
30 juni 2019 – Salute!
Beste fans van mij :-))),
Het spijt me, maar het is mooi weer en ik ga op vakantie. Dus ga ik even wat tijd nemen voor mezelf en mijn gezin om nadien met nog betere tekstjes mijn blog verder te vervolledigen. Het zal dus even iets minder worden op patricksmedischefout.blog om nadien nog veel meer te worden (als het lukt natuurlijk).
Tot dan,
Patrick
9 oktober 2019 – Het primaat van het bioritme
Beste lezers,
Het spijt me maar ik ga weer even moeten afhaken. Het vergt meer tijd en energie om al deze dingen neer te schrijven dan je zou denken. Dus even herbronnen en dan kunnen we er weer invliegen.
Tot snel hopelijk,
Patrick
21 december 2019 – Jezeke is geboren (weeral)
Beste lezers,
Ik ga opnieuw even een pauze inlassen. Niet alleen begint de Kerstvakantie maar bovendien zijn we gearriveerd aan een nieuw hoofdstuk: “Het Land der Zieltogenden”. Een ideaal moment dus om even wat te bekomen voordat we het verhaal voortzetten.
Hopelijk wordt jullie geduld niet te veel op de proef gesteld maar, om eerlijk te zijn, sneller kan ik toch niet. Dus die vakantie valt eigenlijk wel heel goed nu
Tot binnenkort,
Patrick Hoskens
12 april 2020 – Test 1,2
Effe testen want Facebook is weer met mijn kloten aan het spelen
12 april 2020 – Test 3,4
Effe testen want Facebook is op Pasen met mijn klokkenspel aan het spelen (copyright Luth De Jongh)
14 april 2020 – Vrouwe Justitia zit ook in haar kot
Beste lezers,
Gisteren was de laatste post van het hoofdstuk ‘In het land van de zieltogenden.’ Zoals de titel al doet vermoeden, moet ik nu beginnen aan het donkerste stuk van mijn verhaal. Daarom moet ik even terug wat recul nemen en alles even op een rijtje zetten vooraleer verder te gaan.
Eigenlijk komt dat wel goed uit. Want in deze tijden van Corona, waarin dokters en verpleegkundigen heldendaden verrichten, voelt het onfatsoenlijk aan om wandaden in de medische sector aan te klagen. Zelfs als je zelf het slachtoffer bent. Kortom, blijkbaar moet zelfs Vrouwe Justitia even wachten tot dat alles terug een beetje genormaliseerd is.
Hopelijk tot snel,
Patrick
PS: Door problemen met Facebook zijn twee van de laatste posts niet opgenomen in de blog op datzelfde Facebook. Het volledige overzicht vind je dus eerder terug op http://www.patricksmedischefout.blog
28 april 2020 – Patrick Hoskens moet kapot!
Ik weet niet wie dat daarboven het bevel heeft gegeven, maar de volgende fase van het lopende project gaat in op 28 april 2020 rond een uur of zeven ’s avonds.
Aanleiding van het hele gebeuren: de konijnen van onze kinderen die ondanks castraties en infertilisaties en dus totaal onverwachts toch een nageslacht hebben weten te creëren. In een echte konijnenpijp achter het konijnenkot. Achter en dus buiten het konijnenkot. De kinderen maken zich zorgen met al die marters en vossen in de buurt en vragen of ze niet enkele nachten buiten mogen slapen om de nest konijnen te bewaken. Tot dat we ze in het konijnenkot krijgen.
Het weer is fantastisch. Warm en droog is het genoeg. Alleen hebben we geen kleine tent meer. Dus besluiten we de strandtent voor aan de zee samen met wat doeken op te stellen in de tuin vlakbij het konijnenhok maar vooral ook vlakbij de betonnen tuintafel die Koenie nog gebouwd heeft in de helling achter ons huis. En het is daar dat het onheil toeslaat. Want ligt het aan de smartphone die ik vast heb, of ligt het aan de permanente dode hoek in mijn zicht sinds de operatie in Gent, maar ik struikel over de lijnen van de windtent die zich links van mij bevinden en val meer dan een meter omlaag over de tuinbank heen. Ik slaag er nog net in met mijn linkervoet mij af te stoten op de betonnen rugleuning die pijlsnel op mij afkomt, maar mijn rechtervoet komt beneden slecht neer. Kortom, louter door het gewicht en de kracht dat erop neer komt, breek ik verschillende beentjes in mijn voet. Tot overmaat van ramp val ik door en stoot onmiddellijk daarna ook mijn rechterelleboog tegen de achtergevel van onze woning en breek ik ook nog eens mijn rechterelleboog. Verdict van het ganse gebeuren: 5 weken totale immobiliteit buiten een rolstoel op het gelijkvloers thuis.
God zij dank ben ik linkshandig en kan ik zo online thuis verder werken. Sinds enkele weken werk ik terug vier/vijfde na eerst halftijds terug begonnen te zijn. Jean, mijn baas, is opnieuw geschrokken en zegt dat ik maar moet zien wat nog lukt en wat niet. Dat mijn gezondheid nog altijd op de eerste plaats komt.
Al bij al, is de timing van het ongeval een meevaller. We zitten midden in de eerste Corona-lockdown en veel valt er dus niet te doen op dit moment. Maar dat dit net mij nu weer moet overkomen, doet toch enkele vragen rijzen. Zoals, “wie heeft in godsnaam daarboven het bevel gegeven: Patrick Hoskens moet kapot!”?
8 juni 2020 – Vreselijk nieuws
Beste lezers,
Mijn grootste vrees is bewaarheid geworden. Iets meer dan drie weken geleden, ontdekte ik een klein knobbeltje onder mijn linkerkaak. Sinds enkele dagen weet ik dat het opnieuw kwaadaardig is. Dit betekent dat ik, best case, mij opnieuw kan verwachten aan een operatie en heel waarschijnlijk een nieuwe nabehandeling. Nodeloos te zeggen dat ik mij heel slecht en vooral ook opnieuw heel angstig voel bij deze nieuwe wending.
Ondanks dit voor mij afschuwelijk nieuws ga ik de komende weken echter proberen voort te schrijven aan mijn blog. Omdat ook dit weer een rechtstreeks gevolg is van de schandalige en onaanvaardbare manier waarop ik als patiënt behandeld ben geweest door het gerenommeerde Gasthuisberg, het Universitair Ziekenhuis van de KU Leuven. Opdat andere mensen dit in de toekomst hopelijk niet meer moeten mee maken. En opdat de schuldigen toch ooit gestrafd worden in dit straffeloos systeem waarin geneeskundigen en patiënten zich bevinden in dit olijke Belgenland.
Alleen zullen de blogs waarschijnlijk bijzonder onregelmatig en minder vaak dan tot nu toe de weg naar de site vinden. Naast het verwerken van het nieuwe slechte nieuws zal ik door alles wat er opnieuw met mij gebeurt minder in staat zijn om systematisch en consequent het verloop van de gebeurtenissen te beschrijven. Hiervoor wens ik me alvast te verontschuldigen. Ik hoop dat ik op jullie geduld kan rekenen.
Wuivend handje in de verre verte,
Patrick
23 juni 2020 – Af en toe een beetje zelfmedelijden mag
Na bijna twee jaar miserie had vandaag, dinsdag 23 juni 2020, een topdag moeten worden. Vandaag terug twee ogen, twee wimpers, vier oogleden en twee wenkbrauwen. Met dank aan Maarten de Jong, topanaplastoloog van de Lage Landen. Morgen naar de bergen met goede vrienden. Prachtig weer alvast tot aan het weekend. En dan de zomervakantie van de kinderen die begint. Maar het heeft niet mogen zijn. Maandag wacht mij terug een operatie. Waarschijnlijk gevolgd door een nieuwe nabehandeling. De gruwel staat me dan ook iets nader dan de lach. Deze keer met dank aan het machtige instituut Gasthuisberg. Toch doet het ongelooflijk deugd om terug twee ogen te hebben. Terug heel te zijn. En terug genegeerd te worden op straat. Dank je, Maarten!

21 juni 2020 – De nachtmerrie duurt voort
Beste lezers,
Ik vrees dat ik heel slecht nieuws heb. Voor mij dan toch. Op de MRI die afgenomen werd ter voorbereiding van de bestralingen van de linkerkant van mijn gezicht, blijkt dat er zich nu ook al kleine metastase-tumoren in mijn hersenen bevinden. Van een kankerpatiënt met nog steeds een kans op genezing, verword ik nu tot een kankerpatiënt zonder enige kans op genezing. Erger nog, gegeven de agressieve aard van dit type tumor en de plaats van de tumoren is de kans groot dat ik nog maar een maand of zes tot een jaar te leven heb. Op dit moment wordt mijn volledige hersenpan agressief bestraald in de hoop de tumoren en vooral de groei ervan wat tegen te houden. Indien nodig kan dit in de toekomst nog een keer herhaald worden, maar niet onbeperkt. Ondertussen gaat men blijven checken of er elders in mijn lichaam zich geen verdere metastases vormen. Zo ja, volgt er dan eventueel ook nog een chemotherapie met opnieuw als bedoeling de tumoren wat onder controle te houden. Maar dit alles is dus enkel uitstel van executie.
Nodeloos te zeggen dat dit bijzonder zwaar is voor mij, voor Tin en voor de kinderen. Nodeloos te zeggen dat ik het allemaal niet meer zie zitten. Nodeloos ook te zeggen dat ik nog steeds kwaad ben (vreemd genoeg wel niet langer razend; waarschijnlijk gewoon omdat de energie mij op dit moment totaal ontbreekt) op dat arrogante Gasthuisberg en de incompetente Professor Ilse Mombaerts aldaar. Het zou mij niet verwonderen als die laatste ondertussen al op pensioen is. Vandaar dat het belangrijk is om de eindverantwoordelijkheid voor wat er gebeurd is duidelijk bij het UZ Leuven of Gasthuisberg te blijven leggen want het is hun cultuur van arrogantie, van de grootste en de beste te zijn, met dienst- of departementshoofden die als halve goden, onthecht van alles, in hun almacht denken te kunnen beslissen over leven en dood, die het mogelijk heeft gemaakt dat zo’n onvoorstelbare fouten zijn kunnen gebeuren. Onvoorstelbaar is hier het juiste woord. Want wat mij betreft hebben zij mij met al hun arrogantie gewoon vermoord. Met onvoorbedachte rade, maar toch vermoord. Ik heb aan het UZ Leuven, het ziekenhuis van mijn eigenste Alma Mater, mijn vertrouwen geschonken en het gaat mij nu mijn leven kosten.
En het is niet alleen dit laatste of die arrogante cultuur van Gasthuisberg die er uiteindelijk de oorzaak van is die ik aanklaag. Net zoals het veel te gemakkelijk is om alles op één persoon te steken, is het ook veel te gemakkelijk om alles op één ziekenhuis met een zieke bedrijfscultuur te steken. Ook het totale gebrek aan aansprakelijkheid van dergelijke diensthoofden in onze gezondheidszorg is gewoon mensonterend. Straffeloosheid is de enige term die ook maar enigszins de afschuwelijke lading dekt: gegeven het grote aantal zorgbehoevenden een lading bestaande uit ongetwijfeld tal van slachtoffers waarvan ikzelf er maar één ben.
Daar komt nog bij dat wanneer fouten zich voordoen er ook geen enkele vorm van schulderkenning is of, nog veel erger, erkenning van de slachtoffers zelf. Sinds dit alles gebeurd is nu bijna twee jaar geleden heb ik geen enkele communicatie mogen ontvangen van het UZ Leuven buiten een kort briefje van de CEO Wim Robberecht en dan nog alleen als reactie op een aangetekende klachtenbrief van mijzelf waarbij hij mij bedankte voor de feedback zodat ze daar rekening mee konden houden bij de volgende reorganisatie. En, een half jaar later, een schrijven van één of andere obscure verzekeringsmaatschappij, deze keer als reactie op een kennisgeving van mijn advocaat, die zelfs het lef had om te insinueren dat het misschien wel dankzij de volledig foutieve (wat overigens straal ontkend wordt) operatie van Professor Mombaerts was dat de kanker überhaupt ontdekt is geweest. Terwijl ik als patiënt na de operatie wakker werd in het ziekenhuis te Leuven en het bobbeltje dat de oorsprong van al mijn klachten was nog steeds gewoon naast mijn oog voelde zitten. Op exact dezelfde plaats. Daar waar het ondertussen al een maand of negen zat te wachten op de noodzakelijke medische hulp.
Dergelijke wraakroepende statements krijg je als slachtoffer, terwijl je zelf al volledig in de put zit en met je onmacht, woede en angsten al lang geen blijf meer weet, te verwerken in dit Belgisch gezondheidssysteem van potjes toedekken en toegedekt houden. Waar alles achter gesloten deuren gebeurt en achter gesloten deuren wordt gehouden. Zonder ook maar enige vorm van transparantie. Onder druk van die elitaire Orde der Geneesheren. Om zogezegd de rechten van die arme geneeskundigen-specialisten te beschermen en te vrijwaren. Jij, als slachtoffer: “Just deal with it.” ‘Trekt uwe plan’, zeggen we hier in Vlaanderen. Op je eentje en dit voor alle mogelijke gevolgen van de eventuele fouten begaan door dat medisch personeel. Fouten die door hun aard zelfs het leven kunnen kosten van medeburgers. En ik ben daar, voor eventjes nog, het levende bewijs van. Schrijnende en totaal onaanvaardbare toestanden in onze zo geroemde Belgische gezondheidszorg.
Om het helemaal af te maken, is het systeem ook nog eens zo ingericht dat het aan het slachtoffer, als totale leek in medische zaken, is om te bewijzen dat er fouten gebeurd zijn. In de hoop op toch maar enige rechtspraak ben ik, als burger, dus verplicht om een rechtszaak op te starten in de hoop om, al is het postuum, enige genoegdoening te krijgen. En ik weet nu al wat de standaardrepliek gaat zijn van de verantwoordelijken binnen de medische wereld: “Dat is pertinent onwaar. Ik zeg u wat mijnheer Hoskens vertelt, is niet de waarheid. Er bestaan wel degelijk kanalen via dewelke patiënten een klacht kunnen indienen. En er bestaan zelfs medische experten die dan hulp en ondersteuning bieden.”
Mijn antwoord daarop luidt: “Kust mijn kloten, smeerlappen. Er bestaan schimmige commissies geleid en beheerd door diezelfde specialisten en Orde der Geneesheren. Wederom achter gesloten deuren en zonder waarlijk onafhankelijke partijen. En er bestaat juist nuldebollen transparantie naar de burger toe. Het is gewoon een schande wat voor een status van ongenaakbaarheid jullie hebben weten te creëeren rond jullie geneesheren. Het is een perfide systeem dat volledig met de grond moet gelijk gemaakt worden. En het allerergste is nog dat jullie dingen zoals het beroepsgeheim, of nog erger, de privacy van de patiënt, MIJN privacy dus, inroepen om toch maar niet een meer transparant systeem te creëren waarin ook slachtoffers zich vertegenwoordigd en GEHOLPEN kunnen voelen. Vanuit de machtspositie die jullie hebben weten op te bouwen in dit land, is dat gewoon crapuleus wat jullie allemaal doen. Zoals misschien ondertussen al duidelijk is, kan mijn privacy op dit vlak mij niets schelen. Wat ik wil, is op een correcte manier geholpen te worden en dat iedereen weet wat er gebeurt waar onder de verantwoordelijkheid van welke mensen. En wat mij betreft de goede én de slechte dingen. Meer niet.”
En diegenen die zeggen dat ik dit allemaal nu zeg uit rancune, omdat ik kapot ben van de laatste prognoses, zoals een klein teleurgesteld kind dat de behoefte heeft om wat na te trappen, laat mij hen gerust stellen. De tab ‘J’accuse’ bevindt zich al maanden op mijn blog, te wachten op aan- en invulling. Dus de thematiek en mijn standpunt daarover ligt al een tijdje te rijpen. Ik ben er alleen nog niet toe gekomen om het allemaal uit te schrijven en de vraag is of het ook mentaal mij nu nog ooit zal lukken. Maar dit is dus niet allemaal gezegd in een opwelling van zielige en pathetische teleurstelling. Dit is allemaal gezegd met een stevige opgerichte middenvinger en een welgemeende fuck you à la Kowlier.
Voor het geval dat er iemand de onweerstaanbare drang voelt om alles weer met de Katholieke mantel der liefde te bedekken met de boutade: “Maar iedereen maakt toch fouten? Moeten we dan elke fout gaan uitsmeren in rapporten en officieel bestraffen?” Neen, dat hoeft niet. Maar een eenvoudige classificatie van laag naar hoog als 1) menselijke fout, 2) professionele fout, 3) nalatigheid en 4) misdaad, zou ons al een pak verder helpen. En de meer ernstige gevallen, tja, die moeten inderdaad publiek gemaakt worden. Om de schuldigen openlijk verantwoordelijk te stellen, maar vooral ook om te voorkomen dat het opnieuw, daar of elders, gebeurt. En om jullie ineens op weg te helpen: in mijn casus, die mooie term uit jullie medische wereld, die mij volledig objectifieert ondanks mijn eigen mens-zijn dat ok, ok, op dit moment moord en brand roept (ik moet me hiervoor toch niet verontschuldigen zeker?), is het een combinatie van grove nataligheid en ernstige professionele fouten die aan de basis liggen van mijn nakende vroegtijdige dood.
Blijft natuurlijk mijn eerste, belangrijkste boodschap van dit iets te lang uitgevallen schrijven. Ik heb niet lang meer te leven en ik heb dit in eerste instantie te danken aan het UZ Leuven en Professor Ilse Mombaerts. In eerste instantie. Want dat ik kanker heb gekregen, kan ik niet aan hen verwijten. Dat ik er waarschijnlijk binnen dit en enkele maanden aan ga sterven wel. Het is de hel voor mezelf en mijn gezinsleden. Geen idee in hoeverre ik nog de blog verder ga kunnen aanvullen en in welke omstandigheden. Ik hoop alleen dat ik in staat zal blijven een zeker niveau aan te houden want scheldpartijen kennen we op dit moment al genoeg in onze brave new world vol enggeestige nationalisten en stompzinnige racistische prietpraat.
5 september 2020 – Pasen na tal van oorvijgen
Ik had het moeten weten. Toen ik hen daar zo zag staan konkelfoezen met hun rug naar mij toe aan het eind van dat smalle kabinet, samen met die lange gang één grote konijnenpijp; Hartenkoningin en het Witte Konijn, op het einde van mijn eerste consultatie op de dienst ophtalmologie van dat statige Gasthuisberg. Die rimpeling onder dat bevroren wateroppervlak had ik moeten opmerken. Hoe Hartenkoniging met een bezwerende handoplegging ogenschijnlijk (toen ik zelfs nog twee ogen had) het Witte Konijn gerust stelde en haar met een dwingende hoofdknik duidelijk maakte dat zij alle verantwoordelijkheid op haar nam, wat ook haar rol was, boven op die berg in haar goddelijke hoedanigheid. Dit alles vlak voor ik mezelf omdraaide en de deur achter mij toe sloeg. Ik had op dat moment moeten beseffen dat er iets niet klopte. Dat ik daar niet in goede handen was. Dat zelfvoldaanheid en autocratie in een katholieke setting een bijzonder dodelijke cocktail geeft. Daar en toen op het einde van mijn eerste consultatie met professor Ilse Mombaerts van het UZ Leuven. Ik had het moeten weten. Maar nu is het allemaal veel te laat en ben ik reddeloos verloren.
11 september 2020 – Kloten
Wat die onnozel notarissen, die lijkenpikkers eerste klas, die hoeders van the powers that be, conservatievere mensen ga je niet vinden, natuurlijk ook niet zeggen is dat zelfs als je een testament opmaakt, en je de ‘getrouwde situatie’ gewoon wenst te simuleren als samenwonend koppel – de ene helft van je goederen, roerend en onroerend, gaat naar je partner, de andere helft naar de kinderen – dat zelfs dan die partner nog altijd gefucked is. Want de belastingaanslag op die erfenis in het geval van de partner en de kinderen verschilt nog altijd heel erg – een verschil van zo’n 40% als ik het goed begrepen heb – de kinderen verliezen 10% en de partner 50%.
Daar heeft die notaris van de Blijde Inkomststraat niets van gezegd. Geen woord. Zelfs geen letter. Natuurlijk, het zou kunnen, en dit is de goede versie van de feiten, dat dat verondersteld wordt algemene kennis te zijn, dat Belgisch erfrecht. “Allez, wie weet er dat nu niet?” En ja, inderdaad, mea culpa, meer dan een jaar geleden had ik, mezelf een domme kloot voelend, mijn hand moeten opheffen, want ik ben gewoon niet zo praktisch ingesteld en houd me dus in normale omstandigheden niet bezig met zo’n dingen. Daarvoor is het leven mij te dierbaar.
De klootzakjes op deze wereld echter die nu in hun vuistje lachen en misschien zelfs de reflex hebben om te zeggen: “Ja, dat hebben we wel gezien dat je niet zo praktisch bent ingesteld. Wie vertrouwt er nu zo maar een Prof van Gasthuisberg die zegt dat je probleem maar een probleem van lichte aard is, dat regelmatig voorkomt en dat overeenkomstig slechts een lichte routine-operatie vergt? Je moet altijd voor een second opinion gaan.” Wel klootzakje, twee dingen: 1) de spijt die ik voel dat ik dat niet heb gedaan, kun jij niets eens bevatten, dus rot op met je kloteopmerking en 2) zoals reeds eerder gezegd, ik ben gemaakt en opgevoed door twee heel gezagsgetrouwe, maar dan ook heel plichtsgevoelige, schatten van mensen. Ik wijd het dan ook voor een stuk aan mijn eigen simpele Vlaamse boerenziel, dezelfde ziel die ik zo zie ontaarden rondom mij in idiote nationalistische drogredenen en stompzinnigheden, waar geen enkele schoonheid of stijl in valt terug te vinden, dat maakt dat ik dat niet gedaan heb. Dat ik tot mijn grote scha en schande het volste vertrouwen had in dat Gasthuisberg en die UZ Leuven, en aangezien ik vermoed dat jij alleen al op basis van je reactie eerder behoort tot datzelfde kamp van conservatieve klootzakjes als die notarissen, kun jij mijn kloten kussen. Capisce? Veel succes trouwens verder met je banale overlevingsstrijd (waarom zou ik in hemelsnaam meer respect voor jou tonen dan jij blijkbaar kan opbrengen naar mij toe?).
