Life is like a series of chemo sessions bis (jan-jun 23)

17 januari 2023 – Dan toch terug chemo

Waar dat ik luidop gehoopt had dat een gerichte leveroperatie voldoende zou zijn geweest voor de verdere behandeling van mijn ziekte, een hoop die mij recht hield tijdens de ganse Kerstvakantie, blijkt tijdens de opvolgingsconsultatie, de eerste consultatie na de MRI van vrijdag 13 december, op dinsdag 17 januari, dat mijn oncologe me toch terug chemo wilt voorschrijven. Daarom heeft ze deze keer ook de hulp ingeroepen van een verpleegster van de dagkliniek waar de chemosessies toegediend worden. Om mij gerust te stellen. Om mij een gezicht te geven en zo de afstand al wat te verkleinen.

Gelukkig heeft Yvo me bij een van mijn laatste bezoeken bij hem al wat voorbereid. Heeft hij duidelijk gemaakt dat de oncologe de generaal is en hij en Willem de soldaten. Dat zij het beste weet wat er dient te gebeuren, wat er kan gebeuren. Dat kiezen voor één behandeling ook consequenties heeft voor andere behandelingen. Dat een operatie ook een risico inhoudt en als er complicaties zijn, wat altijd mogelijk is, misschien chemo gedurende een langere periode niet langer mogelijk is. Wat ook heel riskant kan zijn. Dat de chemo het ganse lichaam gaat aanpakken en misschien zelfs inderdaad ook de hersentumoren zal kunnen raken nu dat de hersenbloedbarrière gevormd door het vlies rond de hersenen heel waarschijnlijk door nu al twee bestralingsrondes, één in 2020 en de tweede nu pas onlangs, wat beschadigd is.

Voor de oncologe is het alvast een uitgemaakte zaak. Wanneer ik stilletjes opper dat ik de mogelijkheid dat de hersentumoren ook door de chemo kunnen geraakt worden wel een heel goed argument vind om toch chemo te doen, reageert ze onmiddellijk dat de lever net zo zorgwekkend is als de hersenen. Dat de lever dient om mijn lichaam te ontgiften. Dat dat niet langer doen geen optie is. “Daarbij,” zegt ze om de discussie met een duidelijke stellingname te beëindigen, “de kanker is in de lever geraakt via uw bloedstroom, mijnheer Hoskens. De kanker zit in uw bloooed, hein. Daarom is het aanbevolen om nog eens de chemokuur van vier jaar geleden te herhalen. Die hoeft toen goed gewerkt.” De langgerekte manier waarop ze die tweede ‘bloed’ uitspreekt maakt me lichtjes misselijk. Is dat Oost-Vlaams soms? Ik strubbel nog even tegen met de angstige vraag of er dan effectief nog andere behandelingen mogelijk zijn als de chemo niet zou aanslaan. Dat we misschien dan nadien niet meer kunnen opereren, dat de gezwellen op de lever te groot zullen zijn tegen dan? Met een zucht antwoordt de oncologe dat er nog wel een aantal andere chemobehandelingen mogelijk zijn. Dat ik me daarover op dit moment geen zorgen moet maken. Ik staak mijn verzet en zeg dat het voor mij ok is. “Als dat hetgeen is dat er moet gebeuren dan is het goed voor mij.” Tegelijkertijd ben ik wel zo vrij om hen te vragen om dan wel de chemosessies zo snel als mogelijk in te plannen. Kwestie van ze achter de rug te hebben voor de zomer. Om toch nog iets te hebben om naar uit te kijken. Het wordt exact hetzelfde regime als 4 jaar geleden. Telkens 3 dagen achter elkaar, en dat om de drie weken, zes keer. Dus gaat het om 18 weken plus recuperatie. Enfin, we komen ergens uit begin mei plus recuperatie.

Wat wel heel bevreemdend werkt is dat ik plots moet stoppen met mijn super high-tech genmutatie-aanvallende pillen. Na meer dan een jaar trouw Olaparib slikken, twee pillen twee maal per dag, ‘s morgens en ‘s avonds, elke dag in mijn broek overal mee naartoe sleuren, moet ik ze plots afgeven. Als argument zegt de oncologe dat de combinatie chemo met olaparib nog niet onderzocht is en dat er dus een risico op ongewenste neveneffecten bestaat. Daarom kan ze het niet toelaten. Voor mij voelt het aan als het los laten van de laatste hoop. De laatste hoop dat het nog een beetje op een redelijke wijze lang zou kunnen duren. Dankzij wonderpillen. Een beetje naïef toegegeven, maar hoop doet leven en leven is wat ik wil. En nu val ik weer terug in het harde regime. Gedaan met de next generation gen-based cancer therapy. Terug naar die systemische chemische oorlogsvoering. Een bommentapijt op alle sneldelende cellen in mijn lichaam. Dus ook de haarfollikels die van het snelstdelend van allen zijn. Weg haar op mijn hoofd, wenkbrauwen, haar op mijn benen, zelfs geslachtshaar en vooral ook deze keer mijn prachtige piratenbaard. Mijn piratenbaard waarvan ik dacht dat hij mij zou redden. Zoals Samson zijn kracht haalde uit zijn lange haren zou ik de mijne halen uit mijn baard. Bij hem stortte de tempel van de Filistijnen op zijn kop in. Bij mij de hemelkoepel?

23, 24 en 25 januari 2023 – Het miserabele Fonds voor Medische Ongevallen bis

De inplanning van de chemosessies verloopt bijzonder vlot. De week volgend op de laatste consultatie starten ze al. Op maandag, dinsdag en woensdag zal me in de dagkliniek in de voormiddag telkens chemo toegediend worden. Ik hoop vooral dat mijn aders het gaan houden. Sinds de vorige chemokuur vier jaar geleden al zijn ze veel moeilijker te prikken. Het is alsof ze zelf weten wat voor een smeerlapperij erin gaat gespoten worden. Ze zijn in ieder geval beducht geworden voor nieuwe prikken. “Ze glippen weg,” zo wordt af en toe gezegd. En regelmatig moeten er twee spuiten geplaatst worden omdat de eerste mislukt. Zo’n poortkatheter zie ik al helemaal niet zitten. Dat lijkt mij nog een stap verder richting terminaal zieke patiënt. Voor zover dat nog kan. De illusie van het niet-terminaal-ziek-zijn moet in ieder geval zo lang mogelijk in stand gehouden worden.

