Zeer tenen

Om niet op al te veel zeer tenen te trappen is het einde van mijn boek sterk verschillend van dat van mijn blog. Vooral de posts op mijn blog van de afgelopen maanden waarin ik probeerde duidelijk te maken hoe moeilijk het wel niet is om als slachtoffer in dit land, volledig overgelaten aan je lot, jezelf nog staande te houden als mens of gewoon om te blijven geloven in die zogenaamde rechtsstaat waar dat wij in leven, viel in ongenade bij mijn uitgever. Terecht misschien. Want elk oprecht standpunt over wat er allemaal misloopt in dit apenland is uiteindelijk telkens en altijd nog maar een mening en mensen hebben dat niet graag, meningen, als ze een verhaal lezen. Dixit mijn uitgever.

Om eerlijk te zijn denk ik dat hij gelijk heeft. Een film of een TV-serie is uiteindelijk niet hetzelfde als een praatprogramma; een sprookje niet hetzelfde als een grondwet. En het eindresultaat, het boek in zijn finale vorm, mag er zeker wezen. Het is een schoolvoorbeeld uit de tekstboeken geworden van dat sinds de jaren ‘90 zo populaire motto ‘less is more’. En bedankt, lieve uitgever, het heeft inderdaad geen zin om maar te blijven herhalen hoe pervers en onmenselijk het huidige systeem niet is om de boodschap toch maar te kunnen overdragen. Beter gewoon tonen hoe mensonterend het is via een goed opgebouwd maar voor mij jammer genoeg ook waargebeurd verhaal. Al blijft de vraag door wie en hoe dat er dan wél lessen gaan getrokken worden uit ditzelfde verhaal. Waarschijnlijk weer door zo’n ‘expert’ van die Kaste der Geneesheren achter gesloten deuren. Of een politicus die het na letterlijk tientallen jaren van verzuim allemaal eens zal oplossen.

Bon, jullie kunnen niet zeggen dat ik niet mijn best gedaan heb. En niemand kan ondertussen ook nog beweren dat ik niet hard genoeg geroepen heb. Zo is er zelfs al een boek gemaakt van mijn verhaal, verdomme. Hoe hard moet iemand roepen om gehoord te worden in deze hypocriete woestenij van onze met bleekwater witgewassen Belgische gezondheidszorg? Wat mij betreft, op dit moment, hoop ik dat heel die Gasthuisberg ontploft van nijd en ambetantigheid.

Ambetantigheid, nog zo’n woord dat onder het kritische oog van de Nederlandse redacteur van mijn uitgever, ongetwijfeld zou sneuvelen. Want dat moet me toch van het hart. Alhoewel het een prachtig boek is geworden, is het toch een beetje ontvlaamst. Ik heb zelfs moeten vechten om ervoor te zorgen dat het Vlaams bleef; mijn Eerste Minister was ineens een Minister-President geworden, een kinesist een fysiotherapeut en mijn grootvader bleek als boer in het begin van de twintigste eeuw zijn groententuin elk jaar als een moderne biotuinier omgewoeld te hebben in plaats van geschupt. Terwijl het zo’n mooi woord is, ‘ambetantigheid’. Net zo mooi als snutten en konijnenkot (neen, geen konijnenhok, dank u, want konijnen zijn geen kippen).

Maar ik snap het wel. Als je door de tekst een beetje te ontvlaamsen het afzetgebied van je product kunt verviervoudigen, moeten we er geen tekening bij maken natuurlijk. Ondertussen heb ik van enkele van mijn berggezellen gehoord dat het trouwens niet de eerste keer is dat dit gebeurt in ons verscheurd taalgebied. Willem Elsschot zou d’r ook al problemen mee gehad hebben. Zelfs de Grote Claus zou ermee overhoop gelegen hebben met die Nederlandse taalonteigeningen. Dus wie ben ik dan om daarover te klagen? Bovendien is de blog in tegenstelling tot het boek helemaal nog niet gedaan. Die zal pas gedaan zijn als het gedaan is met mij. Dus waarom een einde dat is vergelijken met een einde dat nog niet is?

Om echter toch de blog compleet te houden, of te bestendigen als het belangrijkste dépositoire van al mijn hersenspinsels, ga ik vandaag een ontbrekende post moeten publiceren die ik speciaal voor het nieuwe einde van het boek heb uitgewerkt. Met als vervelend gevolg dat die dus nu plots op de thuispagina van de blog gaat verschijnen als laatste post en zo een beetje verwarring kan creëren aangezien het stukje tekst vroeger in de tijd heeft plaats gevonden dan de voorgaande stukjes. Mijn excuses hiervoor alvast, maar in de tabs, in de tijdlijn van het verhaal zelf, ga ik het chronologisch op de juiste plaats zetten zodat toekomstige lezers van de blog geen verwarring meer zullen ondervinden.

Een boek voor een betere wereld

Beste lezers,

Komt dat zien! Komt dat zien! Mijn blog heeft een uitgever gevonden! Dus als iemand van jullie zin heeft om mijn verhaal ook in boekvorm te lezen, laat het me weten. Je kunt een gesigneerd exemplaar krijgen rechtstreeks van mij.

De titel van het boek is “Kroniek van een miskende moord.” Omdat dat hetgeen is dat mij overkomen is. Ik, een burger van dit land, ben vermoord door een incompetente prof van een onwaarschijnlijk arrogant universitair ziekenhuis, ben bij het vuilnis buiten neergezet samen met de pmd en het gft, om daar te rotten op mijn dooie eentje. En geen haan die d’r naar kraait. Noch de bestuurlijke, noch de rechterlijke macht, laat staan die zorgsector zelf.

Ik hoop dan ook dat het boek duidelijk maakt tot wat voor een schrijnende toestanden medische slachtoffers in dit luilekkerland veroordeeld worden zonder boe of bah. Zodat er eindelijk een halt kan toegeroepen worden aan dergelijke mensonterende wanpraktijken in onze o zo bejubelde gezondheidszorg.

Als teken van hoop hieronder alvast de cover en het omslag van het boek,

Patrick

Mijn fantastisch ziekenfonds

Omdat er zogezegd zoveel profiteurs zijn in onze ziekenzorg, werd ik, aanvankelijk de meest recente Quasimodo uit het Leuvense, ondertussen terminale kankerpatiënt, onder druk van die zielige rechtsconservatieve klootzakjes in de Vlaamse regering, diezelfden die vinden dat burn-out maar iets voor doetjes is, de afgelopen 1,5 jaar zes keer opgeroepen door mijn ziekenfonds ter medische controle. Zij noemen het opvolging door een ‘adviserend’ geneesheer, maar het is brute en rauwe controle. Alleen al de manier waarop je via SMS aangespoord wordt om te verschijnen op de controle maakt elk misverstand hierover onmogelijk; telkens eindigt hij met de onheilspellende statement: “Bij onwettige afwezigheid zal de betaling van uw uitkering opgeschort worden.” Ook telkens word ik gevraagd me aan te melden op uur X van dag Y aan het OZ-kantoor in de steile Monseigneur van Wayenberghlaan te Leuven, de stedelijke toegangsweg van Gasthuisberg. En telkens weer moet ik de walging verbijten die de nabijheid van dat boven God en alles verheven Ceaucescupaleis van de elitaristische medische bekakten boven op de berg bij mij teweeg brengt.

De eerste keer dat ik langs moet gaan, op 29 juli 2019, word ik ontvangen door een dame die mij onmiddellijk bekent zelf geen medicus te zijn, maar een ‘paramedicus.’ Waarop ik uit de lucht val: “Paramedicus? Wat betekent dat?” “Dat ik niet echt een dokter ben.” “Wat bent u dan wél?”, reageer ik bitsig. “Ik ben kinesist van opleiding.” “Kinesist? En u moet mij medisch controleren?” “Neen, niet echt. U moet dit zien als een eerste, inleidend gesprek. Nadien zal u door een medicus verder opgevolgd worden.” “En wat gaat u dan juist doen nu?” “U enkele vragen stellen en uw dossier wat vervolledigen. Is dat goed voor u?” “Ik geloof dat ik niet veel keuze heb. Dus doet u maar.” “Misschien dat u even kort kunt zeggen wat er allemaal gebeurd is.” Ik vertel summier het verloop van mijn ziekte maar laat niet na om te vermelden wat er allemaal misgelopen is in Gasthuisberg. Ze luistert met een half oor en voert af en toe iets in haar PC in. Op het einde vermoed ik dat haar dossier ondertussen wel volledig genoeg zal zijn en afgaande op haar empathische reacties heb ik de indruk dat ze volledig mee is in de gruwel van mijn verhaal. Op dat moment springt de aap uit de mouw. Uit het niets vraagt ze plots: “Mag ik uw oog even zien?” Mijn stem blokkeert. “Sorry?,” krijg ik er nog net uitgeperst. “Gewoon even zien naar uw oog.” “Denkt u soms dat ik hier voor te lachen met een zwart ooglapje op mijn bril zit? Om de boel te belazeren?,” reageer ik nu als door een bij gestoken. Ze begint zenuwachtig te lachen. “Neen hoor. Maar als ik gewoon even naar uw oog mag kijken, kan ik zeggen dat het in orde is.” “Dat het in orde is dat ik eruit zie als een gedrocht bedoel je?” De zenuwachtigheid aan de andere kant neemt verder toe. “Neen, neen, natuurlijk niet. Het is vreselijk wat u overkomen is.” Ik moet al niets meer hebben van haar medeleven en sta op het punt om recht te staan en gewoon naar buiten te wandelen. Alleen blijft bij mij als verantwoordelijke huisvader die dreiging van het wegvallen van die uitkering door mijn hoofd spoken. Dus flap ik eruit: “Als ik het niet doe, verlies ik dan mijn uitkering?” Nu glimlacht ze, de paramedicus: “Neen, natuurlijk niet, mijnheer Hoskens. Het zou het alleen voor mij wat gemakkelijker maken.” Ondertussen wil ik alleen nog maar zo snel mogelijk weg hier. Ik doe mijn bril af. Laat haar enkele seconden met half open mond naar mijn mismaakt gezicht kijken en stap het af.

Twee maanden later, op 12 september 2019, is het weer van dat. Deze keer word ik de facto ontvangen door een echte dokter. Ik vermoed toch dat hij tot de orde der geneesheren behoort want echt gezond ziet hij er niet uit. Hij hangt achterover geleund in zijn stoel met zijn dikke pens recht omhoog. Wanneer ik binnen kom, en tegenover hem aan zijn bureau ga zitten, heft hij traag zijn rechterarm op en laat hem even bengelen boven een naambordje. Met zijn mollige vingers wriemelt hij als een spinnetje boven de letters. Zonder mij ook maar één blik waardig te gunnen, zegt hij: “Dat ben ik.” Jammer genoeg heb ik geen visitekaartje bij. Anders had ik hem de hoffelijke dienst terug kunnen bewijzen. Het verdere verloop van het gesprek verloopt dan ook bijzonder stroef. Bovendien word ik opnieuw gevraagd om te zeggen wat er allemaal gebeurd is. Ik heb geen zin om weer als een brave jongen het ganse verhaal te brengen en vraag dat zij dat toch zelf moeten weten, zij zijn toch mijn ziekenkas? Zij zien toch al die medische behandelingen passeren? Het gezapige en medisch geijkte, je moet er zeven jaar voor studeren, antwoord van de kleffe man luidt dat zij omwille van de privacy geen toegang hebben tot mijn medisch dossier. Waarop ik me afvraag wat ik daar dan zit te doen. Ik antwoord hem dat de overheid en heel de medische sector mijn privacy in hun gat mogen steken. Dat ik het kotsbeu ben om telkens als een aapje gevraagd te worden mijn kunstje op te voeren. Dat ik, als burger en als patiënt, meer professionalisme verwacht van al die duurbetaalde mensen. Nu begint hij al te kijken maar uit zijn blik blijkt dat het hem geen kloten kan schelen wat ik wel of niet verwacht. Zijn dikke buik gaat op en neer op het hortende ritme van zijn ademhaling. Om mijn weerstand te breken, begint hij luidop voor te lezen wat hij in de verte op zijn scherm ziet verschijnen. En het lukt. Want het gaat over mijn verhaal. Mijn leven. Wie kan aanvaarden dat anderen zo maar je eigen leven toe-eigenen zonder ook maar enige erkenning van je eigen persoon? Niemand. Of ik toch niet. Dus begin ik, na eerst enkel wat affirmatief te reageren, hier en daar een anecdote toe te voegen aan het verhaal. Om op die manier er terug mijn leven van te maken; om mijn leven terug op te eisen voor mij. Ik ben nog altijd niet dood, of wel soms? Op het einde neemt de papzak korzelig afscheid van me. Niet dat het me stoort, maar zelfs een handje kan er niet vanaf. Besmettingsgevaar gaat veel verder dan bacteriën of virussen. Ook sociale kloven verhinderen bepaalde vormen van contact. Er zijn de verkozenen en de verdoemden. Ge moet gewoon weten tot welke klasse van mensen je behoort.

De derde keer, op 24 october 2019, blijkt er een fout gebeurd te zijn in het systeem. Het was niet de bedoeling dat ik nu al terug kwam, zo wordt mij gezegd. Tot mijn opluchting duurt het dan ook maar zo’n vijf minuten. Dat ik voordien zo’n 20 minuten heb moeten wachten, pak ik er maar bij. Je moet er maar wat voor over hebben voor al die financiële steun van de overheid die je zelf al gans jouw loopbaan via de maandelijkse bijdragen aan de sociale zekerheid zo hard gesponsord hebt.

