een fout geplaatste epidurale, wordt er gezegd dat het vanaf nu aan de medici en de ziekenhuizen is om te bewijzen dat ze niets fout gedaan hebben in plaats van aan de slachtoffers te bewijzen dat de medici iets fout gedaan hebben.

13. Blijkbaar komt men na jaren van mismanagement ook in de kinderopvang tot dezelfde slotsom. In de plaats van te checken of de klachten wel kloppen en aan de crecheverantwoordelijken de kans te geven zich d’r uit te lullen of alles te verdoezelen zodat het misbruik ondertussen gewoon blijft voortgaan, hebben onder druk van de maatschappelijke verontwaardiging de dames en heren politici het beleid aangepast. Nu wordt er aan een ernstige klacht wel onmiddellijk gevolg gegeven. Kan het dan toch? Is er dan toch nog hoop? Zo ja, dan is dat niet meer als normaal in het geval van al die onmondige en kwetsbare peuters. Maar ik houd mijn hart al vast want die onderbetaalde en onderbemande creches hebben helemaal niet de macht dat dat monster met de vele koppen boven op die konijnenberg in Leuven heeft. En mijn advocaten hebben precies nog niet gehoord van deze mysterieuze nieuwe wetten. Wij zijn althans nog altijd aan het proberen te bewijzen dat zij fouten gemaakt hebben. En zelfs niet alleen meer Gasthuisberg. Nu ook al de medische experten van de rechtbank. Want we weigeren hen te vergoeden voor het schaamtelijke verslag dat ze afgeleverd hebben. Wij zitten dus nog altijd in de fase dat onze ‘klacht’ afgecheckt wordt. En het is nog altijd helemaal niet moeilijk voor Gasthuisberg, geholpen nota bene door die medische experten van de rechtbank, om te beweren dat er niets fout gebeurd is. Je moet gewoon liegen dat je zwart ziet, de slachtoffers in de waan laten dat wat ze zeggen belangrijk is om het vervolgens gewoon te negeren en keihard brullen dat alles correct verlopen is en klaar is kees. Chronos, vadertje tijd, die Gezwinde Grijsaard, regelt de rest.

Samen met de Freggels naar gene zijde

Voilà, 5 bestralingssessies op een week tijd. Vijfmaal op en af van Kortenberg naar Gent op een week tijd, met dank aan het onvoorstelbaar amateuristische geklungel van Gasthuisberg. In het beste geval of in het slechtste geval, ik weet het al lang niet meer, zou het nog één keer kunnen lukken. En het was nu al de hel. Door de bestralingen zelf maar vooral ook doordat dat trapeziussyndroom net dit moment gekozen heeft om helemaal los te gaan. Van slapen is er nu helemaal geen sprake meer. De zenuwpijn trekt omhoog langs mijn rechtoor tot boven op mijn hoofd. En langs dit parcours lopen de pijnscheuten voortdurend op en neer. Na de Paracetemol volgt de Ibuprofen, maar ik vraag me af of dat iets zal veranderen. Als ik even de pillen vergeet voel ik de nekpijn meteen weer opkomen. En ondertussen sleep ik me zowat dagelijks naar het radiotherapiecentrum van het UZ Gent.

Op weg naar daar zit ik naast Tin telkens zo veel als mogelijk snot uit mijn neus te verwijderen, hetgeen door dat derde neusgat allesbehalve een evidentie geworden is. Opdat ik straks ondanks het masker naar adem kan happen. De sessies zelf zijn nog erger dan verleden keer. Ditmaal kan ik helemaal niets meer zien. Dus nu geen lange witte arm meer met het donkere oog van Hal 9000, de robot uit de Space Odyssey, eraan. Het masker drukt mijn ene oog helemaal plat. Onmogelijk om het open te houden. Als ik mijn beklag doe, blijkt dat er een blauw kruis over het masker loopt waarvan het snijpunt net over het oog gaat. Verwijdering van het oog in het masker zou ook verwijdering van het blauwe kruis betekenen. En laat dat nu net noodzakelijk zijn voor de bestralingsmachine.

De machine die op die ene week twee keer stuk gaat. Zelfs tot hier dringt de afbraak van onze welvaartsmaatschappij dus door. Bij de aanvang van de sessies werd mij nog uitgelegd dat er voorafgaandelijk aan de eigenlijke bestralingen scans uitgevoerd moesten worden, scans om te checken dat mijn hoofd helemaal juist ligt. Die scantoestellen zijn door de luchtvochtigheid een beetje moeilijk aan het doen. En raar maar waar, vanaf het tweede incident worden er geen scans meer genomen, maar direct de bestralingen uitgevoerd. “Het is niet langer nodig,” zo wordt mij eenvoudigweg meegedeeld.

Bestralingen die deze keer niet uit één stevige bestralingsstoot bestaan maar uit 4 opeenvolgende. Alsof ze telkens eerst de linkerbovenhoek doen, dan de rechterbovenhoek, dan de rechts- en dan de linksonderkant, en zo de ganse cirkel van de kleine hersenen vol maken. Af en toe ruik ik opnieuw die misselijkmakende geur van weleer. Maar door de verschillende operaties aan en in de buurt van mijn neus is mijn reukvermogen sterk achteruit gegaan. Dus dat is nu toch een geluk bij een ongeluk zullen we maar zeggen.

Ook nog erger dan verleden keer: mijn lichaam dat niet bestraald wilt worden. Waar het protest van die krijsende stem in mij de vorige keer luidruchtig was, is ze nu oorverdovend. Met man en macht probeert ze mij van die tafel te krijgen. Maar door het masker dat mij volledig verblindt en telkens opnieuw vastnagelt aan de tafel ben ik totaal hulpeloos. Ik kan me plots inbeelden hoe dat Frankenstein zich moet gevoeld hebben toen hij door de bliksem tot leven gebracht werd.

Geen ‘The Final Countdown’ wel deze keer. Maar veel bizarder: telkens de laser zelf in gang schiet en het blauwe licht door masker en ooglid heen dringt, klinken er heel ver weg rare stemmen op de achtergrond. Raar want het zijn geen gewone stemmen. Niet de stemmen van mensen. Wel van vreemde levende wezentjes zoals ‘De Freggels’ uit mijn jeugd. Maar nog wat ijler dan die originele stemmetjes. Zeker niet verstaanbaar. Kinderlijk. Maar wel druk bezig. Even denk ik: “De zielen van de vele overledenen, die ook op dit toestel gelegen hebben, die mij waarschuwen of zich al verkneukelen op mijn nakende komst?” Maar dan denk ik: “Neen, dat kan niet. Dat is toch echt iets voor jou, Patrick, om zo’ n hersenspinsels te verzinnen.” En ondertussen zijn ze maar druk bezig ginder.

