Oei, ik besef ineens dat ik hier in mijn blog begin te klinken als een Vlaams Belanger, zo’n misnoegd, gefrustreerd ventje dat alleen maar kan kakken op het systeem. Het systeem dat alleen maar aandacht heeft voor arme sukkelaars zoals migranten en werkloze profiteurs en ondertussen zijn eigenlijke werk niet doet en hardwerkende burgers zoals mij gewoon laat vermoorden zonder ook maar enige vorm van rechtsbescherming. Mijn excuses hiervoor. Dat is helemaal niet de bedoeling. Daarom, opdat er op dit vlak al zeker geen verwarring ontstaat, als er iemand van u behoort tot dat extreem-rechts rapaille, dat uit pure afgunst en frustratie gewoon wilt slagen op iets om op iets te slagen, gelieve u dan afzijdig te houden. Niet alleen heb ik uw steun niet nodig, maar uw gal spuwend leeghoofdig racistisch gelul komt zozeer mijn strot uit dat ik bijna blij ben binnenkort deze wereld te mogen inruilen voor een meer eeuwige.
Er is trouwens ook geen enkele objectieve reden waarom jullie je zouden moeten beginnen bemoeien met mijn verhaal: bij mijn weten is er geen enkele migrant betrokken bij dit gebeuren. ‘Ilse Mombaerts’ klinkt nu niet echt exotisch. Zelf ben ik een geboren en getogen Vlaming; zoals zovele Hoskensen terug te voeren tot boeren daar in de kanten van Retie en Schoonbroek in de verre stille Kempen. En zeg nu zelf, Gasthuisberg trekt ook al niet echt op Kilimanjaro, of wel soms?
Het risico op omvolking is ook al bijzonder laag. Als ik dood ben, is er wel één Vlaming minder maar dat is dan ook nog eens een slechte Vlaming. Ene die niet gelooft in al die heraldiek uit 1302. En net daarom beter dan jullie zelf weet te waarderen wat daar juist gebeurd is. Maar die ook weet dat de Brabanders mee vochten met de Franse koning. Dat Godevaert van Brabant, broer van Hertog Jan, held van Woeringen, Arnoud IV van Wezemaal, maarschalk van Brabant, en nog tal van andere Brabantse edellieden gesneuveld zijn daar op de Groeningekouter in 1302. Die het nadien verzonnen verhaal dat er onenigheid was aan het Brabantse hof afdoet als politiek gespin na een volledig misgelopen alliantie. Een alliantie waarvan men op voorhand dacht dat het niet kon mislopen. Het was meer een strafexpeditie dan een oorlog voor die Fransozen. Zo’n machtig ridderleger. Wie kon vermoeden dat de burgers en de boeren zouden winnen?
Dus een verlies voor de nationalistische zaak zal de dood van zo’n foute Vlaming niet echt zijn. En dan is hij blijkbaar ook nog eens een lafaard. Want zelf kom ik niet verder dan een bibberend vingertje opsteken richting Gasthuisberg met de huilerige boodschap: “Jullie hebben mij vermooooord!” Als ik dan op die sociale media zie tot wat voor een heldendaden die Vlaamsnationalisten in staat zijn alsof het niets is, zoals een meisje die een wel heel grote bril heeft gekocht en er blijkbaar in hun ogen misplaatst trots op is eens goed uitschijten, ongegeneerd ongezuiverde en gore racistische bagger uitstorten over het ganse maatschappelijke veld of fysieke bedreigingen uiten tegen een mountainbiker die op een beijzeld pad een kleuter met een lafhartige kniebeweging ten val brengt en na al de heisa op diezelfde sociale media al ineens geconvoqueerd wordt door een rechter en al. Zoveel verontwaardiging over zoveel onnozele prullen.
Ik, daarentegen, of mijn ‘geval’, roept amper vragen of weerklank op bij mijn Vlaamse medeburgers. Terwijl ik toch ook een Vlaming ben, een Vlaming die vroegtijdig gaat sterven door onvoorstelbaar medisch geklungel in die parel aan de Vlaamse kroon, dat Heilige Huisje Gasthuisberg. Dat is toch van een andere grootteorde, zou je dan denken. Als we dan ook nog eens de manier waarop dat alles plaats vindt erbij betrekken, kan je alleen maar besluiten dat er nul respect is voor een Vlaming in dat fantastische Gasthuisberg; als patiënt, als burger, zelfs als mens, en dit van het begin tot op het einde. Eerst als een volledige miscast een foute rol in een barslecht toneelstuk toegekend gekregen, dan stilletjes weggemoffeld onder een heel groot tapijt om uiteindelijk, binnenkort, het is nog even wachten, als een verwaarloosbaar stuk afval weggesmeten te worden. Vrienden en vriendinnen, buren en collega’s, ja, die vinden het schandalig en zeggen het ook. Maar voor de rest? Nu en dan iemand die ik niet ken die een like stuurt. En af en toe zelfs een mailtje via de contactpagina van de blog. Voor de rest, niks, nada. En al zeker geen rechter die zegt dat de verantwoordelijken voor mijn veel te vroegtijdig sterven moeten verschijnen voor de rechtbank. Al dat lawaai op de sociale media teruggebracht tot wat het is: much ado about nothing.