De vierde keer, op 19 februari 2020, schakelen ze bij het ziekenfonds een versnelling hoger. Deze keer word ik gevraagd een volledige update van mijn medisch dossier aan hen te bezorgen. Misschien dat mijn geklaag over het gebrek aan professionalisme dan toch enige impact gehad heeft? Dat ze gedacht hebben als we toch geen toegang hebben tot dat medisch dossier in de systemen en dat hij dat niet te doen vindt, laat hem dan maar een hard copy mee brengen? Op die manier slaan we twee vliegen in één klap: wij hebben wat we nodig hebben en hij kan niet meer klagen dat we niet professioneel bezig zijn? Het overhandigen van het dossier maakt het vierde gesprek wel een stuk draaglijker. Terloops deel ik als teken van goede wil nog mee dat ik probeer mijn werk te hervatten, dat ik ondertussen al halftijds terug werk en dat het mijn bedoeling is om vanaf april vier vijfde te gaan werken. Felicitaties van de jury krijg ik wel niet. Ik moet het met wat geknor stellen.

De voorlaatste keer, op 15 mei 2020, verloopt het contact omwille van Corona voor de eerste maal telefonisch. Geen dikke pensen en mollige vingers meer. Mij komt het goed uit. Want komt het door het verlies van mijn linkeroog waardoor mijn gezichtsveld toch wel wat ingeperkt is, maar ik heb thuis twee weken daarvoor bij een val in de tuin mijn rechtervoet én -elleboog gebroken en ben dus volledig immobiel, op een rolstoel op het gelijkvloers thuis na. En misschien is het door het ingeleverde medische dossier, maar de toon van de contacten is ondertussen wel veranderd. Zo is het dreigement van het wegvallen van de uitkering in de SMS’en zelf weggevallen. In de plaats daarvan verschijnen er plots ‘vriendelijke groeten’ op mijn scherm. Aan de telefoon begint zelfs mijn vadsige controle-arts vriendelijk te worden. Alleen moet ik hem de laatste keer, op 22 december 2020, teleurstellen over de evolutie van het ziektebeeld. Wanneer ik hem vertel over de uitzaaiingen naar de hersenen en de bestralingen van mijn ganse hersenpan duurt het gesprek nog korter dan anders, hij wenst me nog veel sterkte toe en laat me al gauw terug alleen met de hotdog van Würst die ik net op het Mathieu De Layensplein aan het verorberen ben.

Ondertussen werd ik tijdens de ganse helse periode vanaf eind 2018 tot eind 2020 thuis via de post plat gebombardeerd met brieven van het OZ over administratieve en andere aangelegenheden. Administratie en andere aangelegenheden waarin ik al die tijd verzuip. Van digitalisering hebben ze duidelijk nog nooit gehoord. Een half regenwoud moet eraan geloven enkel en alleen om mij te bereiken. Zo ontdek ik pas na verloop van tijd dat het dreigement om mijn uitkering op te schorten stilzwijgend en achter mijn rug toch uitgevoerd is. Niet omwille van een niet-verschijning bij een controle-arts maar omdat iemand zoals ik, na één jaar ziekteverlof, of je nu halftijds werkt of niet, blijkbaar van statuut verandert en vanaf dan onder de door de profiteurs zo begeerde beroepscategorie van de ‘invaliden’ valt en volledig apart officieel steun moet aanvragen. Logisch toch, niet? En een mens zoals ik heeft toch niets beters te doen. Dankzij de inkomensverzekering van mijn werk had ik het euvel gemist, maar mijn ziekenfonds, mijn royaal gesubsidieerd steunfonds, die mensen die eigenlijk leven van de diensten die ze aan mij, de toekomstige aflijvige, moeten bewijzen, betaalde zonder enige scrupules al negen maanden lang geen enkele uitkering meer uit. En toen ik hen eindelijk wist te zeggen dat ik dit toch wel een beetje grof vond, werd ik fijntjes verwezen naar een brief die ze een jaar daarvoor gestuurd hadden maar ondertussen bij mij thuis verdwenen was in de stapel van overige brieven. Dat dit qua dienstverlening niet helemaal koosjer was, beseften ze blijkbaar zelf ook wel. Na het voor de zoveelste keer opsturen van de nodige documenten plus nog enkele belastingaangiften, waarschijnlijk om te bewijzen dat ik toch wel degelijk enkele bijdragen aan onze sociale welvaartsstaat geleverd had tijdens mijn inmiddels gefnuikte loopbaan, werd het haastig in orde gebracht.

En voor diegenen die nu al beginnen te zuchten dat het weeral over geld moet gaan, over geld gesproken: het toppunt van wansmaak dat ik heb mogen ervaren van mijn ziekenfonds was het volgende incident. Tijdens een van de zeldzame telefonische contacten had ik het niet kunnen laten om de naam van Hartenkoningin en Gasthuisberg te laten vallen en kort te vertellen wat er allemaal fout gedaan was door hen. Sindsdien was de stroom aan papieren documenten nog verder toegenomen want ineens kregen ze in de mot bij het OZ dat ze misschien zelf ook geld gingen kunnen recupereren van Gasthuisberg en co. De omgekeerde wereld van onze welvaartsstaat: ik, het slachtoffer, die volledig aan zijn lot overgelaten word, die zelfs niet eens als medisch slachtoffer erkend word, thuis als een oude hond, als een stukske stront, helemaal alleen moet creperen in een hoekske, zelf helemaal geen enkel uitzicht heeft, nul, op welke financiële compensatie dan ook voor het geleden leed of gewoon voor mijn nazaten, mijn gezinsleden die zonder mij voort gaan moeten met hun eigen leven, ik, ik word verwacht dat ziekenfonds te helpen bij het recupereren van hun centen. Om het helemaal af te maken, vindt het incident plaats op een winterse ochtend net wanneer ik met de auto vertrek naar het UZ Gent, samen met Tin, voor de resultaten van een van die gruwelijke driemaandelijkse follow-up scans, overtuigd dat er een uurtje later bijzonder slecht nieuws gaat volgen, dat mijn levensduur verder gereduceerd zal worden tot hoogstens enkele maanden. Net op dat moment ontvang ik in mijn auto een telefoon van een medewerker van de dienst Operations van het OZ. “Hallo, met Patrick Hoskens?” “Dag, mijnheer Hoskens, u spreekt met Els Delaet van het OZ. Sorry dat ik u stoor, maar we zouden graag informatie van u willen krijgen om een terugvordering te kunnen indienen bij Gasthuisberg.” Deze keer, in deze afschuwelijke omstandigheden, ik kan zelfs nauwelijks spreken met Tin, zo zwart en donker is mijn gemoed op dit moment, wordt het mij allemaal even teveel en ik vlieg woest uit naar de vrouw aan de andere kant van de lijn. “Bent u niet beschaamd dat u iemand zoals mij lastig valt met uwen zever? Begrijpt u eigenlijk wel dat u met iemand spreekt die door jullie en heel dat systeem hier totaal in de steek gelaten wordt? Ik ben verplicht om een heuse rechtszaak op te starten om ook maar enige erkenning te krijgen? Om een financiële compensatie voor mijn vrouw en kinderen op te eisen? En ik word verondersteld jullie te helpen bij het terug krijgen van jullie centen? Zijn jullie zot geworden of zo?” Het blijft nu even stil aan de andere kant van de lijn. Dan probeert de stem aarzelend: “En het Fonds voor Medische Ongevallen? Hebt u daar al eens gepolst? Misschien hebt u daarvan een dossiernummer dat…” Ik onderbreek haar ruw: “Stop met die hypocrisie! Dat vreselijke doen alsof! Dat fonds trekt op geen kloten. En dat weet u net zo goed als ik. Of hebt u, u net van alle mensen hier in dit land, soms die ene Panoreportage van een maand of twee geleden gemist?” “Ja, ik weet het, het werkt niet ideaal…”“Niet ideaal? Niet ideaal? Dat is de understatement van het jaar, denk ik. Het werkt niet, bedoelt u? Want het doet gewoon niets, buiten mee helpen aan het door medische ‘specialisten’ systematisch toedekken van hun eigen fouten, of nog erger soms, zoals pure nalatigheden, wandaden eigenlijk? Het trekt gewoon op niets hoe dat die geneesheren en -dames in dit land met hun eigen slachtoffers omspringen. Hoe ze voor zichzelf een vrijgeleide hebben weten te creëren voor alles wat ze zelf verkeerd doen en ondertussen de slachtoffers ervan totaal in de steek laten. Ik zeg u, als ik tot het medisch beroep zou behoren, ik zou me dood schamen voor al die verwerpelijke praktijken. Trouwens, breek mij mijn mond niet open of ik begin hier subiet over jullie, mijn fantastisch ziekenfonds. Amai, wat een steun dat jullie al voor mij geweest zijn! Echt schitterend wat jullie allemaal al voor mij gedaan hebben. Ik zou niet weten wat ik allemaal zonder jullie gedaan zou hebben!” “Sorry, mijnheer Hoskens, maar u begrijpt toch dat we iets meer gegevens nodig hebben om een dossier op te starten.” “Ja, dat begrijp ik. En ik begrijp ook dat dat dossier voor u belangrijk is. Dus luistert: neemt u zelf maar contact op met die collega’s van u uit de gezondheidszorg, die perfecte en zo gedienstige mensen van Gasthuisberg en vraagt u hen maar om het even wat u nodig hebt in het kader van mijn dossier. Ik geef u mijn toestemming. Mijn privacy kan mij gestolen worden. Integendeel zelfs, ik wil dat iedereen weet wat er met mij gebeurd is. Dus doet u maar gerust.” “Ah, ok, mijnheer Hoskens, dan zal ik dat eens proberen.” “Goed. Dag dan.” Ik druk snel af en kijk moe getergd, volledig uitgeput naar Tin. “Goed gezegd, sjoe,” zegt ze, “wat denken die wel, zeg?”

Kroniek van een miskende moord

Op deze Europese Dag van het Slachtoffer deze nieuwe post op mijn blog. Opdat slachtoffers van mis- en wandaden niet langer miskend, maar erkend worden. Opdat zij zich niet langer alleen en geïsoleerd voelen met al hun lijden. Overgeleverd aan de grillen van het lot. Zonder enige vorm van rechtsbescherming.

Normaliter, in een rechtsstaat waar dat de burgers verzekerd zouden zijn van hun rechten, zou ik nu perfect een strafklacht moeten kunnen indienen. Een strafklacht voor onvrijwillige doodslag door slagen en verwondingen. Want dat is wat er gebeurd is: ik, een burger van dit land, ben vermoord door de incompetente ophtalmologe Ilse Mombaerts van dat ontzettend pedante, gargantueske monster boven op die berg, genaamd Gasthuisberg. Ondanks alle moderne hulpmiddelen die professionele zorgverleners ter beschikking staan, ken ik door haar vele fouten een gruwelijk levenseinde. Ik ga vroegtijdig sterven aan iets dat indien correct behandeld, vermeden had kunnen worden. Ben nu al twee jaar een oog en al het weefsel daarrond kwijt. Heb een zware chemokuur gekregen. Heb al een tweede operatie achter de rug waarbij klieren onder de kaaklijn verwijderd werden. Mijn volledige hersenpan is al één keer bestraald geweest. En ik zit nu te wachten op de verdere ontwikkeling van de ziekte. Kroniek van een miskende moord, dat is mijn leven geworden. En, op mensen die mij kennen na, geen kat die zich d’r iets van aantrekt. En al zeker de verantwoordelijken zelf niet.

Maar dat gaat dus allemaal niet in dit land, omdat in deze justitiecultuur, slachtoffers niet als slachtoffers maar als onmondige en weerloze sukkelaars behandeld worden. Sukkelaars die van niets weten en eigenlijk gewoon pech hebben gehad want zelfs de goorste klootzakken zijn in dit land volgens diezelfde conservatieve tsjevencultuur mensen van goede wil. Met als meest wezenlijk gevolg dat het de slachtoffers zijn die zich schuldig voelen in dit systeem. Gewoon omdat ze het lef hebben aandacht te vragen voor wat hen overkomen is. Alles wordt hier met de mantel der liefde in alle stilte bedekt omdat het nog de enige manier is om de illusie in stand te houden dat alles hier correct verloopt. Alleen als het niet anders kan, als er op sociale media veel lawaai gemaakt wordt of er dan toch plots een opwelling van sociaal verzet ontstaat, anders gesteld op de zeldzame momenten dat de stront komt boven drijven, zullen ze nog eens wat moeite doen daar bij Justitie. En fake news is er al genoeg. Nog een schreeuwlelijk erbovenop is het laatste dat die brave Vlamingen nodig hebben.

Bovendien raden zelfs mijn eigen advocaten het dus ten zeerste af. Niet alleen zijn die strafrechters, geloof het of niet, nog minder in staat dan die van de burgerrechtbank om een rechtvaardige schadevergoeding te bepalen voor de slachtoffers van wan- en misdaden. Zoals reeds eerder gezegd, het is meer dan symbolisch dat net dat paneel van het Lam Gods verdwenen is ergens in de stinkende modder van dit nog steeds katholieke vaderland. Maar kiezen voor een strafzaak is, zo wordt mij gezegd, vooral ook kiezen voor onzekerheid: je geeft een klacht af aan het begin van een lange, donkere tunnel en je wacht af wat er aan de andere kant uitkomt. En dit alles conform nog door Napoleon opgestelde spelregels. Het is hoogst onzeker wat daar de uitkomst van is en een veroordeling te pakken krijgen in een strafzaak rond medische fouten, hoe klaar als een klontje ook, is dan ook zo goed als onmogelijk met de Orde der Geneesheren die hier in België als een echte kaste al die geneeskundige specialisten in die mate indekt en afdekt dat het pijn doet aan de ogen. Niet alleen Vrouwe Justitia moet naast een mondmasker ook nog een blinddoek dragen in dit land, maar alle burgers van dit land.