Mijn excuses voor deze korte randnota, beste lezer. Om even terug te komen op mijn verhaal: de slechte versie van de feiten is dat die notaris dat verdomd goed wist en het dus bewust verzwegen heeft. “Als die idioot denkt dat met een simpel testament, hij het ‘in zonde leven’ denkt goed te kunnen maken, dan heeft hij het goed mis. Die partner van hem gaat verschieten wanneer het zo ver is.” Mensen die gegronde redenen hebben om te vrezen dat ze op korte termijn gaan dood gaan lekker een kloot afdraaien dus. Dienstverlening beperkt tot een absoluut minimum. Geef de mensen wat ze willen, zoals een testamentje, maar zorg er vooral voor dat Vadertje Staat niet te veel geld verliest, toch niet aan de vele zondaars in dit land. En dit anno 2019.
Wel, slecht nieuws voor die klootzakken: hef de trompetten op, laat het feestgeschal weerklinken en verkondig het goede nieuws in het ganse land: Tin en ik, we gaan trouwen. Omdat we mekaar, al bij al, toch wel heel graag zien en omdat ze het geld goed gaat kunnen gebruiken. En omdat dit bananenland nog altijd en zonder scrupules wettelijk samenwonden afstraft voor het nooit echt gehuwd geweest zijn. Om de kwatongen voor te zijn: de CD&V en het Belgisch koningshuis hebben hier niets mee te maken, dat zijn Katholieken, christenen dus, die doen zulke dingen niet, want die kennen medeleven en hebben begrip voor andersdenkenden.
15 september 2020 – Als het noodlot jou eenmaal in het vizier krijgt, is er blijkbaar geen stoppen meer aan
Jullie raden nooit wat door de radio blèrt bij aanvang van de eerste Whole-Brain-Radio-Therapy sessie in het bestralingscentrum van het UZ Gent; die WBRT die aanvankelijk mij wordt voorgesteld als een eenmalige vingeroefening, want het lichaam kan twee zulke behandelingen niet aan, zo belastend is het.
Ik ga jullie niet vragen om drie keer te raden, want jullie raden het dus nooit heb ik zelf gezegd, maar jawel hoor, het was The Final Countdown van Europe. Voor mensen van mijn generatie een evergreen, een niet kapot te krijgen nummer met hemelse synthesizers op de achtergrond en mannen met lange blonde overdadig krullende haren in strakke jeans en met wiebelende gitaren. Het nummer waar in de jaren ‘80 mensen op begonnen te springen op de dansvloer. Met de armen in de hoogte, en dan vooral op het moment dat de synthesizers beginnen te loeien: Tedeudeu, deuuuuu, tedeudeu, deudeuuuu,…
Maar ook het nummer dat je als laatste hoopt te horen op het moment dat je net vernomen hebt dat er uitzaaiingen zijn in je hersenen en dat je vastgeniet ligt op een stalen plank te wachten op de eerste dosis bestralingen van een moderne variant van Hal 9000, deze keer ene die aan een lange stalen arm met een groot zwart oog aan het uiteinde rond je hoofd draait en met dodelijke precisie dodelijke bestralingen uitzendt. Vooral ook omdat je daar vast ligt met een masker op je hoofd dat zo nauw aangespannen is dat je bijna niet kunt adem halen. En omdat je ganse lichaam schreeuwt dat het daar niet wilt liggen, eigenlijk gewoon weg wilt lopen. Want dat lichaam voelt dat wat er daar gebeurd niet normaal is, gewoon niet goed is voor dat lichaam, te mijden zelfs op een absolute, ontegensprekelijke manier. Dat het ook niet goed is voor kankercellen is mooi meegenomen maar vooral ook enkel een rationele wetenschap en dat lichaam, dat gedreven wordt door puur instinct, geeft geen zier om rationele wetenschappen.
Om op dat moment, en in die omstandigheden, dat nummer en zo’n lyrics te moeten aanhoren, maakt de ondraaglijke patstelling compleet:
‘We’r leaving together’ zingt de blonde oppergod – ik lig hier nochtans helemaal alleen – maar misschien bedoelen ze de anonieme massa van andere mensen die, voor en na mij, hier moeten zijn voor hun eigen portie levensbedreigende en hopelijk toch -verlengende bestralingen
‘I guess there is no one to blame’ – kust mijn kloten, ja, dat is bij mij net wel het geval – niemand van die gezondsheidszorg wilt het horen, niemand wilt het weten, maar ik ga 20 jaar van mijn leven verliezen door de onvoorstelbare incompetentie van één professor in combine met de mateloze arrogantie van Gasthuisberg
‘Will things ever be the same?’ – vanaf nu gaat niets nog hetzelfde zijn – vanaf nu gaat het alleen maar bergafwaarts gaan met mij – zelfs deze bestralingen zijn slecht voor mij en nemen levensjaren af van mij maar aangezien ik toch nooit meer zo ver zal geraken, is dat puur mathematisch gewoon niet zo erg meer. Wat is een jaartje meer of minder op een normaal levensverloop als je toch geen normaal levensverloop meer zal kennen?
‘It’s the final countdown’ – tja, dat kun je wel zeggen in mijn geval, enkele maanden tot een jaar, veel finaler kan het niet zijn en ok, ondertussen begrijp ik dat we deze stijlloze imitatie Peel Radio Therapy Sessions misschien nog een tweede keer kunnen doen, maar dat zal het dan wel zo’n beetje zijn blijkbaar
‘And still we stand tall’ – helemaal niet, nu lig ik hier gewoon vastgenageld op een plank en thuis lig ik al een tijdje gewoon op het tapijt op de grond, gelijk een oude verwaarloosde hond, volledig aan zijn lot overgelaten door een systeem dat mensen zoals mij zelfs geen plaats weet te geven want we passen niet in het beeld van perfectie dat ze van zichzelf en hun ziekenhuis en hun ziekenzorg ophangen naar de buiten- én de binnenwereld toe
‘Cause maybe they’ve seen us’ – nu bedoelen ze die van de andere kant, die van Venus in hun verhaal, bij mij als ik het goed bekijk ons vader en ons moeder zaliger – wie zou er anders aan de andere kant kunnen zitten? Zouden die mij hier bezig gezien hebben? Mijn geklungel? Mijn miserie? Gaan die blij zijn als ik kom? Of gaan ze zich schamen voor zo’n zoon? Een zoon die zich zo laat pakken door schone schijn en dan, als het te laat is, zich zo bloot geeft aan jan en alleman om toch maar te bewijzen, in de eerste plaats aan zijn eigen vrouw en kinders, dat het allemaal niet zijn fout is, daar zo veel van zijn resterende tijd in steekt – toch wel zielig eigenlijk
‘We will miss her so’ – waarmee ze bedoelen Moeder Aarde want in dat nummer gaan ze nu niet echt onder een bestralingsmachine liggen maar vertrekken ze met een raket richting Venus. Misschien op zoek naar nog meer androgyne types als die Zweedse toy boy die vooraan zijn microfoonstatief belachelijk wat staat in het rond te zwieren. Maar dat ik ook Moeder Aarde zal missen, dit zalig leven, lekker eten en drinken, goede gesprekken met goede vrienden, amai nog niet… Iedereen die mij kent, weet hoezeer ik het leven lief heb
Dat je al dit weer moet doorstaan 3 kwartier nadat je vernomen hebt niet lang meer te leven te hebben, grenst wederom aan het waanzinnige. En ze hebben het niet expres gedaan hein. Ze plannen dit niet. Ze zetten die plaat niet speciaal op om aanwezigen te treiteren of op te jutten zoals bij een ordinaire verkiezingsoverwinning van een ordinaire politieke partij. Of om de mensen die voor de eerste keer bestraald gaan worden nog eens goed op hun plaats te zetten. Het nummer wordt toevallig net dan gespeeld op de radio. Zoals steeds, na wat hersenloos geleuter. Ik geloof dat ik nog net de stem van Sven Ornelis herken. Maar dat net dat nummer dan in de ether gesmeten wordt. Het is alsof het lot mij op elke mogelijke manier tracht kapot te krijgen. Keer op keer. Nooit gedacht dat dat onnozel nummer nog ooit iets voor mij zou betekenen. En die al even onzinnige lyrics al helemaal niet.
De eerste sessie gaat de bulk van de tijd naar het exact afstellen van dit zoveelste horrormachien. De bestraling zelf duurt maar een goede twee minuten. En van die 2 minuten zijn het dan ook nog maar 2 blokken van een goede 20 seconden elk waarop er effectief bestraald wordt. Dat het twee blokken zijn, weet ik omdat het begin van elke bestralingsgolf gekenmerkt wordt door de meest afschuwelijke, misselijkmakende geur die ik ooit geroken heb. Terwijl er niets te ruiken valt op die metalen, steriele tafel. Ik had al langer door dat de geur, veel meer nog dan die madeleinesmaak voor jeannetten van Proust, ons ons leven lang bepaalt, maar dat hij mij ging lastig vallen tot in de kist, dat had ik ook al niet verwacht.
21 september 2020 – Spoiler alert, genoeg gelachen met al dat boerenbedrog
Toegegeven, als er iemand is die hier een dure les leert, dan ben ik het wel:
Ik, die zo graag at, meer dan goed voor me was, de soep van ons moeder zo lekker vond dat ik zelfs ‘s nachts als ik lichtjes aangeschoten met de fiets thuis aankwam van Turnhout stiekem de kelder in dook om daar een kommetje met erwtengroentensoep te gaan vullen en nadien in de microgolf te steken en daarna in mijn mond vlak voor het slapen gaan: andere mensen aten zo laat in de nacht chips of rijstepap, ik hete soep met balletjes
Ik, die tot grote spijt van mijn vrouw, mijn dagen kon vullen met het lezen van zalige boeken en nu naar al die boeken, die hij nooit meer gelezen gaat krijgen, verloren, gelijk een klein kind, zit te staren in zijn boekenrek en niet kan vatten dat dat plots niet meer zo belangrijk lijkt terwijl dat ik er net altijd trots op was dat mijn interesses ver buiten mijn eigen tijdsgewricht lagen, zowal wat betreft geschiedenisboeken à la Tuchmann als fictieboeken want het niveau van een goed boek van eind negentiende eeuw ligt nog altijd mijlenver boven al die brol die hier en nu uitgegeven wordt
Ik, wiens dochters mij vanaf nu tot het einde van hun dagen gaan kunnen verwijten dat ik hen in de steek gelaten heb, dat ik zo dom ben geweest om dat Gasthuisberg te betrouwen en nu er nooit meer zal zijn voor hen – ook niet wanneer ze aan het studeren zijn en het moeilijk hebben, of wanneer ze gaan trouwen en iemand nodig hebben om hen te begeleiden richting altaar of liturgische lessenaar van de lokale ambtenaar, of wanneer ze in het kader van hun werk het wat moeilijk hebben en gewoon wat advies zoeken, of wanneer ze kinderen gaan krijgen en een beetje hulp kunnen gebruiken want als puntje bij paaltje komt moeten ze dan toch niet het absolute monopolie hebben op het vervangen van die stinkende pampers
Ik, die zo gulzig in het leven stond, die het fantastisch vond om jarenlang onmiddellijk na het opstaan in mijn kot te Leuven richting het café D’Adario te trekken om daar naast een broodje en een lekkere koffie de krant te nuttigen, en vooraleer naar huis te gaan vlug checkte wat er op het bord geschreven stond als pastaschotel van de dag voor later op diezelfde dag
Ik, die zot stond op alles wat Italiaans was, aanvankelijk verliefd werd op het zo rijke Toscanië, dat nu overgetoeristiseerd geraakt net zoals steden als Parijs en Venetië, en dat dan onmiddellijk afgelost zag door streken als Umbrië of Le Marche en de Abruzzen en Cilento in het zuiden, die de Italianen tot de tofste en de warmste mensen op aarde rekende omdat ze net zoals ons, Vlamingen, met onze simpele boerenziel, met een bijna kinderlijke blik in het leven staan, open en vol verwondering over alles wat er rondom hen gebeurt
Toegegeven, ik, ik ben de grootste idioot van allemaal en betaal de duurste les van allemaal, hier in dit geval toch, in mijn ‘casus’, beste dames en heren, medici en non-medici.
Maar dat wil niet zeggen dat zij, de witte-jassen-mensen, en dan vooral, in mijn geval, die ongenaakbaren van daarboven op de berg, die van het UZ Leuven, deel van de KU Leuven, de één al arroganter dan de ander want ze denken dat ze boven alles en dus al zeker de wet staan, of moet ik soms zeggen de één al katholieker dan de ander want kijk maar naar die Reuzegommers, hoe mild en christelijk vergevingsgezind dat die niet door die genereuze unversiteit behandeld worden – ik hoor het rechts gespuis al fluisteren: “Och, loser dat gij zijt, daders, zelfs al zijn het misdadigers, die doen tenminste iets, hein? Dat kunt gij niet zeggen, hein? Loser?” – dat die ook niet eens een lesje moeten leren.
En dus dacht ik vandaag een aanklacht te gaan indienen voor onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen bij HerKo, de politie van Kortenberg. Voor moord dus. Want dat is blijkbaar het laatste dat ik nog kan doen om die ‘untouchables’ van Gasthuisberg te dwingen mij niet langer te negeren en hen tot de orde te roepen: een strafklacht indienen voor moord op een Belgisch staatsburger. Al stelt het misschien allemaal niet zo veel voor want wat is het leven van één mens waard vergeleken met de levens van al die mensen die wél door hen gered worden? Door dat machtig ziekenhuis én idem dito universiteit? De één op het fysieke, profane vlak, de andere zwoegend voor dat eeuwige zieleheil? Dat leven van die ene mens, is dat niet één van die eieren die geklutst moeten worden als je een omelet wilt bakken? Is dat niet de bluts met de buil? Is dat niet onvermijdelijk dat zo’n dingen gebeuren in zo’n complexe job met zoveel uitdagingen en dat nog eens maal honderdduizend in een volledig uit zijn voegen gebarsten gigant van een bedrijf als Gasthuisberg? En is het eigenlijk allemaal niet een beetje overdreven van mij, slachtoffer van een medische fout of twee, drie, vier…: “Weet u niet, mijnheer Hoskens, beseft u dan niet, wat voor een verantwoordelijkheid wij wel niet dragen hier, dag en nacht, 24 uur op 24, 7 dagen op 7? En dan komt u hier nu ook nog een beetje lastig doen en van uwen tak maken?”
Wel, het is net om zulk een wanstaltige en kokhalzing veroorzakende Leo Naptha redeneringen de grond in te boren dat ik dacht vandaag deze aanklacht in te dienen. Want het enige juiste antwoord op dit alles luidt: “Neen, het is niet overdreven. Het is ook niet een schande wat ik doe. Zelfs het leven van al die andere mensen rechtvaardigt niet het falen bij al die geïsoleerde enkelen. Wel als jullie er niets meer aan konden doen, wel als het allemaal al te laat was, wel als moeder natuur weer eens een keer de betere was, maar niet door jullie eigen falen. En ik weet dat dit hard is. En ik weet dat dit onmenselijk is. En het spijt mij voor jullie. Maar toch is het zo. En trouwens, vermits jullie het allemaal zo graag zakelijk bekijken, laat ons eerlijk zijn, het is daarom ook dat jullie zo veel geld verdienen. Dat is net de deal die onze maatschappij dag in, dag uit maakt met jullie kaste. Jullie verdienen veel geld, en zelfs met plezier wat ons betreft, jullie mogen zelfs in riante villa’s met al even gigantische, verwarmde zwembaden wonen, 5 meter diep als het moet, enkel opdat zo’n dingen niet zouden gebeuren. Maar neen, jullie willen ontzaglijk veel geld verdienen én ongestraft jullie ding doen, zelfs als wat jullie doen fout is, en niet zo maar fout, maar tot op het misdadige af fout is. Dat gaat niet hein mijn beste departements-, dienst-, of hoofdgeneesheren en -dames. Het is kiezen of delen. En niet alleen voor ons, maar ook voor jullie. Het is daarom tijd dat jullie ook een lesje leren.”
Alhoewel, opnieuw toegegeven, het bijzonder grappig, of zelfs pijnlijk blijft dat het net ik, sukkel en loser eerste klas, grootste klas, het ben die denkt jullie deze les te moeten geven. In de plaats van ‘gewoon’ te genieten van mijn laatste dagen, mijn prachtige vrouw en fantastische kinderen (maak jullie geen zorgen, zo’ne constante rozengeur en maneschijn was het bij ons thuis nu ook weer niet allemaal hoor), mijn zalige boeken en lekkere wijn die ik mij, welverdiend, tot mij zag nemen als toekomstig gepensioneerde in mijn fauteuil. Hier zou bijvoorbeeld mijn vrouw tot enkele weken geleden zonder enig probleem geopperd hebben: “Och gij, gij zijt nu al een gepensioneerde, gij. Gij doet niets anders dan de ganse dag uw oh zo moeilijke boeken lezen, intellectueeltje van mijn voeten. Ge zoudt beter wat aan uw huis werken dat op instorten staat.” Om maar te zeggen dat niemand perfect is en ik al zeker niet.
Dan nog dacht ik, loser grootste klas, overmoedig zoals altijd, ga ik jullie een lesje moeten leren. Al is het, zoals men heldhaftig zegt in de film, het laatste wat ik doe. Of, nog een stoer schepje d’r bovenop, zelfs vanuit mijn graf. Niet dat het systeem mij, bedacht ik me, daar noodzakelijkerwijs mee ging helpen. Mijn ervaringen met onze medemens en vooral ook onze Belgische justitie zijn op dat vlak niet al te schitterend. Qua medemens kan ik kort zijn en gewoon verwijzen naar mijn ontslag bij Mobistar, vileine daden door vileine mensen, Shakespeariaans qua opzet, ‘et tu brute?’ op kleinmenselijke schaal, en met medeweten en dus de medeplichtigheid van al de shiny happy people die daar rond stonden en niets deden. Qua justitie moet ik verwijzen naar een modern sprookje uit een modern land, een land dat zich voorstaat een rechtsstaat te zijn en gerechtigheid voor iedereen hoog in het vandaal te voeren: een andere rechtszaak die we hier al een tijdje hebben lopen hier in het landelijke Kortenberg tegen mensen, ex-buren, die, zonder boe of bah zes bomen op onze eigendom hebben verwijderd, let wel bomen hein, geen boompjes, bomen van 50 tot bijna 100 jaar oud, zonder iets te zeggen of te vragen.
Het moderne sprookje gaat als volgt en ik vraag u om even geduld te hebben: er was eens een brave Vlaming, zoals u en ik, die vijf jaar geleden op een vrijdagavond, zoals zo vaak, vermoeid thuis aan kwam van zijn werk en al zijn bomen vanachter gewoon omgedaan en al verwijderd op één dag terug vond of dus om precieser te zijn net niet meer vond. Behalve de oudste en de mooiste, een zomereik van bijna 100 jaar, die lieten de rooiers van het bos achter ons nog staan tot de maandag daarop. Typisch ook weer (en nogmaals mea culpa voor die simpele Vlaamse boerenziel, ik kan er ook niet aan doen): die brave Vlaming en in zonde met hem samenwonende partner zijn zo overdonderd door de brutaliteit van de daad dat ze denken dat het aan hen ligt (lachen is toegestaan).
Dus duurt het een tijdje, en vooral een dagelijks weerkerende confrontatie met dat kaalgeslagen bos achter hen, zeg maar meer dan een jaar, voordat ze de moed vinden om een klacht te gaan indienen bij de politie voor diefstal. Politie die dan ook langs komt en met geïmproviseerd materiaal, alhoewel een opgerolde meter van 50 meter lang is al niet zo amateuristisch meer lijkt mij, ik had het in ieder geval nog nooit gezien, vaststelt met een proces-verbaal en al dat die bomen inderdaad op onze eigendom stonden. Dan denk je, als brave burger, dat het hiermee wel in de sjakos zal zijn, dat nu onze Vrouwe Justitia wel krachtdadig en streng zal optreden en in naam van onze rechtsstaat die dieven eens goed onder hun voeten zal geven, niet?
Wel, niets van dat alles. Na nog eens een jaartje wachten, ontvangen we een formele brief van de Procureur des Konings te Leuven met de doodleuke boodschap dat zij, want vrouwen moeten god zij dank niet allemaal oogarts worden in deze geëmancipeerde tijden, niets kan beslissen zonder een specialist en ons dus al even doodleuk laat weten dat ze ons dossier klasseert en ons simpelweg doorverwijst naar de burgerrechtbank als we toch vinden dat het niet helemaal juist is wat er gebeurd is. Uiteindelijke boodschap van de Procureur des Konings: als jullie als burger diefstal van eigendom willen aanvechten dan moeten jullie het zelf doen in dit Koninkrijk België. Of in onze veel simpeler boerentaal: los het zelf op.