De timing valt een beetje slecht op het thuisfront: Tin heeft net haar drukke, laatste week les van de eerste semester en Sam heeft als laatste examens nog net wiskunde schriftelijk op maandag en wiskunde mondeling op woensdag. Als ik haar op zondagavond naar Brussel breng, spreekt ze mij in de wagen aan de voordeur van haar kot voor de eerste keer nadrukkelijk aan over de komende chemokuur. Nadrukkelijk en toch rustig, met empathie en bezorgd over wat er nu weer met mij gebeurt, kortom als een echte volwassene. Trots kijk ik haar aan in het donker van de auto. Ze is echt groot geworden die oudste meid van mij. Ik probeer haar wel gerust te stellen. Maak duidelijk dat de kuur iets van lange adem gaat worden. Dat het al zeker tot mei zal duren. En zeg tegen haar dat haar examens op dit moment belangrijker zijn. Maar wanneer ik doorrijd kan ik enkel met een glimlach op mijn gezicht huiswaarts keren. “Nu die jongste nog,” beloof ik mezelf.

De eerste van de drie opeenvolgende chemodagen moeten we wel lang wachten. Er is iets misgelopen met de bestelling of zoiets én het is heel druk. Terwijl we verwacht werden tegen 9 uur in de ochtend is het al middag wanneer de plastieken zakken met de gevreesde vloeistoffen arriveren. Niet dat dat zo’n groot probleem vormt: niemand staat te springen om zo’n dingen in zijn lijf te krijgen. Bovendien, ik was het zelf al helemaal vergeten, is de eerste dag veruit de zwaarste, want dan worden tijdens één behandeling twee verschillende chemos toegediend: eerst carboplaten en dan etoposide. De tweede en derde dag blijft alleen de etoposide over. Die moet men over drie dagen verspreid toedienen. Anders wordt het te schadelijk voor het lichaam. Ik voel de stoffen binnen stromen. Waar ik de vorige keer, in 2019, pas crashte tijdens de tweede reeks van drie dagen chemo, is het nu al direct raak. Al na een half uur lig ik uitgeteld op het bed.

Zoals ik vreesde lukt het niet om met één infuus de drie dagen door te komen. Op dinsdag dient al een nieuwe spuit geplaatst te worden. Deze keer wordt in plaats van de pols voor de achterkant van de onderarm gekozen. De plooi van de elleboog lukt al lang niet meer. Later op de dag komt onverwachts de pillenverpleegster Rita langs. We hadden laatst, na de consultatie met de oncologe, niet de kans gehad om afscheid te nemen en nu blijkt dat ze binnen een maand zelfs op pensioen gaat. Dus ik ga haar niet meer zien na vandaag. De fysieke nabijheid van Rita doet deugd en toont mij weer in welke mate menselijk en warm contact in dit universitair ziekenhuis gewaardeerd wordt. Wat een verschil met die onpersoonlijke fabriek boven op de konijnenberg in Leuven waar de dames en heren professoren op eenzame hoogte rond zweven en assistenten van schrik weg kruipen in een hoek terwijl verplegend personeel dan weer gewoon moet zwijgen en luisteren, liefst van al gewoon muurbloempje spelen, een beetje decoratie vormen. Tot mijn verrassing geeft Rita nog mee dat van al de proefpersonen die deelnamen aan de studie rond de Olaparibmedicatie ik tot nu toe het langst goed gereageerd heb op de pillen. Ik ben verbaasd want dat die medicatie zo nieuw was had ik totaal niet verwacht. Ik dacht dat ze die al enkele jaren aan het testen waren en ik de laatste in een lange rij van proefpersonen was.

Als toemaatje op de chemosessies krijg ik op dinsdagavond een artikel uit De Standaard in het rechteroog gesmeten. Het is een ordinaire copy paste van een persbericht annex jaarverslag dat dat miserabele Fonds voor de Medische Ongevallen in de enige overblijvende zogezegde kwaliteitskrant van het land gepubliceerd heeft weten te krijgen. Ze proberen een serieuze verbetering in hun operationele werking te claimen: in de plaats van gemiddeld 4 jaar duurt een dossier nu nog maar 3,7 jaar. “En dat is goed nieuws,” wordt er zonder schaamte bij verteld. Daarenboven zijn er nog nooit zo veel uitbetalingen gebeurd als in 2021. Een recordbedrag van 14,1 miljoen euro werd uitgekeerd in plaats van 8,5 miljoen euro in 2020, kloppen ze zich trots op de borst. Zoals het hoort worden hun beweringen met een mooi grafiekje gestaafd. Als je doorleest blijkt echter dat de duurtijd vooral verminderd is doordat de minister van Volksgezondheid, die andere professor met zijn brilletje en belerend vingertje, Frank Vandenbroucke, er al twee jaar een extra task force opgezet heeft van zo’n 20 man. Een task force die aan het einde van de legislatuur opnieuw verdwijnt. De conclusie die elke mens met een beetje verstand dan ook maakt: er is structureel juist niets veranderd of verbeterd aan dat ellendig Fonds. Het blijft een totale ramp.

Terloops wordt in het krantenbericht nog meegegeven dat de wettelijk vastgelegde termijn voor een uitspraak in een medisch dossier zes maanden is in plaats van 4 jaar. Wat een onnoemelijke schande voor ons luilekkerlandje wederom. Alweer een dossier waarin de Europese Gemeenschap ons lekker gaat kunnen terechtwijzen. En dan maar fulmineren tegen die brave burgers dat ze geen respect meer hebben voor de wet. Terwijl het fantastieke Spiegelpaleis toch op volle toeren draait. Zeg mij eens beleidsvoerders, als zelfs de wethouder zich niet houdt aan zijn woord, waarom zou de rest van het land het dan wel moeten doen?

Om te eindigen komt nog iemand van het Vlaams Patiëntenplatform aan het woord. Iemand die dus aan de kant van de slachtoffers verondersteld wordt te staan. Maar niets daarvan hoor, wij, die afstammelingen van die oudstrijders van 1302 waar we o zo trots op zijn, die de Franse koning toen een stevig pak rammel gegeven hebben, zijn weer en zoals steeds superlief voor die huidige arme mensen aan de top. Onder het adagio “ze hebben het al zo moeilijk, mijnheer” wordt hier alles gepikt, zelfs totale onzin. In de plaats van het Fonds te wijzen op zijn blijvend totaal dysfunctioneren geven de schaamtelozen onbeschaamd zelfs nog wat tips en tricks aan de burgers mee om problemen te voorkomen. “Durf vragen te stellen,” krijg je te horen. Alsof we dat niet durven. Een vrouw moet ook gewoon “Neen” tegen haar verkrachter zeggen zeker? En “een realistisch beeld bij de patiënten zal achteraf ook de discussies verminderen.” Wat een dikke vette zever allemaal zeg. Alsof het aan de verwachtingen van de patiënten ligt dat er medische fouten begaan worden. Kortom, voor de zoveelste keer worden de rollen in deze nepburgermaatschappij omgedraaid tussen daders en slachtoffers.