Vanalles en nog wat, en dan nog een beetje

Beste lezers, ik heb hier al genoeg slecht nieuws moeten melden, dus ik stel voor deze keer met het goede nieuws te beginnen. Het slechte nieuws kan nadien wel volgen.

Wij, of eerder onze advocaat gespecialiseerd in medische fouten, de Walrus, heeft eindelijk een echte ophtalmoloog gevonden die bereid is om zijn professionele mening neer te schrijven over wat er gebeurd is of toch in eerste instantie het medisch verslag van die zogenaamde experten van de rechtbank dat op niets trekt te beoordelen. Ongelooflijk maar waar. Deze keer maakt de Walrus mij oprecht gelukkig. Zelf was ik al een tijdje aan het wanhopen want zonder een ophtalmoloog die bereid was om onze kant van het verhaal (hopelijk, na het bekijken van het dossier) te verdedigen was ik nu al vakkundig onder de zwarte modder van dit onwelriekend landje bedolven. Bovendien is het een Nederlander, hetgeen fantastisch is want dat wilt zeggen dat we weg geraken uit het stinkende brakwater van de Vlaamse Ophtalmologensekte, van dat ons-kent-ons wereldje waar nooit iets fouts gebeurt en alles met de mantel der christelijke naastenliefde bedekt wordt, inclusief die gehate medische slachtoffers. Een land waar al sinds de zeventiende eeuw niet gelachen wordt met de rechten van de burgers en waar niet alles systematisch weggemoffeld wordt onder een dikke laag van katholicisme, gewichtig- en geheimdoenerij en een topklasse van heilige boontjes. Waar alle mensen, ook de meest gepriviligieerden, verondersteld worden een eigen mening te hebben. Terwijl hier in dit patattenland zelfs Bart Scholz van De Afspraak op een omerta stoot bij proffen waar hij vroeger nog les van heeft gehad als hij gewoon een reactie vraagt op een al veroordeelde handtastelijke arrogante prof die tijdens zijn beroepsmatige activiteiten studentes aanrandt. Lang leve Oranje!

Dan nu het slechte nieuws. Het is niet enkel dat ene letsel dat verdubbeld is in grootte op korte tijd dat een probleem vormt. Ook de overige letsels in de kleine hersenen zijn gegroeid. Dus ook hier lijken de olaparibpillen niet te werken. De radiotherapeut van het UZ Gent stelt voor om opnieuw, zoals de vorige keer, ondertussen meer dan twee jaar geleden, achtereenvolgens 5 dagen na elkaar de kleine hersenen te bestralen. Dus niet de volledige hersenpan omdat dat een te grote impact zou hebben twee keer na elkaar maar wel de kleine hersenen. Afgaande op de voorgaande keer – dat ellendige gevoel gedurende meerdere weken, het gevoel een levende zombie te zijn – zie ik zelfs dat niet zitten. We beginnen op dinsdag 8 november. Het enige ‘goede’ nieuws dat de radiotherapeut me nog weet mee te geven is dat het ooit nog een derde keer zou kunnen gebeuren, zo’n bestraling. Ik zal nu zitten aan 1 WBRT + 1 SBRT. Misschien kan het dus nog een derde keer. Maar dan is het definitief gedaan.

Ter voorbereiding van de sessies hebben we het masker al klaar gemaakt. Het masker van was waarmee ze je vastleggen en vastmaken op de bestralingstafel. Voor de tweede keer zie ik het gele wassennet dreigend op mijn gezicht afkomen, voor de tweede keer voel ik ze nadrukkelijk drukken op mijn voorhoofd, neus en wangen, voor de tweede keer maken ze snel een opening voor mijn mond zodat ik toch nog een beetje kan ademen, voor de tweede keer voel ik hen markeringen met de stift aanbrengen op mijn lichaam nadat ik een drietal keer door de scanner gepasseerd ben. Deze keer is er wel geen muziek, hetgeen na The Final Countdown de vorige keer, een heuse opluchting is.

En ik vrees dat het slechte nieuws hier niet stopt. Zoals steeds komt een ongeluk zelden alleen. Het cynisme van deze uitspraak zal jullie niet ontgaan. Het knagende pijngevoel dat ik al twee jaar heb in mijn achterhoofd sinds de voorgaande bestralingssessies blijkt inderdaad niet van de tumoren te komen zoals de oncologen altijd beweerden maar van een trapeziussyndroom. Of hoe dat een ongelukkige combinatie van ziektebeelden tot vreemde kronkels in de hersenen kan leiden. Het blijkt vooral mijn rechternekspier te zijn die volledig klem zit, hetgeen uitstraalt naar het hoofd. Oorzaak: gestopt met zwemmen na 20 jaar intensief zwemmen en vooral heel, heel veel stress. Tiens, hoe zou dat komen? Sinds kort ben ik in behandeling bij een kinesitherapeute en elke sessie doet enorm veel deugd. Maar de dagen na de sessie zijn bijzonder pijnlijk. Het is alsof de doffe knagende pijn door de kine volledig ontbonden wordt en dan in vlammende stekende pijnscheuten omgezet wordt, nog steeds aan mijn achterhoofd maar vooral ook boven en naast mijn rechteroor, tot zelfs het topje van mijn hoofd. Ik slaap nog amper. Ik word s’nachts al na een uur of 2 wakker van de pijn. En hoe ik me ook leg, op links, op rechts, op mijn rug, steeds komt de pijn al na enkele seconden terug. Gevolg: rusteloos woelen in bed de ganse nacht. Zelfs mijn derde neusgat verdwijnt op de achtergrond bij al dat leed. Ondertussen zit ik al aan de paracetamol. En kersenpitkussentjes uit de microgolf. Allemaal om de doorbloeding van de nekspier te bevorderen en de pijn te verzachten. Het zou d’r allemaal nog bij kunnen maar op dit punt heb ik meer last van deze zenuwpijnen die normaliter tijdelijk zijn dan van die tumoren die hoogstwaarschijnlijk dodelijk zullen blijken te zijn. Mensen zitten toch echt vreemd in elkaar.