Maar, toegegeven, sinds kort begrijp ik jullie frustratie met het systeem wel veel beter. Niet dat dat mijn verdienste is. Dus aan al diegenen die al aan het denken waren “Ja, als het te laat is, dan vallen die oogkleppen wel af, hein zielige loser,” sorry, maar zo is het dus niet gelopen. Het is de verdienste van Sam, mijn oudste dochter. Die liet zich onlangs tijdens een discussie aan de keukentafel ontvallen: “Wat jullie niet schijnen te begrijpen, jullie, onze ouders en ouderen in het algemeen, is dat wij, de jeugd van vandaag, moeten opgroeien in een wereld waar alles kapot is, waar niets nog werkt zoals het hoort.”
Ik kan jullie verzekeren, die zat. Voor de eerste keer in mijn leven viel ik volledig stil tijdens een gesprek met een van mijn kinderen. Even dacht ik nog dat het kwam door het tot op het bot knagende schuldgevoel dat mij voortdurend overvalt dat ik hen binnenkort achter ga moeten laten nog voordat zijzelf goed en wel vertrokken zijn in het leven. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik gewoon toegeven dat voor de eerste keer ik diegene was die de les gespeld kreeg van mijn dochter en niet andersom; moest erkennen dat de jeugd van tegenwoordig inderdaad opgroeit in een wereld die volledig anders is dan diegene waar ik groot in werd. Bij mij, in de gouden jaren zeventig, was de facto alles min of meer OK. Iedereen deed een beetje wat hij moest doen, tandartsen waren tandartsen, notarissen notarissen, zelfs politici waren nog politici en je kon rekenen op het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen, zelfs van criminelen, opdat alles min of meer correct zou verlopen. En aan de verre einder was er dat prachtige project van de Europese Gemeenschap dat alleen maar om verdere ontplooiing riep. Vanuit deze veilige structuur lag de wereld volledig open voor ons.
Zij daarentegen worden geconfronteerd met hemelshoge problemen. Ondanks de gruwel van de Tweede Wereldoorlog staat extreem-rechts weer te trappelen aan de deur, bij velen onder ons ook aan de achterdeur. Zelfs na 40 jaar besparingen, niet alleen in de overheidsuitgaven, maar ook in al die ondernemingen, is er zo’n grote schuldenlast opgebouwd dat er nog altijd een structureel geldtekort is. Of zo wordt dat toch aan ons verkocht want de rijken worden alsmaar rijker en de armen… tja wat worden die, nog armer? Europa blijkt een toren van Babel en administratie dat geen beslissingen kan nemen. Tenzij dat iedereen akkoord gaat, maar is het dan nog een beslissing? En het ergste van allemaal: niemand, op enkele uitzonderingen na, doet nog wat hij moet doen. Presidenten zijn helemaal niet nobel, politici nemen allesbehalve hun verantwoordelijkheid en pastoors zijn een uitgestorven ras. Ge zoudt van minder conservatief worden. Om nog maar te zwijgen over de grote klimaatramp die zich aan het voltrekken is door de geld- en hebzucht van al die mensen op deze kleine planeet en dan vooral van al diegenen die nu al veel geld hebben. Waar dus in mijn tijd het systeem min of meer klopte en iedereen conform zijn ding deed, klopt er nu niets meer en is het volledig kaduuk gedraaid. Iedereen doet gewoon zijn goesting, probeert op zoveel mogelijk manieren zoveel mogelijk geld te verdienen en vooral, vooral, vooral, niemand wilt zich nog bezig houden met al die vervelende, onbekende anderen. Principes zijn voor losers. Survival of the fittest is het dagelijkse uitgevoerde gezelschapsspel in de straten, in de scholen, in de ondernemingen, tot en met zelfs het aanschuiven aan de kassa in de supermarkt.
Ik zeg het, ik was er niet goed van. Het enigste wat ik nog kon doen was nog wat koffie drinken en beduusd voor mij uit zitten kijken. Sindsdien heb ik me vooral zitten afvragen waar het dan misgelopen is en ben tot de conclusie gekomen dat er minstens twee dingen fundamenteel fout gegaan zijn. Allereerst zijn er die eindeloze besparingsrondes geweest die uiteindelijk dan toch ten koste van iets zijn moeten gaan. In het begin ten koste van de kwaliteit van de dienstverlening. Nu, na 40 jaar, ten koste van de dienstverlening zelf. Als ondertussen ervaringsdeskundige: zijn er bomen bij u gestolen? Los het zelf op. Gaat ge sterven door een opeenstapeling van zware professionele fouten begaan door incompetent medisch personeel? Sterft dan.