Daarom alleen al, dat jullie, die verondersteld worden de slachtoffers te verdedigen, je laten voor de kar spannen van die al veel te machtige lobbygroepen uit de ziekenzorg is gewoon te lelijk voor woorden. Denken jullie soms dat jullie taak hier stopt, in het braafjes opvolgen van de klachten van ons, de medische slachtoffers, jullie bestaansreden? Dat is het minimum dat wij verwachten! En dat is trouwens geen gunst die jullie ons verlenen! Dat is waar wij als burgers van dit land recht op hebben! Begrijpen jullie dat, lamzakken? Zelfs jullie jaarverslag loopt een jaar achter! De geleverde cijfers gaan maar tot 2021 terwijl we al in 2023 zijn. Dus begint eerst eens met te erkennen dat er slachtoffers zijn, onnozelaars, voor dat je gaat beginnen nadenken over hoe je hun aantal kunt verminderen. En breng in kaart hoeveel van die medische slachtoffers er zijn, met welke problematieken en waar dat deze misbruiken plaats vinden en wat de oorzaken zijn. Ja inderdaad, in welke ziekenhuizen dus én bij welke geneesheren of -vrouwen. En wees daar transparant over. Zodat de burgers van dit land op basis van feitelijke gegevens kunnen kiezen tussen een goede en een slechte zorgverlener en niet alles weggemoffeld wordt onder een dik wit tapijt van nietszeggend arrogant gewauwel.

Op radio 1 woensdag 7 uur ‘s ochtends wordt in De Ochtend het apekoolverhaal uit De Standaard al wat correcter voorgesteld. De radioreportage onderscheidt complexe dossiers van de rest en benadrukt dat deze eerste moeilijk blijven. Ze laten een advocate aan het woord die al 12 jaar aan het procederen is. Hebben jullie dat goed gehoord, beste landgenoten? Kunnen jullie je dat voorstellen? 12 jaar?! En dit voor een advocate dus! Iemand die het reilen en zeilen van dat Belgische rechtssysteem kent. Kun je raden hoe het gewone burgers vergaat in dit pokkeland! Die zijn tegen dan al lang moeten stoppen met procederen wegens gebrek aan geld. Als ze nog leven. Zij is eerst naar het Fonds voor de Medische Ongevallen gegaan en is zelfs na een oordeel van de expert ten gunste van haar dossier toch verplicht geweest een rechtszaak voor de burgerrechtbank op te starten om haar gelijk alsnog te halen. Eind 2026 komt haar zaak in beroep voor! Tegen dat ze 76 is! En ze vermoedt dat ze het expres doen al dat uitstellen op lange termijn. “Want iemand die dood is kost minder dan iemand die leeft.” Allez, wie zou dat nu durven bedenken, zo’n huiveringwekkende en schandelijke praktijken in de schoot van een democratische rechtsstaat? Zelf geeft ze eerlijk toe dat ze als advocaat zich nooit dergelijke wantoestanden had kunnen voorstellen.

Op het einde komt er op de radio nog een advocaat aan het woord specialiseerd in medische fouten, net zoals de Walrus. Hij verklaart dat één van de redenen waarom de behandelingstijd afgenomen is bij het Fonds (de fameuze 3,7 ipv 4 jaar) is dat 1 op de 2 dossiers verticaal geklasseerd wordt door interne medewerkers van het Fonds zelf, werknemers van het heilig verklaarde Riziv dus, zonder enige zeggingschap van externen, een praktijk waarbij hij ernstige vragen stelt. Verder beweert hij dat slachtoffers te weinig legale bijstand krijgen van het Fonds. En dit al zeker in vergelijking met de tegenpartijen aan de andere kant die over onbeperkte middelen beschikken en gewapend zijn tot de tanden mét tentakels tot in de geheimste echelons van de gezondheidszorg. Kortom de medische slachtoffers zijn nog steeds volledig overgeleverd aan de grote zwarte doos die het Fonds voor Medische Ongevallen vormt. De pathetische conclusie van de advocaat luidt dan ook dat het Fonds voor Medische Ongevallen enkel nog aan te raden is voor klachten rond medische fouten waarbij geen aansprakelijkheid gezocht wordt. Wat neerkomt op hetzelfde als zeggen dat als de vraag naar aansprakelijkheid gesteld wordt ge sowieso gaat verliezen en alles verdoezeld wordt. Zo ver is het gekomen in dit bananenland. Als je een erkenning wilt in dit land van een fout gemaakt door iemand, zodat zij die verantwoordelijk zijn verantwoordelijk gesteld worden, of zodat we bijvoorbeeld, ook kunnen vermijden dat het nog eens gebeurt, met nog andere en meerdere burgers, dan zwijgen we in alle talen en dekken we alles toe. Niemand is aansprakelijk in dit land. In dit land waar politici gaan betogen tegen hun eigen beslissingen, waar rechters zware straffen uitspreken met uitstel, waar je al een voorbedachte én bewezen moord moet plegen om langer dan een jaar effectief in de gevangenis te zitten. Al de rest wordt in der minne geregeld in dit schijnheilig koninkrijkje midden in West-Europa; tussen vriendjes. Kijk maar naar Chovanec – ‘die had maar niet in een vlaag van totale zinsverbijstering met zijn hoofd tegen zijn celdeur moeten slaan’ – of Sanda Dia – ‘die had maar niet zo dom moeten zijn om ‘s nachts in een natte kuil te kruipen en daar visolie te drinken.’ Niemand is aansprakelijk. De politici niet, de juristen niet, de racisten niet en zelfs de fascisten niet. Ondertussen maken we ons wijs dat we een democratische rechtsstaat zijn. Maar niets is minder waar. We zijn gewoon een vrolijke olijke bende, voorafgegaan door BV’s en al MIA’s samen zingend als lemmingen op weg naar de afgrond. Staan ondertussen te roepen aan de zijkant, ook tijdens de koers, de Vlaamsnationalisten, die met hun simplistisch wij-tegen-hen verhaal teren op het wijdverspreide ongenoegen en de boel alleen maar verder naar de kloten helpen.

Op woensdag komt Willem nog langs. Hij heeft goed nieuws bij: hij heeft de staat van mijn lever op basis van de nieuwe MRI nog eens besproken met de specialist en hij zou nog steeds opereerbaar zijn. Het enigste wat me verontrust is dat hij er nadrukkelijk bij zegt dat de “chemo wel moet aanslaan.” Ik probeer deze laatste opmerking van hem te negeren vanop mijn bed want dat de chemo niet zou werken kan ik me niet voorstellen. Ik kijk dan ook vlug even weg, richting K12, die prachtige betonnen mastodont op de campus. Het gevaarte is zo indrukwekkend dat het mijn ongeloof alleen maar versterkt. Een chemisch bommentaptijt dat zijn uitwerking mist? Dat is toch als een atoombom die ontploft en er gebeurt helemaal niets? Dat kan toch niet? Bij het naar huis rijden op woensdag hoor ik dat de Duitsers eindelijk toestemmen in het sturen van Leopardtanken naar Oekraïne door andere landen én d’r zelf ook ineens 14 gaan sturen. Er gebeuren dus ook nog goede dingen op deze wereld. Zelf houd ik mij op weg naar huis rustig aan de rechterkant van de weg aan een goede 100km/u.