De farizeeën hebben Leuven ingenomen!

Die tempel van Leuven, het UZ Leuven, het Universitair Ziekenhuis van Leuven, meer algemeen bekend als Gasthuisberg, aanhangsel van de Katholieke Universiteit van Leuven, of is het de Universiteit ontstaan in 1425 die een aanhangsel is van het Ziekenhuis? Duidelijk is het al lang niet meer.

Maar Katholieken dus. Christenen sowieso. Meer dan vijf jaar heb ik geleden door jullie toedoen, in jullie naam. En al honderd keer, wat zeg ik?, al meer dan duizend keer heeft de haan gekraaid. En op geen enkel moment, geen enkele keer, niet één keer, hebben jullie mij erkend! Bekende hypocriete schlemielen.

Jullie hebben mij laten hangen aan het kruis. Mij laten dood bloeden voor jan en alleman; 1 oog kwijt, 3 neusgaten ondertussen, lymfeklieren en een bijnier verwijderd, stuk neus en geur weg, gezwellen in de hersenen, chemotherapie, bestralingen, alles heb ik al moeten verduren. En nog hebben jullie de euvele moed mijn bestaan te ontkennen. Te ontkennen wat jullie niet of slecht gedaan hebben. Te liegen in mijn mismaakt gezicht dat op jullie neerkijkt!

Op jullie neerkijkt want jullie hebben geen eer, geen zelfrespect, geen eigenwaarde. Jullie pretenderen christen te zijn maar jullie verdienen nog niet het zweet aan Zijn Voeten. En dat allemaal in naam van de wetenschap, of is het de geografische ligging van jullie campus die jullie naar het hoofd stijgt, of is het een goede score behalen op de nationale én de internationale schaal der ziekenhuizen?

Daarvoor zonder scrupules liegen als de pest, zelfs voor het gerecht. Gediplommeerde leugenaars afsturen op al verloren medische slachtoffers zoals mij. Hen voorstellen als zwakzinnigen per toeval hangend aan een kruis waar men niet naar moet luisteren. De farizeeën in hun tempel stelden vergeleken met jullie niets voor.

“Ah ja mijnheer, dat is hier zoals op die goede oude Googleschaal een vijf op vijf. Wat zegt u? Neen mijnheer, wij maken hier geen fouten. Neen mijnheer, geen kleine en geen grote fouten. Wij zijn perfect hier boven op de berg. De zon schijnt hier altijd. En als ze hier niet schijnt gaan we wel een pintje drinken op de Oude Markt, of een Würst eten van Jeroen Meus, of iets chics in een van die dure restaurants aan de Nieuwe Vaart want gezellig is het hier wel.”

Alles, maar werkelijk om het even alles, om de schone schijn hoog te houden. Of zoals jullie eigenste Jezus Christus het zelf al stelde: Mattheüs, hoofdstuk 23: vers 27-28: ‘Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er van buiten fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn.

Nog even

Nog even en ze hebben van mij het lijk gemaakt dat ik ben

Ben ik de hond die van Gasthuisberg, het Versailles van Leuven, mag sterven in zijn hoekske thuis

Nog even en ik verlaat al brandend deze aardkloot

Niet om terug te keren als een fenix zoals Sylvia Plath maar als een weerzinwekkend spook

Om deze neprechtsstaat vol nationalistische oetlullen en malafide klootzakken verder te kakken te zetten

Aan te klagen voor Gods gerecht en dat van al de mensen in de toekomst

Zodat iedereen zal zien wat het was: midden in het rijke, welvarende Westen een koninkrijk van nijd en leugens over burger- en andere rechten in stand gehouden door schone schijn van wel willen maar niet kunnen, of neen, wacht, het is andersom.

De ellende duurt voort – met dank aan het zelfingenomen Gasthuisberg

De dag nadat we de factuur van de Witte Koningin en het Wit Paard ontvangen, worden we verwacht in het UZ Gent. Op de dienst Oncologie. Om de drie maanden ondertussen – aanvankelijk was het om de twee maanden – wordt er een nieuwe CT-scan afgenomen van mijn thorax en van mijn hals en dus om de zoveel tijd moeten we naar UZGent om te horen wat de resultaten zijn. De laatste tijd was het altijd positief: de ‘letsels’ – eufemistisch taalgebruik voor tumoren – waren stabiel of verkleind of zelfs niet meer te vinden. Het was telkens ook het moment waarop ik een nieuwe dosis Olaparibpillen mee kreeg. Soms ging ik zelfs alleen, zozeer was het een routineklus geworden. Maar deze keer ging Tin nog eens een keer mee. Alsof ze het aanvoelde wat komen ging.

Telkens was het wachten op de resultaten van de scans verschrikkelijk stresserend. Telkens was er de onuitgesproken vrees dat er opnieuw problemen zouden zijn. Nieuwe behandelingen nodig. Keken we stilletjes naar elkaar in de wachtkamer uit de jaren ‘70 met TL-lampen. Tot nu toe was het gelukkig altijd niet zo. Maar deze keer is het dus wel raak. Doordat de hals redelijk ver doorloopt wordt er ook telkens een CT-scan gemaakt van mijn achterhoofd waar zich de kleine hersenen bevinden. Die kleine hersenen waar zich die zeven uitzaaiingen bevonden en waarvoor op de tonen van ‘The final countdown’ de Whole Brain Radio Therapy plaats vond in de zomer van 2020. Het blijkt dat een van die ‘letsels’ niet langer stabiel is maar op drie maanden tijd zelfs verdubbeld is qua grootte: van 1 cm naar 2 cm in doorsnede gegroeid is.