Daarnaast is de kans niet irreëel dat het parket van Leuven gewoon meegaat in het toedekken van de vele potten, vermits hun hoge vriendjes van het nabijgelegen berggebied vol met konijnenpijpen betrokken partij zijn. En als we een strafklacht indienen komen we, met mij woonachtig te Kortenberg en de feiten zich voorgedaan hebbende in Leuven, automatisch terecht bij dat parket, zegt mijn advocaat medische fouten. Dan verdwijnt alles in die duistere coulissen van het Belgisch gerecht, eindigt mijn dossier in donkere kamers waar allerlei louche medische specialisten de meest aberrante beslissingen nemen zonder ook maar enige mogelijkheid van beroep of al zijn het maar wat kritische bedenkingen. Superprofessioneel gefoefel, net zoals die boomexpert hier heeft gepleegd ten huize Hoskens. Het zou me niet verbazen als dat we, net zoals bij die boomexpert er retroactief voor hadden moeten zorgen dat die bomen van 40 tot 80 jaar oud op hetzelfde tijdstip in lijn geplant waren geweest, hun conclusie gewoon gaat zijn dat ik retroactief gezien beter ineens naar een oncoloog was gegaan in plaats van naar een opthalmoloog. Retroactieve dooddoeners dus die de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd is weeral eens eenzijdig bij de slachtoffers leggen. Met de conformistische steun van de goegemeente en in dat rijke en onbesproken Leuven zelfs de onuitgesproken dank van Gasthuisberg. Hooggeplaatsten begrijpen elkaar gewoon beter. Zelfs zonder iets te zeggen.

En ook net zoals bij de bomen, waar ze resoluut en zonder dralen naar hun onnoemelijke werklast verwezen zullen hebben, zal het zoveelste medische dossier dat binnen komt bij hen ongetwijfeld enkel een zucht van verveling ontlokken: “Weeral ene van die zieken die vindt dat hem zwaar onrecht aangedaan is, ZUCHT.” Om dat te behandelen naast al die andere dossiers die ze al op hun bureau hebben liggen, is wat te veel gevraagd van het goede. En zo’n medisch dossier betreft toch ook maar één burger, één individu. Zo één individuutje kan telkens weer niet opwegen tegen al die echte roofmoorden en al die wansmakelijke dopen die die conservatieve studentenkringen in Leuven absoluut willen organiseren. Het jammerlijke lot van één naïeve burger weegt niet op tegen al die zware misdaad. Zelfs als het er ondertussen al velen zijn; met al die enorm verschillende ziektegeschiedenissen is het eenvoudig ze apart te houden. Dus moeten we, om toch aanspraak te kunnen maken op een beetje rechtspraak in dit land, terugvallen, net als voor de bomen, op de al even abominabel werkende standaardprocedure voor de burgerrechtbank.

We gaan dus opnieuwe meerdere rondes rond een tafel moeten gaan zitten met een tegenpartij om persoonlijk met hen te zitten discuteren over wat ze volgens ons wel gedaan hebben en volgens hen niet. Om te luisteren naar al de groteske bullshit die zij, de ongenaakbaren, toch maar kunnen bedenken om tegen ons te zeggen dat ze niets verkeerd gedaan hebben. Enig fatsoen moeten we hierbij niet verwachten. Bij de bomen was het de arrogante verwijzing naar de Ferrarisatlas, een atlas nog gemaakt in opdracht van de Oostenrijkse Nederlanders eind achttiende eeuw, die als verweer van de tegenpartij ons, de slachtoffers van hun brutale daad, nog maar eens een keer, voor de zoveelste keer, naar adem deed happen. In het geval van Mombaerts is er de stelling zoals verkondigd in dat schrijven van MS Amlin dat het misschien wel dankzij de volledig onverantwoorde operatie van Mombaerts is, dat de kanker ontdekt is geweest. Hoe moet je op zo’n ontiegelijke huichelarij reageren als de walging voor zoveel mateloze arrogantie alleen al je mond doet vol lopen?

We gaan net zoals voor de bomen uiteindelijk een belachelijke waarde op het verloren gedeelte en de restwaarde van mijn leven plakken, een waarde die langs geen kanten de echte waarde ervan reflecteert. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen die een beetje ogen in zijn kop heeft. Maar ja, “een correcte waardebepaling zou het failliet van onze zo fantastische ziekenzorg betekenen!,” brult keer op keer verontwaardigd en unisono die geheime sekte van de Orde der Geneesheren. Een Nederlandse Amerikaan, varkenskop of niet, met een zure bom of niet, die zie je al van verre schaterlachen met ons, achterlijke Belgen.

Om dan op het einde mogelijks weer een beroep rond de oren gesmeten te krijgen waar mijn nazaten weer ineens een paar jaren zoet mee gaan zijn. Net zoals bij de bomen. Hoogstwaarschijnlijk zal ik er zelf bijna niets meer van meemaken, maar om Tin en de kinderen zoveel mogelijk ellende te besparen heb ik alvast besloten om aan een van mijn vrienden te vragen als gevolmachtigde voor het hele proces op te treden na mijn dood. Tot dergelijke extreme maatregelen ben je in dit apenland als slachtoffer verplicht over te gaan. Opdat naast al het andere leed dat geleden moet worden, het ganse verwerkingsproces dat al doorlopen moet worden, de overblijvers alles verder aankunnen, gewoon verder kunnen met hun eigen leven. Terwijl de daders in hun vuistje zitten te lachen met het zoveelste uitstel dat ze verkregen hebben of, zoals in het geval van Mombaerts, nog veel erger, hun beroep verder zitten uit te oefenen alsof er nooit, niets, nada, nihil gebeurd is. Straffeloosheid rules in Belgium.

Het heeft dan ook niet veel gescheeld of we waren uit pure onmacht toch vertrokken geweest voor een heuse strafklacht. Mijn advocaat medische fouten was in volle Corona lockdown een tijdje – lees: een maand of drie – verdwenen van de aardbol. Niemand van ons, noch mijn ‘gewone’ advocate, noch ikzelf, kreeg hem nog te pakken. Noch via mail, noch via telefonische oproepen mét spraakberichten. Een gevolg van het gebrek aan dergelijke advocaten, al even reëel en toch kunstmatig gecreëerd als het schrijnend gebrek aan medische specialisten. Penurieën die elkaar wederzijds versterken en ervoor zorgen dat er voor de happy few sowieso een groot stuk koek van de meritocratie overblijft. Of, als dat beter begrijpbaar is, veel geld voor enkelen ten koste van velen. Velen die braaf en zonder morren hun belastingen betalen.

In afwezigheid van mijn nieuwe raadsman konden mijn wraakgevoelens welig woelen. En ik voelde me ook wel schuldig naar de rest van mijn landgenoten toe. Vond dat de enige manier om correct te reageren op alles wat er gebeurd was, een strafklacht voor doodslag was. Ik had ondertussen ook al een telefoon ontvangen van iemand anders die door Mombaerts mismeesterd was en die op het internet op mijn blog gestoten was. En dacht dus dat het nu mijn burgerplicht was om er ineens een strafzaak van te maken. Want het meest afschuwelijke aan het huidige degoutante systeem is dat die ‘Professor’ Ilse Mombaerts, terwijl ze overduidelijk incompetent en levensgevaarlijk is, ongestoord en ongestraft haar beroep verder zit uit te oefenen in dat gereputeerde UZ Leuven. En op die manier verder slachtoffers maakt aan de lopende band. Want dat ik de enigste ben, daar geloof ik ondertussen geen jota meer van.

Ik was bovendien van plan om mijn nieuwe post met de aankondiging van een strafzaak met veel bombarderie ‘Systeemtest’ te noemen. Maar verschillende vrienden wezen me d’r op dat ik niet moest volharden in mijn Don Quichote rol, dat het geen zin had om vanuit een soort naïef geloof in hoe de wereld zou moeten zijn maar niet is, mezelf en vooral ook mijn vrouw en kinderen, in de voet te schieten. En al zeker niet als de echte eindverantwoordelijken voor wat er allemaal gebeurd is, dat dikbetaalde management van het UZ Leuven, als zelfs die niet doen wat ze zouden moeten doen en Mombaerts gewoon voort laten klungelen. Als justitie het vertikt om op een ernstige manier om te springen met medische slachtoffers. En de politiek door de wet van de kleine getallen ook al niet wakker ligt van dat weerzinwekkend wanbeleid in die zo geroemde gezondheidszorg. Het is niet langer aan mij om te bewijzen dat het allemaal op niets trekt, zeggen mijn vrienden; dat ik dat al ten overvloede bewezen heb. En dat het systeem dus niet langer getest moet worden, want dat het duidelijk toch al zo rot als moes is.

Ik verwacht dan ook niets meer van onze justitie. Of neen, ik verwacht het omgekeerde van wat ik zou moeten verwachten van onze justitie: ik verwacht dat ze, niet als derde macht, maar als één van de gevestigde machten, op alle mogelijke manieren mijn rechtszaak vakkundig de nek gaan proberen om te wringen. Dat verwacht ik van ‘onze’ Justitie. De enigste mensen die nog vertrouwen hebben in onze justitie, zijn de mensen met veel geld. Zij die ook daar verder de bullebak kunnen uithangen. En aangezien mijn tegenstander de triple entente van de megalodons Gasthuisberg, MS Amlin en Orde der Geneesheren is, allen kapitaalkrachtig en met een serieuze couche eigendunk erbovenop, blijft de kans op succes ook voor een burgerrechtbank klein. Zelfs met een doorverwijzingsbrief waarin gewezen wordt op een dodelijk gevaar. Zo machtig zijn ze, die wit gevleugelde belangengroepen.

Toch ga ik het doen. Want het alternatief is niets doen. En dat is, de facto, onmogelijk. Dan is het toch beter om op zijn minst een zandkorrel te zijn. Een van hen die geprobeerd hebben. Misschien dat de vele zandkorrels samen er wel in slagen om het systeem en de pretentieuzen die denken goed bezig te zijn een goei lap rond hun oren te geven. En zo niet, ongevoelig als ze zijn voor het lijden van andere mensen, dan toch het failliet van het systeem, open en bloot, voor iedereen duidelijk zichtbaar te maken. Als het moet zelfs via wat zielig vertoon in de marge. Zodat alvast anderen niet langer dezelfde fout maken.

En, ook meegenomen, op deze manier slaag ik er misschien nog in om, voor zo lang het nog duurt, een gewone mens te blijven. Iemand met een gevoel van eigenwaarde en vooral ook geloof, geloof in de mensen. Geloof dat het ooit anders kan en anders zal zijn. Zodat ik, met het einde van mijn leven in zicht, afscheid kan nemen van alles en iedereen rondom mij als een gewone mens en niet langer als een object dat je zonder problemen kapot kan maken en dan weg mag smijten als een stuk vuilnis.

Vrouwe Justitia is in dit land ook al op sterven na dood

Wat volgt is een update van het bomenfront. Om alles accuraat weer te geven, belooft het wel een beetje technisch te worden. Dus vraag ik jullie, beste lezers, om een beetje geduld te oefenen bij het lezen van deze nieuwe post. En vergeef mij als ik u gaandeweg ergens verlies. Niet dat dat zo erg is; verliezen is de laatste tijd my middle name.

De expertise van de zes bij ons onrechtmatig verwijderde bomen (5 oude en 1 jonge boom) heeft ondertussen plaats gevonden. Stel je hierbij de volgende scene voor in onze achtertuin. Aanwezig: 1 expert, 2 advocaten van de tegenpartij, 1 bomenexpert van de tegenpartij, 3 leden van de tegenpartij, onze advocaat, geen bomenexpert van ons want die heeft al een andere afspraak zegt hij, Tin en ik. Er is een tafel klaar gezet met wat water en glazen om van te drinken. Er zijn echter niet genoeg glazen voor zo’n grote groep mensen, maar dat is niet erg, want er zal niet gedronken worden. Misschien omdat ze zelf door hebben dat het misplaatst zou zijn. Misschien omdat vanaf in het begin de vijandigheden starten.

Vooraleer de expertise zelfs van start kan gaan, kondigt de oudste van de twee advocaten van de tegenpartij al aan dat ze in beroep gaan tegen het tussenvonnis dat de rechter van de burgerrechtbank geveld heeft. Het tussenvonnis dat stelt dat de bomen zich wel degelijk op onze eigendom bevonden. De expert zegt dat hijzelf geen enkele uitspraak over de eigendom van de bomen mag doen, dat dat niet aan hem is en vraagt aan de tegenpartij of het dan nog wel zin heeft om de expertise die dag voort te zetten.

Zelf zit ik midden in mijn postbestralingsfase; de ellendigheid druipt er gewoon vanaf, sijpelt uit elke voeg en opening, in mijn lichaam en in de grond. Alleen al de aankondiging van het beroep, dat die mensen vijf jaar na de feiten nog steeds niet willen inzien dat ze een grove fout gemaakt hebben, doet me wankelen op mijn benen, zo slecht ben ik eraan toe. Ik verwacht en hoop echter dat de bomenshow al afgelopen is en dat de expertise afgeblazen wordt.

Tot mijn verrassing laat de tegenpartij echter de expertise toch doorgaan. Misschien omdat ze al in de mot hebben dat de expert van de rechtbank er ene van de oude stempel is: zo ene van ‘een boom is maar een boom, we gaan dat hier niet te lang laten duren en, ik weet niet hoe dat het met u zit, maar mijn pensioen zit eraan te komen, dus doucement allemaal.’