13, 14 en 15 februari 2023 – Dagen dat het zonlicht niet meer schijnt

Vandaag is het de verjaardag van Ella. Zeventien wordt ze al, onze jongste. En effectief, wat een verschil met verleden jaar. Geen meisje meer maar al een beetje vrouw. “Ze groeien als kool mijnheer.” Nog zo’n cliché dat gewoon waar is. Om haar verjaardag te vieren zijn we gisterenavond met ons gevieren naar een Italiaans restaurant gegaan in Leuven. Voor de geïnteresseerden: La Stanza in de Mechelse straat. Heel lekker eten. En vooral echt Italiaans. Zij het natuurlijk nog altijd een beetje overdadiger dan in La Dolce Italia, en ook wel een beetje vettiger, zoals het hoort in dit van oudsher bourgondisch Belgenland. Maar toch keilekker. Waar ik vooral ook van genoten heb na enkele weken min of meer gelukte onthouding was een fles rode wijn 100% Sangiovese uit Umbrië. Ik heb ineens terug gereserveerd voor mijn verjaardag eind volgende maand. Zo goed vond ik het.

Maar deze keer was het dus de verjaardag van ons Ella. Ella omwille van ‘Ella, elle l’a!’ en die stijlvolle Fitzgerald, the Queen of Jazz. Och, een naam zoals een ander zullen de fantasielozen zeggen. Maar niets is minder waar. Want geen enkele naam is zoals een andere. Waar dat de bijbel begon met het woord begint ons eigen bestaan met onze naam. De naam die we vaak krijgen nog voor we geboren worden. Het is letterlijk vanaf dan dat we een plaats toegekend krijgen op deze wereld. Nog in of al uit de buik. Dat doet er niet toe. En voor zij die dit alles willen minimaliseren, rationaliseren, onder het mom van een naam is maar een naam: waarom heet de ene Dirk en de andere Patrick? Waarom heet de ene Els en de andere Jacqueline? Van wie krijgen we die naam? Antwoord: van de anderen. Meestal de ouders, de mensen die jou als kind op de wereld zetten. Soms met de hulp van een al overleden grootouder. Of een nog wel rondhuppelende goede vriend of vriendin. Soms is de keuze een lijdensweg voor de ouders. Soms een vanzelf lopend proces van spelen met namen gedurende enkele maanden of zelfs maar weken om dan plots en meestal onverwachts met een aha-erlebnis hun ei te leggen. Een soort van magische crystallisering rond enkele lettertekens die zich in een bepaalde volgorde bevinden. Dat wordt het dan. En na lang twijfelen en almaar nieuwe voorstellen en ideeën valt er plots niet meer aan te tornen. Want het bekt goed. Het voelt goed aan. En dat wezentje daar in die buik is niet langer iets anoniem, ondefinieerbaar, maar heeft plots een naam. Hem gegeven door de anderen.

Die voornaam dragen we ons ganse leven mee. Soms zijn we er trots op. Soms beschaamd. Bedenken, indien nodig, wat kleinere afgeleiden omdat dat ze ons wat oubollig lijken: Frederik wordt Fred, Martha wordt Marte. Betekent dit dat we allemaal op volwassen leeftijd op zoek moeten gaan naar een voornaam die ons wel bevalt? Zoals een transgender die van Stefanie naar Stefan wilt gaan? Zelf wens ik niemand het moeizame en zware proces toe dat die mensen moeten doorgaan. En dan heb ik het dus niet alleen over hun fysieke aanpassingen. Neen dus, we zijn allen wie we zijn dankzij of, als je wilt, door de anderen. Of nog explicieter: de impact van anderen op ons leven is gigantisch. Laat ons daarvan gewoon bewust zijn. Laat ons daarvan doordrongen zijn. Wij zijn geen losstaande of op zichzelf bestaande entiteiten, we zijn wie we zijn door de anderen en de anderen zelf zijn ook wie ze zijn door de anderen en zo maar voort. Over de levenden en de doden heen. En het stopt niet bij die namen. Zelfs hoe we denken wordt bepaald door die anderen. Hoe we omgaan met problemen. Jammer genoeg ook de problemen zelf, of de types van problemen, waarmee we op latere leeftijd geconfronteerd worden. Tot en met zelfs wat we voelen wanneer. Het is allemaal in een grote mate bepaald door al die anderen. Want zij hebben ons jaren aan een stuk, toen we ze zo superontvankelijk en afhankelijk waren, getoond hoe het moet.

Gedaan dus met die onzin van de totale onafhankelijkheid en absolute vrijheid van ons aller individueel bestaan. Met die hypergeïndividualiseerde maatschappij waarin gesteld wordt dat we alles op ons eigen moeten aankunnen en als het niet meer lukt gewoon in therapie moeten gaan. De mythe dat we meester zijn van ons bestaan. Waar dat vroeger religie de opium voor het volk was is het nu deze mythe die alles bepaalt. Ze komt tot uiting in de constante zoektocht naar nieuw en ander vertier: festivals met hopen in de zomer, elke stad heeft er ondertussen eentje; een skireisje hier, een citytripke daar; de sportieven onder ons zijn aan het trainen om voor hun veertigste nog een marathon te lopen en de echten zijn al bezig met triathlon; en dan zijn er nog de avontuurlijken die ineens in het regenwoud gedropt willen worden, liefst met cameraploeg, of de echte extremisten die ineens helemaal op hun eentje naar de Noordpool trekken in putje winter. Allemaal om toch maar een zinvol leven te lijden. Ondertussen hebben we bucket lists en zijn we voortdurend angstvallig bezig met een oneindige lijst aan dingen die we blijkbaar niet of wel willen missen zoals de FOMO’s, de JOMO’s, en de FOBO’s. Vooral die laatsten zijn in deze tijden zo zwaar om te dragen, de Fears of Better Options. Want wat als ik dit toen had gedaan? Wat als ik dat gestudeerd had? Hoe had mijn leven er dan uitgezien? Een ondraaglijk overzicht van alternatieve levenslopen. Voor jongeren om vertwijfeld uit te kiezen. Voor ouderen om de gemiste kansen te betreuren. En dit alles ingebed in een harde maatschappij die niets liever doet dan je verantwoordelijk stellen voor elke keuze die je maakt. Vol met succesvolle strebertjes en BV’s die als afgoden verheerlijkt worden. Voor falen, begrip of medeleven is er geen plaats meer. “Dan had je maar iets anders moeten doen,” is het verdict van de moderne mens overtuigd als hij is zelf alles onder controle te hebben en zegevierend door het leven te trekken. We zijn allemaal winnaars.