Deze keer is het niet mijn oncologe die mij ontvangt, maar de jonge assistent die bij het galincident nu ook al bijna een jaar geleden met luide stem empathie aan het oefenen was. Rita, de verpleegster die mij opvolgt in het kader van de olaparibstudie en in dat kader regelmatig bloed bij mij afneemt, maakt er echter een punt van om aanwezig te zijn op de consultatie en zorgt zo, de schat, enkel en alleen door haar aanwezigheid, voor een evenwichtiger gebeuren. “Het is alsof de Olaparib overal werkt behalve daar,” zo vertelt de assistent. “En door de aanzienlijke groei van dat ene hersenletsel op korte tijd moeten we bekijken wat we eraan kunnen doen.” Opnieuw slaat het nieuws in als een bom, maar deze keer zonder detonatie. Je verwacht al iets, je hebt al enorm veel schrik, jouw lichaam staat al gespannen en gebogen klaar voor de impact, dus in die zin ben je een beetje voorbereid. Maar de verwoesting die onmiddellijk volgt blijft even massaal. Misschien kunnen we het nog het beste vergelijken met die thermobarische raketten die de Russen in Oekraïne gebruiken, onder andere want de smeerlapperij dat die daar uithalen, zelfs tegen de burgerbevolking, kent geen grenzen. Deze raketten zuigen alle lucht uit de omgeving en doen die dan ontploffen. Mensen, grote dieren, kleine dieren, insecten, alles wat ademt in een straal van 300 meter stikt want geen zuurstof meer aanwezig. Zo was ook dit nieuws. Alle hoop, alle langere termijn projecten, het ganse komende jaar, terug gaan werken, terug dromen, alles weg, op 1 miliseconde. Niets dan verschroeide aarde. In dat donkere, bruine bureautje op de eerste verdieping van de K12.

Vandaag gaan ze een MRI nemen om te kijken wat er eventueel nog kan ondernomen worden. Gedacht wordt aan een heel geconcentreerde bestraling van dat ene punt, van die ene tumor. En wie weet, als we het hierbij houden, kan er misschien ooit nog eens een keer een bestraling gebeuren. Is mijn persoonlijke hersenbestralingscapaciteit nog niet opgebruikt met 1 WBRT en 1 geogelocaliseerde behandeling. En ben ik nog niet noodzakelijk gedoemd om louter te wachten op de dood.

Niet dat deze horror, het zoveelste gevolg van al het amateuristisch geklungel van Gasthuisberg, het enigste was van de afgelopen weken. Op vakantie in Italië – een weekje in de Maremma, tussen de tweede zit van Sam en Tin die terug moet beginnen werken in – valt een korstje uit mijn lege linkeroogholte tijdens een zwembeurt in de wilde zee. Op dat moment leek dat goed nieuws. Want achter zo’n korstje zit toch nieuw jong vlees, niet? Dus wij maar voort zwemmen en spelen en genieten van het zalige zeewater. Als ik echter ‘s avonds aan Tin vraag om de wonde vlak onder de oogkas te ontsmetten, je weet maar nooit met wat daar allemaal in de zee zit aan beestjes en bacteriën enzo, loopt het ontsmettingsmiddel vanuit de holte recht mijn neus en mijn keel in. Er blijkt een heus gat in mijn hoofd te zitten. Even paniek samen met wat kokhalzend hoesten. Even de vraag of we niet vervroegd naar huis moeten. Stel dat dat ontstoken geraakt in mijn hoofd? Al die sinussen in dat voorhoofd? Of toch de enkele die ik nog heb? We besluiten echter dit (nog) niet te doen. Eerst even checken bij de engelbewaarders van dienst, Yvo en Willem, beslissen we. Dus stuur ik midden in de nacht, ik kan toch weer niet slapen, enkele Whatsappberichtjes naar beiden. ‘S ochtends krijgen we de antwoorden al binnen: stoppen met zwemmen, stoppen met de budesonid voor de spoeling van mijn neus wat dat zijn corticosteroïden die de heling van een wonde verhinderen (en dus misschien het gat veroorzaakt hebben), isobetadine aanbrengen op de wonde, toedekken zodat er geen vuil meer in kan en afspraak maken met de plastische dienst van het UZ. Ok, dat niet langer zwemmen is een serieuze streep door de rekening maar de rest moet haalbaar zijn. Dus gaan we die ochtend zelf nog naar Grosseto om alle nodige spullen aan te schaffen. En stuur ik vlug een mailtje naar de dienst Plastische van het UZGent.

Als we terug zijn van Italië blijkt dat we de week nadien al naar het ziekenhuis kunnen. Dus de avond van de dag van de factuur, jawel dus, tussen de zaligmakende factuur die in de ochtend aangetekend afgeleverd werd en het slechte nieuws van de dag daarop, kunnen we binnen bij Nicolas Dhooghe, de plastische chirurg die mij begin 2019 ook mee geopereerd heeft. Feedback: uit de scans blijkt dat er inderdaad een doorgang zit tussen de neusregio en de linkeroogkas. Het is niet zo eenvoudig te herstellen. Vooral ook gegeven de nogal verregaande gezichtsreconstructie die ze de vorige keer al hebben moeten uitvoeren. De chirurg stelt daarom voor om af te wachten en te zien hoe het verder evolueert. Hij beweert wel dat ik me geen zorgen moet maken over een nakende infectie. Dat het is alsof ik er een derde neusgat bijgekregen heb, maar niet meer dan dat. Zwemmen raadt hij voorlopig wel af.

Wat ik ook gekregen heb die ochtend, in het vaccinatiecentrum van Kortenberg dan weer, het is een wel heel drukke dag geweest voor lichaam en geest, is het vijfde coronavaccin, full option, all included, zelfs omikron zit er al in. En misschien is het de frisse lucht, maar bij het buiten komen uit het ziekenhuis, bij de overschakeling van warme lucht naar koude lucht, voel ik de slijmballen al naar beneden komen. Ik probeer mijn neus te snuiten, maar de lucht ontsnapt onherroepelijk langs het nieuwe, derde gat. Druk zetten is onmogelijk. Mijn gezicht is een spuitende walvis geworden. Ik kan alleen maar alles laten lopen. Met enkele stukken van een papieren zakdoek in mijn neusgaten rijd ik onder de snottebellen huiswaarts. Ook weer pure regressie voor mij: zo kwam ik vroeger ook thuis aan op mijn rode torpedofietsje, zonder stukjes papier in de neus dan wel. Alleen past het totaal niet voor een volwassen man van 56 jaar.

