De weg naar Gasthuisberg (Zwemmen-16/04/18)

Op weg naar het beste en grootste ziekenhuis van België

Zwemmen als Daseinstherapie

Ik was gewoon gaan zwemmen. Zoals ik zo vaak deed. Zwemmen was mijn sport geworden. Al 20 jaar, 2 maal per week, telkens 2 kilometer. Zalig. Ideaal om te ontstressen van het vele werk en ondertussen je lichaam in een goede vorm te houden. Maar sinds kort, wanneer ik mijn zwembrilletje af deed, was er telkens een pijnscheut aan mijn oog. Een ander soort van pijnscheutje dan vroeger. Want dat zo’n zwembrilletje kon knellen is algemeen geweten. Maar dit voelde pijnlijker aan. En toen ik dan een keer, aan de rand van het zwembad, voelde waar het pijn deed, voelde ik daar een bobbeltje zitten in de linkerooghoek. Vreemd, want zonder zwembrilletje had ik nooit geweten dat het daar zat; het deed totaal geen pijn en met het blote oog zag je niets. Maar het deed wel pijn bij het afzetten van dat zwembrilletje en dus besloot ik om een afspraak te boeken bij een oogarts in de buurt van waar ik woon. In Winksele was er een bekende groepspraktijk, ze noemden zich zelfs een ‘oogkliniek’, dus daar zou ik wel in goede handen zijn. Het hoofd van de kliniek was echter te druk bezet zoals altijd en dus koos ik op website voor Dokter Veys, de derde dokter in de rij en, vooral, een aangename verschijning ook. Want het oog wilt ook wat. De afspraak werd vastgelegd voor 7 februari 2018.

7 februari 2018 – Mijn eerste afspraak met Dokter Veys

De aangename verschijning blijkt hoogzwanger te zijn. Waarschijnlijk omdat ik ook zeg dat het oog regelmatig traant, denkt ze dat het misschien gaat om een geblokkeerd traanbuisje. Maar met enige moeite slaagt ze d’r in om een vloeistof erdoor te spuiten. Met enige moeite want ik ben echt geen held in zo’n dingen. Zo’n spuit, hoe dun ook, vlak bij een oog… om de kriebels van te krijgen. Maar dan wijs ik haar nog nadrukkelijker op het bobbeltje onder de huid. En zeg haar dat dat het echte probleem is. Eerst kan ze de plaats van het bobbeltje niet goed vinden. Ik moet haar vinger bijna bij de hand nemen om te wijzen waar het zich bevindt, linksonder de ooghoek vlak voor het begin van de oogkas. Zo net waar mijn Speedo Merit zwembrilletje op drukt als ik het aandoe met de hoogste neusbrug die d’r is. Ze duwt enkele keren met haar vinger op het bobbeltje aan mijn oog. Ze weet precies niet goed wat het is en twijfelt wat het zou kunnen zijn. Het duurt in ieder geval een tijdje voordat ze zegt dat het waarschijnlijk om een ontstoken traanzakje gaat. Dat de traanbuisjes in orde zijn. Maar dat het dus gaat om nog een ander onderdeel van al het weefsel dat zich in die oogkas bevindt. Ik krijg zalf mee om extern aan te brengen aan het oog in de hoop dat de ontsteking daarmee weg gaat. Wel zegt ze dat ze betwijfelt dat het veel zal helpen. Dat zo’n ontstoken traanzakje, als het dat is, meestal operatief verwijderd moet worden aangezien extern aangebrachte medicatie niet tot bij het traanzakje geraakt. Er wordt een follow up afspraak vastgelegd op 16 april.

16 april 2018 – Mijn tweede afspraak met Dokter Veys

Dokter Veys waggelt richting kantoor. Ze staat op springen. Ik vraag me af of het haar eerste kindje zou zijn. En of het een jongen of een meisje zal zijn. Ze vraagt me hoe mijn oog geëvolueerd is. Ik zeg dat de zalf niet veel geholpen heeft, om niet te zeggen niets. In één adem vraag ik een beetje bezorgd dat het dan waarschijnlijk toch een operatie zal worden? Ze antwoordt dat ze eerst nog eens het bobbeltje wilt onderzoeken. Dus begint ze opnieuw te duwen op mijn gezicht. Ze vraagt of het ondertussen groter geworden is. Ik antwoord van niet. Het voelt althans nog altijd even groot aan. “En,” zeg ik, “als ik ga zwemmen, dan is het bobbeltje na het zwemmen precies zelfs wat kleiner.” Ik voeg er onmiddellijk aan toe: “Ik dacht zelfs dat het misschien, door de chloor in het water van het zwembad, zou kunnen genezen. Maar dat blijkt toch niet te lukken. Allez, ik bedoel, het bobbeltje zit er nog steeds en is uiteindelijk nog altijd even groot precies. Alsof de chloor maar even helpt.” Dokter Veys blijft ondertussen verder duwen op het bobbeltje. “Wat ook wel raar is, is dat het bobbeltje dan precies was kleiner is, maar het voelt dan ook een beetje gevoellozer aan.” Hier stopt ze even met duwen. “Gevoellozer?” “Ja, of als ik daar dan op duw, heb ik daar zo’n dof, voos gevoel.” Het is toch vreemd om iemand zo intens naar je oog te zien staren en toch geen oogcontact te hebben. Zelfs wanneer ik naar haar ogen kijk, zie ik haar geconcentreerd in het ijle kijken. Na nog wat verder duwen vraagt ze hoe het met het tranen van het oog zit. Ik antwoord dat dat precies toch wel wat erger geworden is, dat ik toch wel wat meer dan voorheen mijn oog moet deppen. Ze stelt voor om opnieuw de traanbuisjes te checken. Het bovenste traanbuisje lukt onmiddellijk, maar het onderste niet. Hoe zeer ze ook probeert, ze krijgt de vloeistof er niet meer door. Zelf word ik meer en meer gespannen van dat spuitje in de buurt van mijn oog. Uiteindelijk geeft ze het op en zegt: “Ik ga jou moeten doorverwijzen naar een specialist van Gasthuisberg.” Ze raadt me aan om Professor Ilse Mombaerts te contacteren. Ondertussen maakt ze een doorverwijzingsbrief klaar voor haar. Ze geeft hem mee en zegt dat ik hem aan haar moet overhandigen bij de consultatie. Ik vraag nog: “Dan is die Professor Mombaerts diegene die de operatie zal uitvoeren? In Gasthuisberg?” “Ja, normaal wel,” antwoordt ze. Gasthuisberg. Daar ben ik nog nooit geopereerd geweest, bedenk ik me. Tot nu toe ben ik, in mijn korte leven, nog maar een keer geopereerd geweest. In 1991, aan een volledige weggerotte tandzenuw, veroorzaakt door het verkeerde type plombeersel te dicht bij de zenuw gebruikt door mijn toenmalige tandarts ergens begin jaren ‘80 in Turnhout, mijn geboortestad. Maar die operatie was toen in Sint-Raphael, in het centrum van Leuven. En dat is niet hetzelfde als Gasthuisberg. Er zijn alvast veel ergere plaatsen om geopereerd te worden, spreek ik mezelf moed in. In afwachting krijg ik van Dokter Veys nog oogdruppels mee. Al in de wagen, terug op weg naar het werk, bel ik naar het nummer van de diensten van Professor Mombaerts. Zoals verwacht is de agenda van de specialiste zo goed als vol. Ik neem het eerst beschikbare slot. De afspraak gaat door op 1 Juni.

ReplyForward

Plaats een reactie