Voor mij is het bestaan alvast weer bijzonder eenvoudig geworden. Zo is vandaag ook de eerste dag van mijn tweede sessiereeks chemo. En ondanks het relatief goede verloop de laatste keer zie ik er weer enorm tegen op. Bovendien blijkt er vanalles misgelopen. De eerste vraag die de verwarde verpleegster aan de receptie me stelt op maandagochtend is of ik wil dat er nog een bloedtest afgenomen wordt. Waarop ik stomverbaasd stamel dat dat volgens mij geen kwestie van willen is maar een standaard vereiste bij de aanvang van nieuwe chemosessies. Kwestie van checken of mijn lichaam de chemo goed verdraagt. In de systemen staat ook niet langer aangegeven dat ik recht heb op een individuele kamer. En terwijl dat wij verondersteld worden aanwezig te zijn om kwart voor negen ‘s morgens duurt het tot 1 uur ‘s middags eer de chemo zelf arriveert. Terwijl in principe elke sessie een opname van een halve dag veronderstelt, zal het uiteindelijk 4 uur zijn vooraleer alles achter de rug is.

Bovendien, en dit voor de tweede keer nu al, stel ik vast dat op maandag de vriendelijkheid van het verplegend personeel een beetje minder is dan anders. Aanvankelijk dacht ik nog dat het aan de drukte lag. Want dat ze het druk hebben dat verplegend personeel is wel duidelijk hier. Ze zijn allen ingedeeld over de ganse verdieping, een lange gang van meer dan honderd meter, verdeeld over al de beschikbare kamers en lopen zonder oponthoud van de ene naar de andere. Enkele dagen later vindt trouwens de al lang aangekondigde nationale betoging van de zorgsector plaats. Bijna 20,000 mensen protesteren in Brussel samen tegen de veel te hoge werkdruk. Maar dan ontdek ik dat ik me vergist heb. Ik dacht dat in 2019 ik ook chemo had op de eerste drie dagen van de week, maar nu blijkt dat het toen de laatste drie dagen waren; woensdag, donderdag en vrijdag. Plots valt me in dat het het goede oude maandaggevoel is dat op die dag zo zwaar doorweegt. De ellende en de sleur van al dat werken dat vooral op maandag pijn doet. Zeker in een daghospitaal dat tijdens het weekend stil ligt. Het is de dag, de dag, de dag die Garfield zo hartsgrondig haat.

Dinsdag is de sfeer op de gang al wat beter. Tin heeft vandaag geen les te geven en heeft me in de vroege ochtend naar het daghospitaal gebracht. Ze ligt als een kat opgerold op het bed te slapen. En op woensdag komt Rita terug langs. Deze keer blijft ze nog langer babbelen. We wisselen alvast onze privémailadressen uit voor als ze op pensioen is. Het goede nieuws is ook dat ik deze keer alles kan doen, de volle drie dagen, met één infuus. Als het beperkt blijft tot één gewelddadige indringing van mijn dermatologische buitenwand zie ik het nog wel zitten, die driedaagse hospitaltrips. Wel voel ik dat de impact al zwaarder is dan vorige keer. Er zijn dagen waarop ik meer slaap dan wakker ben. Terwijl buiten de zon volop schijnt. En er verschijnt ook een knaller van een koortsblaas op mijn bovenlip. Binnenkort ga ik zo’n Venetiaans karnavalmasker moeten dragen dat de linkerhelft van mijn gelaat verbergt voor nieuwsgierige blikken: lege oogkas met een derde neusgat in, neus met twee neusgaten maar zonder reukzin én een gat in het tussenschot en nu ook nog een gigakoortsblaas. Mijn lip voelt helemaal opgezwollen aan. Met Zovirax probeert Tin het onder controle te houden.

In het midden van de derde week na de eerste chemosessies, de week waarin mijn lichaam langzaam herstelt van de chemo om dan na het weekend weer opnieuw chemo toegediend te krijgen, mijn ‘goede week’ zoals mijn oncologe altijd zegt, de week waarin ik terug een beetje opleef en terug wat dingen kan doen die ik graag doe, overvalt de postbode mij onverwachts met een aangetekende brief. Het beteft het vonnis van de rechters over ons ‘proces in het proces’, onze aanklacht dat het finale verslag van de Witte Koningin, de medische experte aangeduid door de rechtbank en het Witte Paard, de oncoloog door haar gekozen als specialist, kwalitatief zwaar tekortschiet. En zelfs in die mate dat ze volgens ons de erelonen die beiden aanrekenen niet verdienen.

Ter herinnering: het betreft dus het rapport waarvan de eindbeslissing al vast lag nog voordat het definitieve verslag werd opgemaakt, zelfs voordat het voorlopige verslag werd opgemaakt, nog straffer zelfs voordat er enige ‘tegensprakelijkheid’ plaats gevonden had, nochtans het basisprincipe van een dergelijke procedure. Het rapport dus dat alle door ons ingediende stukken, waaronder twee van een professor chirurgie en diensthoofd van een universitair ziekenhuis, een van de oogarts die mij had doorverwezen naar professor Ilse Mombaerts van Gasthuisberg, afwimpelde door te stellen dat ze niets toevoegden aan het dossier. En al onze verbaasde of onthutste reacties op incorrecte weergaves van de feiten tot zelfs flagrante leugens gewoon negeerden. Zelfs de verwijzingsbrief werd zo goed als dood gezwegen. Dit terwijl ditzelfde rapport geen enkel schriftelijk document bevat komende van het Witte Paard, ingehuurd door de Witte Koningin als medisch expert in de ophtalmologie waarin hij zijn standpunt uiteenzet en verduidelijkt. Hetgeen na onze korte en eenmalige ontmoeting in het kabinet van de Witte Koningin geen verwondering hoeft te wekken. Want net zoals hij toen lui en hautain in zijn zetel onderuitgezakt uit zijn nek wat zat te lullen zal hij waarschijnlijk zijn input voor het verslag gewoon aan de telefoon doorgegeven hebben of in het beste geval via een mailtje of twee. Allemaal en net zozeer losjes uit de pols als tijdens de installatievergadering die d’r geen was maar ineens de enige zitting bleek te zijn. Net zoals het oorspronkelijke Witte Paard in ‘Alice in Spiegelland’, het vervolgboek op ‘Alice in Wonderland’, die ook vol van zichzelf de ene onzin na de andere zit te verkondigen terwijl hij zich op de borst slaat. Het verslag dus dat met haken en ogen aan elkaar hangt, bol staat van de spellingsfouten, en op geen enkel moment een antwoord biedt op al onze tegenwerpingen. Het verslag dat op het einde zonder enige verdere uitleg, zonder omwegen, eenvoudigweg stelt dat alles ‘lege artis’ verlopen is. En daarmee moeten wij het doen.