Gevallen engelen

Enkele dagen geleden heb ik een mooi aangetekend schrijven ontvangen. In een witte enveloppe van A4-formaat. Mét priorpostzegel. Verzender: de Witte Koningin. Na openmaking blijkt dat het een factuur voor de geleverde diensten betreft. Of ik vermoed het toch want de term die de zogeheten medische experten zelf gebruiken is ‘erelonen.’ Dus misschien komt het nog bovenop de factuur zelf. Zoals in een ziekenhuis. Het is geld dat de hooggeleerde medici vragen voor de moeite die ze zich getroost hebben op mijn dossier. En wat blijkt? De Witte Koningin, de medische experte aangeduid door de rechtbank, vraagt 2843,5 euro voor haar gemaakt empathische interventies. Het Witte Paard, de expert in ophtalmologie meegebracht door de Koningin, vraagt 1,503 euro voor zijn in de zetel uitgezakte galopperende uiteenzetting over een ontstoken traanzakje. Telkens mooi uitgepslitst over 1) Voorbereiding dossier 2) Zitting 3) Voorlopig verslag en 4) Finaal verslag. Bij nader toezien hanteren ze ook elk een uurloon van 200 euro – BTW niet-inbegrepen. Eerste bedenking: hoe dat ze aan die uren komen die ze beweren erin gestoken te hebben is mij een raadsel. Zo beweert het Witte Paard 2 uur aan de voorbereiding gewerkt te hebben en de Witte Koningin zelfs 4,5 uur. Nochtans kan dat allemaal gene vette geweest zijn aangezien dat Paard met instemming van de Koningin op de zitting de hele tijd over de symptomen van een traanzakontsteking bezig was terwijl dat nadien, na al onze kritische bedenkingen op het voorlopige verslag, zonder boe of bah veranderde in een verstopping van de traanwegen. Nog straffer, bij punt 4) Definitief verslag, hebben beiden het lef om te spreken over ‘antwoorden op opmerkingen’ terwijl er wat ons betreft, en dan heb ik het niet alleen over Tin en mezelf, de verontwaardigde rechtstreekse betrokkenen, maar ook onze advocaten, er net geen enkel antwoord is gegeven op al onze vragen of opmerkingen. Maar bon, samen levert dat, volgens hen, bijna 5,000 euro op voor onze dubbelwitgeschelpten.

De neerslag van al deze kostelijke werkuren is dus dat definitieve medische verslag dat gekenmerkt wordt door een besluit dat al vast lag nog voor de enige zitting plaats vond, die enige zitting die eigenlijk de installatievergadering moest zijn, de enige zitting ook waarop geen medisch raadsheer ter onzer verdediging aanwezig was wegens onvindbaar, waar bovendien alles wat er dan toch gezegd werd gewoon straal genegeerd werd. Het definitieve verslag zelf een copy paste van mijn medisch dossier zoals teruggevonden in de catacomben van Gasthuisberg, en een korte verwijzing naar enkele van onze opmerkingen op het eerste voorlopige verslag afgewimpeld met wat medische boutades of losse statements die vaak zelfs geen volwaardige zin vormen. Waarin een uitvoerig medisch weerwoord geschreven door een professor van een ander universitair ziekenhuis met één zin wordt weggezet als niet terzake doend. En een schriftelijke verklaring van de geneesheer die mij doorverwezen had naar Ilse Mombaerts, diensthoofd Ophtalmologie van Gasthuisberg, als irrelevant verticaal geklasseerd wordt. Voor dit prutswerk, grammaticale- en spellingsfouten inbegrepen, geschreven als het ware tussen de soep en de patatten, worden wij of onze rechtsbijstand, maar dat verschil maakt niet veel uit want nu gaan we nog vlugger aan het maximumbudget zitten, verondersteld om bijna 5,000 euro te betalen. Misschien denken ze dat ze door veel geld te vragen de legitimiteit en de professionele waarde van hun werk verhogen. Wat niet zo is. Want iets dat op niets trekt en niets waard is, trekt nog altijd op niets en is nog altijd niets waard zelfs als je er veel geld voor vraagt. Schaamteloze praktijken door schaamteloze mensen. En dit zijn dan de mensen die wij moeten geloven op hun woord van eer dat ze collega-medici niet kennen zelfs als ze in dezelfde praktijk op hetzelfde adres werkzaam zijn. Bijna 5000 euro. Gewoon omdat het kan. En omdat het mag.

In dit kleine land zijn onze democratische verworvenheden een bedreigde diersoort. En niet door extreem-rechts, die hebben gelukkig nog niet genoeg macht om zo’n impact te hebben, maar door de mensen die ze net zouden moeten handhaven en vrijwaren van misbruik. De mensen met standing en geld veroorloven zich om het even wat. Zelfs zij die recht moeten spreken gaan mee in halve waarheden, nemen zowaar flagrante leugens voor waar, blijven langs de zijlijn staan om vandaar nog een leugentje om bestwil te lanceren en vragen daar dan veel geld voor. Zij die al aangeslagen zijn door al het onrecht moeten maar mee kunnen. En als ze dat niet kunnen is dat hun probleem. Laat me daarom duidelijkheid scheppen: zonder inkomens- en bijstandsverzekering hadden wij al lang aan de grond gezeten. Al lang voor deze factuur. Was verder verzet nu al niet meer mogelijk geweest. Had de tegenpartij al lang hun uiteindelijk doel bereikt: ons in een hoekske wegduwen, onder een groot tapijt wegsteken, tot dat ik van deze aardbol verdwijn. Ze zijn het trouwens nu al drie jaar aan het doen. Dus lang zal het niet meer duren.

Het is een toonbeeld van onze moderne meritocratische maatschappij op zijn slechtst. Een select clubje dat confraters en zichzelf indekt ten koste van mensen die totaal machteloos staan ten opzichte van al deze wanpraktijken. Michael Young, de bedenker van de term, wist het in de jaren 50 al te zeggen: “It is good sense to appoint individual people to jobs on their merit. It is the opposite when those who are judged to have merit of a particular kind harden into a new social class without room in it for others.”

Ik stel dan ook voor dat de Orde der Geneesheren nog een extra numerus clausus invoert. Zodat ze verder het geld kunnen uitstrooien over de happy few. Dat er ondertussen een tekort is aan o.a. huisdoktoren want tal van medici kiezen een ander minder belastend beroep, oogartsen want de meesten zitten zo veel mogelijk poen te scheppen met het eenvoudigweg krassen van al die slecht werkende ogen, psychiaters want de geestelijke gezondheidszorg wordt nog altijd stiefmoederlijk behandeld en de psychiatrische patiënten zelf als paria, vandaar ook het hoge aantal zelfmoorden in Vlaanderen, het kan hen in hun statische oubollige visie op de wereld niets schelen. Zolang de uitverkorenen maar veel geld kunnen verdienen.