Dan volgt er een nieuwe verrassing: als start van de expertise vraagt de expert eerst aan de tegenpartij, de verweerders, misschien omwille van het fysiek grotere aantal aanwezigen, om te zeggen wat er gebeurd is. Ik had verwacht dat zo’n expert die al een provisie van 2000 euro heeft ontvangen op zijn minst op de hoogte zou zijn van het dossier. Maar blijkbaar is het de bedoeling dat wij alles voor de zoveelste keer van nul opstarten.

De tegenpartij laat eerst hun bomenexpert aan het woord, een jonge ket van één of ander bosbedrijf, die als centrale stelling heeft dat de uniforme methode voor de waardebepaling van bomen van het Vlaams agentschap Natuur en Bos niet gebruikt mag worden in dit geval want dat de bomen duidelijk deel uitmaakten van het bos achter onze eigendom. Hij verwijst hierbij vooral naar de vegetatie die zich in de buurt van de resterende stronken bevindt. Kadaster of landmeterverslagen zijn in zijn abstract betoog totaal irrelevant. Het is de omringende vegetatie die bepaalt wat bij wat hoort. Terloops maakt hij van de gelegenheid gebruik om de waarde van de bomen, die hij nooit gezien kan hebben, zo jong is hij, zo maar, losjes uit de pols, te reduceren tot zo’n 500 euro per stuk, min 250 euro kost voor het restafval, dus blijft over zo’n 250 euro per boom. Wanneer hun boomexpert gedaan heeft met zijn tactiek van de verschroeide aarde, volgt er nog een kakafonie aan tegenwerpingen van de tegenpartij, gaande van “het kan toch niet dat die bomen eind 2015 verwijderd geweest zijn, we zijn ondertussen al vijf jaar later” (deuh…) tot “we hebben die bomen als een dienst voor de buren verwijderd, zodat ze d’r geen last van zouden hebben.” Bij het aanhoren van de laatste objectie kunnen noch Tin, noch ik, het laten om te beginnen te roepen dat we zo’ne zever in onze eigen tuin niet moeten hebben en dat ze veel beter hun verontschuldigingen zouden aanbieden.

Als iedereen terug wat gekalmeerd is, is het onze beurt. Onze advocate doet haar best om een coherent verhaal op te hangen, benadrukt dat de bomen onze eigendom zijn volgens het kadaster en twee beëdigde landmeterverslagen, dat de verwijdering van de bomen ongemeen brutaal verlopen is, zonder ook maar enige verwittiging, en dat de schade aan onze eigendom aanzienlijk is. Dat het bedoeling is om deze schade nu samen te bepalen.

Op mijn voorstel begeeft de ganse groep zich dan naar boven, op de weg naast de talud waar onze eigendom op uitkomt, de voetweg die boven de afscheiding vormt tussen onze eigendom en het bos. Tin zegt achteraf dat ze de expert hierbij hoort zeggen: “O, er is hier een weg. Daar moet ik toch wel rekening mee houden.” De bestralingstinnitus in mijn oren die ondertussen op volle kracht aan het gaan is, zorgt ervoor dat ik het zelf niet meer hoor. Maar ik maak wel gebruik van het moment om nadrukkelijk de expert te wijzen op de weg en daarmee de brutaliteit van de daad; die houthakkers zijn letterlijk de voetweg overgestoken om de bomen aan onze kant van de weg, beneden aan de talud, en op onze eigendom, om te zagen en mee te nemen. En dit zonder ook maar enige verwittiging. De gekrulde jonge held van de tegenpartij wijst nog op wat vegetatie en het feit dat er toch twee stronken staan die nog nieuwe scheuten krijgen. Die bomen gaan doorgroeien stelt hij hoopvol. Dat we vijftig tot tachtig jaar gaan moeten wachten tot de oorspronkelijke staat hersteld zal zijn, laat hij onvermeld.

Hier van boven op de helling is ook duidelijk te zien dat de bomen op een lijn staan en wel degelijk de afbakening van ons terrein vormen. Op het moment dat ik de expert hierop wijs, begint de tegenpartij luidop en opnieuw de eigendom van de bomen in vraag te stellen. Waarschijnlijk omdat het al dan niet in lijn staan van de bomen een enorme impact heeft op de waarde van de bomen. Opnieuw dient de expert hen erop te wijzen dat hij niet de bevoegdheid heeft om uitspraak te doen over de eigendom van de bomen en enkel daar is om de schade te bepalen.

De expert meet ook opnieuw, na de politie 3 jaar geleden al en onze boomexpert 2 jaar geleden al de omtrek van de boomstronken en spuit in fluoroze verf een getal van 1 tot 6 op de stronken. Dan zegt hij plots dat het normaliter ook de bedoeling was om te zien of er geen verzoening mogelijk was maar, stelt hij, omdat het verschil zo groot is, 1250 euro versus 50000 euro, lijkt de kans hem bijzonder klein op zo’n verzoening. Daar wordt instemmend op gereageerd en na ongeveer drie kwartier verlaat de expert al even plots als hij verschenen was ons terrein. Ik zie de krullebol hem nog nalopen, maar de expert schudt driftig met het hoofd en beschouwt de expertise als afgesloten.

Je zou dan denken, nu is de lijdensweg eindelijk afgelopen. Wel, niets is minder waar, beste lezers. Want wat volgt op een expertise, is een expertiseverslag en ook dat verloopt in meerdere fasen. Allereerst stuurt de expert een voorlopig verslag. In ons geval betekent dat een vod van een document – ik schat dat het maken van dit document de expert maximum een uur werk heeft gekost – waarin gewoon de informatie oraal doorgegeven door beide partijen tijdens de expertise hernomen wordt, gevolgd door een eerste waardebepaling van de bomen waarbij geen enkele verklaring voor het uiteindelijke resultaat vermeld wordt. Wel goed voor ons: de expert stelt dat de uniforme methode wel degelijk mag en zelfs moet gebruikt worden. Slecht voor ons: de expert verlaagt als man van de oude stempel, ongewis van het vernieuwde belang van bomen, ongevoelig voor argumenten die verder gaan dan de houtwaarde op zich, verschillende parameters in de formule ten nadele van ons waardoor de waarde van de bomen niet eens de helft van de door ons geschatte waarde bedraagt, zelfs niet een derde of een vierde, maar nog maar een vijfde. Het komt erop neer dat een boom van vijftig tot tachtig jaar, 25 tot 30 meter hoog, met een diameter van 37 tot 80cm, nog zo’n 2000 euro waard is en niet meer. Elke maand zien we wel ergens een politicus die een boom aan het planten is maar bestaande, gezonde, bijna een eeuw oude bomen die onrechtmatig op het goed van een andere burger verwijderd worden, dat kost aan de daders zo goed als niets. Ik denk zelfs dat wij, als we het zelf gedaan hadden zonder kapvergunning, dat we er dan een hogere boete voor gekregen zouden hebben. De geleden herstel- en minschade wordt door de expert nu dat hij toch bezig is ook zonder boe of bah nog herleid van 10,000 naar een miezerige 1,500 euro. Terwijl er ondertussen al schade aan de talud zichtbaar is, aldus de expert zelf in zijn verslag. En somme, het voorlopig expertiseverslag is wat ons betreft helemaal niet rechtvaardig maar een compromis à la belge waarbij de daders zoals steeds zoveel als mogelijk worden ontzien en de slachtoffers met een habbekrats het riet in gestuurd worden.

Maar, maar, maar,… dan volgt de tweede ronde. En in deze ronde mogen beide partijen kritische opmerkingen maken. Idee is dat de expert dan deze opmerkingen verwerkt in zijn verslag om zo tot een definitief expertiseverslag te komen. Zowel mijn advocate als ik zetten ons ijverig aan het werk, vragen waarom de verschillende parameters verlaagd werden en plaatsen verschillende kritische kanttekeningen bij het voorlopig verslag. De tegenpartij blijft deze keer in gebreke. Buiten een herhaling van reeds eerder gehanteerde argumenten en enkele randopmerkingen wordt er door hen niet veel weerwerk geboden. Het vooruitzicht op een beroep lijkt voldoende voor hen om nu al af te haken. Hoopvol kijken mijn advocate en ik dan ook uit naar het definitieve verslag.

Dat blijkt, hoe kan het ook anders, echter weer een grote teleurstelling te zijn. Elke kritische opmerking van elke partij, zowel de onze als de tegenpartij, wordt afgewezen. Er verandert dus totaal niets meer tussen het voorlopige en definitieve verslag. En waar dat de expert in het voorlopige verslag geen enkele uitleg boodt voor al zijn keuzes en beslissingen voegt hij nu bij elke afwijzing als een echte deus ex machina de ontbrekende argumentatie van het voorlopig verslag toe. Sommige hiervan wel heel bizar zijnde: zo stelt de expert onomwonden dat de bomen niet in één lijn onze eigendom afbakenden want dat ze op verschillende tijdstippen aangeplant waren. Wat dus betekent dat als je aanspraak wilt maken op een ernstige compensatie voor gestolen bomen die je eigendom afbakenden, je best ervoor zorgt, retroactief, dat ze zeventig jaar geleden tegelijkertijd aangeplant werden. Kortom het is allemaal een maat voor niets geweest. Het is gewoon een spelletje dat opgevoerd wordt en dat post factum een indruk van superprofessionalisme moet geven.

Over superprofessionalisme gesproken, wat wel prachtig is, is het uiteindelijke gedrukte expertiseverslag dat we eventjes later via de post aangetekend mogen ontvangen. Geen kat dat het ooit nog gaat lezen maar het is een gerelieerd document van 68 pagina’s geworden. De eerste indruk is er een van ‘amaai, daar is veel werk ingestoken.’ Maar nader onderzoek maakt duidelijk dat het naast enkele inhoudstafels de door onszelf (26 pagina’s) en de boomexpert van de tegenpartij geleverde extra documentatie (13 pagina’s), het gewoon het voorlopige verslag opnieuw bevat (11 pagina’s) en een copy paste, letterlijk, van al onze nagestuurde kritische bedenkingen en de ultrakorte antwoorden van de expert (8 pagina’s – 3 van de tegenpartij – 5 van ons). Kortom het is eigenlijk een naslagwerk van al de moeite die vooral wij, de slachtoffers, ons getroost hebben de afgelopen jaren om recht te bekomen. En niet meer dan dat. Buiten het inbinden zal het de expert opnieuw maximum 1 uur werk gekost hebben.

Misschien is het omwille van dat reliëren, maar de expert stuurt samen met het definitieve verslag wel een extra factuur door voor al het geleverde werk. Bovenop de provisie van 2000 euro rekent hij nog eens 500 euro extra aan als kost. Wat dus betekent dat die expert voor een expertise waaraan hij hoogstens 5 uur in totaal gewerkt heeft, verplaatsing inbegrepen (ter info: hijzelf beweert er in totaal 24,5 uur aan gewerkt te hebben), een prijs vraagt die een pak hoger is dan wat wij voor één van onze bomen gaan krijgen. Als we het geld dat de tegenpartij ontvangen moet hebben voor het hout van de bomen mee tellen, gaat het zelfs over twee zulke bomen. Of zoals reeds eerder gezegd: de parasieten van het gerechtelijk circus vreten zich vet terwijl de burgers, de slachtoffers, in de kou gelaten worden. En oh ja, nu mogen jullie nog eens een laatste keer raden wie dat als ‘meest gereden partij’ in deze publieke commedia dell’arte de extra factuur gaat mogen betalen.

Een expert wraken is echter om miserie vragen. Dan start alles terug van nul en dat kunnen wij in de gegeven omstandigheden niet meer aan. Dus heeft mijn advocate twee weken geleden gevraagd aan de tegenpartij of het nu goed geweest is? Of ze akkoord gaan met het afhandelen van het dossier op basis van de tot nu toe gevallen beslissingen? Als antwoord hebben ze die dag zelf nog hun beroep ingediend. Naast de frustratie over het zoveelste uitstel is het vooral weer de boertige weigering van de tegenpartij om te aanvaarden dat ze een serieuze fout begaan hebben die als een rode lap op mij werkt. Na de ontvangst van het beroep ontstaat er een korte discussie met onze advocate: “Natuurlijk mogen die in beroep gaan, Isolde. Maar met wat voor een argumenten? Krak dezelfde als de eerste keer blijkbaar. En het eerste argument dat ze aanvoeren blijft die onnozele Ferrarisatlas uit de tijd van de Oostenrijkse Nederlanden. En dan nog wat bla bla bla uit de oude doos, zoals dat bij twijfel de eigendom gaat naar de mensen die boven aan de talud wonen – alleen is er met die beëdigde landmeterverslagen geen twijfel en bovendien dateert dat toewijzingsprincipe ook alweer waarschijnlijk nog van de tijd dat de Heren boven woonden en de armen beneden, daar waar de stront als vanouds naartoe ging.”

En voor diegenen die nog eens lekker kreupel willen liggen, samen met de formele kennisgeving van het beroep ontvangen we ook een leuke brief van het Hof van Beroep waarin we opgeroepen worden om een nieuwe verzoeningspoging te ondernemen want dat er, houd jullie vast beste lezers, een achterstand van meerdere jaren is (ik herhaal: MEERDERE JAREN!!!) in de behandeling van dergelijke dossiers. Hetgeen niets minder is dan de openlijke erkenning van het totale failliet van onze rechtsstaat. Als iemand vindt dat ik overdrijf: concreet betekent dit dat je als slachtoffer in dit land na al jaren procederen de keuze krijgt, ofwel aanvaard je een nog mildere straf voor de daders dan het inmiddels al voorgestelde compromis à la belge (waarom anders in beroep gaan?), ofwel moet je nog eens ettelijke jaren wachten. Keer op keer zijn het dus de burgers die weerstand durven te bieden aan wandaden die incasseren moeten en afgestraft worden in dit land. Terwijl dat gewoon recht moet gesproken worden. Waarom denken die rechters eigenlijk dat er een beroep op hen gedaan wordt? Om een koffietafel te organiseren? Er dient recht gesproken te worden, onnozelaars, geen groepstherapiesessies georganiseerd te worden. Ik zeg jullie, als nuchtere vaststelling, en dit zonder ook maar enig politiek motief: justitie is een totale ramp in dit apenland. Zeggen dat alles ok is met dat Belgisch gerecht, of zelfs gewoon meevalt, dat is pas misdadig.