Daarnaast zijn er in ons land de al even continue staatshervormingen geweest. We zijn ondertussen al aan de zevende, als ik kan tellen. Al die tijd en energie, en vooral heel veel geld, gestoken in al dat angstig gebeuzel, in al dat nationalistisch gemekker. Met als eindresultaat 6 parlementen, een Eerste Minister en 4 minister-presidenten (de senaat is een van de zes parlementen) met 60 regeringsleden in totaal en bijna 800 volksvertegenwoordigers verdeeld over al die parlementen. En dit voor een land van 11 miljoen inwoners. Iets meer dan dat er in Londen wonen en dat is gewoon een hele grote stad. Eén burgemeester, 12 schepenen en nog wat locale straathoekwerkers zouden moeten volstaan om dit kiekeskot hier te besturen. Allemaal geld gestoken in lagen en lagen van politiek bestuur, een lappendeken om U tegen te zeggen. Geld dat anders in echte structurele problemen gestoken had kunnen worden. Zoals, ik zeg maar iets, de barslecht functionerende justitie of nieuwe multifunctionele scholen. Simpel gezegd, wat mij betreft, zijn jullie conservatieve rechts-nationalisten, advocaten van de ikke-en-de-rest-kan-stikke ideologie, dus mee verantwoordelijk voor de shit waarin we nu met ons land zitten. Jullie en al die andere egoïsten, die vinden dat we te veel belastingen betalen, voor wie, net zoals bij jullie één parlement, één huis niet voldoende is, zelfs één huis en een appartement aan de zee niet, daar moeten mistens nog een chalet in de Ardennen en drie vakanties bij, met één ervan drie weken ergens in Azië of Zuid-Amerika en één week skivakantie. Dat of minstens drie short-ski-trips want ze hebben het allemaal zo druk en dus zo hard verdiend, mijnheer.
Daarom, dames en heren politici, beleidsvoerders van dit apenland, om ineens nagels met koppen te slaan, jullie eerste taak als volksvertegenwoordiger is ervoor te zorgen dat het democratisch bestel in dit land zijn werk wél blijft doen. Dat moet jullie eerste prioriteit zijn. Wat betekent dat de ‘processen volgen’ niet genoeg is. Jullie moeten in staat zijn een visie op het departement onder jullie verantwoordelijkheid te vormen en deze te belichamen. Als dat niet lukt, als jullie niet beter kunnen dan wat ambtenaar spelen dan zijn jullie rechtstreeks medeverantwoordelijk voor de toename aan extremistische stemmen. Jullie best doen is dus niet genoeg. Een concreet voorbeeld: als broeder Jacob Geens op je borst zitten kloppen op de TV omdat je ondanks beperkte middelen gedaan hebt wat je dacht dat je moest doen op Justitie, is niet genoeg. Dat kan iedereen. Dat doen wij, burgers, al elke dag, met beperkte middelen doen wat we moeten doen. Ander concreet voorbeeld: als die non Crevits op Onderwijs, jaren lang blijven doen alsof alles goed gaat. Terwijl alles op je departement dan al lang in het honderd loopt. Met een middle management waarmee ge oorlog kunt gaan voeren zoveel zijn het er, met een lijst aan commissies waar een normale mens van omver valt en ondertussen maar ministerke spelen. En maar nieuwe regels blijven declameren voor al die arme onderwijzers en leraars hoe dat je les moet geven en terloops een berg administratie in orde houden want leraar zijn is veel meer dan les geven, niet waar? Het is ook sociaal assistent zijn, een luisterend oor voor zwaar teleurgestelde ouders, therapeut voor kinderen tot 18 jaar. Want die ouders doen ook al niet meer wat ze moeten doen zoals opvoeden. En terwijl iedereen met een beetje ogen in zijn kop dan al ziet dat er een gigantisch tekort aan leerkrachten op komst is, en dat ze zich al dat politiek correct geleuter niet langer kunnen veroorloven, doen ze daar in het Hendrik Consciencegebouw aan de Koning Albert II-laan lustig voort en bedenken ongeremd alsmaar nieuwe leerdoelstellingen. Leerdoelstellingen die je, om demotivatie te vermijden vooral bij de beginnende en toch al in de administratie verzuipende leerkrachten, zo kunt copy pasten naar je lesmateriaal toe, zodat je als leerkracht toch al in orde bent met de papieren mallemolen. Om nu enkel maar te kunnen vaststellen en klagen dat de kwaliteit van het onderwijs zwaar achteruit gegaan is en dit al jaren aan een stuk. Om maar te zeggen, dames en heren politici, ‘deugdelijk’ bestuur is niet het einddoel. Dat is een basisvoorwaarde voor het uitoefenen van jullie beroep. Als jullie zelfs dat niet kunnen, hebben we helemaal niets aan jullie.