De politieke wereld en de rechterlijke macht gaan daar niet tegen in. Integendeel, ze huldigen en eren elke kaste omdat ze er zelf een geworden zijn. De beschikbare postjes worden daar net zozeer verdeeld over de geselecteerden. Zo ontstaat er steeds opnieuw een nieuwe sociale topklasse van ‘haves’ waarin niet de maatschappelijke opdracht van elkeen allesbepalend is maar ons-kent-ons. De grote massa van anonieme, niet-uitzonderlijke-bijdrages leverende ‘havenots’, al die gewone mensen, niet-VIP’s en niet-BV’s, komt hierbij niet aan bod. Die kunnen alleen maar hopen dat de elites van welke aard dan ook hun werk correct blijven doen, dat een politicus idealen heeft, een rechter rechtvaardig is en een dokter mensen helpt. Hetgeen vaak niet meer zo is. Werkethiek en moraliteit gereduceerd tot formalistische mooipraterij en schaamteloze zelfverrijking.

En ondertussen maar klagen dat extreem-rechts tijdens verkiezingen aan macht wint. Dat populisten overal de bovenhand beginnen te halen. Hoe zou dat komen, denken ze? Ze zijn in dit land zelfs niet langer in staat de illusie van gelijkheid van rechten in stand te houden. Zelf denk ik dat ze net als in ‘La caduta degli dei’, in die prachtige film van Visconti, denken dat zij als heersende klasse boven de veranderingen in de maatschappij zullen blijven staan. Sterker nog dat het hen alleen maar ten goede zal komen. Tot dat ze zelf ondergaan in de rampspoed mee veroorzaakt door hun eigen schuldig niet-handelen of in het geval van die allesbehalve witte engelen hierboven zelfs medeplichtigheid.

De Vliegende Vlaming

Fietsen. En nog eens fietsen. Meer heeft een mens niet nodig. Nadat het zwemmen maar niet het beoogde resultaat opleverde – een gevoel van terug samen te vallen met mijn lichaam, één te zijn, en niet langer die gespletenheid met dat onbetrouwbaar fysiek omhulsel te moeten verdragen – proberen we het een keer met fietsen, doodgewoon fietsen, en deze keer is het wel raak. Al tijdens de eerste fietstocht, van Kortenberg naar Brussel, over de nieuwe fietsersbrug te Diegem, voel ik me als herboren. De rest van de dag kan ik terug functioneren alsof er – bijna – niets gebeurd is. Ik crash zelfs niet na de middag. En ook het gevoel van verdwazing dat toch meestal aanwezig is in mijn hoofd verdwijnt met de noorderzon. Als we enkele dagen nadien ook nog eens naar Leuven fietsen, door Bertembos, en daarna langs het machtige Gasthuisberg, dat arrogante monster van een ziekenhuis dat daar op de berg ligt te slapen, wachtend op het zoveelste medische slachtoffer, ervaar ik opnieuw de bevrijdende kracht van het fietsen. We vliegen er schampend met de fiets langszij.

Zijn het mijn Vlaamse genen, die niet alleen blijkbaar kanker, maar ook Flandriens kunnen voortbrengen? Of is het de nostalgie van mijn onbezorgde kindertijd? Toen het fietsen naar de buren met mijn kinderfiets de start van mijn eigen zelfstandigheid betekende? En ik later telkens genoot van de herwonnen vrijheid bij het naar huis fietsen na de school? Weer of geen weer? Of is het niets van dit alles maar gewoon het oergeheugen van mijn lichaam dat in gang schiet door de eenvoudige mechanische bewegingen ? Het lichaam als opslagruimte van al onze ervaringen? Als bron van wie of wat we zijn? Als allesbepalend vehikel? Het omhulsel dat alles samen en vast houdt? Wat het ook is, de impact op mijn algemeen welgevoelen is gigantisch. Het verschil met het zwemmen rechtevenredig groot. Als ik eindelijk van mijn fiets afstap hoor ik de Armstrong in mij zeggen: “Het is een kleine stap voor de mensheid, maar een gigantische stap voor Patrick Hoskens.”

Ondertussen ben ik begonnen aan het dagboek van Matthieu Galey, een literair criticus die zijn hele leven zelf een groot literair meesterwerk wilde schrijven, daar nooit in geslaagd is, maar postuum bekend geworden is met zijn bijzonder scherpe schrijfsels over de literaire wereld van Parijs in de jaren ‘50 tot en met ‘80. Het is een fantastisch boek. Het leest als een trein. Alleen wordt het voor mij, als niet-franstalige, een boemeltrein want ik moet voortdurend dingen en mensen waar ik nog nooit van gehoord heb opzoeken op het internet. Maar het is zo mooi geschreven dat het mij niet veel moeite kost. Bovendien kom ik al snel tot enkele voor mij verrassende vaststellingen:

1. Wat een incestueus, benepen, m’as-tu-vu wereldje was (of is?) dat literaire milieu in Parijs toch. Zou dat hier in ons zo behoudsgezind Vlaanderenland ook zo zijn? Ik zie nu alvast pas in wat voor een zielige, onwezenlijk pathetische pogingen dat van mij waren toen ik de afgelopen jaren probeerde een boek gepubliceerd te krijgen door gewoon een manuscript te sturen naar zo’n beetje alle uitgevers. Het verklaart ook ineens waarom al die BV’s voorrang krijgen als het over het publiceren van boeken gaat. Het ganse wereldje leeft van holle imago’s en notoire reputaties. Inhoud is het laatste wat telt in hun enge vrije markt. Daar stond ik dan langs de kant van de weg, onbekend en onbemind, te wuiven met mijn maatschappelijk relevante boeken. Die uitgevers of editoren hebben zich ziek gelachen met al mijn doorleefde schrijfsels. Als ze het al gelezen hebben.