Het beroep betekent in ons ‘geval’ dat we er minstens zeven jaar over gaan doen om ons eigendomsrecht, zoals vastgelegd in twee proces-verbalen van beëdigde landmeters, waarvan één verkregen via de notariële akte bij de aankoop van onze woning, te doen gelden via een rechterlijke uitspraak. En dit als reactie op een bijzonder brutale daad van zogenaamde buren zonder ook maar enig respect voor anderen. Minstens zeven jaar in totaal. Voor enkele onnozele bomen. Voor een ordinaire diefstal. Iets wat normaliter als een strafzaak had moeten behandeld worden door het gerecht.

Want het gaat hier nog maar over een rechtszaak voor de burgerrechtbank; hetgeen historisch als de lichtere variant van rechtspraak in dit land beschouwd wordt. Ziek zijn die mensen die denken dat zoiets normaal of zelfs gewoon aanvaardbaar is. Al die verloren tijd en moeite opdat die van het gerecht toch maar als perfecte en heilige doetjes met vlinderstrikjes of een foulardke rond hun nek de grote jan kunnen uithangen. Net zoals die medische specialisten staan ze boven al dat gewoel en gewroet van het gemene volk. Gemakzuchtig elitarisme pur sang, dat is het. En dan verschiet men dat de mensen niet langer in het systeem geloven. Of dat er extremistische partijen ontstaan. Ikzelf ga het einde van het proces sowieso niet meer mee kunnen maken. Daarom, zouden ze mij postuum recht kunnen doen? Of ga ik echt moeten sterven als een van de vele burgerslachtoffers van onze failliete welvaartsstaat waarin door het verstek van de elites alleen de hardste roepers en de grootste bullebakken met veel poen nog winnen?

De heilige boontjes hebben d’r weeral eens niets mee te maken

Hoera! De eerste geschreven reactie op mijn blog uit de medische wereld is binnen! Op het scherm van mijn iPhone verschijnt onder het Gmail-logo de blijde aankondiging: ‘Dokter X Replies to my blogs. En dan de aanvang van een mail met: “Goedendag, ik ben geen…”’ Daar stopt de ingekorte notificatie.

Ik heb het scherm maar vluchtig bekeken maar krijg het al direct koud en warm tegelijkertijd van binnen. Eindelijk, eindelijk, een reactie op mijn blog van een medicus die ik persoonlijk niet ken, maar die nu ofwel in naam van de tegenpartij contact met mij opneemt om te zeggen dat het genoeg geweest is, ofwel bewogen door de tekst, toch even de behoefte voelt om ten persoonlijke titel mij te zeggen hoe afschuwelijk het niet is wat er met mij gebeurd is. Die zich wilt distantiëren van al die wanpraktijken in Gasthuisberg en zijn solidariteit wilt betuigen met een gewone burger, een echt en bestaand nu nog eventjes levend medisch slachtoffer. Welke van de twee het ook is, het blijft ongemeen spannend na zo lang wachten.

Aanvankelijk durf ik de mail dan ook niet te openen maar dan, omdat ik de spanning gewoon niet langer aan kan, open ik hem vol verwachting. Nu pas valt me de naam in het mailadres op. Het is dezelfde naam als een van de artsen die mij recentelijk behandeld heeft. Het is de eerste teleurstelling: het is dan toch nog een medicus die ik al wel persoonlijk ken. Waarom zou hij mij mailen? Om te zeggen wat hij van mijn blog vindt?

Maar als ik dan het eigenlijke bericht begin te lezen transformeert de teleurstelling wederom in een blijde verwachting. Het bericht begint net met de mededeling dat hij helemaal niet de dokter is die mij behandeld heeft, dat hij hem zelfs totaal niet kent, “Goedendag, ik ben geen familie van deze dokter”, maar toch dezelfde naam heeft, alleen wordt zijn naam met twee woorden geschreven. Dat hij ook een totaal andere specialisatie heeft gevolgd dan de dokter die mij behandeld heeft, laat hij mij weten, maar dat, en hier komt de aap uit de mouw, in mijn blog zijn naam in twee woorden ook voorkomt en dat door deze naamsverwarring mensen die hem opzoeken op het internet bij mijn blog terecht komen. En hier komt het addertje piepen: “Uw blog kwetst wanneer mensen op google zoeken naar mij. Gelieve de nodige aanpassingen te doen.” De eerste teleurstelling verdwijnt in het niets bij de rillingen die nu door mij heen gaan.

Het eerste wat ik doe is checken of het wel klopt wat hij zegt. En inderdaad de dokter die mij behandeld heeft, komt tot nu toe al zo’n twintig keer voor in de blog en op één plaats is de naam verkeerd gespeld. Daar valt dus niets tegen in te brengen. En ik kan me ook wel voorstellen dat zo’n naamsverwarring best vervelend moet zijn als je patiënten over de vloer krijgt die zelfs jouw specialisatie als arts niet kennen.

Maar wat heel de ervaring bijzonder wrang maakt, is de manier waarop ook deze dokter weer totaal zonder ook maar enige empathie zijn handen in onschuld wast want hij heeft natuurlijk weeral een keer niets te maken met wat zijn confraters allemaal uitsteken. Terwijl dat zij en heel hun kaste al lang de regels van het fatsoen overschreden hebben. Hoe lang is dit ontkennen en systematisch doodzwijgen van medische slachtoffers al niet bezig in dit land? En dan, als je het zelf probeert tersprake te brengen, bijvoorbeeld op het moment wanneer men jou zegt dat je terminaal ziek bent, dat er zich zes ‘incidenties’ in je hersenen bevinden, die dooddoener van een reactie: “Het heeft geen zin om over het verleden te spreken, mijnheer Hoskens. Laat ons ons focussen op wat we nu moeten doen.” Alsof daarmee de kous af is. Ze kennen geen schaamte deze mensen van het medische beroep. Alles hebben ze over voor een perfect witte jas.

Wat het bericht van de eerwaarde heer dokter nog schrijnender maakt, is dat de dokter wiens homoniem hij bijna is in mijn blog, de meest geloofde en geprezen dokter is van gans die blog, op Professor Vermeersch na dan, de man met de Gouden Handen. Dat als er nu één iemand was wiens associatie waarmee totaal niet als kwetsend ervaren kon worden het net wel deze dokter moest zijn. Wat wilt zeggen dat de eerwaarde dokter zelf niet eens de moeite genomen heeft om de blog, al is het maar cursief, te lezen. Gewoon een blog met de vermelding ‘medische fout’ in de titel en zijn naam erin is voldoende om van zijne tak beginnen te maken. Tja, beroepseer en zo zeker? Of hoezeer dat dat ongeschonden blazoen nauw aan het hart ligt bij die medici: zij zijn allen perfect en staan daarom boven de wet. Bovendien gebeuren er in hun supercleane en gesteriliseerde wereld geen vuile, vieze of ongehoorde dingen. En mensen die beweren van wel, die mag je met een gerust hart negeren. Het zijn gewoon onruststokers.

Maar privacy en GDPR-gewijs valt hier niets tegen in te brengen en dus verander ik snel de naam op die ene plaats. Onmiddellijk daarna stuur ik een antwoord op zijn bericht dat ik de nodige aanpassingen gedaan heb en dat ik hoop dat hij zich niet langer gekwetst voelt. Het heeft geen zin om te beginnen over hoe gekwetst ik wel niet ben en niet gewoon voel. Dat ik, in tegenstelling tot zijn valse en pompeuze beroepseer, fysiek dodelijk gekwetst ben. Hij zou het toch niet begrijpen.

De eed van Hippocrates is een vod boven op die berg

Shit happens

Dat zeggen de klootzakjes van deze wereld

Maar wat ik heb meegemaakt is geen shit happens

Dat is gewoon schandalig

Kanker krijgen

Dat is shit happens

Hoe dat ik behandeld ben geweest in dat vreselijk arrogante Gasthuisberg

Dat is gewoon schandalig

Doorverwijzingsbrief straal genegeerd

Compleet foute diagnose gebaseerd op verwaand fingerspitzengefühl

Veel te late operatie een flagrante ramp

Alleen de metastase van het gezwel weten ze tot een goed einde te brengen

Maar geen onvertogen woord

Geen onnuttige mening

Geen angst en geen zorg

Je bestaat gewoon niet meer

Als een hoopske stront

Als een stuk vuil

Als een leeg blikske

Smijten ze jou weg

Verwaarloosbare mensen

Verwaarloosbare Belgen

Verwaarloosbare Vlamingen

In de 21ste eeuw

Zet je schrap

Houd je klaar

Ze smijten je weg

Alsof het niks is

The horror. The horror.

De meeste mensen zien nooit kanker. Het zit in hun longen, in hun prostaat, in hun borsten. In het beste geval zien ze, naast een opgeheven stilo van een witte geschelpte, een rare vlek op een CT-scan. Ze worden eraan geopereerd. Maar ook dan krijgen ze het gezwel niet te zien. Het verdwijnt heimelijk in de hellekrochten, de onderbuik van het ziekenhuis. Het wordt meegenomen naar de labo’s onder de grond voor biosecties, uitgevoerd door pathologen, die niets anders doen dan dat na als student begonnen te zijn met die kikkerbillen. Maar de patiënten zelf krijgen het zelfs dan nooit te zien.

Maar ik heb het gezien. Ik heb gezien hoe het explodeerde in mijn oogkas na die totale blunder van een operatie van een van die diensthoofden ophtalmologie van Gasthuisberg, met name Ilse Mombaerts. Hoe het zich nadien een weg zocht in die engte. Hoe de aders erop kwamen te liggen omdat die kankercellen naast suiker ook bloed zuipen. Alles eigenlijk wat energie brengt aan een menselijk lichaam, opvreten. Wat ineens verklaart waarom die kankerpatiënten in latere fases met zo veel gewichtsverlies te maken krijgen. Zelf zit ik ondertussen aan min 10 kilo of mijn derde nieuwe gaatje in mijn broeksriem. Alleen is het nu nog niet duidelijk of dat op dit moment ligt aan de kanker of het verlies aan eet- en levenslust gecombineerd met het stoppen met drinken van alcohol. Niet dat ik voorheen een alcoholicus was. Maar die 1 à 2 flessen rode wijn per week, aangevuld met af en toe een sterk biertje, valt toch niet te verwaarlozen als bron van calorieën. En neen, niet dat ik nu geen goesting meer heb, integendeel, maar het bevalt me gewoon niet meer zo.

Ik heb letterlijk aan den lijve ervaren hoe agressief dat gezwel wel niet was. Hoe dat het zich door niets liet tegen houden. Niet door een oog, niet door wat kliertjes die zich toevallig in de buurt bevonden, zelfs niet door een oogkas annex schedel. En hoe het in deze ‘situ’ exponentieel groeide, sinds Corona en twee besmettingsgolven verder een vertrouwd begrip voor ons allen. Het begint piepklein, om daarna langzaam groter te worden, om dan, na de prutsoperatie van Mombaerts, te groeien aan een tempo dat enkel als angstaanjagend kan bestempeld worden.

Ik weet dan ook beter dan wie ook dat ik gedoemd ben. Dat het gewoon een kwestie van tijd is tot dat de boel ontploft. En deze keer gaat er niet veel meer aan te doen zijn. Bij die MRI van verleden jaar augustus was de assistente radiotherapie bezig over 6 ‘incidenties’ in mijn hersenen; 5 kleinere en 1 ‘iets grotere’. 6 verschillende plaatsen dus in mijn hersenen waar er zich toen al tumoren aan het vormen waren. De bestralingen gaan hen in het beste geval wat afremmen, of zelfs afblokken, maar meer zit er niet in. Zelfs als de radiotherapie succesvol is, is het dus gewoon wachten op de volgende plaats waar zich een tumor zal ontwikkelen. Kortom, ik ben een vogel voor de kat. En afgaande op de agressiviteit van dit type tumor zal het allemaal niet heel lang duren.

En dit alles ondanks het feit dat ik onmiddellijk medische hulp gezocht heb. Onmiddellijk. Vanaf dag 1. Ik wist alleen niet dat het kanker was. Dus ging ik naar een oogarts. Deze fout zal mij nu mijn leven kosten. En het heeft mij nu al bijna twee jaar mijn linkeroog gekost. Met dank aan een oogarts. Maar als je een probleem hebt aan je oog, dan ga je toch naar een oogarts? Als er ook maar een vermoeden van kanker was geweest, het kleinst mogelijke vermoeden, had ik onmiddellijk mijn twee engelbewaarders van het UZ Gent gecontacteerd, had ik hen gevraagd wat te doen. Maar dat was er niet, zo’n vermoeden, zelfs geen flauw idee. Dus ging ik naar de oogarts. En eigenlijk was dat nog een goede oogarts want al na twee consultaties vermoedde die kanker. Alleen zegde ze het niet tegen mij. Durfde ze het niet te zeggen tegen mij. In de plaats daarvan stuurde ze mij met een doorverwijzingsbrief naar een professor van Gasthuisberg met een vraag naar ‘meer beeldvorming’. En daar is alles, maar dan ook alles, van begin tot het eind, volledig verkeerd gelopen.