Voor diegenen die nu al beginnen te gieren van het lachen, en die het fantastisch vinden wat die onnozele Hoskens allemaal toch overkomt, wacht, wacht, het beste moet nog komen. Want wat betekent dit nu concreet voor die sukkel van een Hoskens? Die moet nu een advocaat gaan zoeken, wegens als brave burger nog nooit eerder ene nodig gehad, met behulp van deze advocaat een zaak opstarten voor een burgerrechtbank, geen idee hoe dat allemaal moet, die moet een nieuwe landmeter inhuren en betalen om de eigendom van zijn bomen opnieuw te laten vastleggen (ja, ja, zo’n dure aankoopakte van zo’n overbetaalde notaris in blasé kostuum volstaat niet in dit land), die moet op zijn kosten aangetekende brieven sturen naar de tegenpartij, in zijn geval zo’n acht mensen, waarvan er dan ook nog eens een aantal in het buitenland verblijven wat de kosten ook nog eens aanzienlijk verhoogt want dat moet allemaal via die dienstbare deurwaarders verlopen, en die moet dat natuurlijk ook allemaal nog eens in zijn vrije tijd doen. Er nog eens bovenop. Het duurt in ieder geval opnieuw een jaar of zo om het allemaal rond te krijgen. Omdat anderen dus beslist hebben om hun eigen werk, het werk dat ze verondersteld worden te doen, evidente dingen, zoals dieven straffen – pakken hoeft al niet meer, dat hebben we zelf al gedaan – gewoon niet te doen. Ah ja, als ge iets wilt bereiken in dit leven, ook al is het een aantal medeburgers te wijzen op de onwettelijkheid en de brutaliteit van hun daden, moet je het allemaal zelf doen, je moet er voor knokken. Nothing is for free, right? En die uitgeholde rechtsstaat ook al niet. Dat de afspraak is: “Wij betalen veel belastingen en in ruil doen jullie jullie werk,” klopt alleen nog voor de rijken die net die belastingen zoveel als mogelijk trachten te ontduiken.
Nu, ondertussen zijn we alweer een jaar en een fase verder en is er al een tussenvonnis waar we, hip hip hoera, in het gelijk gesteld worden. Je denkt dan als brave burger weer: ah, dan zal het nu wel in orde zijn, zeker? Maar neen hoor, nu moet er weer een andere expert aangeduid worden om de exacte schade te bepalen en jullie mogen drie keer raden wie de provisie van 2000 euro voor die expert ook nog eens gaat mogen ophoesten? Terwijl de rechter dan toch al bevestigd heeft dat de bomen van ons waren en het de anderen zijn die iets gedaan hebben dat ze niet mochten doen? En toch…, jawel, die vervelende sukkel van een Hoskens weer. En dit alles, aldus de tussenrechter, omdat wij de ‘meest gereden partij’ zijn. Wat dus wel klopt want het komt volledig overeen met onze beleving. Voor diegenen die ongerust worden: met de hulp van een beetje vaséline valt ook dat wel weer mee.
Nog straffer, de advocaat van de tegenpartij, een bullebak eerste klas, die op het vlak van de eigendomsrechten als belangrijkste tegenargument niets beter vond dan te verwijzen naar de ‘Ferrarisatlas’, een atlas van de Lage Landen gemaakt in opdracht van de Oostenrijkers toen die hier nog de scepter zwaaiden, ja inderdaad lang lang geleden, over een sprookje gesproken, ergens eind achttiende eeuw dus, zo rond de Franse Revolutie, geeft op dit moment niet present op elke uitnodiging om aanwezig te zijn bij de expertise en wie denk je, gaat de kosten voor de ‘betekening’ van de acht leden van de tegenpartij weer mogen dragen als het ooit weer zover zou komen? Via die superhandige en supergoedkope deurwaarders tot in het buitenland? De ondertussen al tussen-veroordeelde brutale ex-buren die zonder boe of bah bomen kappen van andere burgers of die andere landgenoten van jullie die gewoon op een vrijdagavond naar huis gingen van het werk en rustig naar hun kippen en hanen in de tuin wilden gaan kijken? “Klassenmaatschappij?,” zegt u, “allei zwaanst na nie, hey joeng.” En dit gaat alleen nog maar over bomen. Stel je voor wat dit niet gaat geven bij een moord, zelfs als ze met onvoorbedachte rade plaats zou gevonden hebben.
Dus, jullie kunnen jullie wel voorstellen dat mijn verwachtingen qua judiciair systeem in dit land niet echt hooggespannen zijn. Dat ik niet echt verwacht dat dat hier allemaal van een leien dakje zal lopen. En dit allemaal dan nog los van al die high society vriendschapsbanden tussen die conservatieve powers that be, die ook hier bestaan maar waarvan die onnozel Vlamingen, waartoe ik mezelf dus tot mijn grote scha en schande ook moet rekenen, denken dat die op een correcte manier hun werk doen en vooral met veel respect voor het klootjesvolk onderaan; die procureurs en die proffen-chirurgen, die op recepties verspreid over het land samen champagne staan te zwelgen met een beetje foie-gras.
Blijven nog de fantasielozen over onder jullie die nu al aan het denken zijn: “Waar begint die nu in hemelsnaam over? Die gast gaat sterven, spreekt zelfs van moord, en begint nu nog wat te zagen over bomen?” Wel, tot spijt van wie het benijd, al zullen er zo niet veel onder jullie zijn, zijn de parrallellen tussen beide zaken bijzonder groot. Allereerst, is het in beide gevallen aan het slachoffer om zijn plan te trekken. Er wordt iets gestolen bij jou? Los het zelf op! Er wordt een serieuze reeks van medische fouten tot en met nalatigheid met dodelijke gevolgen begaan door één van onze voor het leven gezalfde stafleden? Tant pis! Wat verwacht gij nu eigenlijk, gij Belgisch burger? Toch niet dat uw eigendom beschermd wordt of dat men niet zo maar ongestraft uw leven kan bedreigen, laat staan beëindigen? Dat is wel veel gevraagd, niet?
Je zou bijna mee gaan in die populistische retoriek die heden ten dage zo’n opgang maakt in de Westerse wereld en die stelt dat burgers opgejaagd wild zijn, moeten betalen voor vanalles en nog wat en ondertussen nog langs alle kanten gepakt worden, bij voorkeur langs achter. Zo onzinnig klinkt dat niet meer in mijn oren na de harde lessen die ik de afgelopen jaren heb mogen ontvangen. Gerechtigheid lijkt er in dit land alvast niet te bestaan voor de slachtoffers. Neen, die slachtoffers, die mogen al blij zijn als er uiteindelijk na vele jaren een proces voor een burgerrechtbank gevoerd wordt. Slachtoffers, die mogen eenzaam en alleen, verborgen voor iedereen, thuis wat zitten kniezen over onnozel bomen of een scherf in hun been na een terroristische aanslag, of na een opeenstapeling van medische fouten gewoon in een hoekje wat sterven.
De rechten van de daders daarentegen worden op alle mogelijke manieren beschermd. Want er zou maar eens iets mislopen ergens met die rechten, stel je voor. Dan gaat de hele maatschappij beginnen schudden en beven in zijn voegen. Want hoe gaat ge nog iets kunnen doen hier, als dader, als ge zelfs geen kleine wandaad, een akkefietje hier of een foutje daar, meer moogt doen? En voor de slachtoffers is het nog erger, als de rechten van die daders geschonden worden, is dat zelfs zo erg dat de misdaad zelf niet meer bestaat. En geen misdaad, geen slachtoffers. Pure magie, die rechtbank. Het is de omgekeerde wereld van Justitie in België: die is er namelijk niet om gerechtigheid te schenken aan de slachtoffers, maar om er voor te zorgen dat die daders niet onheus behandeld worden. En dit zelfs als de beschuldiging terecht is, zoals uit een proces-verbaal van de politie of een tussen-vonnis van een rechter of een genegeerde doorverwijzingsbrief van een medisch specialist zou kunnen blijken. Logisch ook allemaal want zo’n proces blijft toch wel in de eerste plaats genant voor die ijverige daders, niet? Zij zijn dan ook diegenen die in eerste instantie geholpen moeten worden. Die slachtoffers moeten zelf maar hunne plan trekken.
Om maar te zeggen dat mijn verwachtingen dus niet echt hooggespannen zijn, eerder heel laaggespannen. En dat ondanks al de ontzaglijke inspanningen geleverd door dat CD&V-‘Broeder Jacob’-icoon Koen Geens, aldus Koen Geens zelf, een week of twee geleden in De Afspraak, waarna hij zelfvoldaan en met een brede grijns dat glas water onbescheiden aan zijn mond zette. En ondertussen maar klagen dat er zo veel mensen extreem-rechts stemmen. Net zoals de echte Broeder Jacob slaapt hij rustig voort en heeft hij gewoon geen flauw benul dat zijn eigen kot in brand staat.
Daarom misschien toch even expliciteren voor de slechthorenden en blinden – ik als eenoog mag dat doen: één van de belangrijkste bronnen van ongenoegen die dat populisme zo sterk voeden hier en nu begin eenentwintigste eeuw, beste beleidsvoerders die nu aan de macht zijn, is het systeemfalen van onze maatschappij, zoals daar zijn, om maar enkele voorbeelden te noemen; een minister verantwoordelijk voor een belabberd functionerend departement die ongestoord en ongegeneerd met een pretentieus monkellachje rond zijn mond devoot op zijn borst zit te kloppen in het belangrijkste politieke praatprogramma op de staatszender, medische specialisten die straffeloos de meest waanzinnige fouten mogen begaan terwijl de slachtoffers ervan, burgers van dit land, zelfs niet erkend worden en rechters die meer bekommerd lijken om de daders dan om de slachtoffers zelf – niet alleen het paneel, maar de rechtvaardige rechters zelf lijken 600 jaar na de Bourgondische gebroeders Van Eyck verdwenen uit ons land.
Voor de stemmers zelf heb ik maar één advies, mijn duurste levensles, hier voor jullie allemaal te grabbel gegooid, doe ermee wat je wilt: verwacht geen empathie van de klootzakken. Want het probleem met die populistische stemmen van jullie is dat die nationalisten van vandaag de dag ultra-conservatieve klootzakjes zijn. Dus dat gaan de laatsten zijn die hier ooit terug verandering in gaan brengen. Die willen, conservatief als ze zijn, de gevestigde machten juist bestendigen. Die willen die recepties verder blijven afschuimen, politieke zaakjes afsluiten die enkel hen ten goede komen, dealing and wheeling. Kijk maar naar Trump, die rijke stinkerd die al zijn onderdanen als wegwerpmateriaal behandelt. Kijk maar naar ons eigen Antwerpse Bartje, die in zijn afgelikt Oostenrijks kostuum dezelfde reactionaire Ancien Régime cultuur uitademt van meer dan twee eeuwen geleden toen die Ferrarisatlas hier nog besteld werd.
Neen, er moeten dringend terug wat meer Dokter Bernard Rieux’s terug in deze wereld komen en al zeker in dit land: mensen die doen wat ze denken dat ze moeten doen, niet omdat het hen weer een beetje geld of electoraal gewin zal opleveren, maar omdat ze denken dat dat het juiste is om te doen. Mensen die al dat korte-termijn-gedoe, dat nu hoogtij viert dankzij het monsterverbond tussen die snelle hippe wereld van de leeghoofdige sociale media en de Excelfile-managementcultuur van de vrije markten, achter zich kunnen en durven laten. Die niet dat door de media aangedreven korte termijn ijdel genot nastreven van net dat ene juiste ding te zeggen of te dragen, dat ene ding dat net nu weer en vogue is. Maar de lange termijn beogen, zoals de wereld zou moeten zijn, maar niet is, en daarmee vooral ook opkomen voor anderen, de mensen voor en na hen, van hier en niet van hier. Want wij zijn hen en zij zijn wij. En neen, ultra-conservatieve klootzakjes, niets te Hakuna Matata, want er zijn wel degelijk grote problemen op deze wereld en één van de grootste problemen in onze Westerse democratieën op dit moment zijn jullie.
Maar, en het spijt me om dit net nu te moeten zeggen, vlak na mijn oproep tot meer niet-opportunistische heldenmoed, het spijt me vooral ook voor de mensen die in mij geloofden, voor zover dat die nog bestonden, dat ik na rijp beraad besloten heb het toch niet te gaan doen: ik ga toch niet die aanklacht voor doodslag op een Belgisch burger indienen. En ik ga al zeker niet zo’n Bernard Rieux zijn. Sorry. Niet alleen omdat mijn lange termijn visie sinds kort drastisch ingekort is geworden tot amper één jaar. Maar vooral ook omdat het systeem op dit moment zo slecht functioneert of zo goed – het is maar hoe je het bekijkt, voor de mensen onderaan slecht, voor de mensen bovenaan goed – dat de enigste mensen die gekloot gaan worden als ik zo’n strafklacht zou indienen, mijn eigen vrouw en kinderen gaan zijn. Dixit mijn advocaten.
Dat die van Gasthuisberg daarentegen eens goed in hun genereuze katholieke vuist gaan bulderlachen met mij. Omdat sowieso al, bij elk proces rond medische fouten, zelfs één voor de burgerrechtbank, die medische experten elkaar op alle mogelijke manieren tegenspreken en op die manier indekken, of de intellectuele masturbatievrijheid krijgen om de meest absurde argumenten te verzinnen om toch maar te insinueren dat ik toch dood ging gaan, was het niet nu dan was het later. Met het bijkomende voordeel voor die medici dat we, inderdaad allemaal, vroeg of laat, dood gaan. Dus gelijk hebben ze. Tegen zo’n doortrapte cirkelredenering kun je gewoon niet op.
En de stilzwijgende omerta in die medische wereld wint nog eens aan kracht na het indienen van een strafklacht zoals onvrijwillige doodslag door slagen en verwondingen. Vandaar al dat vuistlachen op eenzame hoogte. Want als een geneeskundige veroordeeld zou kunnen worden op basis van zo’n aanklacht, waar gaat dat dan eindigen? ‘Subiet vlieg ik zelf nog de bak in,’ is de onuitgesproken vrees van de meeste van die onbevlekte medici. Dan liever onbezorgd en straffeloos ons eigen ding blijven doen. Dat is veel plezanter voor iedereen. Behalve voor die mensen die ‘per ongeluk’ dood gaan natuurlijk. Dat is jammer, maar dat is dan ook weer net het positieve aan dat gebeuren: eenmaal wanneer die dood zijn, hebben we er ook geen last meer van.
Komt daar nog bij dat zelfs bij een moord met voorbedachte rade door een dokter – en ik hoor de conservatieve klootzakjes hier weer krijsen en resoluut naar de euthanasie van Tine Nys wijzen, maar neen dus, neen, dat was euthanasie, klootzakjes die niet in staat zijn tot enige empathie, dat is iets anders, Tine Nys heeft dat zelf gevraagd, dat noemt een vrije wilsbeschikking op basis van ondraaglijk lijden, iets wat jullie niet kennen ondanks die Christusfiguur die jullie adoreren terwijl die eigenlijk, gebukt onder de zonden van de ganse wereld, ondraaglijker lijden is mathematisch niet mogelijk, ook gewoon maar euthanasie pleegde op het kruis, of niet soms? – je slechts met veel moeite kunt winnen, dus wat ga je in hemelsnaam beginnen met ene die ‘per ongeluk’ gebeurd is?
Daarom, mijn beste medebewoners van dit luilekkerland, waar iedereen toch gewoon zijn goesting doet, het spijt me dat ik zo schaamtelijk egoïstisch ben, maar ik vind dat mijn vrouw en kinderen nu al genoeg gekloot worden door mijn veel te vroegtijdige, nakende dood. Die moeten niet nog eens extra de dupe worden van al die arrogante zelfvoldaanheid boven op die berg. Zelf betaal ik ook een veel te hoge prijs voor het behoud van de gewetensrust van al die omhooggevallen mensen. Ik ben vermoord door een systeem dat zijn eigen fouten en gebreken niet langer durft te erkennen uit schrik voor de gevolgen ervan voor het imago van hun etablissementen. Dat op lange termijn iedereen er alleen maar beter van kan worden en vooral dat enkel op deze manier dezelfde fouten vermeden kunnen worden, daar en elders, dat wordt van ondergeschikt belang geacht door die medische peetvaders. In de plaats daarvan overheerst een schijn van perfectie, een imago van onbevlekte volmaaktheid, de Maagd Maria is er niets tegen. Zelfs een klachtenbrief van ettelijke bladzijden wordt onmiddellijk meegenomen naar de volgende reorganisatie. Zó ontzagwekkend professioneel zijn ze. Het dynamisme dat ze hierbij uitstralen staat in schril contrast met de manier waarop medische slachtoffers door hen behandeld worden, namelijk niet. Ik ga me nog een echte boer voelen want puur en onversneden boerenbedrog, dat is het. En ik ben dan nog maar één zo’n geval. Mijn excuses voor mijn lafheid dan ook. Ik zal de heldendaden overlaten aan anderen. Aan die Bekende Vlamingen, politici of niet, die veel tweeten of een druk gevolgd Instagramaccount hebben. Die denken betekenisvolle dingen te kunnen zeggen met een tweehonderdtal leestekens of een mooie foto van hun nieuw kostuum aus Tirol. Of die, ook al per ongeluk, er gebeuren veel ongelukken in dit Vlaanderenland, sexfilmpjes van zichzelf doorsturen naar onbekende blondines met grote borsten en gepiercte tepels. Blondines die niet weten wat ze ermee moeten aanvangen en diezelfde filmpjes dan maar zonder problemen op het internet smijten. Misschien dat dat wel iets voor een strafrechtbank is. Dan hebben die ook iets te doen.
28 september 2020 – Leuven here we come!
Bon, ik heb het begrepen: ik besta niet voor dat Gasthuisberg en ik ben er nooit geweest of als ik er al ooit geweest ben, hebben zij zeker niets mis gedaan want zij doen nooit iets mis. Terwijl ik dus wel ga sterven door miskleunen begaan door één van hun diensthoofden. Let wel, meervoud dus: miskleunEN. Dus niet één, ook niet twee, zelfs niet drie maar door een opeenstapeling van medische fouten in dat gerenommeerd universitair ziekenhuis ga ik vroegtijdig sterven. Je houdt het zelfs niet voor mogelijk dat zoiets nog kan gebeuren anno 2000 en een beetje, in een ziekenhuis tout court in België, laat staan in een universitair ziekenhuis van de grootte van het UZ Leuven. Zo onvoorstelbaar is het. Hallucinant gewoon.
En toch, geen woord van spijt, geen enkele vorm van erkenning, zelfs niet een briefje om te vragen hoe het gaat, niets. Neen, ik word duidelijk verondersteld stilletjes in een hoekje te gaan liggen sterven en liefst zo snel mogelijk. Dat vat het zo’n beetje samen hoe dat dat opulent katholiek ziekenhuis, dat zich verwaand het beste waant van gans België en omstreken, omspringt met zijn medische slachtoffers.
Er is ook geen enkele reden waarom ze het anders zouden doen. Voor het geld moeten ze het alvast niet doen. Zoals alle Belgen betaal ik via de belastingen mee aan hun riante weddes. Maar ik ben er maar ene en als ik weg val, gaan ze mij nu niet echt missen. Voor de eer moeten ze het ook al niet doen. Het is gemakkelijker om te doen alsof er niets verkeerds gebeurd is. ‘De eer aan zichzelf houden’ betekent eigenlijk ook gewoon zo veel als ‘de boel opblazen vooraleer iemand anders het in jouw plaats kan doen’. En zo’n medisch slachtofferke staat dan ook nog eens machteloos. Als die al iets kan opblazen, zal het zijn eigen keuken zijn. Van bovenaf is er ook al geen enkele macht die hen dwingt om op een correctere manier om te springen met hun gesjeesde patiënten. Noch die fantastische, bevlogen politici van ons, noch die derde macht, de rechterlijke macht, trekken zich de ballen aan van die enkele ‘sukkelaars’ die letterlijk een doorn in het oog zijn, die niet kloppen met het verhaal dat voortdurend van onze gezondheidszorg opgehangen wordt: dat van één van de beste van de ganse wereld, waar de patiënten met uiterste zorg en omzichtigheid behandeld worden, superprofessioneel ook. Waarom zouden zij ook? Doden kunnen niet langer stemmen en doen alsof alles in orde is terwijl er juist niets in orde is, is nu net hetgeen waar de Belgische justitie zelf ook zo goed in is geworden, kijk maar naar de affaire Chovanec: “Hoezo, is er een probleem? Wisten jullie dat dan niet? We zijn gewoon al twee jaar keihard aan het werken aan die case, het verzamelen van de feiten en de bewijzen, je weet niet hoe moeilijk dat is in zo’n politiecel zeker en met camerabeelden en al?” Ze hebben dus helemaal geen zin om het pietje-precies te gaan uithangen in die heilige koe van de Belgische gezondheidszorg. Ze gaan eerst de ‘Chovaneccase’ oplossen na een goei jaar of drie. Daar hebben ze het al druk genoeg mee.
Dus heb ik deze week beslist om de goden van Gasthuisberg in de fysieke wereld, hier en nu, te dwingen mij niet langer te negeren. Ik heb aan Koenie gevraagd om mij te helpen om een t-shirt te maken met op de borst de badge van The Comedian van The Watchmen, een van de beste science fiction strips ooit uit de jaren ‘80 met daarrond de tekst: “Ik ben vermoord door Gasthuisberg.” De strip vangt zelf trouwens ook aan met de moord op The Comedian en mensen die mij kennen, weten dat ikzelf ook wel altijd en in alles een beetje een clown ben geweest. Op de rug heb ik dan weer een Van Ostaijen-achtige tekst laten aanbrengen, echt jaren ‘20 dan weer, de tijd van de Dreigroschenoper, zo in blokken met verschillende lettertypes met daarin voluit uitgespeld: “UZ Leuven heeft mij vermoord!” En ik ga in dat t-shirt rond lopen in Leuven, de stad waar ik als student al uren- en kilometerslang heb rondgedwaald, heimat van dat uit zijn kluiten gewassen gigantisch ziekenhuis waar reuzen van geniën werken en nooit iets fout loopt, zo goed zijn ze.