2. Galey zelf was een toffe ket. Homosexueel, anti-nationalistisch, anti-extreem-rechts, links eigenlijk maar hij wilde het niet zo zwart-wit gesteld hebben. Of misschien klopt die gematigheid wel en was hij 1) gewoon begaan met andere mensen en 2) geloofde hij niet in militaristische oplossingen voor politieke conflicten. Anderzijds schrijft hij onomwonden, na de vaststelling hoezeer de aristocratische en de fils-à-papa connecties tweehonderd jaar na de Franse revolutie nog steeds het maatschappelijk weefsel bepalen: “Je zou voor minder communist worden.” Een wel heel beladen conclusie in die warme jaren ‘50, vlak voor de echte koude oorlog losbarstte.

3. Want in Frankrijk waren dat toen ook al heel spannende tijden, die jaren ‘50. De opkomst van extreemrechts tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. De overgang van vierde naar vijfde republiek vooral gekenmerkt door een grote toename aan macht van de president, op dat moment Charles de Gaulle, even nadien zelf het voorwerp van een mislukte moordaanslag. Er werden toen zelfs nog boeken verboden in dat nieuwe Frankrijk. Amper een halve eeuw geleden. Kun je je dat nog voorstellen?

4. Ook onverwachts, het aantal Franse schrijvers die met de nazis gecollaboreerd hebben. Iedereen is altijd maar bezig over dat genie Louis-Ferdinand Céline maar de lijst is eindeloos: Morand, Jouhandeau, Abellio, Chardonne, Bonnard,… Een zoveelste bewijs dat die afschuwelijke ideologie, verantwoordelijk voor zovele doden, wel degelijk maatschappelijk breed gedragen werd. En niet alleen in Duitsland dus. Zou dat bij ons ook zo geweest zijn? Een deel van de Vlaamse intelligentsia die meeging in de Zwarte Leugen, de anonieme andere verantwoordelijk stelde voor alles en het failliet van de staat luidkeels verkondigde? Als het zelfs in deze 21ste eeuw niet zo bekend in de oren zou klinken zouden we volmondig neen antwoorden.

5. Deels ook omdat zijn vader filmregisseur was en zijn moeder van rijke afkomst is het in dit conservatieve, welgestelde maar ook kunstzinnige milieu dat Galey zich in de jaren na de oorlog van kindsbeen af beweegt. Tegelijk is het dagboek van Galey, net door de directheid van de taal, in zekere zin, een eerherstel voor sommige van deze figuren. Dit geldt vooral voor de humeurige Jacques Chardonne. Op wat mysogine trekjes na is het een fascinerend figuur. Met een gevatte, scherpe tong dat wel. Ook allesbehalve bekrompen. Zo houdt zijn genegen, liefdevolle relatie met Galey stand na de ontdekking van diens homosexualteit. Zijn splijtende oneliners verdienen het om geciteerd te worden. Mijn favoriet tot nu toe is: “Sauf la souffrance physique, tout est imaginaire.”

Op de terugweg beslissen we de fietssnelweg F3 richting Brussel te nemen, via Herent en Veltem-Beisem. Kwestie van niet opnieuw langs het veelkoppige monster op de berg te moeten passeren. Nu aan een veel te traag tempo want deze keer bergopwaarts en we zijn niet allemaal Remco Evenepoels. Ook is het aan een dergelijke slakkengang absoluut te vermijden om te passeren langs de vele schimmen van al die miskende medische slachtoffers, die daar ‘s avonds en ‘s nachts radeloos rondwaren, op zoek naar enige erkenning in de hoop zo eindelijk wat rust te vinden. Want in tegenstelling tot die Hollanders die alles efficient en doelgericht aanpakken en ineens een gans schip voorzien om al die verloren zielen op te pikken, zal het hier weer de individuele burger zijn die zijn plan moet trekken. En in tegenstelling tot die mysterieuze boot die onder Nederlandse vlag met klinkende bel de wereldzeeën afvaart zijn onze fietsen veel te klein om ze allemaal mee te nemen. Hooguit eentje kan op het bagagerek van Tin plaats nemen. Mijn aftandse mountainbike is zelfs daar niet van voorzien. Misschien dat er nog eentje op mijn dwarsstang plaats kan nemen. De rest zullen we wanhopig achter moeten laten. Dat er nog een goede oude Suske&Wiske alliteratie bovenop komt is alleen maar mooi meegenomen. Maar hoeveel weegt dat, zo’n aan zijn of haar lot overgelaten en luguber spook?

Katrina & The Waves

Amai, en dat het heet was. Verzengende hitte, heel af en toe onderbroken door een fris buitje. Dat was het. Zou dit mijn laatste zomer geweest zijn? Dan is de cirkel nu rond. Met de hittegolf van 1976 als startpunt. Ik zie me nog als tienjarige avond na avond bezweet thuis komen met mijn klein, rood torpedofietsje. Overladen met het vuil van de stoffige zomerdagen en de boerderijen in de buurt. Led Zeppelin in de achtergrond dankzij de piratenzender Radio Veronica. Niet dat dat bij ons toen nog zo vaak te horen was nadat in diezelfde warme zomer mijn oudere broer en zuster op twee weken tijd van mekaar huwden en het ouderlijk huis verlieten. Mijn moeder was niet alleen een gelovige ziel, haar favoriete DJ avant-la-lettre was de Engel van Vlaanderen op BRT 2 Omroep Antwerpen: Vlaamse schlagers vol levenswijsheid en vooral een snik hier en een traan daar a volonté. En dit drie uur aan een stuk op zondagavond. Vaak ging ze zelfs vroeger slapen om dan in bed te luisteren naar het programma. Mijn vader zelf zou toen nog 25 jaar leven. Mijn moeder nog 35. Maar daar dachten we niet aan. Het leven scheen eindeloos.

Net zo eindeloos als de Alpen. Na eerst met de vrienden voor de vakantie een heuse berghuttentocht gewaagd te hebben, met maar één oog, zonder dieptezicht op korte afstand dus, nochtans handig bij het afdalen, en een door het amateuristisch gepruts van Gasthuisberg de afgelopen jaren wankel geworden lichaam, doe ik hem grotendeels over met Tin en de kinderen. En opnieuw is de tocht fantastisch. We geraken samen over de pas op 2871 meter hoogte. Het is het hoogste dat de kinderen ooit geweest zijn en vooral het hoogste dat ikzelf de afgelopen 4 jaar geweest ben. De eindhalte is het Hotel Piz Ela in Bergün, waar Nietzsche ooit nog verbleven heeft. Jammer genoeg is het restaurant gesloten. Ik had me er zo op verheugd om Ella als absolute liefhebber de lekkerste focaccias ter wereld te laten proeven.