En toch, je houdt het niet voor mogelijk, maar het verdict van de drie rechters luidt, drie want d’r zaten er wel degelijk drie, dat we over de ganse lijn in het ongelijk worden gesteld en dus verplicht worden het volledige gevraagde bedrag te betalen aan de Witte Koningin en het Witte Paard. Voor de zoveelste keer zit ik aan mijn keukentafel aan mijn haar te trekken om zeker te zijn dat het allemaal echt is. Wanneer ik mijn handen uit mijn baard haal zie ik terloops dat de chemo begint te werken. Voor mij is dit vonnis opnieuw een bewijs dat wij, de slachtoffers, mogen zeggen wat we willen in dat Spiegelpaleis, het enigste wat die mensen interesseert is formalisme: er is een expert gevraagd zijn oordeel te vellen, die heeft een oordeel geveld en daarmee is de kous af. Hoe die expert tot dat oordeel gekomen is of de argumenten om tot dat oordeel te komen worden als totaal niet relevant beschouwd. Het gaat hen niet om rechtvaardigheid, dus vergeet die weegschaal maar van Vrouwe Justitia, ze hangt schots en scheef het onding, en nog minder om de waarheid, want die komt hier net zo min aan bod als in een flutstationsromannetje, maar het gaat hen om de regeltjes. En als het argument is dat het nog niet het moment is om op het inhoudelijke debat in te gaan wat garandeert ons dat ze dit wel ineens gaan doen op de eindzitting in 10 maanden?

Ze doen d’r zelfs nog een schepje bovenop, die drie rechters. Onze vraag naar een kwaliteitsvol expertiseverslag wordt gecounterd met de opmerking dat het dan nog meer tijd en geld gekost zou hebben! De Belgische justitie die doet alsof ze bezorgd is over de duurtijd van een proces, een grotere tegenstrijdigheid lijkt er mij tegenwoordig niet te bestaan. En alsof dat wij klagen dat het veel geld kost in plaats van dat het op niets trekt. Hetzelfde stompzinnige niveau als de tegenpartij wanneer ze stellen dat scans duur zijn. Dat ze “dat niet bij iedereen kunnen doen, toch?” Neen, natuurlijk niet, sorry dat we de vraag zelfs gesteld hebben. Want we gaan dat zeker niet doen bij mensen die een verdacht gezwel hebben, hebben we dat goed begrepen? Mensen die op tijd hulp zoeken in jullie zo bejubelde ziekenzorg?! Zoals jullie zelf voortdurend vragen via alle mogelijke kanalen. Ik krijg enkele dagen later zelf via de post nog een ‘vrijgesteld medisch monster’ binnen, een luchtdicht verpakt spuitje om gratis een beetje stoelgang op te sturen naar het centrum voor kankeropsporing. Met de scans die ik al driemaandelijks moet ondergaan lijk ik me echter niet het juiste doelpubliek. En wat me ook doet walgen na al wat ik meegemaakt heb in Gasthuisberg zijn de reclamespots op de radio die er zelfs worden gemaakt om mensen naar het ziekenhuis te krijgen. Het volume kan niet snel genoeg afstaan wanneer er weer eentje binnen komt. Ondertussen gaan we bij mensen die wel op consultatie komen en een verdacht gezwel vertonen en zelfs een verwijzingsbrief meebrengen waarin een risico op kanker vermeld wordt geen scans afnemen! Want dat kost te veel!!! Hetzelfde geldt blijkbaar ook voor een justitie die in een rechtsstaat haar burgers hoort te beschermen tegen onrecht: dat kost te veel. En wij brave burgers maar bijdragen aan die gezondheidszorg en die Vrouwe Justitia.

Trouwens, over kosten gesproken, hoe zit met mijn kosten eigenlijk? Wanneer gaan die eigenlijk eens vermeld worden? De kosten die ik nu al opgelopen heb door al dat amateuristisch geklungel van Hartenkoningin, diensthoofd ophtalmologie van die mastodont van een ziekenhuis te Leuven? Mijn mismaakt gezicht? Mijn neus die kapot is want zelfs met een derde neusgat heb ik zo goed als geen reukzin meer? De lymfeklieren verwijderd uit mijn hals, mijn rechterbijnier? De uitzaaiingen in mijn hersenen na de door haar uitgevoerde foutieve operatie op een plek waar er zich een kankergezwel bevond? Had die hooggeleerde professor soms nog nooit van metastase gehoord? De bestralingen als gevolg daarvan? Het zombiebestaan dat ik leid en eigenlijk niet alleen vlak na bestralingen of na een chemokuur maar al sinds de start van deze eindeloze reeks behandelingen begin 2019? Onthecht als ik ben geraakt van mijn vroeger leven; van een nijvere hardwerkende huisvader en vrolijke vriend ben ik veranderd in een teruggetrokken huismus zonder nog enige echte hobby’s. Zoals na 20 jaar intens genieten van alle zwembaden in de buurt, nu al bijna 5 jaar praktisch niet meer kunnen zwemmen? Het fietsen op en af naar het werk dat ik vroeger zo graag deed? Of hoe ik tegenwoordig meer een boek vast houd dan dat ik het lees? Ik was vroeger al een trage lezer maar nu zou zelfs een slak mij inhalen op die pagina. Al dat ontstolen leesplezier, en al die andere dingen die ik verloren ben die mij vroeger zo’n deugd deden, hoe gaat dat ooit vergoed kunnen worden? Nog niet gesproken ook over de kosten die ik nog ga oplopen? Zoals de chemokuur die ik nu alweer moet ondergaan? En dit opnieuw gespreid over een periode van vijf maanden? Zoals de leveroperatie die mij nog wacht ergens einde mei terwijl ik nog recupereer van de chemo? Zoals mijn nu al eeuwen durend ziekteverlof? Of zoals mijn gebroken loopbaan waar ik zo hard voor gestudeerd en gewerkt heb? En de kosten voor mijn vrouw en kinderen? Die hun man en vader hoogstwaarschijnlijk vroegtijdig gaan verliezen? Heeft er iemand daar al aan gedacht? Ah neen, natuurlijk niet. Want wij zijn maar nummertjes, en ik een UFO ipv een BV, een onbekend rondvliegend voorwerp, een vervelende vlieg eigenlijk voor al die beklagenswaardige beleidsvoerders. Terwijl de kosten van al die scans en al die gerechtelijke onderzoeken, tja, die kennen we allemaal, niet? Maar die van die medische slachtoffers niet hoor. Waarom zouden we ook? Het zijn d’r zo veel. En dat zou telkens ook weer goed onderzocht moeten worden. Dat zou nóg meer geld kosten. En geld groeit niet aan de bomen, dat weten jullie toch? Beter dat potje gedekt houden. Beter doen alsof er niets gebeurd is. En zeggen dat alles ‘lege artis’ verlopen is. Daarbij wie wilt al die miserie aanhoren? Als de Rechtvaardige Rechters samen met het schilderij uit dit land verdwenen zijn. Als het adagium in onze rechtsstaat het afschrikken van de slachtoffers is eerder dan de daders. Laat het u gezegd worden door een ondertussen ervaringsdeskundige of kijk maar naar Sanda Dia of Chovanec: de daders worden in dit land beter beschermd dan de slachtoffers.