Misschien dat hun eigen kinderen of partners hun wel een geweten kunnen schoppen want ikzelf sla er blijkbaar niet in. Als die kinderen ‘s avonds aan de eettafel dan ineens laten vallen: “Zeg mama, vandaag hebben wij op straat in Leuven een rare mijnheer gezien. Hij liep rond in een wit t-shirt en daarop stond dat Gasthuisberg hem vermoord had. Kan dat mama? Hebben jullie dat gedaan?” Ik ben benieuwd wat dan het antwoord gaat zijn. Waarschijnlijk: “Dat kan niet hoor. Wij vermoorden geen mensen. Wij redden mensen. Het zal wel een zotteke zijn.” Of als het iemand is die, goed wetende wat er daar allemaal gebeurt in dat ziekenhuis, toch absoluut wilt vermijden dat haar kind haar ooit op een leugen kan betrappen, misschien: “Ik weet het niet.” ‘Ich habe est nicht gewusst’ in de eenentwintigste eeuw op zijn Vlaams. Genetisch aangeboren ontkenning op zijn best. Medische slachtoffers? Onze stafleden, onze Übermenschen, die zware professionele fouten tot en met grove nalatigheden begaan? Dat bestaat niet.
Wel, ik ga die dames en heren medische specialisten in het hol van de leeuw confronteren met hun eigen smeerlapperij. En zolang dat zij hun kop in de rottende, stinkende modder blijven steken, zal ik dit volhouden. Een tot nader order nog levend reclamebord zal ik worden voor die zelfingenomen smeerlappen. Zij willen dat ik thuis crepeer op mijn eentje? Stilletjes en verborgen voor iedereen? Wel, ik zal creperen in de straten van Leuven, hun geliefde stad, waar alles al even perfect en clean is als in dat ziekenhuis van mijn voeten. Zelfs die onnozel parkeerboetes kunt ge er al digitaal betalen. Leuven, het laatste bastion der breeddenkendheid en vooral exuberant veel rijkdom, in het Vlaamse gepokte en gemazelde verstedelijkte landschap. De laatste grote Vlaamse stad ook die zich een socialistische burgemeester kan veroorloven. Dat zegt genoeg. Hier geen ‘migrantenprobleem’. Niet te veel Turken samengeperst in één wijk. Of te veel Marokkanen. Alleen in die grote appartementsblok aan de Fonteinstraat bevindt zich een lichte concentratie aan migranten. Maar ook dit kleine ghetto, dat is het handige aan Leuven, alles is er daar in het klein, is weer net klein genoeg om het gemakkelijk onder controle te houden. Neen, Leuven kent geen problemen op dat vlak. Alles is er peis en vree. Vroeger was er nog Interbrew, maar vandaag de dag zijn er enkel nog Gasthuisberg en de KUL, die iets te groot uitgevallen zijn voor die provinciestad, immens groot zijn in vergelijking met dat piepkleine Leuven. Ik schat dat, in termen van oppervlakte, meer dan 20% van het vastgoed van de stad in handen van de universiteit is. Zo’n monster kun je niet onder controle houden. Daar kun je hoogstens mee proberen in vrede samen te leven. Of gewoon doen wat ze zeggen.
De enigste migranten waar ze echt last van hebben zijn Vlaamse studenten die er blijven hangen na hun studies. Door diezelfde studies over een redelijk inkomen beschikken en daardoor samen met de huisjesmelkers de vastgoedprijzen verder de lucht induwen. Maar dat is dan ook weer geen probleem want het zijn de Leuvenaars zelf die hun huis verkopen en dus even langs de kassa kunnen passeren. Iedereen content. Iedereen behalve de jonge Leuvenaars dan die geen huis meer kunnen kopen wegens te duur en de stad zelf die op deze manier langzaam haar ziel verliest en ondertussen al zo goed als volledig uitgeweken is naar de meer volkse randgemeenten zoals Kessel-lo en co. Mijn actieterrein zal de door Vlaamse weekendvluchtelingen druk bezochte kernstad worden; dat open-lucht shopping centrum, annex café- en restaurantenbuurt, dat steriele betonnen hart van Leuven. Daar zal ik gaan rond lopen. Tussen al de dode gebouwen. En ik zal ook dat nieuwe opgefokte vastgoedproject, die over het paard getilde havenkom, vol pré- en post-gepensioneerden, tweeverdieners die hip en actief als ze zijn, na hun kinderen uit de nest te hebben zien vliegen, zonder verpinken hun gerenoveerd fermetteke inclusief een stukske grond op de Vlaamse boerenbuiten inruilen voor een betonnen appartement van 90 vierkante meter met een fantastisch zicht op een havenkom ter grootte van een beek, niet mijden. Waarom zou ik ook? Met mijn ooglapje ga ik zelfs kunnen mee zingen met de zeerovers: ‘Und ein Schiiif mit acht Seeegeln und mit fünfzig Kanooonen Wird. Liegen. Am. Kai.’ Eens kijken hoe lang ze me nu nog gaan negeren, de viezerikken.
Ok, misschien dat ze mij een proces voor laster en eerroof gaan aansmeren. Daarvoor hebben mijn advocaten mij gisteren nog nadrukkelijk gewaarschuwd. “Het gaat uw geloofwaardigheid niet ten goede komen,” werd er mij gezegd. Maar, zeg nu zelf, beste lezer, dat zou toch wel echt heel straf zijn, niet? Ik, een Belgisch staatsburger, die zomaar eens eventjes zijn levensverwachting ingekort ziet tot minder dan een jaar door grote professionele fouten tot zware nalatigheid van hun kant, word afgeraden een strafklacht in de vorm van onvrijwillige doodslag in te dienen want je kunt dat toch nooit winnen zo’n strafzaak met al die medici die mekaar indekken en keigoed zijn in het verzinnen van mogelijke alternatieve doodsoorzaken van medische slachtoffers versus zij, die complexloos en diep verontwaardigd over de belediging een strafklacht indienen tegen mij, het geslachtofferde burgertje, om mij letterlijk met dwangsommen en eventuele andere maatregelen te verplichten als een brave jongen in alle stilte 15 kilometer verderop te sterven in mijn hoekje. Van opnieuw de omgekeerde wereld van de Belgische justitie gesproken. Niet alleen worden de slachtoffers van medische wandaden aan hun lot overgelaten, als de daders ervan van datzelfde gerechtelijk apparaat gebruik willen maken om het slachtoffer monddood te maken, staat het direct paraat: “Zwijgen, gij, vervelend ventje! Dat is niet juist wat gij allemaal daar beweert! Schandalig gewoon dat ge dat durft te zeggen! Daarbij gij zijt toch niet vermoord? Ge leeft nog!” Als het zover komt, zal ik beleefd mijn excuses aanbieden en voorstellen om terug te komen wanneer ik eenmaal dood ben.
Dat wat betreft een mogelijke strafrechtprocedure. Maar op dit moment weet ik zelfs niet meer of dat proces voor de burgerrechtbank nog gaat lukken. Want mijn familiale verzekering doet ook al moeilijk. En als het lukt, ga ik alvast het proces zelf nooit nog mee maken, laat staan de uitslag ervan ooit te weten komen. Maar eerst moet ik dus in een woordenboek de betekenis van het woord ‘Rechtsbijstand’ gaan opzoeken want DVV, nog zo’n lid van de vroeger openlijke, nu net zoals Opus Dei meer en meer ondergrondse, katholieke vijfde colonne in ons land, bij wie we al jaren gewoon om in orde te zijn een familiale verzekering hebben lopen, is blijkbaar plotsklaps vergeten wat dat juist betekent. Misschien dat ze het woord ‘ingebrekestelling’ beter zullen begrijpen.
Als slotwoord deze keer heb ik wel nog meer slecht nieuws voor die katholieke arrogante klootzakken van boven op de berg: ik ga niet alleen in hun thuisstad wat beginnen rond lopen met dat t-shirt. Ik ga van het gepersonaliseerde The Comedian – Van Ostaijen t-shirt ook mijn lijkwade maken. Ik ga ze aandoen in de kist en mee nemen naar Sint-Pieter. Ik weet niet hoe het bij jullie zit beste katholieke gelovigen, maar ik ben echt benieuwd hoe dat de Heilige Vader gaat reageren als hij mij ziet aankomen: “En wat is dat juist, dat ‘Gasthuisberg’?… En die noemen zich katholiek, zegt ge? Amai, die durven.” Ik betwijfel dat in de hemel, waar dat leugens, in tegenstelling tot hier, in dit ondermaanse tranendal, niet kunnen triomferen, een klacht voor laster- en eerroof jullie veel zal helpen.
9 oktober 2020 – Het is de zwaartekracht, stommerik
Voor diegenen die nog twijfelen aan mijn verhaal of die toch vinden dat ik resoluut voor de onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen moet gaan, strijdend ten onder moet gaan als een echte Vlaamse held, zo’n volksheld als Pallieter of Tijl Uilenspiegel, een nog niet in dit hallucinant verhaal vermeld probleem is dat de definitie van het begrip ‘onvrijwillige doodslag met slagen en verwondingen’, samen met de rest van ons wetboek, nog dateert van de tijd van Napoleon, toen ons begrip van het leven nog heel rechtlijnig was. Een tijd die bijgevolg een zeer enge interpretatie van het concept onvrijwillige doodslag rechtvaardigde: de dood moet een rechtstreeks gevolg zijn van de slag. Dit lijkt de evidentie zelf, maar als je even doordenkt, vervalt dat ogenschijnlijk logische toch wel. En dit al zeker als we meer dan tweehonderd jaar doorschakelen op onze Christelijke jaartelling, namelijk naar onze tijd waar die goede, oude rechtlijnigheid van Napoleon volledig zoek is. Niet alleen in het maatschappelijk leven waar mensen trouwen om dan uiteen te gaan omdat er eentje absoluut ook nog eens een wereldreis op zijn of haar ellenlange bucket list heeft staan, of mensen als ze geboren worden een piemeltje hebben en als ze sterven niet meer.
Waar dat de medische staf van La Grande Armée vooral bestond uit halve beenhouwers die voor elke ernstige verwonding van een been of een arm maar één oplossing zagen, namelijk afzagen en afhakken die handel, zitten wij hier nu met een panoplie van medische specialisten, met elk hun eigen veld van expertise. En zelfs binnen hetzelfde domein van expertise maken ze er een sport van om het oneens te zijn met elkaar. Kijk maar naar die Coronavirologen die vandaag de dag elke dag als echte straatvechters in de publieke ruimte liggen te rollebollen, met supporters aan beide zijden. Het beeld van de wetenschapper als bron van alle wijsheid dat ik nog gekend heb als kind, Professor Barabas die geen tegenspraak ondervond gewoon omdat er geen was, Professor Gobelijn wiens baard en vooral zijn snorharen rechtevenredig lang waren met de kennis die hij opgehoopt had in zijn hoofd en zijn dikke buik, over zoveel kennis beschikte dat hij zelfs niet meer duidelijk moest spreken, dat archetype bestaat al lang niet meer in deze wereld.
Dit alles wederom vertaald naar mijn casus – houd u vast aan de takken van de bomen beste lezer want er komt enig vakjargon aan te pas: als die incompetente professor Ilse Mombaerts van het arrogante UZ Leuven na haar compleet amateuristische diagnosestelling eindelijk maar dan ook al ettelijke maanden te laat op 26 september 2018 ‘s ochtends in de vroegte lustig in mijn linkerooghoek begint te snijden, sterf ik dan nu door de insnijdingen die zij op dat moment maakt in de buurt van het gezwel of door het gezwel zelf dat er al zo lang zat te wachten op een professionele medische interventie? Vertaald naar de vrouwen onder jullie: als jullie een gezwel zouden hebben in één van jullie melkklieren en er begint net dan, of neen ook al een maand of zes te laat, een professor van Gasthuisberg te snijden in dat tempelhof, sterf je dan door die insnijdingen die ervoor zorgen dat de kanker metastaseert en in je bloedbaan terecht komt of door het gezwel zelf dat er al zat? Voor de mannen: als je prostaatkanker hebt en er begint net dan iemand tussen je scrotum en je balzak wat te morrelen en te snijden, sterf je dan door die insnijdingen die ervoor zorgen dat de kanker metastaseert en in je bloedbaan terecht komt of door het gezwel zelf dat er al zat? Het is een beetje een esoterische discussie want je kan je net zo goed de vraag te stellen of als iemand pootje lap doet bij iemand anders en die breekt zijn nek door de val, sterft die dan door dat pootje lap of door de zwaartekracht? Ten tijde van Napoleon, zo vlak na de Bloedterreur van Robespierre, had men geen twee keer moeten nadenken en zou het eenvoudigweg moord geweest zijn. Maar in onze tijden, deze tijden van hypercommunicatie, deze Toren van Babel-tijden, ligt dat helemaal anders. Niet is nog wat het lijkt en voor alles zit er altijd weer iemand anders klaar om volledig het tegenovergestelde te beweren met klaarblijkelijk al even veel recht van spreken als de vorige roeper. Zonder aarzelen wordt zo na een tijdje ook de staat van het wegdek mee verantwoordelijk gesteld voor de dood van de pootje-gelapte.
Om de Babylonische spraakverwarring compleet te maken, is het bovendien nog maar de vraag of die operatie aan mijn oog zelf wel als een ‘verwonding’ gedefinieerd kan worden, dixit één van mijn advocaten. “Misschien dat ze zelfs echt nodig was, niet?” Ah ja, tot zo scherp op de snee – zonder verwonding geen doodslag, dat is de redenering erachter – wordt de discussie gevoerd in die geleerde academische middens. En wie zijn wij eigenlijk wel om dat in vraag te stellen? Die overduidelijk briljante en supercompetente professor met een excellent fingerspitzengefühl, ze heeft zelfs een simpele scan niet nodig zij, heeft zelf toch gezegd dat de operatie voorspoedig verlopen was, dat er post-operatief geen enkele verwikkeling was, dat er een ‘externe dacryocystorhinostomie’ met ‘ernstige totale stenose canaliculus inferior’ plaats gevonden heeft. Met die couche Latijn d’r over klinkt dat allemaal toch perfect niet? Zoals je enkel maar kunt verwachten van zo’n prof van Gasthuisberg. Helemaal tip top en dan vooral ook nog eens top. Perfect gewoon. Dus wie zijn wij dan om te insinueren dat dat allemaal catastrofaal fout was? Waarop baseren wij ons om de woorden en de daden van zo’n alwetende en geleerde prof – zoals reeds eerder vastgesteld is het een wandelend woordenboek etymologie – openlijk in vraag te stellen? En al die door ons verondersteld volledig overbodige operatieve ingrepen dan te kwalificeren als een ‘verwonding’ die mijn leven binnen enkele maanden vroegtijdig gaat beëindigen? Toch niet dat kleine bobbeltje dat er al maanden zat voor de operatie en waarvoor je net, nu al sinds het begin van het jaar, oogartsen zit af te lopen en nu, onvoorstelbaar, na die langverwachte operatie, er gewoon nog altijd blijkt te zitten? Daar, vlak naast mijn oog, tegen mijn neus aan? Op exact dezelfde plaats, alleen een beetje groter ondertussen dan enkele maanden geleden? Zo simpel kan het toch niet zijn?
En het feit dat dat gezwel, na de operatie, gewoon ontploft is in mijn oog, exponentieel is beginnen woekeren? Dat ik vooral ook op geen enkel moment, ook maar iets gevoeld heb van die operatie? Noch tijdens, noch de dagen na de operatie? Ik was daar zelf zo verwonderd over dat ik het tegen iedereen vertelde inclusief, braaf als ik weer was, die superprofessionele ophtalmologische diensten van het Universitair Ziekenhuis van Leuven. Zoals al die andere keren dat ik hen gecontacteerd heb, kwam er geen enkel antwoord terug.
Zijn dit allemaal geen bewijzen dat die professor Mombaerts zelfs gewoon in dat gezwel heeft zitten snijden? De metastase zelf getriggerd heeft en dus mijn dood nu veroorzaakt heeft? “Het kan, het kan,” krijg ik steevast als antwoord van andere medici begeleid door een lange zucht en een gepijnigde blik want een schuldvraag beantwoorden behoort niet tot hun opleiding, schuld bestaat zelfs niet in hun wereld van onbevlekte gangen, beddens en lakens, waar alles perfect is. Enkel het leven en de dood bestaan er. En dat is al zwaar genoeg om te dragen. De schuld kunnen ze er niet meer bij nemen. Zoals wij, de gewone stervelingen, dag in dag uit moeten doen. Neen, daar hebben zij echt geen tijd voor, om zich bezig te houden met zo’n triviale, wereldlijke dingen, die o zo druk bezette halfgoden. Misschien moet ik gewoon leren zwijgen en als een volleerde islamiet languit uitgestrekt op mijn tapijt gaan liggen met mijn gezicht naar de bodem in volle aanbidding en overgave voor professor Ilse Mombaerts en al de brains van de volledige staf van Gasthuisberg. Mijn rechten als burger hier in deze democratische rechtsstaat lijken mij in ieder geval niet veel meer waard dan die van een inwoner van om het even welke woestijndictatuur.
Komt bij dit alles nog bij dat in België een strafzaak opstarten, concreet betekent dat je alle controle uit handen geeft. Heel die strafrechtprocedure is één zwarte doos in dit land. Zoals in de goede, oude tijd, toen een koning nog een koning was of allez, speciaal voor de Franse Grandeur, een keizer een keizer. Dat we ondertussen in 2020 leven, hebben ze daar bij Justitie op één of andere manier volledig gemist. Als slachtoffer heb je totaal geen zicht op het verloop van de zaak. Buiten wat nietszeggende briefjes, net niet meer met een ganzenveer geschreven, om de zestal maanden, komt er niets uit die bizarre toverwereld die wél nog lijkt te geloven in de absolute en ondeelbare authoriteit van de sociaal uitverkorenen. Niet dat ik nog Leopold II-baardharen verwacht, maar qua tijdsgeest zal het niet veel schelen in die duistere cabinetten. Een stel medische experten en dan vooral nog die van de verzekeringsmaatschappijen van beide partijen, hoe onpersoonlijk kan het niet worden, die zich in geheime kamers buigen over mijn dossier om dan op basis van god weet welke redenen wat dan ook te beslissen. De idee alleen al doet me gruwen. Kijk maar opnieuw naar die arme weduwe Chovanec: zit die echtgenote vanuit Slovakije al twee jaar te klagen dat ze van niets weet, niets te horen krijgt enz., en wat is het antwoord? “Er is geen probleem. We zijn er aan aan het werken. We zullen wel iets laten weten als het zover is. Laat ons nu verder met rust en leer eens een beetje geduld te hebben, alstublieft.” En daar moet je het weer mee doen. “Merci Monsieur le Juge, excellentie, edelachtbare. Ik zal dan rustig thuis blijven zitten en nog wat van die leuke Slovaakse folkjurken naaien en stikken, net zoals mijn bet-bet-bet-bet-overgrootmoeder al deed ten tijde van uwe Napoléon.” Alles wordt verder binnenskamers tussen het stof en de spinnenwebben, daar waar de papieren dossiers zich nog steeds opeenstapelen, bedisseld. En dan op het einde komt er uit het gat van de kip zonder kop een conclusie.
Om een procedure voor de strafrechtbank helemaal belachelijk en overbodig te maken, wordt heel het proces dan ook nog eens begeleid en overzien door eminente éminences grises die al 200 jaar niets liever doen dan hun eigen Code Napoléon uit te hollen. Ze vinden het zalig om weken-, maanden-, jarenlang gezellig te overleggen met een tasje koffie in de hand met alle andere experts van alle andere types van seculiere activiteiten, wat dat zijn experten, net zoals zij, gelijkgezinden die weten wat het is om expert te zijn. Ze denken hierbij Vrouwe Justitia, die met haar blinddoek en weegschaal hooggeheven, klaar om recht te doen geschieden, een dienst te bewijzen. Gewoon, alles in het werk te stellen, alle middelen waarover ze beschikken aan te wenden om de Grote Waarheid te achterhalen. Zoals in de boekskes. Maar ze vergeten hierbij dat het grote aantal zwaartekrachtgerelateerde argumenten aan die ene kant van die weegschaal, die kant van de weegschaal die tegenwoordig regelmatig, en in mijn casus al helemaal (het in de Vlaams-Brabantse velden op de loer liggende veelvraatmonster Gasthuisberg in coalitie met MS Amlin, één van de grootste medische verzekeraars van de ganse wereld), zelfs over meer middelen beschikken dan Justitie zelf, de weegschaal wel heel ver doet doorslaan in het voordeel van de dader, nog voor dat het slachtoffer zelf nog maar één steentje in haar schaaltje heeft kunnen laten vallen. En zo heeft Justitie haar eigen finaliteit, recht spreken voor de burger zoals Le Grand Napoléon het voorzag, uit het oog verloren. Tenzij men natuurlijk een andere finaliteit beoogt, die van behoud van de sociale orde, met de rijken en welgestelden helemaal bovenaan in de pyramide en de armen en de minderbedeelden braafjes onderaan. Dan zijn ze heel goed bezig bij die Belgische justitie.