Ongelooflijk. Wie had ooit gedacht dat zoiets kon gebeuren in zo’n universitair ziekenhuis, een ziekenhuis met zo’n reputatie? Iemand die zo’n ereloon vraagt en krijgt, die moet toch weten wat ie doet? En ik kan me nu al voorstellen wat voor een excuses ze gaan verzinnen om toch maar te zeggen dat het allemaal eenmalig was, een jammerlijk ongeval dat nooit meer zal gebeuren. Dingen zoals: “Ja, maar sindsdien hebben we checks ingebouwd om er zeker van te zijn dat dergelijke verwijzingsbrieven correct opgevolgd worden,” of “Ja, maar we hebben de organisatie van oogheelkunde helemaal aangepast en werken daar nu in teams zodat één persoon niet langer op zijn eentje zo’n foute beslissingen kan nemen,” blah, blah, blah, blah,…

Het enigste probleem is dat, wat er met mij gebeurd is, in tegenstelling tot wat zij met al hun verpletterende almacht zullen beweren, GEEN ongeval was. Dat wat met mij gebeurd is, geen ‘pech hebben’ was. Maar het gevolg van een structureel falen. Dat het hier dus niet gaat over een menselijke fout begaan door één prof, per toeval ook en dan toch een mens. Dat hier alles zo zeer is fout gelopen in elk stadium van mijn ‘case’ dat men enkel van mismanagement kan spreken, mismanagement getolereerd door en zelfs met de goedkeuring van dat dikbetaalde supermanagement van Gasthuisberg.

Misschien omdat die dienst ophtalmologie lekker veel geld opbracht met al die gepensioneerden die aan het staar moeten geopereerd worden. Als er zoveel geld mee gemoeid is, mag er toch af en toe wel een ongelukje gebeuren, misschien? Die ziekenhuizen zijn zo non-transparant dat ik er maar het raden naar heb. Maar wat ik wel met zekerheid kan stellen, is dat wat zeker meegespeeld heeft, is dat hetgeen dat mij helemaal gedood heeft, dat het mes het diepst geduwd heeft, niets anders was dan die mateloze arrogantie die dat vervloekte Gasthuisberg zo kenmerkt. Die arrogantie die maakt dat zij als halfgoden hun staf en patiënten behandelen. Denken dat ze kunnen beslissen over leven en dood zonder zich ook maar enige zorgen te moeten maken over eventuele repercussies. Zij zijn heer en meester, de grootsten en de besten en iedereen moet zijn mond houden als zij spreken en braaf luisteren. Wij mogen al blij zijn als ze willen spreken. Zo erg is het gesteld met die witte jassen van Gasthuisberg.

Met mij willen ze alvast duidelijk niet meer spreken. Het is trouwens, zoals ik al tot in den treure aangeklaagd heb, ook niet aan hen om met mij te spreken. Wat denk ik wel zeg. Zagevent. En wat valt er trouwens ook nog te zeggen tegen iemand die gaat sterven door jouw schuld? “Het spijt ons,” zou een mooie start zijn, maar redt het natuurlijk niet. Dus maken ze gewoon gebruik van hun absolute machtspositie in ons Vlaams zorglandschap en plegen overholen machtsmisbruik door mij dood te zwijgen. Iemand die dood gaat, dat heeft toch ook geen zin om daar nog iets mee te bespreken. Dat is gewoon tijdverlies. Die moet gewoon dood gaan en een beetje consequent blijven.

Maar met de rest van België willen ze eventueel nog wel ooit een keer overleggen. Van hun heilige berg afdalen om vanuit de goedheid van hun hart aan ons moeilijke dingen uit te leggen. Op één of andere geheime vergadering in een achterkamer want de gewone mensen kunnen zo’n dingen niet aan, zijn te lomp om te begrijpen hoe alles in mekaar zit. Of misschien ondertussen toch al iets publieker, op de televisie of één of ander internetplatform of zo. Om uit te leggen hoe moeilijk hun werk wel niet is. Hoe vlug er wel geen fouten kunnen gebeuren. Dat zij ook maar mensen zijn. En dat zij dus ook alleen maar hun best kunnen doen. Meer kun je toch niet verwachten? Verwachten jullie dan echt meer?

Wel, euh, nu je het dan toch vraagt, om te beginnen, wat denk je van medische slachtoffers op een menselijke en correcte manier behandelen? En medisch geklungel dat de dood tot gevolg heeft in alle transparantie onderzoeken en conform publiek afstraffen? Net zo publiekelijk als dat ik publiekelijk ga sterven door datzelfde geklungel? Lijkt dat jullie wat? Hallo? Hallo?! Zijn jullie daar nog?!!

Systeemfalen

Oei, ik besef ineens dat ik hier in mijn blog begin te klinken als een Vlaams Belanger, zo’n misnoegd, gefrustreerd ventje dat alleen maar kan kakken op het systeem. Het systeem dat alleen maar aandacht heeft voor arme sukkelaars zoals migranten en werkloze profiteurs en ondertussen zijn eigenlijke werk niet doet en hardwerkende burgers zoals mij gewoon laat vermoorden zonder ook maar enige vorm van rechtsbescherming. Mijn excuses hiervoor. Dat is helemaal niet de bedoeling. Daarom, opdat er op dit vlak al zeker geen verwarring ontstaat, als er iemand van u behoort tot dat extreem-rechts rapaille, dat uit pure afgunst en frustratie gewoon wilt slagen op iets om op iets te slagen, gelieve u dan afzijdig te houden. Niet alleen heb ik uw steun niet nodig, maar uw gal spuwend leeghoofdig racistisch gelul komt zozeer mijn strot uit dat ik bijna blij ben binnenkort deze wereld te mogen inruilen voor een meer eeuwige.

Er is trouwens ook geen enkele objectieve reden waarom jullie je zouden moeten beginnen bemoeien met mijn verhaal: bij mijn weten is er geen enkele migrant betrokken bij dit gebeuren. ‘Ilse Mombaerts’ klinkt nu niet echt exotisch. Zelf ben ik een geboren en getogen Vlaming; zoals zovele Hoskensen terug te voeren tot boeren daar in de kanten van Retie en Schoonbroek in de verre stille Kempen. En zeg nu zelf, Gasthuisberg trekt ook al niet echt op Kilimanjaro, of wel soms?

Het risico op omvolking is ook al bijzonder laag. Als ik dood ben, is er wel één Vlaming minder maar dat is dan ook nog eens een slechte Vlaming. Ene die niet gelooft in al die heraldiek uit 1302. En net daarom beter dan jullie zelf weet te waarderen wat daar juist gebeurd is. Maar die ook weet dat de Brabanders mee vochten met de Franse koning. Dat Godevaert van Brabant, broer van Hertog Jan, held van Woeringen, Arnoud IV van Wezemaal, maarschalk van Brabant, en nog tal van andere Brabantse edellieden gesneuveld zijn daar op de Groeningekouter in 1302. Die het nadien verzonnen verhaal dat er onenigheid was aan het Brabantse hof afdoet als politiek gespin na een volledig misgelopen alliantie. Een alliantie waarvan men op voorhand dacht dat het niet kon mislopen. Het was meer een strafexpeditie dan een oorlog voor die Fransozen. Zo’n machtig ridderleger. Wie kon vermoeden dat de burgers en de boeren zouden winnen?

Dus een verlies voor de nationalistische zaak zal de dood van zo’n foute Vlaming niet echt zijn. En dan is hij blijkbaar ook nog eens een lafaard. Want zelf kom ik niet verder dan een bibberend vingertje opsteken richting Gasthuisberg met de huilerige boodschap: “Jullie hebben mij vermooooord!” Als ik dan op die sociale media zie tot wat voor een heldendaden die Vlaamsnationalisten in staat zijn alsof het niets is, zoals een meisje die een wel heel grote bril heeft gekocht en er blijkbaar in hun ogen misplaatst trots op is eens goed uitschijten, ongegeneerd ongezuiverde en gore racistische bagger uitstorten over het ganse maatschappelijke veld of fysieke bedreigingen uiten tegen een mountainbiker die op een beijzeld pad een kleuter met een lafhartige kniebeweging ten val brengt en na al de heisa op diezelfde sociale media al ineens geconvoqueerd wordt door een rechter en al. Zoveel verontwaardiging over zoveel onnozele prullen.

Ik, daarentegen, of mijn ‘geval’, roept amper vragen of weerklank op bij mijn Vlaamse medeburgers. Terwijl ik toch ook een Vlaming ben, een Vlaming die vroegtijdig gaat sterven door onvoorstelbaar medisch geklungel in die parel aan de Vlaamse kroon, dat Heilige Huisje Gasthuisberg. Dat is toch van een andere grootteorde, zou je dan denken. Als we dan ook nog eens de manier waarop dat alles plaats vindt erbij betrekken, kan je alleen maar besluiten dat er nul respect is voor een Vlaming in dat fantastische Gasthuisberg; als patiënt, als burger, zelfs als mens, en dit van het begin tot op het einde. Eerst als een volledige miscast een foute rol in een barslecht toneelstuk toegekend gekregen, dan stilletjes weggemoffeld onder een heel groot tapijt om uiteindelijk, binnenkort, het is nog even wachten, als een verwaarloosbaar stuk afval weggesmeten te worden. Vrienden en vriendinnen, buren en collega’s, ja, die vinden het schandalig en zeggen het ook. Maar voor de rest? Nu en dan iemand die ik niet ken die een like stuurt. En af en toe zelfs een mailtje via de contactpagina van de blog. Voor de rest, niks, nada. En al zeker geen rechter die zegt dat de verantwoordelijken voor mijn veel te vroegtijdig sterven moeten verschijnen voor de rechtbank. Al dat lawaai op de sociale media teruggebracht tot wat het is: much ado about nothing.

Maar, toegegeven, sinds kort begrijp ik jullie frustratie met het systeem wel veel beter. Niet dat dat mijn verdienste is. Dus aan al diegenen die al aan het denken waren “Ja, als het te laat is, dan vallen die oogkleppen wel af, hein zielige loser,” sorry, maar zo is het dus niet gelopen. Het is de verdienste van Sam, mijn oudste dochter. Die liet zich onlangs tijdens een discussie aan de keukentafel ontvallen: “Wat jullie niet schijnen te begrijpen, jullie, onze ouders en ouderen in het algemeen, is dat wij, de jeugd van vandaag, moeten opgroeien in een wereld waar alles kapot is, waar niets nog werkt zoals het hoort.”

Ik kan jullie verzekeren, die zat. Voor de eerste keer in mijn leven viel ik volledig stil tijdens een gesprek met een van mijn kinderen. Even dacht ik nog dat het kwam door het tot op het bot knagende schuldgevoel dat mij voortdurend overvalt dat ik hen binnenkort achter ga moeten laten nog voordat zijzelf goed en wel vertrokken zijn in het leven. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik gewoon toegeven dat voor de eerste keer ik diegene was die de les gespeld kreeg van mijn dochter en niet andersom; moest erkennen dat de jeugd van tegenwoordig inderdaad opgroeit in een wereld die volledig anders is dan diegene waar ik groot in werd. Bij mij, in de gouden jaren zeventig, was de facto alles min of meer OK. Iedereen deed een beetje wat hij moest doen, tandartsen waren tandartsen, notarissen notarissen, zelfs politici waren nog politici en je kon rekenen op het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen, zelfs van criminelen, opdat alles min of meer correct zou verlopen. En aan de verre einder was er dat prachtige project van de Europese Gemeenschap dat alleen maar om verdere ontplooiing riep. Vanuit deze veilige structuur lag de wereld volledig open voor ons.

Zij daarentegen worden geconfronteerd met hemelshoge problemen. Ondanks de gruwel van de Tweede Wereldoorlog staat extreem-rechts weer te trappelen aan de deur, bij velen onder ons ook aan de achterdeur. Zelfs na 40 jaar besparingen, niet alleen in de overheidsuitgaven, maar ook in al die ondernemingen, is er zo’n grote schuldenlast opgebouwd dat er nog altijd een structureel geldtekort is. Of zo wordt dat toch aan ons verkocht want de rijken worden alsmaar rijker en de armen… tja wat worden die, nog armer? Europa blijkt een toren van Babel en administratie dat geen beslissingen kan nemen. Tenzij dat iedereen akkoord gaat, maar is het dan nog een beslissing? En het ergste van allemaal: niemand, op enkele uitzonderingen na, doet nog wat hij moet doen. Presidenten zijn helemaal niet nobel, politici nemen allesbehalve hun verantwoordelijkheid en pastoors zijn een uitgestorven ras. Ge zoudt van minder conservatief worden. Om nog maar te zwijgen over de grote klimaatramp die zich aan het voltrekken is door de geld- en hebzucht van al die mensen op deze kleine planeet en dan vooral van al diegenen die nu al veel geld hebben. Waar dus in mijn tijd het systeem min of meer klopte en iedereen conform zijn ding deed, klopt er nu niets meer en is het volledig kaduuk gedraaid. Iedereen doet gewoon zijn goesting, probeert op zoveel mogelijk manieren zoveel mogelijk geld te verdienen en vooral, vooral, vooral, niemand wilt zich nog bezig houden met al die vervelende, onbekende anderen. Principes zijn voor losers. Survival of the fittest is het dagelijkse uitgevoerde gezelschapsspel in de straten, in de scholen, in de ondernemingen, tot en met zelfs het aanschuiven aan de kassa in de supermarkt.

Ik zeg het, ik was er niet goed van. Het enigste wat ik nog kon doen was nog wat koffie drinken en beduusd voor mij uit zitten kijken. Sindsdien heb ik me vooral zitten afvragen waar het dan misgelopen is en ben tot de conclusie gekomen dat er minstens twee dingen fundamenteel fout gegaan zijn. Allereerst zijn er die eindeloze besparingsrondes geweest die uiteindelijk dan toch ten koste van iets zijn moeten gaan. In het begin ten koste van de kwaliteit van de dienstverlening. Nu, na 40 jaar, ten koste van de dienstverlening zelf. Als ondertussen ervaringsdeskundige: zijn er bomen bij u gestolen? Los het zelf op. Gaat ge sterven door een opeenstapeling van zware professionele fouten begaan door incompetent medisch personeel? Sterft dan.