Als we terug komen van de bergen, begint de hitte pas echt. Sam en Ella vertrekken op groepskamp naar Chimay. Wij profiteren ervan om een korte citytrip naar Metz in te plannen. Zodat we bij het terugkeren hen kunnen oppikken aan de kampplaats. Bovendien, met die oeverloze reportages in de kranten en zelfs op de tv over zwemmen in de vrije natuur, hebben we zin om ergens in de vele waters rond Metz een plonsje te wagen. Twee dagen wandelen we de stad aan de Moezel én omgeving af in de hitte. Nergens kan of mag je zwemmen. Zwemmen in de vrije natuur is blijkbaar één van de meest concrete kenmerken van de onbestaande grens tussen de romaanse en germaanse wereld. In Nederland kun je op tal van plaatsen in de vrije natuur zwemmen. In Bazel zwemt men in de Rijn en in Zurich in de Limat. Rond Berlijn ligt het vol met meren waar men zelfs kan naaktzwemmen. Maar in Frankrijk en in België kan en mag het niet. Zelfs niet met badpak. Want, zo gaat hier rond, het water is vies en zit vol met bacteriën. Misschien klopt dat ook wel. Misschien is het allemaal wat simpeler en moet ik het niet zo ver zoeken, in een vermeend structureel verschil tussen taal- en cultuurgebieden. Met ons Vlaanderenland bevinden we ons volop in het stroomgebied van de Schelde. Waarvan de bron zich in het vervuilende industriële noorden van Frankrijk bevindt. Met in de Westhoek van het land de grote varkensboerderijen en in het Noorden Antwerpen met zijn petrochemische industrie. Tussenin liggen de velden met de vele koeien die ondanks tal van mestactieplannen de grachten vol nitraat en fosfaat blijven kakken. Hoe en waar zouden wij hier nog in de vrije natuur kunnen zwemmen? In De Standaard hebben ze na onderzoek één plaats ontdekt waar het water zuiver genoeg is om te zwemmen. Of toch volledig voldoet aan de strenge EU-normen. Het betreft een door de industrie kunstmatig aangelegd meer ergens in Eisden, in het verre oosten van Limburg. Vlak aan de grens met Nederland. Enig probleem – ironie kent geen grenzen – je mag er ondanks de aanwezigheid van een Center Parcs ook al niet zwemmen.

De tussentijdse scans blijven gunstig verlopen. Er duiken geen nieuwe gezwellen op. En die in mijn lever zijn zelfs verdwenen op de CT’s. De pillen blijven dus hun werk doen. Alleen mijn hoofd blijft mij zorgen baren. De druk of pijn in mijn achterhoofd lijkt mij stilletjes aan toe te nemen. Blijft er nog steeds de vraag wat die continue zeurderige pijn veroorzaakt. Want in die hersenen zitten geen zenuwen en dus voel je van hersentumoren niets dixit de specialisten. Of toch geen pijn. Zouden het dan toch uitstralingen vanuit mijn nek zijn zoals onlangs iemand insinueerde? Stress zou een belangrijke factor zijn voor de vorming van ‘knobbels’ in de nekspieren. En stress heb ik de afgelopen jaren genoeg gekend alhoewel ik amper gewerkt heb. Trouwens, voor de geïnteresseerden, ik overweeg terug halftijds te gaan werken. Kwestie van een zinnige invulling aan mijn leven te geven want dit ondernemen, dit schrijven tegen de bierkaaien op, zou ik blijkbaar net zo goed niet doen. Buiten de mensen die mij kennen, kan het gebeurde de rest van deze gulle maatschappij niet veel schelen. Als we dan toch zo veel stikstof moeten blijven slikken, kunnen er nog wel wat andere wandaden bij.

Van de rechtbank vernemen we ondertussen niets. Zou die rechter dan toch de tijd nemen om dat ganse dossier grondig door te nemen? En in de loop van dat proces net zoals ons vaststellen dat dat expertiseverslag op niets trekt? Zou hij extra uitleg vragen aan die medische experten? Vragen hoe het komt dat ze niet meer dan wat medische boutades aan te bieden hebben? En het vertikken om op onze vele opmerkingen te antwoorden? Of gaat hij gewoon op veilig spelen? En zich net zoals die zogenaamde experten verbergen achter dat hypocriete formalisme, zonder oog voor wat er effectief gebeurd is? Zoals reeds eerder gezegd is dit mijn grootste vrees en dat dat veelkoppige monster vanuit zijn nest in Leuven hierop zit te wachten. Om dan onmiddellijk een nieuwe gerechtelijke procedure voor laster en eerroof op te starten. Alles voor de eer en om hun jassen smetteloos wit te houden. Allemaal samen tegen mij, deze ridicule moderne Don Quichot. Om zo als medisch slachtoffer door die oppermachtige windmolens boven op de berg nog wat verder belachelijk gemaakt te worden. Met een op haar bezemsteel rondvliegende en krijsende Hartenkoningin in de voorhoede.

Ik probeer dan ook om onze defensie te versterken en voor te bereiden op de komende slag. Maar mijn generaal, de Walrus zelf, is opnieuw en al sinds meerdere maanden met de noorderzon verdwenen. Emails, telefoontjes, zelfs voice mails, niets lokt een antwoord uit. Zelfs geen autoreply met de mededeling dat hij even op vakantie of retraite is. Totale en absolute windstilte. Zelfs mijn bomenadvocate weet niet meer wat te doen. Om niet compleet de moed te verliezen, stuur ik af en toe een mail met wat er volgens mij moet gebeuren. Tin is echter het ganse gedoe met Gasthuisberg kotsbeu. Hoe erg en schandalig het allemaal ook is wat er gebeurd is, vindt ze dat ik wat positiever in het leven moet staan. Zelf kan ik het gebeurde echter maar niet los laten. De gemoederen geraken hierdoor soms ten huize Hoskens nog wat meer verhit. Om het allemaal verder aan te kunnen zoeken we geregeld wat verkoeling in het zwembad van Koenie en Katrina. Op zoek naar een manier om op dat zonlicht te wandelen en te genieten van dit leven.