Hetgeen ineens ook het ganse probleem van die Vlaamse beweging is. Zij bepalen zich vanuit een totaal achterhaalde taalstrijd, die dus wel terecht was in de 19de en begin 20ste eeuw maar ondertussen al lang gestreden is, en vanuit die comfortzone van een halsstarrig minderwaardigheidscomplex waarvan de geldigheidsdatum al lang verlopen is, zijn ze niet in staat om een coherent beeld of een toekomstvisie van Vlaanderen op te hangen die verder gaat dan “Vlaanderen moet onafhankelijk worden.” Want de enigste reden waarom Vlaanderen staat waar dat het nu staat, zijn al die anderen die haar beknecht hebben, nietwaar? Zelf hebben wij, Vlamingen, er niets mee te maken. Eerst waren het de Fransen en de Spanjaarden. Dan de Franstalige bourgeoisie. Nu is het die vijfde colonne van migranten. Als Vlaanderen onafhankelijk is en eindelijk bevrijd is van al die overlast van al die foute anderen, zal alles opgelost zijn. Want wat we zelf doen, dat doen we beter.
Om alvast dat te bewijzen, vallen de vlaamsnationalisten in afwachting van die onafhankelijkheid maar terug op wat bestuurlijke deugdelijke superdaden. Of die pretentie hebben ze toch. Want het eindresultaat is enkel wat stijlloos beleid met in het beste geval op de TV wat Vlaamse leeuwen op de achtergrond die flets aan hun standaard hangen te hangen naast, je houdt het gewoon niet voor mogelijk, gouden ornamenten in Franse Empire stijl. En op Onderwijs zetten we een mediageile spring-in-‘t-veld die als bewijs van daadkracht zijn tijd doorbrengt met het spuien van de wildste ideeën die de arme leerkrachten dan weeral als aapjes moeten uitvoeren. Niets bevlogenheid, niets Blauwvoet meer bij die Vlaamse beweging.
Ik weet het, ik weet het. Zo’n lekkere zwart-wit stellingen bevallen de bruggenbouwers niet, zij die dat denken of hopen dat met wat overleg alles wel mee zal vallen. Maar, sorry, voor mij, die moet toezien op al die lelijkheid in dit eens zo trotse land terwijl ik wacht op de dood, valt er niets meer mee. En op deze manier worden de kampen alvast duidelijker. Ik vraag me trouwens af op wie Ilse Mombaerts zou stemmen in deze gepolariseerde wereld. Het zou me niet verwonderen als dat het Vlaams Belang is. Als Hartenkoningin hoofden laten afkappen bij in haar ogen minder gedisciplineerde kaarten is een van haar belangrijkste tijdverdrijven. Ik zie haar dan ook perfect figureren in een concentratiekampfilm als SS-officier, een dokter Mengele après-la-lettre. Ze heeft er in ieder geval het figuur voor, klein en tenger als ze is. En met haar bloedloze, dunne lippen zie ik haar perfect een monocle dragen. “Du solltest keinen Furcht haben, Herr Hoskens! Als daß Tumoral wäre, hätte Ich das doch schon gesehen während der von mir durchführte Operation!” Ik hoor haar krijsende stem het nog steeds zeggen vlak voor ik haar de laatste keer verliet. Ze krijste het zelfs zo hard dat ik me nu, na alles wat er ondertussen gebeurd is, afvraag of ze het niet echt gezien heeft, dat er daar een kankergezwel zat, en zo hard riep om niet alleen mij maar ook zichzelf te overtuigen.
Dat zou wel betekenen dat in plaats van haar fout te moeten toegeven ze er toen al de voorkeur aan gaf om mij gewoon naar huis te sturen en stilletjes te hopen dat ik daar zou creperen. Als een volwaardige SS-sadist. Het zou alvast ook de staat van mijn gezicht verklaren waarin Tin mij terug vond op het ziekenhuisbed in Sint-Pieter: één en al aangekoekt bloed op mijn wang, kaak en nek en het gat naast mijn oog haastig terug dicht gesmeten met een klot lijm erbovenop, kwestie van alles goed te verzegelen. Maar een mens mag zo’n dingen niet zeggen of denken zelfs, zeker? Allez, allez, Patrick, dat is toch echt wel uitgaan van het slechtste in de mens. Dat is toch allemaal voor niets nodig? En wat levert dat uiteindelijk op? Dood gaat ge toch.