Daarnaast zijn er in ons land de al even continue staatshervormingen geweest. We zijn ondertussen al aan de zevende, als ik kan tellen. Al die tijd en energie, en vooral heel veel geld, gestoken in al dat angstig gebeuzel, in al dat nationalistisch gemekker. Met als eindresultaat 6 parlementen, een Eerste Minister en 4 minister-presidenten (de senaat is een van de zes parlementen) met 60 regeringsleden in totaal en bijna 800 volksvertegenwoordigers verdeeld over al die parlementen. En dit voor een land van 11 miljoen inwoners. Iets meer dan dat er in Londen wonen en dat is gewoon een hele grote stad. Eén burgemeester, 12 schepenen en nog wat locale straathoekwerkers zouden moeten volstaan om dit kiekeskot hier te besturen. Allemaal geld gestoken in lagen en lagen van politiek bestuur, een lappendeken om U tegen te zeggen. Geld dat anders in echte structurele problemen gestoken had kunnen worden. Zoals, ik zeg maar iets, de barslecht functionerende justitie of nieuwe multifunctionele scholen. Simpel gezegd, wat mij betreft, zijn jullie conservatieve rechts-nationalisten, advocaten van de ikke-en-de-rest-kan-stikke ideologie, dus mee verantwoordelijk voor de shit waarin we nu met ons land zitten. Jullie en al die andere egoïsten, die vinden dat we te veel belastingen betalen, voor wie, net zoals bij jullie één parlement, één huis niet voldoende is, zelfs één huis en een appartement aan de zee niet, daar moeten mistens nog een chalet in de Ardennen en drie vakanties bij, met één ervan drie weken ergens in Azië of Zuid-Amerika en één week skivakantie. Dat of minstens drie short-ski-trips want ze hebben het allemaal zo druk en dus zo hard verdiend, mijnheer.

Daarom, dames en heren politici, beleidsvoerders van dit apenland, om ineens nagels met koppen te slaan, jullie eerste taak als volksvertegenwoordiger is ervoor te zorgen dat het democratisch bestel in dit land zijn werk wél blijft doen. Dat moet jullie eerste prioriteit zijn. Wat betekent dat de ‘processen volgen’ niet genoeg is. Jullie moeten in staat zijn een visie op het departement onder jullie verantwoordelijkheid te vormen en deze te belichamen. Als dat niet lukt, als jullie niet beter kunnen dan wat ambtenaar spelen dan zijn jullie rechtstreeks medeverantwoordelijk voor de toename aan extremistische stemmen. Jullie best doen is dus niet genoeg. Een concreet voorbeeld: als broeder Jacob Geens op je borst zitten kloppen op de TV omdat je ondanks beperkte middelen gedaan hebt wat je dacht dat je moest doen op Justitie, is niet genoeg. Dat kan iedereen. Dat doen wij, burgers, al elke dag, met beperkte middelen doen wat we moeten doen. Ander concreet voorbeeld: als die non Crevits op Onderwijs, jaren lang blijven doen alsof alles goed gaat. Terwijl alles op je departement dan al lang in het honderd loopt. Met een middle management waarmee ge oorlog kunt gaan voeren zoveel zijn het er, met een lijst aan commissies waar een normale mens van omver valt en ondertussen maar ministerke spelen. En maar nieuwe regels blijven declameren voor al die arme onderwijzers en leraars hoe dat je les moet geven en terloops een berg administratie in orde houden want leraar zijn is veel meer dan les geven, niet waar? Het is ook sociaal assistent zijn, een luisterend oor voor zwaar teleurgestelde ouders, therapeut voor kinderen tot 18 jaar. Want die ouders doen ook al niet meer wat ze moeten doen zoals opvoeden. En terwijl iedereen met een beetje ogen in zijn kop dan al ziet dat er een gigantisch tekort aan leerkrachten op komst is, en dat ze zich al dat politiek correct geleuter niet langer kunnen veroorloven, doen ze daar in het Hendrik Consciencegebouw aan de Koning Albert II-laan lustig voort en bedenken ongeremd alsmaar nieuwe leerdoelstellingen. Leerdoelstellingen die je, om demotivatie te vermijden vooral bij de beginnende en toch al in de administratie verzuipende leerkrachten, zo kunt copy pasten naar je lesmateriaal toe, zodat je als leerkracht toch al in orde bent met de papieren mallemolen. Om nu enkel maar te kunnen vaststellen en klagen dat de kwaliteit van het onderwijs zwaar achteruit gegaan is en dit al jaren aan een stuk. Om maar te zeggen, dames en heren politici, ‘deugdelijk’ bestuur is niet het einddoel. Dat is een basisvoorwaarde voor het uitoefenen van jullie beroep. Als jullie zelfs dat niet kunnen, hebben we helemaal niets aan jullie.

Hetgeen ineens ook het ganse probleem van die Vlaamse beweging is. Zij bepalen zich vanuit een totaal achterhaalde taalstrijd, die dus wel terecht was in de 19de en begin 20ste eeuw maar ondertussen al lang gestreden is, en vanuit die comfortzone van een halsstarrig minderwaardigheidscomplex waarvan de geldigheidsdatum al lang verlopen is, zijn ze niet in staat om een coherent beeld of een toekomstvisie van Vlaanderen op te hangen die verder gaat dan “Vlaanderen moet onafhankelijk worden.” Want de enigste reden waarom Vlaanderen staat waar dat het nu staat, zijn al die anderen die haar beknecht hebben, nietwaar? Zelf hebben wij, Vlamingen, er niets mee te maken. Eerst waren het de Fransen en de Spanjaarden. Dan de Franstalige bourgeoisie. Nu is het die vijfde colonne van migranten. Als Vlaanderen onafhankelijk is en eindelijk bevrijd is van al die overlast van al die foute anderen, zal alles opgelost zijn. Want wat we zelf doen, dat doen we beter.

Om alvast dat te bewijzen, vallen de vlaamsnationalisten in afwachting van die onafhankelijkheid maar terug op wat bestuurlijke deugdelijke superdaden. Of die pretentie hebben ze toch. Want het eindresultaat is enkel wat stijlloos beleid met in het beste geval op de TV wat Vlaamse leeuwen op de achtergrond die flets aan hun standaard hangen te hangen naast, je houdt het gewoon niet voor mogelijk, gouden ornamenten in Franse Empire stijl. En op Onderwijs zetten we een mediageile spring-in-‘t-veld die als bewijs van daadkracht zijn tijd doorbrengt met het spuien van de wildste ideeën die de arme leerkrachten dan weeral als aapjes moeten uitvoeren. Niets bevlogenheid, niets Blauwvoet meer bij die Vlaamse beweging.

Ik weet het, ik weet het. Zo’n lekkere zwart-wit stellingen bevallen de bruggenbouwers niet, zij die dat denken of hopen dat met wat overleg alles wel mee zal vallen. Maar, sorry, voor mij, die moet toezien op al die lelijkheid in dit eens zo trotse land terwijl ik wacht op de dood, valt er niets meer mee. En op deze manier worden de kampen alvast duidelijker. Ik vraag me trouwens af op wie Ilse Mombaerts zou stemmen in deze gepolariseerde wereld. Het zou me niet verwonderen als dat het Vlaams Belang is. Als Hartenkoningin hoofden laten afkappen bij in haar ogen minder gedisciplineerde kaarten is een van haar belangrijkste tijdverdrijven. Ik zie haar dan ook perfect figureren in een concentratiekampfilm als SS-officier, een dokter Mengele après-la-lettre. Ze heeft er in ieder geval het figuur voor, klein en tenger als ze is. En met haar bloedloze, dunne lippen zie ik haar perfect een monocle dragen. “Du solltest keinen Furcht haben, Herr Hoskens! Als daß Tumoral wäre, hätte Ich das doch schon gesehen während der von mir durchführte Operation!” Ik hoor haar krijsende stem het nog steeds zeggen vlak voor ik haar de laatste keer verliet. Ze krijste het zelfs zo hard dat ik me nu, na alles wat er ondertussen gebeurd is, afvraag of ze het niet echt gezien heeft, dat er daar een kankergezwel zat, en zo hard riep om niet alleen mij maar ook zichzelf te overtuigen.

Dat zou wel betekenen dat in plaats van haar fout te moeten toegeven ze er toen al de voorkeur aan gaf om mij gewoon naar huis te sturen en stilletjes te hopen dat ik daar zou creperen. Als een volwaardige SS-sadist. Het zou alvast ook de staat van mijn gezicht verklaren waarin Tin mij terug vond op het ziekenhuisbed in Sint-Pieter: één en al aangekoekt bloed op mijn wang, kaak en nek en het gat naast mijn oog haastig terug dicht gesmeten met een klot lijm erbovenop, kwestie van alles goed te verzegelen. Maar een mens mag zo’n dingen niet zeggen of denken zelfs, zeker? Allez, allez, Patrick, dat is toch echt wel uitgaan van het slechtste in de mens. Dat is toch allemaal voor niets nodig? En wat levert dat uiteindelijk op? Dood gaat ge toch.

Schuld en boete

Schaamte. Het grote woord is eruit. Ja, ik schaam me dood voor alles wat er gebeurd is. Hoe kan het toch dat ik dit allemaal heb laten gebeuren? En ook ja, ik voel me een ‘total loser’ op zijn Amerikaans, een totale mislukkeling in ons al even duidelijke koetervlaams. Hoe zou ik anders kunnen in deze tijden waarin iedereen met blinkende witte tanden en een big smile van hier tot Honolulu verondersteld wordt eeuwig te leven en ondertussen jong te blijven, altijd maar gelukkig te zijn op die sociale media en permanent open te staan voor nieuwe ervaringen tot en met geblinddoekt springen van de Niagarawatervallen. En al die tijd als echte winnaars in perfecte controle over alles wat er rondom hen gebeurt en alle gevaren detecterend, dus zeker zoiets eenvoudigs als de onmiddellijke nabijheid van onbekwame en dus moorddadige proffen in gereputeerde universitaire ziekenhuizen?

Hoe komt het toch dat ik ondanks de alarmsignalen die afgingen, de onzekere blik van het Witte Konijn, de dwingende van Hartenkoningin, toch geen tweede opinie elders ben gaan zoeken? Eén verklaring is die opvoeding tot brave, katholieke Vlaming, die ik genoten heb van mijn al even brave ouders, met oneindig veel respect voor God en al zijn discipelen, waartoe proffen van een Katholiek Universitair Ziekenhuis zeker gerekend moeten worden. Maar toch…, is dat de enige reden? Goedgelovig heb ik mezelf nooit gevonden, maar Sam, mijn oudste, wordt daar regelmatig van beschuldigd, dus misschien heeft ze dat dan toch van mij? Of misschien was ik te veel onder de indruk van het zoveelste spiksplinternieuwe gebouw op de campus met pasgeverfde groenwitte kapsalons en nagelwitte konijnenpijpen met deurtjes langs alle kanten waarnaar de dienst ophtalmologie van het UZ Leuven verhuisde in de loop van dat vervloekte jaar 2018.

Maar dan nog, zelfs dan nog, hoe heb ik godverdomme zo stom kunnen zijn? Steven De Gucht, die viroloog met zijn zelfzekere, rustige stem, zegt in deze Coronatijden op de radio: “Voel je een bobbeltje? Laat je controleren.” Was dat bij mij dan soms geen bobbeltje? Dat was toch een bobbeltje? Hoe komt het dan toch dat ik zelf op geen enkel moment gedacht heb: “Zou dat zo’n bobbeltje kunnen zijn dat die vrouwen voelen als ze bezorgd aan hun borsten tasten? Zou dat kanker kunnen zijn?” Of, vooraleer iemand mij beschuldigt van seksistisch te zijn, is dat hetgeen die mannen misschien voelen als ze problemen aan hun prostaat hebben? Of kunnen mannen dat niet voelen? Want wordt dat niet meestal via de anus gechecked door hopelijk gespecialiseerd personeel? Of zitten die mannen constant met hun vingers in hun aars? Geen idee, eerlijk gezegd. Maar, neen dus, niets van dat alles. De schaamte is nog het grootst naar Tin en de kinderen toe. Hen in de steek laten in het midden of, nog erger, aan het begin van hun leven. Nog voor dat alles echt gestart is. Ik had misschien zelf die haan moeten horen kraaien? Stomme idioot. Onnozelaar. Kloefkaffer. Sukkelaar.

Allez, stop met jezelf zo de duivel aan te doen Patrick, asjeblieft zeg. Zeg nu zelf, dat is toch weer godgeklaagd? Gij, de brave burger, die braaf in de pas loopt, die braaf zijn belastingen betaalt, die gelooft in het systeem, die dacht zich hier te bevinden in een democratische rechtsstaat die hem beschermt tegen misbruik of nog veel erger dingen allerhande, je bent weer eens de verantwoordelijkheid bij jezelf aan het leggen; je bent weer eens mee aan het gaan in het verhaal of het toch niet allemaal jouw eigen schuld is geweest, als een echte brave oetlul. Drie keer heeft die haan gekraaid en drie keer werd het mes van Gasthuisberg alleen maar dieper gestoken. En ondertussen maakte de twijfel en de onrust zich meer en meer meester van jou. Tot op het eind in Gent, na een gans jaar sukkelen, in een Algemeen Ziekenhuis, helemaal geen Universitair Ziekenhuis, maar wel bij een bekwame oogarts en in een wel goed functionerend ziekenhuis, samen met de juiste diagnose de vreselijke, oerdestructieve paniek toesloeg. Nu al bijna twee jaar quasimodo met een groot gat waar vroeger mijn linkeroog zat, een oog dat niet meer gered kon worden na al het geklungel van een professor ophtalmologie nota bene. En nu ook al uitzaaiingen naar mijn hersenen. Allemaal met de groeten van dat machtige Gasthuisberg daar ver boven op de berg, dat veelkoppig monster gelegen in de Elysese velden van Vlaams-Brabant, dat manifest aan niemand verantwoording schuldig is. Hallucinant, toch?