Hoe het ook zij, het is om al deze redenen dat ik, als burger van dit land, verplicht ben een proces te gaan voeren voor mijn leven voor een rechtbank waar ge normaliter naar toe gaat als ge vindt dat de haag van uw buurman toch iets te hoog gesnoeid is dit jaar en hij pertinent weigert er iets aan te doen of als ge vindt dat die erfenis van die welgestelde, heel haar leven alleen wonende oudtante, die oude vrijster, toch niet helemaal koosjer verdeeld is geworden geweest. Het beste dat wij in deze procedure kunnen verhopen, is dat we geacteerd krijgen dat ik een vroegtijdige dood ben gestorven door al het geklungel van Gasthuisberg. Doodslag en recht zullen iets voor het hiernamaals zijn.
Volgende vraag zal dan wel weer worden hoeveel vroeger? Een maand vroeger of 20 jaar vroeger? In de USA zouden ze van in ‘t begin voor de volle 20 jaar gaan omdat slachtoffers van medische fouten daar wel au serieux genomen worden en je daar dus niet kunt zeggen dat het judicieel systeem een lachertje is. Tenzij dat ge ergens in de Midwest zit waar dat de meeste van die Trumpaanhangers wonen, zoals in ‘Making a Murderer’. Dan zit je gevangen in een systeem dat enkel die tweede verdoken doelstelling van justitie beoogt: dat van sociale controle en iedereen braaf onder de knoet te houden.
Als klap op de vuurpijl en ik hoop dat ik hiermee de laatste twijfelaars overtuig: als we er een strafklacht van maken, komen we volledig terecht in de bubbel van Leuven. Niet de Corona-bubbel van drie of vier of vijf, maar de veel grotere en veel gewichtigere ons-kent-ons-bubbel van Leuven. Omdat ik (het corpus delicti to be dus) een inwoner ben van Kortenberg en vooral ook omdat de plaats delict van de misdaad in Leuven ligt. Bij een klacht voor de burgerrechtbank bepaal je daarentegen volledig zelf waar je ze binnen dient. En het is de plaats waar je de klacht indient, die de klacht zal behandelen. Maar bij een strafklacht zal dus sowieso de Procureur des Konings van Leuven mijn case ter harte moeten nemen. En laat dat nu net die ene procureur zijn die onze bomen niet voldoende interessant genoeg vond om ook maar één iota van haar tijd in te steken, wat gaat ze mijn leven dan wel interessant genoeg vinden? “Wie is dat? Patrick Hoskens? Is dat niet die ene van die bomen, weer? Get a life, zeg! Zagevent.”
Bovendien zijn de gelegenheden om samen champagne te slurpen en foie-gras te degusteren legio in de regio Leuven voor de leden van de meer gegoede klassen. Bij elke opening van een nieuw universiteitsgebouw of een nieuwe ondergrondse parking in Leuven of, nog erger, weeral een nieuw aanhangsel voor het magnifieke Gasthuisberg, het kasteel van Sneeuwwitje in Eurodisney is er al niets meer tegen, staan ze te trappelen van ongeduld – dan kunnen ze ineens ook eens vragen of dat vlekje daar op hun voorhoofd misschien niet kwaadaardig is – om nog eens goed te gaan netwerken met hun peers op eenzame hoogte. Want die eenzaamheid weegt ook wel door hoor, zo helemaal alleen boven zitten en al die verantwoordelijkheid dragen, dat is niet niets, dat vereist op tijd en stond een beetje compensatie en ge kunt niet elk weekend op shortski gaan. Toch niet in de zomer.
16 oktober 2020 – J’accuse by Don Quijote de La Flandes (ja, ja, 400 jaar na die van La Mancha en toch nog evenzeer met de moed met de moed der wanhoop)
Diegenen die mijn verhaal in alle geuren en kleuren willen lezen, blijf ik verwijzen naar de rest van mijn blog. Maar nu dat ik het einde nader van mijn verhaal – mijn verhaal over Gasthuisberg dan toch, de gevolgen van de wandaden begaan door Gasthuisberg zelf moeten nog hun afschuwelijk beloop kennen – zie ik mij genoodzaakt om kort nog eens de totale rampspoed van Gasthuisberg in kaart te brengen. Ook wel omdat er zelfs mensen in mijn naaste omgeving blijven die na het lezen van mijn blog (met een half oog misschien en geen enkel oor?) niets beters weten te verzinnen dan: “Er worden altijd wel medische fouten begaan. Dat is menselijk, Patrick.” Het is onder andere om die mensen te wijzen op het volledig foutieve van deze stelling op zich – er is juist helemaal niets menselijks aan wat er met mij allemaal gebeurd is in dat arrogante Gasthuisberg – het was een lange aaneenschakeling van zware professionele fouten en grove nalatigheden die mij overkomen zijn, daar hebben ‘menselijke’ fouten niets mee te maken – dat ik met veel tegenzin de taak op mij genomen heb om hier en nu nog eens in het kort op te sommen wat er allemaal gebeurd is en vooral ook niet gebeurd is daar boven op die berg.
Om ineens de juiste toon te zetten is er het ontegensprekelijke feit dat mijn ganse passage in Gasthuisberg één grote catastrofe is geweest, van in het begin tot op het eind. Op geen enkel moment, noch bij de eerste diagnosestelling, noch op het moment van de operatie, noch post-operatief, heb ik enige professionele dienstverlening van dit zo gereputeerd medisch instituut gekregen. Samengevat kan ik de feiten als volgt weergeven (en opnieuw, voor meer details, gelieve jullie te wenden tot de blog zelf):
⁃ Ondanks het feit dat ik door dokter Veys van de ‘oogkliniek’ van Winksele ‘verbonden aan het UZ Leuven’ (ik schat dat in vogelvlucht de beide ‘klinieken’ op nog geen drie kilometer van elkaar liggen) op 16 april 2018 word doorverwezen naar datzelfde UZ Leuven met een expliciete verwijzing naar een risico op kanker, gaat er op geen enkel moment een alarmsignaal af in geen enkel systeem nergens en wordt er op geen enkel moment de juiste aandacht geschonken aan het door dokter Veys gedetecteerde risico op kanker
⁃ Nog erger, als ik dan eindelijk ‘professor’ Ilse Mombaerts te zien krijg op 1 juni 2018, vindt die er niets beters op dan met wat externe drukbewegingen van de hand, puur op basis van wat fingerspitzengefühl dus, volledig autonoom te beslissen dat het wel degelijk om een ontsteking van een traanzakje gaat zonder ook maar enigszins rekening te houden met het risio op kanker zoals aangegeven door dokter Veys. Dit terwijl de jonge assistente ook aanwezig op de consultatie toch wel enige overtuigingskracht kan gebruiken. Jammer genoeg niet van mij. Zelf word ik nog steeds volledig in het ongewisse gelaten over mogelijke alternatieve scenarii en risico’s
⁃ De operatie, die mij wordt voorgesteld als een standaard, lichte operatie, die geen enkele urgentie vereist, wordt vastgelegd op 10 september 2018. Tijdens onze vakantie in Italië ontvangen we een telefoontje waarbij ook dit weer verder uitgesteld wordt naar 26 september 2018
⁃ Op 26 september 2018, de dag van de langverwachte operatie krijgen we op geen enkel moment ‘professor’ Ilse Mombaerts te zien. Noch voor de operatie, noch na de operatie, valt die ook maar ergens te bespeuren. Dit terwijl ik herhaaldelijk achter haar vraag. De ontslagbrief die we na de operatie krijgen heeft het over een perfect geslaagde operatie en de assistente van Mombaerts die hem overhandigt, spreekt van een ‘zwelling die nog wel weg zal gaan’ wanneer aangesproken over het bobbeltje dat zich nog steeds bevindt tussen mijn neus en mijn oog na de operatie
⁃ Ook het volledige post-operatieve verloop was een ramp van begin tot het eind. Want, het bobbeltje tussen mijn neus en oog verdwijnt helemaal niet, integendeel. Gaandeweg explodeert het letterlijk in mijn oog. Nochtans is er maar één afspraak voorzien in de ganse post-operatieve opvolging, namelijk op 21 december 2018, bijna op de kop 3 maanden na de operatie, waar dat enkel akte zal genomen kunnen worden van het perfecte verloop van de perfecte operatie uitgevoerd door een perfecte professor. Voor fouten of anomalieën is er geen plaats in dat perfecte wereldje van zo’n perfecte prof
⁃ Op 10 oktober 2018 bel ik dan toch maar ongerust naar de ophtalmologische diensten van het UZ Leuven om dan één van de meest hallucinante gesprekken ooit met iemand of iets van onze zo geroemde gezondheidszorg te voeren:
– “Mijnheer Hoskens, ik ben terug. Ik heb net even overlegd met de dokter en ze vraagt of die verdikking waarover u spreekt rood ziet.”
⁃ “Neen, ik denk het niet, neen. Allez, ik vind toch van niet.”
⁃ “En doet het pijn?”
⁃ “Neen, helemaal niet. En trouwens nu u dat vraagt, dat vind ik ook bizar aan die wonde sinds die operatie. Die heeft dus op geen enkel moment pijn gedaan. Ik heb dus helemaal niets gevoeld van die operatie. Kan het zijn dat die wondlijm die u gebruikt hebt, pijnstillende eigenschappen heeft?”
⁃ “Dat weet ik zo niet, mijnheer Hoskens. Maar u zegt dus dat u op dit moment totaal geen pijn hebt aan die wonde?”
⁃ “Ja, totaal niet, ik voel helemaal niets daar.”
⁃ “Ok. Belt u dan een keer terug wanneer het pijn doet.”
⁃ “Sorry?”
⁃ “De dokter zegt dat zolang het niet rood ziet of pijn doet er volgens haar niets aan de hand is. Dus laat ons iets weten wanneer het wel pijn begint te doen.”
⁃ Het is dan ook pas na het sturen van een hele boze mail dat ik eindelijk binnen geraak bij ‘professor’ Ilse Mombaerts op 20 november 2018. Haar eerste reactie: “Dat heb ik nog nooit gezien.” Haar tweede reactie: “Hier pakt wat antibiotica.”
⁃ Een goede week later, op 30 november 2018, is het terug zo ver want die antibiotica helpt duidelijk langs geen kanten. Ilse Mombaerts laat zich deze keer weer niet zien. Ze heeft echter duidelijke instructies gegeven aan haar assistenten. Ze worden in unisono aan mij doorgespeeld: “Hier pakt ook nog wat vloeibare cortisone, Celestone.” Maar voor de rest niets. Geen enkele onderzoeksdaad wordt er gesteld. Buiten telkens en opnieuw wat duwen met die vingers op mijn ooghoek.
Het zal pas bij dokter Decock zijn, een oogarts van het AZ Maria Middelares te Gent, waar ik letterlijk in pure wanhoop naartoe moet vluchten bij gebrek aan professionele hulpverlening in dat veel te grote Gasthuisberg, die mastodont van het UZ Leuven, tussen 29 november en 17 december 2018, dat er enige ernstige onderzoeksdaden gesteld worden, inclusief een CT-scan die al 8 maanden daarvoor had moeten afgenomen worden én een biopsie van het gezwel. Ongeveer een jaar dus na de datum van de eerste vaststellingen. Maar die slaagt er dus wel in om op iets meer dan twee weken tijd – twee weken!!! – te doen wat ‘professor’ Ilse Mombaerts al acht maanden nalaat te doen – ondanks de vele zorgen en vragen van mij. Dezelfde ‘professor’ Ilse Mombaerts die mij als toetje zelfs na acht maanden wachten nog weet te beschuldigen van over niet genoeg geduld te beschikken want patiënt komt van het Engelse patient maar “de mensen hebben geen geduld meer, hein mijnheer Hoskens.” Kotsen moet ik van die walgelijke arrogantie van die omhoogevallen trut.
Ik daarentegen, de ongeduldige, kan er terecht nog een schep bovenop doen in mijn klacht: rekening houdend met het ziekteverloop na de operatie uitgevoerd door ‘professor’ Ilse Mombaerts wordt de vraag prangend of ze zelfs niet gewoon in het gezwel heeft zitten snijden. De mate waarin het gezwel alvast nadien ‘ontploft’ is in mijn oog, rechtvaardigt in ieder geval deze vrees en deze stelling. Dat ze op deze manier zelf de metastase veroorzaakt en mijn lot bezegeld heeft. Met een big smile op haar zelfvoldaan heksje-gezicht.
Ook zie ik mij genoodzaakt, en dit is geen natrappen, dit zijn gewoon weer de feiten van de dag, hier expliciet te benadrukken dat dokter Christian Decock al deze stappen op twee weken tijd helemaal alleen heeft gezet. Want toen we, Tin en ik samen, ‘professor’ Ilse Mombaerts zijn gaan confronteren met de lamlendige en totaal amateuristische dienstverlening die ze mij tot dan toe geleverd had op 7 december 2018, had de CT-scan al lang plaats gevonden en stond de biopsie ingepland voor de avond van die dag zelf. Na weken en zelfs maanden van inertie op mijn dossier heeft ‘professor’ Ilse Mombaerts nadien geprobeerd achter mijn rug mijn casus te recupereren in de ogen van haar collega-medici. Door te doen alsof zij mee beslist had tot het nemen van een CT-scan of het uitvoeren van de biopsie. Maar niets van dat alles is waar. Ze heeft mij gewoon laten creperen en heeft op al die maanden op geen enkel moment een ernstige onderzoeksdaad gesteld. En toen ze door kreeg dat ik ondertussen al elders in behandeling was, is ze haar onzalig parcours beginnen toedekken naar collega-medici toe. Te redden wat er te redden viel van haar reputatie. Terwijl dat ze het bij mij al helemaal verkorven had. Jammer genoeg voor mij viel er van mijn leven ondertussen al niet zo veel meer te redden na mijn catastrofale passage langs haar ‘diensten.’
Aangezien ik vermoed dat er nu nog altijd mensen bestaan die vinden dat ik niet zo moet overdrijven en ik het nog verder vertik om ook maar één seconde van mijn tijd verder te steken in het overtuigen van deze zielige figuren, laat me verder overgaan tot de orde van de dag: de vier eisen die ik hierbij voorleg aan Gasthuisberg en ‘professor’ Ilse Mombaerts, als ze ooit nog enigszins op mijn, en hopelijk van velen onder jullie, respect willen kunnen rekenen.
1. Ik eis publieke verontschuldigingen van ‘professor’ Ilse Mombaerts én Gasthuisberg. Dus voor alle duidelijkheid: het sturen van een mailtje zal niet volstaan. In naam van ‘professor’ Mombaerts alleen ook al lang niet meer. Het moet aangekondigd worden op alle officiële communicatiekanalen en er mag geen enkele onduidelijkheid bestaan over de inhoud van de boodschap
2. Ik eis een gedetailleerd en uitgewerkt projectplan dat tot doel heeft te vermijden dat wat er met mij gebeurd is zich nog ooit eens kan herhalen. Zodat een patiënt die doorverwezen wordt met een risico op kanker wel de nodige alarmsignalen doet afgaan. Zodat daar op een gepaste manier op gereageerd wordt en dat er controles mogelijk zijn op wat één individu denkt te kunnen beslissen
3. Ik eis dat de katholieken van het UZ Leuven hun christelijk medeleven een keer aanspreken, in de veronderstelling dat ze daar nog over beschikken, en ervoor zorgen dat medische slachtoffers zoals ik erkend worden en niet langer als oude honden of katten aan hun lot overgelaten worden om thuis in een hoekske wat te sterven maar omgeven door de noodzakelijke humane zorgen
4. En, last but not least, aangezien het mijn overtuiging is dat wat er met mij gebeurd is voor een groot stuk te wijten is geweest aan de zieke bedrijfscultuur van Gasthuisberg, met diensthoofden die als halfgoden denken te kunnen beslissen over leven en dood, eis ik een uitgewerkt programmaplan dat tot doel heeft de arrogantie van Gasthuisberg – die ziekelijke cultuur van ‘wij zijn de grootsten en de besten’ – volledig met de grond gelijk te maken en zodoende eindelijk een meer menselijke benadering van ziekenzorg en de patiënten zelf mogelijk te maken
Vooraleer er weer van die betweters zijn die mijn laatste demarche gewoon totaal belachelijk vinden, die vinden dat ikzelf deze keer nogal arrogant ben door te denken dat die van boven op de berg zich ook maar iets aantrekken van al mijn zever: ik acht de kans dat er ook maar op één van deze eisen ingegaan zal worden bijzonder klein. Een goede verstaander zal de knipoog naar Don Quijote de la Mancha in de titel dan ook goed begrepen hebben en geen verdere uitleg nodig gehad hebben. En het zijn geen windmolens die zich daar verheffen in het grensgebied van Winksele, Leuven en Terbank, maar de gigantische torens van Gasthuisberg zijn al even spooky. Ik leg dan ook alle vier de eisen voor aan de machtigen der aarde in dit kleine apenland. Want ze moeten voor mij alle vier ingewilligd worden om nog aanspraak te kunnen maken op enig fatsoen daarboven op die berg. Maar waar dat die vervelende betweters met hun Realpolitik waarschijnlijk gelijk zullen krijgen is dat corporatisme bijna altijd de bovenhand haalt bij dergelijke principiële discussies. Wij als burgers moeten echter blijven geloven in het ongelooflijke. Wat heeft het anders allemaal voor zin? Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat hetzelfde een van mijn kinderen ook nog eens zal overkomen. Dus rot op met die corporatistische reflex die simpelweg stelt dat het leven van één pechvogel-burger niets voorstelt in vergelijking met al die levens van burgers die wél gered worden. Net hierom leg ik ook alle vier de eisen voor. Want wat die dikke, arrogante en zelfvoldane klootzakken boven op die berg inderdaad net niet willen begrijpen, is dat alles begint bij dat ene burgerleven.
11 november 2020 – Die lieve goegemeente
Het kost me meer en meer moeite om een degelijke blogpost in mekaar te steken. Doordat ik me de afgelopen weken slechter en slechter voelde en mede daardoor agressiever en agressiever werd, ben ik meer en meer ongefocused en flitst de ene idee na de andere door mijn hoofd maar zijn ze bijna nooit voor publicatie vatbaar. Ofwel zijn ze te lomp (Vlaams Belang/NVA-niveau, zo van; het hele systeem is rot! Zie eens hoe dat er in deze zogenaamd democratische rechtsstaat met de rechten van een burger omgesprongen wordt! Zelfs het recht op bescherming bij en verweer tegen levensbedreigende wantoestanden is gewoon een farce! Het kan de elite hier geen kloten schelen wat er gebeurt met de gewone man!), ofwel zijn ze te bloederig (psychopaat-niveau; de zogenaamde ‘Professor’ Ilse Mombaerts in haar onbevlekt wit jasje in een poel van bloed op de vloer van haar consultatieruimte), ofwel te zielig (ik die het slachtofferke uithang; het onrecht dat mij aangedaan wordt niet kan vatten; zot word als ik nog eens een keer, voor de zoveelste keer, een radiospotje hoor op de radio van ‘Kom op tegen kanker’ dat de mensen aanzet om in deze Coronatijden niet te wachten om op consultatie te gaan als ze een probleem vast stellen – ik heb namelijk nooit, op geen enkel moment in deze hele afschuwelijke geschiedenis, gewacht om op consultatie te gaan, om hulp te gaan zoeken, bij ‘professionele’ dienstverleners, tot en met een universitair ziekenhuis nota bene en zie waar het mij gebracht heeft).
Nochtans zijn die beelden van Mombaerts in die plas bloed voor mij best aanlokkelijk: het heft van de dolk steekt nog uit haar opengebeukte smalle mond, haar linkeroog integraal uitgestoken, het lemmet zelf, langs haar gespleten tong, doorgedrukt tot in de kleine hersenen aan de achterkant, vlak boven haar nek, waar die afgrijselijke tumoren zitten. Eigen schuld, dikke bult. Bij mij duurt het alleen wat langer. Alleen de benen zien er wat raar uit; het linkerbeen in een strakke houding met de tip van de voet naar beneden, het rechterbeen er krom overheen. Alsof het een pop is die denkt dat ze nog altijd kan weg lopen.
En toch voelt het allemaal niet goed aan. Het verschil tussen een Charles Baudelaire en den Hoskens: zelfs met het zicht op de dood nog altijd bezig met wat de anderen ervan zouden kunnen vinden. Baudelaire beschreef zonder gêne als een van de grote Franse grondleggers van de latere Westerse literatuur het afgehakte hoofd van een minnares of een ex-minnares; gegeven zijn nogal aparte levensloop, waarschijnlijk een prostituee. Boris Vian zou het hem een eeuw later nog een keer nadoen. Met ‘J’irai cracher sur vos tombes’ beschreef hij een Patrick Bateman avant la lettre. De Amerikanen hebben zoals steeds later enkel de schaal van het gebeuren veranderd. De hoofdfiguur van Boris Vian vermoordt, als ik het me goed herinner, een vrijend koppeltje in een bos. Twee mensen dus. Patrick Bateman zelf kan al net als Rambo de tel niet bijhouden. En den Hoskens: die voelt schroom over wat hij zou willen doen met de vrouw die in de realiteit, hier en nu, niets te fictie dus, verantwoordelijk is voor zijn eigen veel te vroegtijdige, afschuwelijke dood. Alsof het iets is om beschaamd over te zijn. “Allez, ge doet zoiets toch niet, Patrick? Zelfs niet met iemand die jou zogezegd vermoord heeft. Allez, allez,…” Met als één van de concrete gevolgen: Baudelaire zijn gedichten die zelfs nu nog, en terecht, gelezen worden door literatuurfanaten verspreid over gans de wereld. En mijn gekribbel hier dat nu door de mensen gelinked aan mij via die sociale media vol fake news gelezen wordt; misschien is mijn verhaal ook wel fake? En later soms nog een beetje door de vrouw en de kinderen en de echt goede vrienden. Om toch nog eens te checken wat ik nu weer allemaal uit mijn nek geslagen heb op het eind van dit leven. Waarschijnlijk kort, een maand of twee na mijn begrafenis, heel uitzonderlijk, één van de kinderen, lang geleden.