‘Alle Belgen gelijk voor de wet’ is dan ook maar een fabeltje, een regeltje uit een grondwet dat al lang vergeten is. Geld en macht zijn ondanks alle juridische prudentia nog steeds de doorslaggevende factoren in onze rechtspraak. Des te meer macht je hebt, des te meer geld je hebt, des te meer onzin kan en mag je verkopen en op die manier de waarheid verdraaien. Zelfs tot dat de wereld op zijn kop staat: de dader wordt slachtoffer en het slachtoffer dader. En dit alles met de zegen van de gevestigde machten. Vrouwe Justitia draagt in dit land geen blinddoek om onbevangen en onbevooroordeeld recht te spreken maar om zelf niet misselijk te worden van de onzin bedacht door dikbetaalde mensen zonder moreel kompas ingehuurd door al net zo scrupuleuze systeempartijen die er veel geld tegenaan smijten. Het zo hard bevochten gelijkheidsprincipe uit de Franse Revolutie, het kritieke stuk van ‘égalité’ in het centrum van de heilige drievuldigheid ‘liberté, egalité et fraternité’ verdwijnt in dit Spiegelpaleis in de gigantische coulissen van een niet langer aristocratische maar meritocratische maatschappij waarin de nieuwe elites zich aanmatigend en zelfgenoegzaam genesteld hebben en elkaar net zoals vroeger de hand boven het hoofd houden.

10 februari 2023 – Het Spiegelpaleis herbergt waarachtig een omgekeerde wereld

In het midden van de derde week na de eerste chemosessies, de week waarin mijn lichaam langzaam herstelt van de chemo om dan na het weekend weer opnieuw chemo toegediend te krijgen, mijn ‘goede week’ zoals mijn oncologe altijd zegt, de week waarin ik terug een beetje opleef en terug wat dingen kan doen die ik graag doe, overvalt de postbode mij onverwachts met een aangetekende brief. Het beteft het vonnis van de rechters over ons ‘proces in het proces’, onze aanklacht dat het finale verslag van de Witte Koningin, de medische experte aangeduid door de rechtbank en het Witte Paard, de oncoloog door haar gekozen als specialist, kwalitatief zwaar tekortschiet. En zelfs in die mate dat ze volgens ons de erelonen die beiden aanrekenen niet verdienen.

Ter herinnering: het betreft dus het rapport waarvan de eindbeslissing al vast lag nog voordat het definitieve verslag werd opgemaakt, zelfs voordat het voorlopige verslag werd opgemaakt, nog straffer zelfs voordat er enige ‘tegensprakelijkheid’ plaats gevonden had, nochtans het basisprincipe van een dergelijke procedure. Het rapport dus dat alle door ons ingediende stukken, waaronder twee van een professor chirurgie en diensthoofd van een universitair ziekenhuis, een van de oogarts die mij had doorverwezen naar professor Ilse Mombaerts van Gasthuisberg, afwimpelde door te stellen dat ze niets toevoegden aan het dossier. En al onze verbaasde of onthutste reacties op incorrecte weergaves van de feiten tot zelfs flagrante leugens gewoon negeerden. Zelfs de verwijzingsbrief werd zo goed als dood gezwegen. Dit terwijl ditzelfde rapport geen enkel schriftelijk document bevat komende van het Witte Paard, ingehuurd door de Witte Koningin als medisch expert in de ophtalmologie waarin hij zijn standpunt uiteenzet en verduidelijkt. Hetgeen na onze korte en eenmalige ontmoeting in het kabinet van de Witte Koningin geen verwondering hoeft te wekken. Want net zoals hij toen lui en hautain in zijn zetel onderuitgezakt uit zijn nek wat zat te lullen zal hij waarschijnlijk zijn input voor het verslag gewoon aan de telefoon doorgegeven hebben of in het beste geval via een mailtje of twee. Allemaal en net zozeer losjes uit de pols als tijdens de installatievergadering die d’r geen was maar ineens de enige zitting bleek te zijn. Net zoals het oorspronkelijke Witte Paard in ‘Alice in Spiegelland’, het vervolgboek op ‘Alice in Wonderland’, die ook vol van zichzelf de ene onzin na de andere zit te verkondigen terwijl hij zich op de borst slaat. Het verslag dus dat met haken en ogen aan elkaar hangt, bol staat van de spellingsfouten, en op geen enkel moment een antwoord biedt op al onze tegenwerpingen. Het verslag dat op het einde zonder enige verdere uitleg, zonder omwegen, eenvoudigweg stelt dat alles ‘lege artis’ verlopen is. En daarmee moeten wij het doen.

En toch, je houdt het niet voor mogelijk, maar het verdict van de drie rechters luidt, drie want d’r zaten er wel degelijk drie, dat we over de ganse lijn in het ongelijk worden gesteld en dus verplicht worden het volledige gevraagde bedrag te betalen aan de Witte Koningin en het Witte Paard. Voor de zoveelste keer zit ik aan mijn keukentafel aan mijn haar te trekken om zeker te zijn dat het allemaal echt is. Wanneer ik mijn handen uit mijn baard haal zie ik terloops dat de chemo begint te werken. Voor mij is dit vonnis opnieuw een bewijs dat wij, de slachtoffers, mogen zeggen wat we willen in dat Spiegelpaleis, het enigste wat die mensen interesseert is formalisme: er is een expert gevraagd zijn oordeel te vellen, die heeft een oordeel geveld en daarmee is de kous af. Hoe die expert tot dat oordeel gekomen is of de argumenten om tot dat oordeel te komen worden als totaal niet relevant beschouwd. Het gaat hen niet om rechtvaardigheid, dus vergeet die weegschaal maar van Vrouwe Justitia, ze hangt schots en scheef het onding, en nog minder om de waarheid, want die komt hier net zo min aan bod als in een flutstationsromannetje, maar het gaat hen om de regeltjes. En als het argument is dat het nog niet het moment is om op het inhoudelijke debat in te gaan wat garandeert ons dat ze dit wel ineens gaan doen op de eindzitting in 10 maanden?