Nog meer onvoorstelbaar voor deze inwoner van deze zogenaamd democratische rechtsstaat waar burgers, in plaats van een bedreigde diersoort te zijn, van hun rechten verzekerd zouden moeten zijn door de drie hen vertegenwoordigende machten: zelfs daar stopte de Hel van Gasthuisberg niet. Want als ik het nu nog eens wat nader bekijk, nu dat ik toch nog altijd bezig ben, altijd maar bezig blijf en nu dus al sinds meer dan twee jaar: ik ben eigenlijk niet drie maar vier keer (VIER KEER!!!) vermoord door jullie, Gasthuisberg. En de laatste, vierde keer dan nog wel op de meest onwaarschijnlijke manier. Gegeven dat jullie toch katholiek zijn, niet? En dus het Nieuwe Testament en al en zeker de kruisweg van Jezus die met Pasen telkens herdacht wordt nauw aan het hart nemen, niet? Die kruisweg met zijn veertien statiën die in vele kerken aan de muren rondom hangt en waarvoor je dus de ganse kerk moet rond wandelen om hem gezien te hebben? Allez, ik veronderstel dit alles maar. Voor hetzelfde geld heb ik het volledig mis. Snappen doe ik het sowieso niet meer. Want jullie zijn nu al twee jaar net hetzelfde met mij aan het doen als jullie eigen heiland overkwam de avond voor zijn noodlottig einde aan het kruis. Net zoals Petrus bij Jezus plegen jullie ook bij mij de ultieme moord voordat het slachtoffer zelf de facto overleden is: de moord van het dood zwijgen. “Jezus? Neen, ik ken die Jezus totaal niet. De Zoon van God? Zegt me niets…” “Mijnheer Hoskens, wie is dat? Is die hier ooit geweest dan? In 2018, zegt u? Tja, dat is dan al wel een tijdje geleden, niet?…” Zeg mij, hoe rijmen jullie zo’n praktijken met dat zieleheil van jullie dat jullie o zo belangrijk vinden, of zo beweren jullie toch? Want ik denk dat er van dat zieleheil niet veel overblijft als jullie op zo’n schandelijke manier met mensen omgaan die op een bepaald moment in goed vertrouwen aan jullie hun leven toevertrouwd hebben.

Er is dus zelfs nog een vierde niveau waarop jullie, onfeilbare hoogmoedigen, totaal falen naar jullie patiënten toe, de burgers van dit land, jullie ‘klanten’, de mensen die rijkelijk veel geld betalen voor jullie diensten, diegenen aan wie jullie uiteindelijk rekenschap verschuldigd zijn want die politici, dat zijn maar tussenfiguren die denken dat ze het voor het zeggen hebben:

4. De ronduit degoutante manier waarop jullie met medische slachtoffers omspringen

Sinds 2018, sinds die ganse helse carrousel van mij op jullie dienst ophtalmologie, overgeleverd aan de arrogante onkunde van een diensthoofd en staflid van jullie eigen academisch ziekenhuis, is er nog maar één contact geweest tussen jullie en mezelf en dat was dan nog naar aanleiding van een door mezelf geschreven aangetekende klachtenbrief die ik naar vier verschillende partijen bij jullie verstuurd heb: jullie CEO, jullie ombudsdienst, jullie hoofd ophtalmologie en Hartenkoningin zelf, ‘professor’ Ilse Mombaerts.

Als antwoord op mijn klachtenbrief mocht ik een kort schrijven ontvangen van de CEO met een dankwoord voor de input zodat er rekening mee kon gehouden worden bij de volgende reorganisatie. Voor de rest, geen woord. Ook hier weer dus, net als in mijn ‘casus’ zoals jullie dat met goed gepoetste mond zo graag zeggen, helemaal geen aankondiging van een onderzoek, van een interne check of ik zelfs besta in jullie systemen, met de belofte om terug te komen als dat eenmaal gebeurd is. Helemaal geen aanzet dus om tot een professionele oplossing te komen van een toch wel heel vervelend probleem met onmiskenbaar vreselijke gevolgen. Niets van dat alles. Maar met zo’n kort, beleefd briefje is alles wel weer netjes afgehandeld, nietwaar?

Sindsdien ben ik zo dood als een pier voor dat fantastisch professioneel gerund Gasthuisberg. Of zo behandelen ze mij toch. Als een oude hond word ik door hen verondersteld thuis stilletjes te creperen. En dit liefst zo snel mogelijk. Onze rechten als burger beperken zich tot het aanbieden van onszelf bij een medisch probleem en het hoopvol ondergaan van de door hen voorgestelde oplossing. Nadien dient er alleen handgeklap te volgen. Voor de rest besta je niet. Patiënten en al zeker ex-patiënten die misschien toch niet helemaal tevreden zijn, zijn lucht voor onze gezondheidszorg in België. Zelfs als er wel heel gegronde redenen zijn om zwaar ontevreden te zijn. Wat ik in mijn geval toch wel kan stellen. En toch hoor ik aan deze kant van de communicatielijn enkel één grote bieptoon. Of misschien vinden ze dat het opnieuw aan mij is om contact met hen op te nemen? Omdat wij, zoals die rechter het wist te stellen in het tussenvonnis van ons bomenproces dat nu al vijf jaar aansleept, de meest ‘gereden partij’ zijn? Ah ja, waarom niet? Zo kunnen we de rollen blijven omkeren, natuurlijk: “Waarom belt ge dan niet een keer als het jou allemaal zo hoog zit?” “Sorry, u hebt helemaal gelijk. Vergeef me mijn lafheid. Ik zal nu onmiddellijk even bellen. Hallo? Hallo? U spreekt met Patrick Hoskens uit Kortenberg. Kent u mij nog? Neen? Awel, ik vrees dat er toch een klein probleemke is.” Ik moet dringend die pot vaseline terug zien te vinden, verdomme.

In België bestaan er dan ook geen medische slachtoffers. En als er wel bestaan, moeten ze hun plan maar trekken. Onlangs was er een reportage van Pano over het Fonds voor Medische Ongevallen, een zoveelste tussenoplossing bedacht door onze politici zo’n vijf jaar geleden in de hoop om op die manier toch wat tegemoet te komen aan de verzuchtingen van die vermiste medische slachtoffers. Slachtoffers die dan toch af en toe vielen in dit land, raar maar waar, niemand die begrijpt hoe dat überhaupt mogelijk is met zo’n voorbeeldige ziekenzorg. Ook Yvo had me aangeraden daar eventueel contact mee op te nemen. Het volstond om even op het internet te googelen om al snel te beseffen dat ik daar geen hulp van moest verwachten. Eindeloze processen. Administratief gesjoemel. Opnieuw een zwarte doos, met weer geneeskundigen-specialisten die vakkundig bijna elke case de nek omwringen met de zegen van en ingedekt door de machtige Orde der Geneesheren. Want niemand heeft daar zaken mee met wat daar allemaal gebeurt op en naast de operatietafels, zelfs de overleden patiënten niet. Het onding heeft op vijf jaar tijd meer gekost dan dat er al compensaties gegeven zijn aan slachtoffers: volgens VRT NWS werd er tot nu toe 16 miljoen euro aan schadevergoeding uitbetaald terwijl de werkingskosten van het Fonds ook tot nu toe 30 miljoen euro bedragen. Logisch wel want ook deze specialisten, geneeskundigen en de juristen, en al zeker diegenen die moeten verzinnen hoe nu weer de klacht af te wimpelen, kosten heel veel geld. Zo erg is het met ons systeem gesteld. Het is net zoals met onze Belgische justitie. De parasieten rond al de mis- en wandaden in deze maatschappij wreten zich vet. De daders, de bullebakken met macht en geld, worden op alle mogelijke manieren in- en afgedekt. En de slachtoffers zelf worden in de kou gelaten. Kijk maar naar Sanda Dia. Kijk maar naar Chovanec. En dat zijn nog maar twee high-profile cases van onvrijwillige doodslag van de afgelopen twee jaar. Geïnstitutionaliseerde straffeloosheid, dat is het. Bij Gasthuisberg gaan ze ondertussen nog een stap verder: om de slachtoffers er alvast al aan te laten wennen, worden ze gewoon vanaf dag één dood gezwegen. En geen haan die d’r naar kraait.

Doe dan ook geen moeite om jullie te rechtvaardigen, Gasthuisberg. Dat is voor niets nodig. Er is toch niemand, buiten deze ene triestige mens, deze eenzame loser, die aan jullie vraagt om dit te doen. Bovendien weet ik nu al wat jullie ultieme verdedigingslijn is als jullie openlijk met dit harteloos en onmenselijk stilzwijgen geconfronteerd worden. Die advocaat gespecialiseerd in medische fouten liet zich dat plots onlangs ontvallen aan de vergadertafel: “Weet u, mijnheer Hoskens, dat is eigenlijk volledig normaal.” “Normaal? Hoezo?” “Wel, de afspraak is dat vanaf het moment dat er een medisch dossier ontstaat, een dossier dat dus betwist wordt, dat vanaf dan er geen enkel contact meer is tussen het ziekenhuis of de geneesheer en de patiënt of de tegenpartij in kwestie. Want stel eens dat iemand iets verkeerd zegt, begrijpt u?” “En u vindt dat normaal?” “Dat bedoel ik niet. Daarover spreek ik me niet uit. Ik zeg gewoon dat de verzekeringsmaatschappijen dat eisen van de ziekenhuizen en de geneesheren.” “Wel, ik zeg u dat daar juist niets normaal aan is. Het kan mij trouwens geen kloten schelen wat die verzekeringsmaatschappijen wel of niet willen. Ik heb niets te maken met die verzekeringsmaatschappijen. Ik heb mijn vertrouwen gegeven aan Gasthuisberg, niet aan die verzekeringsmaatschappijen. En die ene simpele daad gaat mij nu mijn leven kosten. Het is dan ook aan dat arrogante UZ Leuven zelf om op een fatsoenlijke en correcte manier met mij om te springen. Bovendien komt dat weeral een keer lekker goed uit voor die omhooggevallen specialisten, niet? Zo’n verzekeringsmaatschappijen die verbieden dat ze nog een woord zeggen tegen dat jammerlijke slachtoffertje, dat ene zageventje? Zijzelf hebben er weer niets meer mee te maken. Ze kunnen al die shit en miserie weeral eens op iemand anders steken. Aan het loket vertaalt zich dit weer in puur machtsmisbruik, in zijn puurste vorm, Kafka op zijn best: “Gelieve u te wenden tot afdeling Z van onderneming X. Zij behartigen dergelijke vervelende dossiers voor ons. En sorry, meer mogen wij niet zeggen.” Zijzelf kunnen ondertussen rustig hoog en droog in hun ivoren toren blijven zitten. Ik zeg u dus dat die manier van werken gewoon schandalig is. Beschamend zelfs gewoon hoe dat die ziekenzorg hier in België omspringt met zijn eigen slachtoffers. Onmenselijk. Onchristelijk. Onwaardig. Misschien wel katholiek. Daar zijn ze altijd al heel goed in geweest, die smerige tsjeven: doen alsof er niets aan de hand is.”

Daarom, beste lezers, als iemand van jullie, in de nabije toekomst of ooit in een verdere toekomst, er staat geen termijn op wat ik hier en nu aan jullie ga vragen, een vertegenwoordiger van dat groot en machtig Gasthuisberg tegen komt, en die persoon kondigt onverwachts met droevige ogen af hoe erg het niet is wat met mij, Patrick Hoskens (dit is op zich al een termijn, binnen een jaar of drie gaat niemand buiten mijn familie en vrienden nog weten wie ik was), geboren en getogen Vlaming, wonende te Kortenberg, vader van twee kinderen, allemaal niet gebeurd is, kunnen jullie dan alstublieft, alstublieft, een goei mot op zijn of haar bakkes geven of, voor de Westvlamingen, het is belangrijk dat zij dit goed begrijpen met al die CD&V’ers die ze net als varkens daar maar aan de lopende band blijven produceren, nen goeien djoef oep under muule? En al zeker als het Rik Torfs is, ex-rector van de KU Leuven, die het met zijn typisch monkellachje, boven de rest van de wereld en zelfs God verheven, zit te verkondigen. Of als het gewoon mensen van de katholieke zuil zijn. Ik zeg maar iets: broeder Jacob Geens of die non Crevits. Om het even wie eigenlijk die absoluut wilt blijven doen alsof alles onder controle is in die ziekenzorg en onze maatschappij tout court en dat alles hier ordentelijk verloopt. Gewoon d’r op slagen. Niet omdat ik wraakzuchtig ben. Of fysiek ingesteld ben. Niets van dat alles. Gewoon omdat ze dat verdienen. Een goei pak slaag. En geen klein beetje. Want als zij geen schuld kennen, als er in hun hypocriete perfecte wereldje van witte, vlekkeloze doktersjassen geen schaamte bestaat, en als de politieke bewindvoerders, noch de vriendjes van de gevestigde macht, die rechterlijke macht, er zich de ballen van aantrekken, dan is het aan ons, burgers, om voor de boete te zorgen. Dan is het aan ons om het natuurlijk evenwicht te herstellen.