En ik hoor de goegemeente zelfs nu al zuchten en op hun achterpoten gaan staan. Bezorgd dat mijn daad van agressie misschien aanleiding zal geven tot nog ergere misdaden, begaan door nog anderen, de kinderen van Mombaerts, als ze er al heeft de grijze heks, of toch zo’n Vlaams Belanger die vindt dat hij een nieuwe bron van frustratie heeft gevonden om zich af te reageren op het systeem (al zal hij het op dit moment liever hebben over de ‘deep state’, naar analogie met hun nieuwgevonden transatlantisch voorbeeld, het rosse liegebeest Donald Trump).
“Ze gaan dat niet expres gedaan hebben, hein Patrick.” Dat krijg ik om de vijf voet te horen van die brave, goedgelovige Vlaamse zielen. Een echte klote-opmerking voor mij waarop ik steevast moet antwoorden: “Neen, natuurlijk niet. Maar 1) ze hebben het wel degelijk gedaan. Ik, ik, niet gij trouwens, ga nu dood gaan omdat zij hun werk niet fatsoenlijk of, lees mijn verhaal – heb je het eigenlijk al wel gelezen? – gewoon niet gedaan hebben. En 2) het is niet omdat ze iets niet expres gedaan hebben dat de daden ongestraft moeten blijven. En al zeker niet als je kijkt naar wat de gevolgen zijn van die wandaden. En nog meer al zeker niet als de rest van de maatschappij er zich blijkbaar de ballen van aantrekt. Dan is het toch aan mij, het slachtoffer, om recht af te dwingen en de balans te herstellen, of niet soms?”
Daarnaast heb ik me de afgelopen weken ook wel echt ellendig gevoeld. Mezelf zo slecht gevoeld dat ik in niets meer goesting had en niets meer wilde doen buiten in mijn zetel liggen. Ik had zelfs geen eetlust meer. En voor iedereen die mij kent of ooit gekend heeft, is dat onvoorstelbaar, denk ik. Dus inderdaad, ik moet mijn kleine writers’ block misschien niet enkel op Mombaerts en Gasthuisberg steken. Ik heb wel kanker nu, weet je? Het zit wel al in mijn hersenen door hun onvoorstelbaar amateuristisch geklungel. Maar dat is maar een klein detail, niet, beste goegemeente?
Weten jullie wat? We zullen hen rustig verder hun werk laten doen. Het is allemaal zo al moeilijk genoeg voor die zorgverleners boven op die berg. En dan die Corona d’r nog eens bovenop… En trouwens, als iemand van jullie ooit een probleem heeft aan een oog, ik heb een fantastisch adres voor jullie allemaal: Professor Ilse Mombaerts, diensthoofd ophtalmologie van het Universitair Ziekenhuis Leuven, in onze contreien vooral gekend als Gasthuisberg. Echt top. Veel plezier alvast. En maak je geen zorgen. Wat er met mij daar gebeurd is, zal met jullie nooit meer gebeuren. Misschien dat ze al een reorganisatie doorgevoerd hebben. Stel je voor. Dat zou wel eens kunnen met zo’n superkrachtdadig management dat zo veel belang hecht aan de kwaliteit van de dienstverlening. En laat het verleden in hemelsnaam het verleden zijn. Laat ons vooruit kijken. Neen, echt, je bent daar in goede handen. Betere bestaan er niet.
15 november 2020 – Corona of geen Corona: burgerprotest tegen ontoelaatbaar wanbeleid van onze eigen elites blijft een essentieel goed (en neen, zielige Coronaontkenners, het gaat hier niet over het dragen van een onnozel mondmasker)


26 november 2020 – Le Rouge et le Noir anno 2020: onmetelijke haat en waanzinnigmakende agressie
Ik moet een bekentenis doen aan jullie allemaal. Als ik de afgelopen dertig jaar met de auto ‘s nachts op de autostrade vanuit het Kempenland Vlaams-Brabant binnen reed ter hoogte van Diest, de vroegere grensstad van het Hertogdom Brabant met garnizoen en al, tot in de jaren ‘90 nog een kazerne voor de beruchte para’s van Diest, of vanuit het Gentse ter hoogte van Aalst, de nog altijd bijzonder bedrijvige carnavalsstad die jammer genoeg van kromme neuzen een handelsmerk gemaakt heeft, dan keek ik altijd uit naar de borden ‘De provincie Vlaams-Brabant heet u welkom!’ met de Brabantse leeuw op (zo wat roder en zwarter dan die Vlaamse). Omdat, omdat…, ik vanaf dan, in mijn hoofd, mezelf in de actieradius van Gasthuisberg bevond, en dat dus, vanaf dan, als ik bijvoorbeeld een ongeluk zou hebben, ik tenminste in… goede handen zou zijn. Echt waar. Ik ben hier niet aan het zwansen. Zelfs niet aan het overdrijven. Ongelooflijk, niet, beste lezers? Dat net bij mij, dertig jaar lang, telkens als die borden opdoken, die onnozele gedachte door het hoofd spookte. En nu, nu, ga ik net dood gaan door datzelfde zo geroemde Gasthuisberg. Hoe belachelijk kan een mens niet zijn.
Maar dit is niet de eigenlijke bekentenis die ik wilde maken. De eigenlijke bekentenis is deze: zelfs toen ik ze deed, jarenlang, in mijn auto, vond ik het toen al en nu besef ik het tot mijn grote spijt al helemaal, ontzettend arrogant. Alsof al die andere ziekenhuizen niet goed zouden zijn. Of gewoon zelfs minder goed. Het is de arrogantie van Gasthuisberg zelf, van dus de grootste en de beste te zijn, die zich dus ook in mij bevond. Die zich op één of andere manier in mij genesteld had. Misschien door mijn jarenlange studies, misschien was het de arrogantie van de KUL die doorwerkte tot in mij via die studies tot aan dat machtige Gasthuisberg. Misschien. Maar, en dit is de eigenlijke bekentenis, die arrogantie van Gasthuisberg zat dus ook in mij. En dan is het misschien ook wel mijn verdiende loon dat ik dood ga gaan door deze arrogantie. Als straf voor de mijne. Dat heeft toch iets rechtvaardigs, niet?
Enigste probleem is dat die plotse enorme ontgoocheling en teleurstelling in dat onbeschaamd en onbevlekt Gasthuisberg zich als een zwarte inktvlek verspreidt naar de ganse provincie Vlaams-Brabant, net zoals in die auto, het de borden van Vlaams-Brabant waren die mij’ s nachts welkom heetten in Gasthuisberg. Dezelfde provincie Vlaams-Brabant waar ik nu al meer dan dertig jaar woon. Mijn ganse leven van de afgelopen dertig jaar wordt door dit alles plots in vraag gesteld. Als zo’n dingen hier, in dit welvarend zogenaamd kenniscentrum van Vlaanderen, kunnen gebeuren, alsof het iets vanzelfsprekends is, was ik dan niet beter in het armere maar misschien wel simpelere en daardoor eerlijkere Turnhout gebleven? Dit Vlaams-Brabant, waar ik zo trots op was dat mijn kinderen er konden in opgroeien, waardoor ze zelfs woorden op een rare manier begonnen uit te spreken en meer en meer zelfs naarmate ze ouder werden? Dit hartland van het vroegere Hertogdom Brabant dat mij zo veel gegeven heeft: mijn eerste lief, mijn enige vrouw, mijn schatten van kinderen, om nog maar te zwijgen over al de vrienden en kennissen die ik er door de jaren heen heb leren kennen.
Dus ben ik afgelopen week met Tin gaan wandelen in de Doode Bemde in Sint-Joris-Weert, in de hoop mijn liefde voor dit land, via het mooie Vlaams-Brabantse landschap rondom ons, terug te vinden. Voor diegenen die het niet kennen: het is een klein, maar prachtig natuurgebied dat de loop van de Dijle volgt tussen Overijse en Leuven in. Het leent zich uitstekend tot zo’n nieuwe verzoeningspoging want ik heb het zelf ook pas onlangs leren kennen dankzij de Jules, één van de warmste mensen die hier op aarde rond lopen, een supersympathieke rasechte ket die bij ons in de straat woont, een rondlopend vat van liefde en genegenheid, een geboren en getogen Kortenbergenaar. Eigenlijk, om juist te zijn, moet ik Everbergenaar zeggen. De overkant van de straat is namelijk nipt Everberg en toch betekent dat hier om donkere en al lang vervlogen redenen, ongekend voor allochtonen zoals wij, een wereld van verschil. Niet dat Jules daar zo veel last van heeft. Integendeel, het is één van de meest open mensen die hier rond lopen. Sommige van zijn beste vrienden zijn homosexueel, hetgeen me niet verwondert aangezien zelfs ik in zijn nabijheid begin te twijfelen aan mijn eigen geaardheid; zo’ne schat van een vent is het. En hij houdt zelfs van Brussel, hetgeen, raar maar waar, hier in de Vlaamse rand vaak zelfs bij jonge mensen niet het geval is. Zo stevig en onbekrompen staat hij in het leven. Het park zelf zit vol met bevers. Zo werd ons gezegd. Via knuppelpaden geraak je aan de Dijle. Maar bevers krijgen we niet te zien.
Misschien daarom dat het niet lukt. De haat en de agressie die ik voel ten opzichte van dat verwaand gedrocht een beetje verder daar in de hoger gelegen Elysese velden is ook wel veel te groot. Dat gigantisch monster dat met een enorme bouwwoede nu al minstens 20 jaar de ene nieuwe betonnen blok na de andere weet neer te poten met de steun van alle mogelijke overheden. Dat zonder ook maar enig probleem, zonder ook maar enig kritisch toekijkend oog van om het even wie, noch van het eigen dikbetaalde management, noch van een derde partij, zelfs niet van de derde macht, onze eigen justitie die toch de beginselen van onze democratische rechtsstaat zou moeten waarborgen en ons, als het even kan, op die manier toch minstens een veiligheidsgevoel zou moeten bezorgen, mensen zoals ik met huid en haar opeet en de beenderen terug uitspuwt. Waar dat mensen zoals ik, burgers van dit land zoals ik, enkel nog nummers zijn, verwaarloosbare nummers, vergeten en dode nummers nog vooraleer ze effectief dood zijn. Waar dat slachtoffers, niet enkel van hun falen, maar zelfs van hun onkunde, zoals ik, met een verpletterende en onheilspellende kracht corporatistisch dood gezwegen worden. Die betonnen blokken staan op een kerkhof van toegedekte mis- en wandaden en geen haan die d’r naar kraait. Jezus had ten minste nog een haan die drie keer kraaide. Deze pechvogels van dit land, deze losers eerste klas, hebben zelfs dat niet gekregen. Ze worden geslachtofferd voor het amechtig in stand houden van de maatschappelijke illusie dat alles in dit land goed gaat, dat die specialisten-geneesheren geniale halfgoden zijn en dat die rechtsstaat zijn werk doet. Nochtans, als die mooie witte betonnen muren konden spreken, zoals in zo’n ouderwetse goede horrorfilm à la Carrie, het bloed zou ervan afstromen en geen enkele Leuvenaar, Vlaming, Belg, Europeaan zelfs, zou zich nog veilig voelen. Zelfs afschuw of afkeer zijn te zwakke woorden voor wat ik voel. Haat die een mens doet ontploffen. Dat komt al wat meer in de buurt.
7 december 2020 – J’accuse 2.0 (nog altijd met gevelde lans, maar toch al een beetje wankel, recht op de windmolens af)
Jullie hebben mij gewoon vermoord Gasthuisberg. De dodelijke combinatie van de, in mijn geval letterlijk, oogverblindende incompetentie van één van jullie eigen diensthoofden oogheelkunde, Ilse Mombaerts, en de onwaarschijnlijke arrogantie ingebakken in jullie bedrijfscultuur, die afschuwelijke combine, heeft mij kapot gemaakt. Jullie hebben op geen enkel moment de nodige stappen gezet om het risico op kanker te evalueren en dit ondanks een doorverwijzingsbrief waarin het risico zwart op wit vermeld stond. Nog straffer, jullie hebben zelfs doodgemoedereerd een operatie uitgevoerd op de plaats waar zich een kwaadaardige tumor bevond. En nog straffer, vanaf dan, vanaf dat ene al afschuwelijke moment, hebben jullie mij gewoon laten stikken als een vis op het droge. Enkel nog wat onzin over zwart bloed en wat laffe, achterbakse beledigingen, zoals dat ik niet geduldig genoeg zou geweest zijn, kreeg ik nog naar mijn hoofd geslingerd. Gefeliciteerd voor zoveel vals perfectionisme en dat onverantwoord onprofessionalisme! En voor dit alles hebben jullie zelfs geen sorry gezegd. Zelfs niet één keer. Schriftelijk. Verbaal. Of off-the-record. Geen woord. Geen milimeter. Niets. Daarvoor alleen al verdienen jullie een goei pak slaag, Gasthuisberg. En geen klein beetje.
Voor diegenen die hier vallen over het begrip vermoorden, leden van die lieve, zo vergevingsgezinde goegemeente, voor wie alles OK is zolang ze zelf maar geen betrokken partij zijn: wat is vermoorden anders dan het veroorzaken van een vroegtijdig overlijden? Vrijwillig of onvrijwillig? Dood gaan we toch. Maar, ok, aangezien het zo’n beladen term is en ook wel omdat ik, zelfs bij mensen die mijn blog al een tijdje volgen, merk dat sommige lezers nog steeds niet helemaal door hebben wat voor een hallucinant parcours ik achter de rug heb in dat weerzinwekkende Gasthuisberg, stel ik voor om de feiten nog eens een keer kort op te lijsten. De details kun je chronologisch terugvinden in de blog. Maar omdat in deze tijden van fake news feiten ontzettend belangrijk zijn, volgt hierna dus weer een korte samenvatting. In de hoop dat een beetje reiteratie of een gezonde portie Durcharbeiten à la Freud uiteindelijk de overhand zal krijgen op al die leugens die ons leven zogezegd draaglijk moeten maken. Of al is het maar om ook en opnieuw te bewijzen dat ik hier gene zever zit te verkondigen of wat dan ook in mijn verhaal verzonnen heb. Hetgeen velen onder jullie, ongemakkelijk wordend van datzelfde verhaal, precies stilletjes blijven hopen met die eeuwige “Ja, maar…”-retorieken.
Dus, opdat het ineens en opnieuw kristalhelder is voor iedereen: ik ben vermoord door Ilse Mombaerts van de dienst ophtalmologie van Gasthuisberg. En dit, houd u vast ongelovige lezer of beenharde scepticus, als we de feiten even nader bekijken, wel drie keer en op drie verschillende niveau’s. Ik weet het, een mens kan maar één keer dood gaan, en enggeestige criticasters kunnen nu al beginnen tegenwerpen dat ik niet zo moet overdrijven, maar er zijn drie momenten geweest waarop, zelfs als de andere twee momenten niet zouden plaats gevonden hebben, ik telkens vakkundig vermoord ben geweest door Gasthuisberg.
Drie keer (jawel: DRIE KEER!!!) ben ik vermoord door die machtige medische instelling, die gigant van de Vlaamse ziekenzorg, het Universitair Ziekenhuis van de Katholieke Universiteit van Leuven, waar afgaande op mijn verhaal kwantiteit primeert op kwaliteit, alom gekend als Gasthuisberg. Misschien dat er dan toch ergens een haan stond te kraaien net als bij die Jezus 2000 jaar geleden. Om het overzicht te behouden, zal ik de feiten vermelden per niveau, het moment dus waarop telkens de haan kraaide:
1. Het gebrek aan respect voor de integriteit van mijn persoon en de beroepseer van jullie eigen confraters
De eerste keer was toen een doorverwijzingsbrief opgemaakt door dokter Veys, medewerkster van de ‘Oogkliniek’ van Annelies De Blauwe te Winksele, op folders en affiches alom aangekondigd als ‘verbonden aan het UZ Leuven’, straal genegeerd werd door jullie hoogsteigen ‘Professor’ Ilse Mombaerts. In de brief werd expliciet vermeld dat er een risico op kanker was en werd er gevraagd om aan beeldvorming te doen. Met deze brief werd echter niets gedaan. Totaal niets. Van zelfvoldane arrogantie gesproken. Of anders hebben jullie eigen specialisten, dames en heren van Gasthuisberg, nog nooit de reclamespotjes van ‘Kom op tegen kanker’ op de radio gehoord want de oproep om zo snel als mogelijk hulp te zoeken in geval van een mogelijks ‘probleempje’ wordt door jullie eigen specialisten duidelijk niet opgevolgd. Zelfs niet als het een confrater is die aan jullie vraagt om dit te doen. Misschien toch eens een communicatie rond doen tijdens een van de volgende stafvergaderingen, universitaire kliniek van mijn voeten.
2. De belabberde kwaliteit van de geleverde geneeskundige diensten
De tweede keer was toen, los van de doorverwijzingsbrief, terwijl er zelfs een oogarts van een privé-praktijk in de mot had dat dit mogelijks over kanker ging (tot mijn groot onheil er wel niets van tegen mij vertelde want jullie medici willen ons arme mensen altijd maar sparen en ook onze data privacy altijd maar beschermen, heb ik dat zo goed begrepen, dames en heren ex-studenten geneeskunde? (achteraf kan ik alleen maar vaststellen dat ik vooral bescherming tegen jullie had kunnen gebruiken)), stelde jullie eigen diensthoofd van ophtalmologie, jullie ‘specialist’ die dat dan toch zeker ook moest kunnen, een volledig verkeerde diagnose op basis van een puur amateuristische methode, een beetje duwen met de handen op de ooghoek, magisch fingerspitzengefühl dat blijkbaar in staat moet zijn extern, door de huid heen, het verschil tussen een ontsteking en een kankerknobbel te voelen.
Een volledig verkeerde diagnose die weeral eens drie maanden later gevolgd werd door, hoe kan het ook anders, de volledig verkeerde operatie in een, zoals achteraf dan toch blijkt, voor mij levensgevaarlijke zone in mijn gelaat die dan ook nog eens volledig amateuristisch uitgevoerd werd. Mombaerts was in heinde en verre niet te bekennen, noch voor, noch na de operatie. En ik weet niet meer of ik het al eerder in mijn blog vermeld heb, maar Tin verschoot zich een ongeluk toen ze mij enkele uren na de operatie zag op mijn bed in mijn kamer. Mijn oog stond helemaal kaduuk, zegde ze. Mijn gezicht hing vol met opgedroogd bloed en het kopkussen zelf bleek meer rood dan wit te zijn. Zij verwoordde het zelf nadien zo: “Het was alsof je geopereerd was als een oude man, Patrick. Waarvoor geen moeite meer moet gedaan worden. Voor wie het niet meer van belang is hoe hij er uitziet.” Misschien dat dat het normale doelpubliek is van de dienst ophtalmologie van het UZ Leuven? Ouderen van dagen? Of toch van jullie ‘specialist’ Ilse Mombaerts? Hoeveel slachtoffers heeft die vrouw eigenlijk al gemaakt? Is het daarom soms dat de Kolderkat plots binnen sprong vlak voor de operatie om te checken of ik wel wilde dat de operatie door ging en me snel nog wat documenten onder de neus duwde om te ondertekenen? En is dat ook al standard practice in jullie fantastisch ziekenhuis om zo vlak voor een operatie, ‘s ochtends in de vroegte, nog snel zo wat paperassen onder de neus van de zenuwachtige patiënten te steken? Stel je voor dat er al meerdere gelijkaardige gevallen geweest zijn onder de verantwoordelijkheid van Hartenkoningin… Dat ik gewoon eentje in een lange rij geweest ben. Misschien is ook jullie dikbetaalde management al jaren nalatig geweest? Stel je voor, want door het totale gebrek aan transparantie in jullie duur betaalde ziekenzorg is het maar gissen voor ons burgers.
Hoe dan ook, zelfs indien er geen doorverwijzingsbrief geweest was, was het aan jullie specialist om de juiste diagnose te stellen en niet aan een jonge oogarts van een privé-praktijk. Nog erger. Verwittigd van het risico op kanker beslist jullie ‘specialist’ ongegeneerd om een operatie uit te voeren in de zone waar zich het mogelijks kwaadaardige gezwel bevindt! Zonder zelfs maar de moeite te nemen om een scan te laten uitvoeren? Gewoon op basis van wat fingerspitzengefühl? Is dit het zo geroemde professionalisme van jullie Gasthuisberg? Dat komt ervan als kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit. Of was er soms net een nieuwe directief rondgestuurd die stelde dat het quotum van scans voor het eerste halfjaar al zwaar overschreden was en er iets minder vlot gebruik moest gemaakt worden van de dure scanapparatuur? Is dat hetgeen dat het niveau van jullie professionalisme soms aanstuurt? Een Excel-file met wat kosten en baten in en enkele procenten jammerlijke slachtoffers van ridicule en onnozele beleidsmaatregelen, waarvan ik er nu één ben? Eén tip voor jullie voor in de toekomst: zó veel kost een simpele CT-scan nu ook weer niet hoor en de kosten voor de apparatuur zelf zijn al lang gemaakt; dat is een ‘sunk cost’, zoals men in dat ook door jullie zo verafgood managementtaaltje zegt. Een eenvoudige berekening van al de kosten sinds mijn jammerlijke kennismaking met wat men alleen maar als amateurisme kan bestempelen van jullie dienst ophtalmologie in 2018 zal ook in de toekomst snel duidelijk maken dat de kosten voor de gezondheidszorg nu veel groter zijn dan de kosten die er geweest zouden zijn als er gewoon een CT-scan was genomen mid 2018. De kosten aan mijn kant zullen we maar buiten beschouwing laten. Die kunnen jullie je, als overduidelijk sociaal incapabelen, toch niet voorstellen.