Ze doen d’r zelfs nog een schepje bovenop, die drie rechters. Onze vraag naar een kwaliteitsvol expertiseverslag wordt gecounterd met de opmerking dat het dan nog meer tijd en geld gekost zou hebben! De Belgische justitie die doet alsof ze bezorgd is over de duurtijd van een proces, een grotere tegenstrijdigheid lijkt er mij tegenwoordig niet te bestaan. En alsof dat wij klagen dat het veel geld kost in plaats van dat het op niets trekt. Hetzelfde stompzinnige niveau als de tegenpartij wanneer ze stellen dat scans duur zijn. Dat ze “dat niet bij iedereen kunnen doen, toch?” Neen, natuurlijk niet, sorry dat we de vraag zelfs gesteld hebben. Want we gaan dat zeker niet doen bij mensen die een verdacht gezwel hebben, hebben we dat goed begrepen? Mensen die op tijd hulp zoeken in jullie zo bejubelde ziekenzorg?! Zoals jullie zelf voortdurend vragen via alle mogelijke kanalen. Ik krijg enkele dagen later zelf via de post nog een ‘vrijgesteld medisch monster’ binnen, een luchtdicht verpakt spuitje om gratis een beetje stoelgang op te sturen naar het centrum voor kankeropsporing. Met de scans die ik al driemaandelijks moet ondergaan lijk ik me echter niet het juiste doelpubliek. En wat me ook doet walgen na al wat ik meegemaakt heb in Gasthuisberg zijn de reclamespots op de radio die er zelfs worden gemaakt om mensen naar het ziekenhuis te krijgen. Het volume kan niet snel genoeg afstaan wanneer er weer eentje binnen komt. Ondertussen gaan we bij mensen die wel op consultatie komen en een verdacht gezwel vertonen en zelfs een verwijzingsbrief meebrengen waarin een risico op kanker vermeld wordt geen scans afnemen! Want dat kost te veel!!! Hetzelfde geldt blijkbaar ook voor een justitie die in een rechtsstaat haar burgers hoort te beschermen tegen onrecht: dat kost te veel. En wij brave burgers maar bijdragen aan die gezondheidszorg en die Vrouwe Justitia.

Trouwens, over kosten gesproken, hoe zit met mijn kosten eigenlijk? Wanneer gaan die eigenlijk eens vermeld worden? De kosten die ik nu al opgelopen heb door al dat amateuristisch geklungel van Hartenkoningin, diensthoofd ophtalmologie van die mastodont van een ziekenhuis te Leuven? Mijn mismaakt gezicht? Mijn neus die kapot is want zelfs met een derde neusgat heb ik zo goed als geen reukzin meer? De lymfeklieren verwijderd uit mijn hals, mijn rechterbijnier? De uitzaaiingen in mijn hersenen na de door haar uitgevoerde foutieve operatie op een plek waar er zich een kankergezwel bevond? Had die hooggeleerde professor soms nog nooit van metastase gehoord? De bestralingen als gevolg daarvan? Het zombiebestaan dat ik leid en eigenlijk niet alleen vlak na bestralingen of na een chemokuur maar al sinds de start van deze eindeloze reeks behandelingen begin 2019? Onthecht als ik ben geraakt van mijn vroeger leven; van een nijvere hardwerkende huisvader en vrolijke vriend ben ik veranderd in een teruggetrokken huismus zonder nog enige echte hobby’s. Zoals na 20 jaar intens genieten van alle zwembaden in de buurt, nu al bijna 5 jaar praktisch niet meer kunnen zwemmen? Het fietsen op en af naar het werk dat ik vroeger zo graag deed? Of hoe ik tegenwoordig meer een boek vast houd dan dat ik het lees? Ik was vroeger al een trage lezer maar nu zou zelfs een slak mij inhalen op die pagina. Al dat ontstolen leesplezier, en al die andere dingen die ik verloren ben die mij vroeger zo’n deugd deden, hoe gaat dat ooit vergoed kunnen worden? Nog niet gesproken ook over de kosten die ik nog ga oplopen? Zoals de chemokuur die ik nu alweer moet ondergaan? En dit opnieuw gespreid over een periode van vijf maanden? Zoals de leveroperatie die mij nog wacht ergens einde mei terwijl ik nog recupereer van de chemo? Zoals mijn nu al eeuwen durend ziekteverlof? Of zoals mijn gebroken loopbaan waar ik zo hard voor gestudeerd en gewerkt heb? En de kosten voor mijn vrouw en kinderen? Die hun man en vader hoogstwaarschijnlijk vroegtijdig gaan verliezen? Heeft er iemand daar al aan gedacht? Ah neen, natuurlijk niet. Want wij zijn maar nummertjes, en ik een UFO ipv een BV, een onbekend rondvliegend voorwerp, een vervelende vlieg eigenlijk voor al die beklagenswaardige beleidsvoerders. Terwijl de kosten van al die scans en al die gerechtelijke onderzoeken, tja, die kennen we allemaal, niet? Maar die van die medische slachtoffers niet hoor. Waarom zouden we ook? Het zijn d’r zo veel. En dat zou telkens ook weer goed onderzocht moeten worden. Dat zou nóg meer geld kosten. En geld groeit niet aan de bomen, dat weten jullie toch? Beter dat potje gedekt houden. Beter doen alsof er niets gebeurd is. En zeggen dat alles ‘lege artis’ verlopen is. Daarbij wie wilt al die miserie aanhoren? Als de Rechtvaardige Rechters samen met het schilderij uit dit land verdwenen zijn. Als het adagium in onze rechtsstaat het afschrikken van de slachtoffers is eerder dan de daders. Laat het u gezegd worden door een ondertussen ervaringsdeskundige of kijk maar naar Sanda Dia of Chovanec: de daders worden in dit land beter beschermd dan de slachtoffers.

‘Alle Belgen gelijk voor de wet’ is dan ook maar een fabeltje, een regeltje uit een grondwet dat al lang vergeten is. Geld en macht zijn ondanks alle juridische prudentia nog steeds de doorslaggevende factoren in onze rechtspraak. Des te meer macht je hebt, des te meer geld je hebt, des te meer onzin kan en mag je verkopen en op die manier de waarheid verdraaien. Zelfs tot dat de wereld op zijn kop staat: de dader wordt slachtoffer en het slachtoffer dader. En dit alles met de zegen van de gevestigde machten. Vrouwe Justitia draagt in dit land geen blinddoek om onbevangen en onbevooroordeeld recht te spreken maar om zelf niet misselijk te worden van de onzin bedacht door dikbetaalde mensen zonder moreel kompas ingehuurd door al net zo scrupuleuze systeempartijen die er veel geld tegenaan smijten. Het zo hard bevochten gelijkheidsprincipe uit de Franse Revolutie, het kritieke stuk van ‘égalité’ in het centrum van de heilige drievuldigheid ‘liberté, egalité et fraternité’ verdwijnt in dit Spiegelpaleis in de gigantische coulissen van een niet langer aristocratische maar meritocratische maatschappij waarin de nieuwe elites zich aanmatigend en zelfgenoegzaam genesteld hebben en elkaar net zoals vroeger de hand boven het hoofd houden.