3. De karikaturale opvolging van een heelkundige ingreep uitgevoerd door jullie eigen diensten
De derde keer dat ik vermoord ben door Gasthuisberg was de totale ramp van de post-operationele opvolging. Eén afspraak was voorzien. Drie maanden na de operatie. Meer was er niet nodig. Want in de perfecte wereld op de dienst ophtalmologie van het UZ Leuven verliep altijd alles perfect. Perfecte operaties uitgevoerd door perfecte mensen. Het enigste probleem is: bij mij liep niets perfect.
Het eerste contact met de dienst ophtalmologie na de operatie, een telefonische oproep waarin ondergetekende ongerust meldt dat er precies een probleem is, dat de verdikking niet afneemt, integendeel precies erger wordt. Het antwoord van Gasthuisberg: “Belt ne keer terug wanneer het pijn doet.” Tsjakka. Die zit. Dank jullie nog eens voor deze fantastische start van de rest van ons gezamenlijk parcours, dit bijzonder professioneel en van inlevingsvermogen getuigend antwoord.
Tweede post-operationele contact, meer dan een maand later want nog steeds geen pijn alleen meer en meer een knoert van een zwelling (‘gezwel’ werd op dat moment als concept nog altijd niet overwogen, door niemand denk ik, zeker niet door mezelf als totale leek – hel en verdoemenis zijn nu mijn gruwelijk lot), een boze e-mail want dat wordt hier alleen maar erger en erger en via een telefoontje zal het toch niet lukken, daarvoor heb ik al een heuse pijnschaal nodig. Eindelijk krijg ik toegang tot het gebied gelegen achterin de lange, smalle konijnenpijp, het rijk van Ilse Mombaerts. Eerste reactie Hartenkoningin: “Dat heb ik nog nooit gezien.” Eerste reactie assistent: “Ge hebt misschien zwart bloed.” Ik krijg wel antibioticapillen mee naar huis. En daar moet ik het mee doen. Geen enkele poging tot onderzoek. Niets. Nul. Geen afspraak voor een scan. Zelfs geen bloedafname. Niets. Derde contact, 10 dagen later, “hier neem ook nog wat Celestone”, een aftands medicament zo ontdek ik opnieuw achteraf (de spoedcursus farmacie begint zo ongeveer rond dat moment te lopen voor mij), het wordt nog maar amper voorgeschreven, maar wel goei spul zeggen die van jullie, vloeibare cortisone zegt mijn apotheker.
Om dan een laatste contact te hebben gewoon om te zeggen dat de diensten van Hartenkoningin op geen kloten trekken, dat we ondertussen weggevlucht zijn naar het Gentse, dat daar een oogarts zit in een Algemeen Ziekenhuis, een ‘gewoon’ ziekenhuis dus in allemensentaal, die op twee weken tijd doet wat Mombaerts al acht maanden heeft nagelaten te doen: alles eens professioneel onderzoeken. Het is het moment waarop de heks o.a. de etymologische oorsprong van het woord patiënt ter sprake brengt. Ze zegt woordelijk: “Het komt van het Engelse ‘patient’. Maar de mensen hebben tegenwoordig geen geduld niet meer, nietwaar Mijnheer Hoskens?” Al acht maanden ben ik bij die vrouw in behandeling. Al acht maanden wacht ik op een professionele interventie voor een probleem aan mijn oog. Een andere, ‘gewone’ oogarts van een ‘gewoon’ ziekenhuis doet dat allemaal op twee weken. Zij, zelfs na acht maanden, zelfs na herhaaldelijke confrontaties met de staat van mijn oog na de door haarzelf uitgevoerde operatie, doet gewoon niets. Totaal niets. Erger nog: ik krijg het verwijt naar mijn hoofd geslingerd dat ik niet geduldig genoeg ben geweest. Hoe noemt men zoiets? Mateloze arrogantie? Een typisch gevolg van geïnstitutionaliseerde straffeloosheid? De natuurlijke verhouding tussen medici die als halfgoden ongenaakbaar boven op hun berg zitten en gewone stervelingen die braaf moeten zwijgen en luisteren en alles maar ondergaan als een straf van God? Zeggen jullie het maar, dames en heren specialisten van Gasthuisberg. Want ik heb daar letterlijk geen woorden voor.
Trouwens, jullie, management en specialisten van het UZ Leuven, Gasthuisberg zelf dus, jullie moeten niet denken dat jullie in dit alles vrijuit gaan. Jullie moeten niet denken dat jullie alles op één incompetent diensthoofd gaan kunnen steken. Neen, het is voor mij duidelijk dat haar positie en vooral haar manier van werken, met een ‘zwarte kaft met alle geheime dossiers in’, dixit één van haar eigen assistenten, zelf beschaamd én gedegouteerd van de manier van werken in zijn eigen ziekenhuis, door jullie niet alleen getolereerd maar zelfs gebenedijd werd. Jullie kwaliteitscontrole, die kwaliteit van de zorgverlening waar jullie op het publieke podium de mond zo van vol hebben, beperkte zich in mijn geval, op jullie dienst oogheelkunde, tot wachten tot er zich een probleem voordeed. Wel, hartelijk gefeliciteerd, nepmanagement van Gasthuisberg, dat is dan bij deze gebeurd: een burger van dit land, een brave huisvader met twee kinderen, gehuwd ondertussen, niet langer in zonde samenlevend, dus dat is ook al geen excuus meer, gaat vroegtijdig sterven anno 2020-2021 en het is allemaal jullie schuld. Of gaan jullie het allemaal steken op de grootte van jullie onderneming? Op de silo’s die al die diensten in zo’n gigantisch mormel van een hospitaal vormen? Het gebrek aan communicatie tussen die peilers van jullie zorgverlening? Als je dan ook nog eens onfeilbare halfgoden aan het hoofd van de silo’s plaatst, moet je wel niet verwonderd zijn dat die communicatie niet zo vlot verloopt. Zelfs op Olympus verliep die om het eufemistisch uit te drukken niet al te denderend en dat waren dan nog eens echte goden.
Ter recapitulatie, want jullie geheugen is ongetwijfeld bijzonder kort, korter dan deze blog post, anders kun je zo’n schabouwelijk schouwspel niet aan: het gaat hier, in mijn ‘casus’, zoals jullie medici dat zo graag ontsmet en ontdaan van alle emotie noemen, zo’n Latijns woord bekt ook makkelijker in die perfecte en steriele monden van jullie, niet om 1 fout. En al zeker niet over één menselijke fout. Het gaat hier over een aaneenschakeling van zware professionele fouten tot en met grove nalatigheden. Niet ik, maar jullie zouden binnenkort in de grond moeten kruipen van schaamte.

18 december 2020 – Schuld en boete
Schaamte. Het grote woord is eruit. Ja, ik schaam me dood voor alles wat er gebeurd is. Hoe kan het toch dat ik dit allemaal heb laten gebeuren? En ook ja, ik voel me een ‘total loser’ op zijn Amerikaans, een totale mislukkeling in ons al even duidelijke koetervlaams. Hoe zou ik anders kunnen in deze tijden waarin iedereen met blinkende witte tanden en een big smile van hier tot Honolulu verondersteld wordt eeuwig te leven en ondertussen jong te blijven, altijd maar gelukkig te zijn op die sociale media en permanent open te staan voor nieuwe ervaringen tot en met geblinddoekt springen van de Niagarawatervallen. En al die tijd als echte winnaars in perfecte controle over alles wat er rondom hen gebeurt en alle gevaren detecterend, dus zeker zoiets eenvoudigs als de onmiddellijke nabijheid van onbekwame en dus moorddadige proffen in gereputeerde universitaire ziekenhuizen?
Hoe komt het toch dat ik ondanks de alarmsignalen die afgingen, de onzekere blik van het Witte Konijn, de dwingende van Hartenkoningin, toch geen tweede opinie elders ben gaan zoeken? Eén verklaring is die opvoeding tot brave, katholieke Vlaming, die ik genoten heb van mijn al even brave ouders, met oneindig veel respect voor God en al zijn discipelen, waartoe proffen van een Katholiek Universitair Ziekenhuis zeker gerekend moeten worden. Maar toch…, is dat de enige reden? Goedgelovig heb ik mezelf nooit gevonden, maar Sam, mijn oudste, wordt daar regelmatig van beschuldigd, dus misschien heeft ze dat dan toch van mij? Of misschien was ik te veel onder de indruk van het zoveelste spiksplinternieuwe gebouw op de campus met pasgeverfde groenwitte kapsalons en nagelwitte konijnenpijpen met deurtjes langs alle kanten waarnaar de dienst ophtalmologie van het UZ Leuven verhuisde in de loop van dat vervloekte jaar 2018.
Maar dan nog, zelfs dan nog, hoe heb ik godverdomme zo stom kunnen zijn? Steven De Gucht, die viroloog met zijn zelfzekere, rustige stem, zegt in deze Coronatijden op de radio: “Voel je een bobbeltje? Laat je controleren.” Was dat bij mij dan soms geen bobbeltje? Dat was toch een bobbeltje? Hoe komt het dan toch dat ik zelf op geen enkel moment gedacht heb: “Zou dat zo’n bobbeltje kunnen zijn dat die vrouwen voelen als ze bezorgd aan hun borsten tasten? Zou dat kanker kunnen zijn?” Of, vooraleer iemand mij beschuldigt van seksistisch te zijn, is dat hetgeen die mannen misschien voelen als ze problemen aan hun prostaat hebben? Of kunnen mannen dat niet voelen? Want wordt dat niet meestal via de anus gechecked door hopelijk gespecialiseerd personeel? Of zitten die mannen constant met hun vingers in hun aars? Geen idee, eerlijk gezegd. Maar, neen dus, niets van dat alles. De schaamte is nog het grootst naar Tin en de kinderen toe. Hen in de steek laten in het midden of, nog erger, aan het begin van hun leven. Nog voor dat alles echt gestart is. Ik had misschien zelf die haan moeten horen kraaien? Stomme idioot. Onnozelaar. Kloefkaffer. Sukkelaar.
Allez, stop met jezelf zo de duivel aan te doen Patrick, asjeblieft zeg. Zeg nu zelf, dat is toch weer godgeklaagd? Gij, de brave burger, die braaf in de pas loopt, die braaf zijn belastingen betaalt, die gelooft in het systeem, die dacht zich hier te bevinden in een democratische rechtsstaat die hem beschermt tegen misbruik of nog veel erger dingen allerhande, je bent weer eens de verantwoordelijkheid bij jezelf aan het leggen; je bent weer eens mee aan het gaan in het verhaal of het toch niet allemaal jouw eigen schuld is geweest, als een echte brave oetlul. Drie keer heeft die haan gekraaid en drie keer werd het mes van Gasthuisberg alleen maar dieper gestoken. En ondertussen maakte de twijfel en de onrust zich meer en meer meester van jou. Tot op het eind in Gent, na een gans jaar sukkelen, in een Algemeen Ziekenhuis, helemaal geen Universitair Ziekenhuis, maar wel bij een bekwame oogarts en in een wel goed functionerend ziekenhuis, samen met de juiste diagnose de vreselijke, oerdestructieve paniek toesloeg. Nu al bijna twee jaar quasimodo met een groot gat waar vroeger mijn linkeroog zat, een oog dat niet meer gered kon worden na al het geklungel van een professor ophtalmologie nota bene. En nu ook al uitzaaiingen naar mijn hersenen. Allemaal met de groeten van dat machtige Gasthuisberg daar ver boven op de berg, dat veelkoppig monster gelegen in de Elysese velden van Vlaams-Brabant, dat manifest aan niemand verantwoording schuldig is. Hallucinant, toch?
Nog meer onvoorstelbaar voor deze inwoner van deze zogenaamd democratische rechtsstaat waar burgers, in plaats van een bedreigde diersoort te zijn, van hun rechten verzekerd zouden moeten zijn door de drie hen vertegenwoordigende machten: zelfs daar stopte de Hel van Gasthuisberg niet. Want als ik het nu nog eens wat nader bekijk, nu dat ik toch nog altijd bezig ben, altijd maar bezig blijf en nu dus al sinds meer dan twee jaar: ik ben eigenlijk niet drie maar vier keer (VIER KEER!!!) vermoord door jullie, Gasthuisberg. En de laatste, vierde keer dan nog wel op de meest onwaarschijnlijke manier. Gegeven dat jullie toch katholiek zijn, niet? En dus het Nieuwe Testament en al en zeker de kruisweg van Jezus die met Pasen telkens herdacht wordt nauw aan het hart nemen, niet? Die kruisweg met zijn veertien statiën die in vele kerken aan de muren rondom hangt en waarvoor je dus de ganse kerk moet rond wandelen om hem gezien te hebben? Allez, ik veronderstel dit alles maar. Voor hetzelfde geld heb ik het volledig mis. Snappen doe ik het sowieso niet meer. Want jullie zijn nu al twee jaar net hetzelfde met mij aan het doen als jullie eigen heiland overkwam de avond voor zijn noodlottig einde aan het kruis. Net zoals Petrus bij Jezus plegen jullie ook bij mij de ultieme moord voordat het slachtoffer zelf de facto overleden is: de moord van het dood zwijgen. “Jezus? Neen, ik ken die Jezus totaal niet. De Zoon van God? Zegt me niets…” “Mijnheer Hoskens, wie is dat? Is die hier ooit geweest dan? In 2018, zegt u? Tja, dat is dan al wel een tijdje geleden, niet?…” Zeg mij, hoe rijmen jullie zo’n praktijken met dat zieleheil van jullie dat jullie o zo belangrijk vinden, of zo beweren jullie toch? Want ik denk dat er van dat zieleheil niet veel overblijft als jullie op zo’n schandelijke manier met mensen omgaan die op een bepaald moment in goed vertrouwen aan jullie hun leven toevertrouwd hebben.
Er is dus zelfs nog een vierde niveau waarop jullie, onfeilbare hoogmoedigen, totaal falen naar jullie patiënten toe, de burgers van dit land, jullie ‘klanten’, de mensen die rijkelijk veel geld betalen voor jullie diensten, diegenen aan wie jullie uiteindelijk rekenschap verschuldigd zijn want die politici, dat zijn maar tussenfiguren die denken dat ze het voor het zeggen hebben:
4. De ronduit degoutante manier waarop jullie met medische slachtoffers omspringen
Sinds 2018, sinds die ganse helse carrousel van mij op jullie dienst ophtalmologie, overgeleverd aan de arrogante onkunde van een diensthoofd en staflid van jullie eigen academisch ziekenhuis, is er nog maar één contact geweest tussen jullie en mezelf en dat was dan nog naar aanleiding van een door mezelf geschreven aangetekende klachtenbrief die ik naar vier verschillende partijen bij jullie verstuurd heb: jullie CEO, jullie ombudsdienst, jullie hoofd ophtalmologie en Hartenkoningin zelf, ‘professor’ Ilse Mombaerts.
Als antwoord op mijn klachtenbrief mocht ik een kort schrijven ontvangen van de CEO met een dankwoord voor de input zodat er rekening mee kon gehouden worden bij de volgende reorganisatie. Voor de rest, geen woord. Ook hier weer dus, net als in mijn ‘casus’ zoals jullie dat met goed gepoetste mond zo graag zeggen, helemaal geen aankondiging van een onderzoek, van een interne check of ik zelfs besta in jullie systemen, met de belofte om terug te komen als dat eenmaal gebeurd is. Helemaal geen aanzet dus om tot een professionele oplossing te komen van een toch wel heel vervelend probleem met onmiskenbaar vreselijke gevolgen. Niets van dat alles. Maar met zo’n kort, beleefd briefje is alles wel weer netjes afgehandeld, nietwaar?
Sindsdien ben ik zo dood als een pier voor dat fantastisch professioneel gerund Gasthuisberg. Of zo behandelen ze mij toch. Als een oude hond word ik door hen verondersteld thuis stilletjes te creperen. En dit liefst zo snel mogelijk. Onze rechten als burger beperken zich tot het aanbieden van onszelf bij een medisch probleem en het hoopvol ondergaan van de door hen voorgestelde oplossing. Nadien dient er alleen handgeklap te volgen. Voor de rest besta je niet. Patiënten en al zeker ex-patiënten die misschien toch niet helemaal tevreden zijn, zijn lucht voor onze gezondheidszorg in België. Zelfs als er wel heel gegronde redenen zijn om zwaar ontevreden te zijn. Wat ik in mijn geval toch wel kan stellen. En toch hoor ik aan deze kant van de communicatielijn enkel één grote bieptoon. Of misschien vinden ze dat het opnieuw aan mij is om contact met hen op te nemen? Omdat wij, zoals die rechter het wist te stellen in het tussenvonnis van ons bomenproces dat nu al vijf jaar aansleept, de meest ‘gereden partij’ zijn? Ah ja, waarom niet? Zo kunnen we de rollen blijven omkeren, natuurlijk: “Waarom belt ge dan niet een keer als het jou allemaal zo hoog zit?” “Sorry, u hebt helemaal gelijk. Vergeef me mijn lafheid. Ik zal nu onmiddellijk even bellen. Hallo? Hallo? U spreekt met Patrick Hoskens uit Kortenberg. Kent u mij nog? Neen? Awel, ik vrees dat er toch een klein probleemke is.” Ik moet dringend die pot vaseline terug zien te vinden, verdomme.
In België bestaan er dan ook geen medische slachtoffers. En als er wel bestaan, moeten ze hun plan maar trekken. Onlangs was er een reportage van Pano over het Fonds voor Medische Ongevallen, een zoveelste tussenoplossing bedacht door onze politici zo’n vijf jaar geleden in de hoop om op die manier toch wat tegemoet te komen aan de verzuchtingen van die vermiste medische slachtoffers. Slachtoffers die dan toch af en toe vielen in dit land, raar maar waar, niemand die begrijpt hoe dat überhaupt mogelijk is met zo’n voorbeeldige ziekenzorg. Ook Yvo had me aangeraden daar eventueel contact mee op te nemen. Het volstond om even op het internet te googelen om al snel te beseffen dat ik daar geen hulp van moest verwachten. Eindeloze processen. Administratief gesjoemel. Opnieuw een zwarte doos, met weer geneeskundigen-specialisten die vakkundig bijna elke case de nek omwringen met de zegen van en ingedekt door de machtige Orde der Geneesheren. Want niemand heeft daar zaken mee met wat daar allemaal gebeurt op en naast de operatietafels, zelfs de overleden patiënten niet. Het onding heeft op vijf jaar tijd meer gekost dan dat er al compensaties gegeven zijn aan slachtoffers: volgens VRT NWS werd er tot nu toe 16 miljoen euro aan schadevergoeding uitbetaald terwijl de werkingskosten van het Fonds ook tot nu toe 30 miljoen euro bedragen. Logisch wel want ook deze specialisten, geneeskundigen en de juristen, en al zeker diegenen die moeten verzinnen hoe nu weer de klacht af te wimpelen, kosten heel veel geld. Zo erg is het met ons systeem gesteld. Het is net zoals met onze Belgische justitie. De parasieten rond al de mis- en wandaden in deze maatschappij wreten zich vet. De daders, de bullebakken met macht en geld, worden op alle mogelijke manieren in- en afgedekt. En de slachtoffers zelf worden in de kou gelaten. Kijk maar naar Sanda Dia. Kijk maar naar Chovanec. En dat zijn nog maar twee high-profile cases van onvrijwillige doodslag van de afgelopen twee jaar. Geïnstitutionaliseerde straffeloosheid, dat is het. Bij Gasthuisberg gaan ze ondertussen nog een stap verder: om de slachtoffers er alvast al aan te laten wennen, worden ze gewoon vanaf dag één dood gezwegen. En geen haan die d’r naar kraait.
Doe dan ook geen moeite om jullie te rechtvaardigen, Gasthuisberg. Dat is voor niets nodig. Er is toch niemand, buiten deze ene triestige mens, deze eenzame loser, die aan jullie vraagt om dit te doen. Bovendien weet ik nu al wat jullie ultieme verdedigingslijn is als jullie openlijk met dit harteloos en onmenselijk stilzwijgen geconfronteerd worden. Die advocaat gespecialiseerd in medische fouten liet zich dat plots onlangs ontvallen aan de vergadertafel: “Weet u, mijnheer Hoskens, dat is eigenlijk volledig normaal.” “Normaal? Hoezo?” “Wel, de afspraak is dat vanaf het moment dat er een medisch dossier ontstaat, een dossier dat dus betwist wordt, dat vanaf dan er geen enkel contact meer is tussen het ziekenhuis of de geneesheer en de patiënt of de tegenpartij in kwestie. Want stel eens dat iemand iets verkeerd zegt, begrijpt u?” “En u vindt dat normaal?” “Dat bedoel ik niet. Daarover spreek ik me niet uit. Ik zeg gewoon dat de verzekeringsmaatschappijen dat eisen van de ziekenhuizen en de geneesheren.” “Wel, ik zeg u dat daar juist niets normaal aan is. Het kan mij trouwens geen kloten schelen wat die verzekeringsmaatschappijen wel of niet willen. Ik heb niets te maken met die verzekeringsmaatschappijen. Ik heb mijn vertrouwen gegeven aan Gasthuisberg, niet aan die verzekeringsmaatschappijen. En die ene simpele daad gaat mij nu mijn leven kosten. Het is dan ook aan dat arrogante UZ Leuven zelf om op een fatsoenlijke en correcte manier met mij om te springen. Bovendien komt dat weeral een keer lekker goed uit voor die omhooggevallen specialisten, niet? Zo’n verzekeringsmaatschappijen die verbieden dat ze nog een woord zeggen tegen dat jammerlijke slachtoffertje, dat ene zageventje? Zijzelf hebben er weer niets meer mee te maken. Ze kunnen al die shit en miserie weeral eens op iemand anders steken. Aan het loket vertaalt zich dit weer in puur machtsmisbruik, in zijn puurste vorm, Kafka op zijn best: “Gelieve u te wenden tot afdeling Z van onderneming X. Zij behartigen dergelijke vervelende dossiers voor ons. En sorry, meer mogen wij niet zeggen.” Zijzelf kunnen ondertussen rustig hoog en droog in hun ivoren toren blijven zitten. Ik zeg u dus dat die manier van werken gewoon schandalig is. Beschamend zelfs gewoon hoe dat die ziekenzorg hier in België omspringt met zijn eigen slachtoffers. Onmenselijk. Onchristelijk. Onwaardig. Misschien wel katholiek. Daar zijn ze altijd al heel goed in geweest, die smerige tsjeven: doen alsof er niets aan de hand is.”
Daarom, beste lezers, als iemand van jullie, in de nabije toekomst of ooit in een verdere toekomst, er staat geen termijn op wat ik hier en nu aan jullie ga vragen, een vertegenwoordiger van dat groot en machtig Gasthuisberg tegen komt, en die persoon kondigt onverwachts met droevige ogen af hoe erg het niet is wat met mij, Patrick Hoskens (dit is op zich al een termijn, binnen een jaar of drie gaat niemand buiten mijn familie en vrienden nog weten wie ik was), geboren en getogen Vlaming, wonende te Kortenberg, vader van twee kinderen, allemaal niet gebeurd is, kunnen jullie dan alstublieft, alstublieft, een goei mot op zijn of haar bakkes geven of, voor de Westvlamingen, het is belangrijk dat zij dit goed begrijpen met al die CD&V’ers die ze net als varkens daar maar aan de lopende band blijven produceren, nen goeien djoef oep under muule? En al zeker als het Rik Torfs is, ex-rector van de KU Leuven, die het met zijn typisch monkellachje, boven de rest van de wereld en zelfs God verheven, zit te verkondigen. Of als het gewoon mensen van de katholieke zuil zijn. Ik zeg maar iets: broeder Jacob Geens of die non Crevits. Om het even wie eigenlijk die absoluut wilt blijven doen alsof alles onder controle is in die ziekenzorg en onze maatschappij tout court en dat alles hier ordentelijk verloopt. Gewoon d’r op slagen. Niet omdat ik wraakzuchtig ben. Of fysiek ingesteld ben. Niets van dat alles. Gewoon omdat ze dat verdienen. Een goei pak slaag. En geen klein beetje. Want als zij geen schuld kennen, als er in hun hypocriete perfecte wereldje van witte, vlekkeloze doktersjassen geen schaamte bestaat, en als de politieke bewindvoerders, noch de vriendjes van de gevestigde macht, die rechterlijke macht, er zich de ballen van aantrekken, dan is het aan ons, burgers, om voor de boete te zorgen. Dan is het aan ons om het natuurlijk evenwicht te herstellen.

11 januari 2021 – Systeemfalen
Oei, ik besef ineens dat ik hier in mijn blog begin te klinken als een Vlaams Belanger, zo’n misnoegd, gefrustreerd ventje dat alleen maar kan kakken op het systeem. Het systeem dat alleen maar aandacht heeft voor arme sukkelaars zoals migranten en werkloze profiteurs en ondertussen zijn eigenlijke werk niet doet en hardwerkende burgers zoals mij gewoon laat vermoorden zonder ook maar enige vorm van rechtsbescherming. Mijn excuses hiervoor. Dat is helemaal niet de bedoeling. Daarom, opdat er op dit vlak al zeker geen verwarring ontstaat, als er iemand van u behoort tot dat extreem-rechts rapaille, dat uit pure afgunst en frustratie gewoon wilt slagen op iets om op iets te slagen, gelieve u dan afzijdig te houden. Niet alleen heb ik uw steun niet nodig, maar uw gal spuwend leeghoofdig racistisch gelul komt zozeer mijn strot uit dat ik bijna blij ben binnenkort deze wereld te mogen inruilen voor een meer eeuwige.
Er is trouwens ook geen enkele objectieve reden waarom jullie je zouden moeten beginnen bemoeien met mijn verhaal: bij mijn weten is er geen enkele migrant betrokken bij dit gebeuren. ‘Ilse Mombaerts’ klinkt nu niet echt exotisch. Zelf ben ik een geboren en getogen Vlaming; zoals zovele Hoskensen terug te voeren tot boeren daar in de kanten van Retie en Schoonbroek in de verre stille Kempen. En zeg nu zelf, Gasthuisberg trekt ook al niet echt op Kilimanjaro, of wel soms?
Het risico op omvolking is ook al bijzonder laag. Als ik dood ben, is er wel één Vlaming minder maar dat is dan ook nog eens een slechte Vlaming. Ene die niet gelooft in al die heraldiek uit 1302. En net daarom beter dan jullie zelf weet te waarderen wat daar juist gebeurd is. Maar die ook weet dat de Brabanders mee vochten met de Franse koning. Dat Godevaert van Brabant, broer van Hertog Jan, held van Woeringen, Arnoud IV van Wezemaal, maarschalk van Brabant, en nog tal van andere Brabantse edellieden gesneuveld zijn daar op de Groeningekouter in 1302. Die het nadien verzonnen verhaal dat er onenigheid was aan het Brabantse hof afdoet als politiek gespin na een volledig misgelopen alliantie. Een alliantie waarvan men op voorhand dacht dat het niet kon mislopen. Het was meer een strafexpeditie dan een oorlog voor die Fransozen. Zo’n machtig ridderleger. Wie kon vermoeden dat de burgers en de boeren zouden winnen?
Dus een verlies voor de nationalistische zaak zal de dood van zo’n foute Vlaming niet echt zijn. En dan is hij blijkbaar ook nog eens een lafaard. Want zelf kom ik niet verder dan een bibberend vingertje opsteken richting Gasthuisberg met de huilerige boodschap: “Jullie hebben mij vermooooord!” Als ik dan op die sociale media zie tot wat voor een heldendaden die Vlaamsnationalisten in staat zijn alsof het niets is, zoals een meisje die een wel heel grote bril heeft gekocht en er blijkbaar in hun ogen misplaatst trots op is eens goed uitschijten, ongegeneerd ongezuiverde en gore racistische bagger uitstorten over het ganse maatschappelijke veld of fysieke bedreigingen uiten tegen een mountainbiker die op een beijzeld pad een kleuter met een lafhartige kniebeweging ten val brengt en na al de heisa op diezelfde sociale media al ineens geconvoqueerd wordt door een rechter en al. Zoveel verontwaardiging over zoveel onnozele prullen.
Ik, daarentegen, of mijn ‘geval’, roept amper vragen of weerklank op bij mijn Vlaamse medeburgers. Terwijl ik toch ook een Vlaming ben, een Vlaming die vroegtijdig gaat sterven door onvoorstelbaar medisch geklungel in die parel aan de Vlaamse kroon, dat Heilige Huisje Gasthuisberg. Dat is toch van een andere grootteorde, zou je dan denken. Als we dan ook nog eens de manier waarop dat alles plaats vindt erbij betrekken, kan je alleen maar besluiten dat er nul respect is voor een Vlaming in dat fantastische Gasthuisberg; als patiënt, als burger, zelfs als mens, en dit van het begin tot op het einde. Eerst als een volledige miscast een foute rol in een barslecht toneelstuk toegekend gekregen, dan stilletjes weggemoffeld onder een heel groot tapijt om uiteindelijk, binnenkort, het is nog even wachten, als een verwaarloosbaar stuk afval weggesmeten te worden. Vrienden en vriendinnen, buren en collega’s, ja, die vinden het schandalig en zeggen het ook. Maar voor de rest? Nu en dan iemand die ik niet ken die een like stuurt. En af en toe zelfs een mailtje via de contactpagina van de blog. Voor de rest, niks, nada. En al zeker geen rechter die zegt dat de verantwoordelijken voor mijn veel te vroegtijdig sterven moeten verschijnen voor de rechtbank. Al dat lawaai op de sociale media teruggebracht tot wat het is: much ado about nothing.
Maar, toegegeven, sinds kort begrijp ik jullie frustratie met het systeem wel veel beter. Niet dat dat mijn verdienste is. Dus aan al diegenen die al aan het denken waren “Ja, als het te laat is, dan vallen die oogkleppen wel af, hein zielige loser,” sorry, maar zo is het dus niet gelopen. Het is de verdienste van Sam, mijn oudste dochter. Die liet zich onlangs tijdens een discussie aan de keukentafel ontvallen: “Wat jullie niet schijnen te begrijpen, jullie, onze ouders en ouderen in het algemeen, is dat wij, de jeugd van vandaag, moeten opgroeien in een wereld waar alles kapot is, waar niets nog werkt zoals het hoort.”
Ik kan jullie verzekeren, die zat. Voor de eerste keer in mijn leven viel ik volledig stil tijdens een gesprek met een van mijn kinderen. Even dacht ik nog dat het kwam door het tot op het bot knagende schuldgevoel dat mij voortdurend overvalt dat ik hen binnenkort achter ga moeten laten nog voordat zijzelf goed en wel vertrokken zijn in het leven. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik gewoon toegeven dat voor de eerste keer ik diegene was die de les gespeld kreeg van mijn dochter en niet andersom; moest erkennen dat de jeugd van tegenwoordig inderdaad opgroeit in een wereld die volledig anders is dan diegene waar ik groot in werd. Bij mij, in de gouden jaren zeventig, was de facto alles min of meer OK. Iedereen deed een beetje wat hij moest doen, tandartsen waren tandartsen, notarissen notarissen, zelfs politici waren nog politici en je kon rekenen op het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen, zelfs van criminelen, opdat alles min of meer correct zou verlopen. En aan de verre einder was er dat prachtige project van de Europese Gemeenschap dat alleen maar om verdere ontplooiing riep. Vanuit deze veilige structuur lag de wereld volledig open voor ons.
Zij daarentegen worden geconfronteerd met hemelshoge problemen. Ondanks de gruwel van de Tweede Wereldoorlog staat extreem-rechts weer te trappelen aan de deur, bij velen onder ons ook aan de achterdeur. Zelfs na 40 jaar besparingen, niet alleen in de overheidsuitgaven, maar ook in al die ondernemingen, is er zo’n grote schuldenlast opgebouwd dat er nog altijd een structureel geldtekort is. Of zo wordt dat toch aan ons verkocht want de rijken worden alsmaar rijker en de armen… tja wat worden die, nog armer? Europa blijkt een toren van Babel en administratie dat geen beslissingen kan nemen. Tenzij dat iedereen akkoord gaat, maar is het dan nog een beslissing? En het ergste van allemaal: niemand, op enkele uitzonderingen na, doet nog wat hij moet doen. Presidenten zijn helemaal niet nobel, politici nemen allesbehalve hun verantwoordelijkheid en pastoors zijn een uitgestorven ras. Ge zoudt van minder conservatief worden. Om nog maar te zwijgen over de grote klimaatramp die zich aan het voltrekken is door de geld- en hebzucht van al die mensen op deze kleine planeet en dan vooral van al diegenen die nu al veel geld hebben. Waar dus in mijn tijd het systeem min of meer klopte en iedereen conform zijn ding deed, klopt er nu niets meer en is het volledig kaduuk gedraaid. Iedereen doet gewoon zijn goesting, probeert op zoveel mogelijk manieren zoveel mogelijk geld te verdienen en vooral, vooral, vooral, niemand wilt zich nog bezig houden met al die vervelende, onbekende anderen. Principes zijn voor losers. Survival of the fittest is het dagelijkse uitgevoerde gezelschapsspel in de straten, in de scholen, in de ondernemingen, tot en met zelfs het aanschuiven aan de kassa in de supermarkt.
Ik zeg het, ik was er niet goed van. Het enigste wat ik nog kon doen was nog wat koffie drinken en beduusd voor mij uit zitten kijken. Sindsdien heb ik me vooral zitten afvragen waar het dan misgelopen is en ben tot de conclusie gekomen dat er minstens twee dingen fundamenteel fout gegaan zijn. Allereerst zijn er die eindeloze besparingsrondes geweest die uiteindelijk dan toch ten koste van iets zijn moeten gaan. In het begin ten koste van de kwaliteit van de dienstverlening. Nu, na 40 jaar, ten koste van de dienstverlening zelf. Als ondertussen ervaringsdeskundige: zijn er bomen bij u gestolen? Los het zelf op. Gaat ge sterven door een opeenstapeling van zware professionele fouten begaan door incompetent medisch personeel? Sterft dan.
Daarnaast zijn er in ons land de al even continue staatshervormingen geweest. We zijn ondertussen al aan de zevende, als ik kan tellen. Al die tijd en energie, en vooral heel veel geld, gestoken in al dat angstig gebeuzel, in al dat nationalistisch gemekker. Met als eindresultaat 6 parlementen, een Eerste Minister en 4 minister-presidenten (de senaat is een van de zes parlementen) met 60 regeringsleden in totaal en bijna 800 volksvertegenwoordigers verdeeld over al die parlementen. En dit voor een land van 11 miljoen inwoners. Iets meer dan dat er in Londen wonen en dat is gewoon een hele grote stad. Eén burgemeester, 12 schepenen en nog wat locale straathoekwerkers zouden moeten volstaan om dit kiekeskot hier te besturen. Allemaal geld gestoken in lagen en lagen van politiek bestuur, een lappendeken om U tegen te zeggen. Geld dat anders in echte structurele problemen gestoken had kunnen worden. Zoals, ik zeg maar iets, de barslecht functionerende justitie of nieuwe multifunctionele scholen. Simpel gezegd, wat mij betreft, zijn jullie conservatieve rechts-nationalisten, advocaten van de ikke-en-de-rest-kan-stikke ideologie, dus mee verantwoordelijk voor de shit waarin we nu met ons land zitten. Jullie en al die andere egoïsten, die vinden dat we te veel belastingen betalen, voor wie, net zoals bij jullie één parlement, één huis niet voldoende is, zelfs één huis en een appartement aan de zee niet, daar moeten mistens nog een chalet in de Ardennen en drie vakanties bij, met één ervan drie weken ergens in Azië of Zuid-Amerika en één week skivakantie. Dat of minstens drie short-ski-trips want ze hebben het allemaal zo druk en dus zo hard verdiend, mijnheer.
Daarom, dames en heren politici, beleidsvoerders van dit apenland, om ineens nagels met koppen te slaan, jullie eerste taak als volksvertegenwoordiger is ervoor te zorgen dat het democratisch bestel in dit land zijn werk wél blijft doen. Dat moet jullie eerste prioriteit zijn. Wat betekent dat de ‘processen volgen’ niet genoeg is. Jullie moeten in staat zijn een visie op het departement onder jullie verantwoordelijkheid te vormen en deze te belichamen. Als dat niet lukt, als jullie niet beter kunnen dan wat ambtenaar spelen dan zijn jullie rechtstreeks medeverantwoordelijk voor de toename aan extremistische stemmen. Jullie best doen is dus niet genoeg. Een concreet voorbeeld: als broeder Jacob Geens op je borst zitten kloppen op de TV omdat je ondanks beperkte middelen gedaan hebt wat je dacht dat je moest doen op Justitie, is niet genoeg. Dat kan iedereen. Dat doen wij, burgers, al elke dag, met beperkte middelen doen wat we moeten doen. Ander concreet voorbeeld: als die non Crevits op Onderwijs, jaren lang blijven doen alsof alles goed gaat. Terwijl alles op je departement dan al lang in het honderd loopt. Met een middle management waarmee ge oorlog kunt gaan voeren zoveel zijn het er, met een lijst aan commissies waar een normale mens van omver valt en ondertussen maar ministerke spelen. En maar nieuwe regels blijven declameren voor al die arme onderwijzers en leraars hoe dat je les moet geven en terloops een berg administratie in orde houden want leraar zijn is veel meer dan les geven, niet waar? Het is ook sociaal assistent zijn, een luisterend oor voor zwaar teleurgestelde ouders, therapeut voor kinderen tot 18 jaar. Want die ouders doen ook al niet meer wat ze moeten doen zoals opvoeden. En terwijl iedereen met een beetje ogen in zijn kop dan al ziet dat er een gigantisch tekort aan leerkrachten op komst is, en dat ze zich al dat politiek correct geleuter niet langer kunnen veroorloven, doen ze daar in het Hendrik Consciencegebouw aan de Koning Albert II-laan lustig voort en bedenken ongeremd alsmaar nieuwe leerdoelstellingen. Leerdoelstellingen die je, om demotivatie te vermijden vooral bij de beginnende en toch al in de administratie verzuipende leerkrachten, zo kunt copy pasten naar je lesmateriaal toe, zodat je als leerkracht toch al in orde bent met de papieren mallemolen. Om nu enkel maar te kunnen vaststellen en klagen dat de kwaliteit van het onderwijs zwaar achteruit gegaan is en dit al jaren aan een stuk. Om maar te zeggen, dames en heren politici, ‘deugdelijk’ bestuur is niet het einddoel. Dat is een basisvoorwaarde voor het uitoefenen van jullie beroep. Als jullie zelfs dat niet kunnen, hebben we helemaal niets aan jullie.
Hetgeen ineens ook het ganse probleem van die Vlaamse beweging is. Zij bepalen zich vanuit een totaal achterhaalde taalstrijd, die dus wel terecht was in de 19de en begin 20ste eeuw maar ondertussen al lang gestreden is, en vanuit die comfortzone van een halsstarrig minderwaardigheidscomplex waarvan de geldigheidsdatum al lang verlopen is, zijn ze niet in staat om een coherent beeld of een toekomstvisie van Vlaanderen op te hangen die verder gaat dan “Vlaanderen moet onafhankelijk worden.” Want de enigste reden waarom Vlaanderen staat waar dat het nu staat, zijn al die anderen die haar beknecht hebben, nietwaar? Zelf hebben wij, Vlamingen, er niets mee te maken. Eerst waren het de Fransen en de Spanjaarden. Dan de Franstalige bourgeoisie. Nu is het die vijfde colonne van migranten. Als Vlaanderen onafhankelijk is en eindelijk bevrijd is van al die overlast van al die foute anderen, zal alles opgelost zijn. Want wat we zelf doen, dat doen we beter.
Om alvast dat te bewijzen, vallen de vlaamsnationalisten in afwachting van die onafhankelijkheid maar terug op wat bestuurlijke deugdelijke superdaden. Of die pretentie hebben ze toch. Want het eindresultaat is enkel wat stijlloos beleid met in het beste geval op de TV wat Vlaamse leeuwen op de achtergrond die flets aan hun standaard hangen te hangen naast, je houdt het gewoon niet voor mogelijk, gouden ornamenten in Franse Empire stijl. En op Onderwijs zetten we een mediageile spring-in-‘t-veld die als bewijs van daadkracht zijn tijd doorbrengt met het spuien van de wildste ideeën die de arme leerkrachten dan weeral als aapjes moeten uitvoeren. Niets bevlogenheid, niets Blauwvoet meer bij die Vlaamse beweging.
Ik weet het, ik weet het. Zo’n lekkere zwart-wit stellingen bevallen de bruggenbouwers niet, zij die dat denken of hopen dat met wat overleg alles wel mee zal vallen. Maar, sorry, voor mij, die moet toezien op al die lelijkheid in dit eens zo trotse land terwijl ik wacht op de dood, valt er niets meer mee. En op deze manier worden de kampen alvast duidelijker. Ik vraag me trouwens af op wie Ilse Mombaerts zou stemmen in deze gepolariseerde wereld. Het zou me niet verwonderen als dat het Vlaams Belang is. Als Hartenkoningin hoofden laten afkappen bij in haar ogen minder gedisciplineerde kaarten is een van haar belangrijkste tijdverdrijven. Ik zie haar dan ook perfect figureren in een concentratiekampfilm als SS-officier, een dokter Mengele après-la-lettre. Ze heeft er in ieder geval het figuur voor, klein en tenger als ze is. En met haar bloedloze, dunne lippen zie ik haar perfect een monocle dragen. “Du solltest keinen Furcht haben, Herr Hoskens! Als daß Tumoral wäre, hätte Ich das doch schon gesehen während der von mir durchführte Operation!” Ik hoor haar krijsende stem het nog steeds zeggen vlak voor ik haar de laatste keer verliet. Ze krijste het zelfs zo hard dat ik me nu, na alles wat er ondertussen gebeurd is, afvraag of ze het niet echt gezien heeft, dat er daar een kankergezwel zat, en zo hard riep om niet alleen mij maar ook zichzelf te overtuigen.
Dat zou wel betekenen dat in plaats van haar fout te moeten toegeven ze er toen al de voorkeur aan gaf om mij gewoon naar huis te sturen en stilletjes te hopen dat ik daar zou creperen. Als een volwaardige SS-sadist. Het zou alvast ook de staat van mijn gezicht verklaren waarin Tin mij terug vond op het ziekenhuisbed in Sint-Pieter: één en al aangekoekt bloed op mijn wang, kaak en nek en het gat naast mijn oog haastig terug dicht gesmeten met een klot lijm erbovenop, kwestie van alles goed te verzegelen. Maar een mens mag zo’n dingen niet zeggen of denken zelfs, zeker? Allez, allez, Patrick, dat is toch echt wel uitgaan van het slechtste in de mens. Dat is toch allemaal voor niets nodig? En wat levert dat uiteindelijk op? Dood gaat ge toch.
